‹ Levend Water (Joh 4:1-30)eBoeken ›
De sprinkhaan (Ex 10)
Gepubliceerd op 16-11-2005

Een van de meest gevreesde plagen is de komst van de sprinkhaan, ze komen en vreten alles kaal. Wil de bevolking van zo'n getroffen gebied niet dood gaan, dan rest niets anders over dan het eten van de sprinkhaan zelf.

En zo lezen we ook de beschrijving van de achtste plaag, de sprinkhaan (geen indivudele sprinkhanen maar "de sprinkhaan" als een collectivum) komt in zeer grote getale, zoals nog nooit eerder is geweest (Ex 10:14). Dat wat nog van de vorige plagen is overgebleven wordt opgegeten, tot zelfs de bloeiende bomen toe (vs 15) en de voedselvoorraden in de huizen (vs 6).
Alles wat eetbaar was geplunderd door de sprinkhaan, was er al hongersnood ontstaan door de vorige plagen, nu is deze volkomen.

Farao verontschuldigd zich voor de zoveelste keer bij Mozes ("Ik heb gezondigd." vs 16). Echter dan komt het grote verschil met vergelijkbare sprinkhaan plagen: Als antwoord op Mozes' gebed liet de Here een westerwind opkomen zodat alle sprinkhanen werden meegenomen naar de Schelfzee.

De reeds hongerige Egyptenaren, konden zodoende zelfs de sprinkhanen niet vangen en ze opeten. En zo waren de gevolgen van deze plaag een volkomen hongersnood voor de Egyptenaren.


Tags: Exodus, Fauna, Sprinkhaan, Tien plagen

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

J.P. van de Giessen IT Consultancy