December 2005

You are currently browsing the monthly archive for December 2005.

Zo aan het einde van het jaar krijgen we altijd veel kaarten en emails. Het is de tijd van bezinning.
Zo deed Jim West deed een oproep tot “Let the Retrospectives Begin…” en ook Richard H. Anderson had een artikel met dit thema “In Retrospect: Shepherds, Sheep and Rodents“.

Reden waarom ik dit schrijf was een email die ik vanochtend van een kennis kreeg, met als onderwerp “If I could say it in words there would be no reason to paint”. Dit was een citaat van de bekende schilder Edward Hopper (1882-1967) van de Amerikaanse Realistische School.

Hopper creëert in zijn schilderijen een onwezenlijke, desolate sfeer. Op “Nighthawks” (1942), zijn bekendste schilderij, staat een New Yorks café in de nacht geschilderd. Hoewel goed verlicht, ziet het café er niet uitnodigend uit en gaan de bezoekers duidelijk gebukt onder grootstedelijke eenzaamheid.


In geen enkel van zijn 826 gekende schilderijen wordt een contact gelegd met een andere persoon, zelfs al zijn er meerdere personen in het beeld aanwezig.

En dat was wat mij trof, in een tijd van herbezinning komt de leegte van de mens naar boven. Een ander artikel die ik vanochtend las in de Reformatorische Krant, had als titel Dagen tellen, „Leer ons alzo onze dagen tellen dat wij een wijs hart bekomen.” en welke een korte lezing van Johannes Penon, predikant te Emden (”Gods tuchtschool”, 1665) behandeld:

    God de Heere draagt kennis en houdt boek van de tijd die Hij u geeft en hoe u ze doorbrengt. Het kan zijn dat uw jaren, maanden en dagen, de een na de ander, heengaan zonder dat u er acht opslaat hoe ze doorgebracht worden. Weet dat God wel kennis daarvan draagt. Bedenk wel, gij die van God lange tijd van leven gekregen hebt en vele middelen hebt om goed te doen, dat het alles in Gods gedenkboek wordt opgetekend.

    Zoals God kennisneemt van de tijd, zult u ook eens rekenschap daarvan moeten afleggen, ook van elk ijdel woord dat u gesproken heeft, ja, nog meer, van elk jaar, maand en dag die we in ijdelheid hebben doorgebracht. U zult rekenschap moeten afleggen van drie posten. Van het goede aan ons geboden en door ons nagelaten, van het kwade aan ons verboden en door ons bedreven, en van de tijd aan ons gegeven en door ons verloren.

    Wanneer wij voor een mens rekenschap moesten afleggen van onze tijd, wij zouden schaamrood staan. Hoeveel te meer is dat voor de ogen van die grote en reine God, de Gever van alle tijd. Hij geeft geen toestemming om de minste tijd ook maar voor kwaad te misbruiken. Toen de eerste wereld zijn tijd liet voorbijgaan met eten en drinken, zonder de naderende straf van God op te merken, maakte God een eind aan alle vlees.

    Acht de tijd die God u geeft toch hoog. Niemand acht zijn gezondheid zo hoog dan hij die ziek begint te worden.

Een herbezinning in deze vorm kan alleen maar betekenen, het nieuwe jaar ingaan met God.

Een Gelukkig Nieuwjaar

Pistache noten

Zo aan het einde van het jaar is het altijd weer een gezellige tijd en een van de lekkerste dingen die ze me kunnen voorschotelen zijn die heerlijke borrelnoten, licht geroosterd met de schil er nog om heen. Uiterst geschikt om je nagels aan kapot te scheuren, maar is de schil er eenmaal vanaf, dan komt daar die heerlijke groene kern te voorschijn.

We hebben het over de Pistache (Pistacia vera), een echte delicatesse. De Pistache is een geslacht van 10 soorten in de Pruikenboomfamilie (Anacardiaceae). Het geslacht is inheems op de Canarische eilanden, noordwest Afrika, zuid-Europa, centraal en oost Azië en het zuiden van Noord-Amerika (Mexico en Texas). Het zijn kleine bomen en struiken van 5-15 meter hoog. De verspreid staande bladeren zijn geveerd en kunnen afhankelijk van de soort groenblijvend of afvallend zijn. In gunstige omstandigheden kan de boom 150 jaar oud worden.


Ook in de Bijbel komen ze al voor, zo lezen we dat Jakob deze noten meegeeft aan zijn zoons als ze voor een tweede maal naar Egypte hun broer gaan opzoeken (Gen 43:11). In de Statenvertaling worden ze de terpetijnnoot genoemd, vanwege het feit dat de noot ook wordt gebruikt om terpetijn te maken. En een paar Bijbelboeken verder lezen we over een plaats die zelfs naar deze delicatesse is genoemd: Betonim (Joz 13:26). Op zich is dit niet vreemd, archeologische vondsten in het hedendaagse Turkije en in Jordanië (Petra) hebben aangetoond dat de Pistache al werd gebruikt als voedsel in 6700 v.C. De koningin van Sheba was zo verzot op deze lekkernij dat ze de gehele opbrengst uit haar land voor zichzelf bestemde. De Egyptische Hatshepsut bracht na haar expeditie naar Punt de sntr en ‘ntyw mee, welke beiden met de pistache zijn geïndentificeerd. Verschillende geleerden denken dat deze twee koninginen één een de zelfde persoon zijn. Als dat zo is dan is deze “verslaving” van beide koningen voor de pistache noot, een extra aanduiding voor deze theorie.

Het Hebreeuwse woord בָּטְנִ֖ים (Boṭnim) is afgeleid van בֶּטֶן “buik” (Job 20:20; Spr 13:25; 18:20) een plaats gevuld met voedsel, wat een zeer toepasselijk benaming is voor deze noot: eerst moet de schil eraf voordat men bij het voedsel kan komen (cf. 1 K 7:20). Ditzelfde woord wordt ook gebruikt voor de baarmoeder die als een beschermende mantel om de foetus heen is geweven (Ps 139:13).

Tags: ,

Zo aan het eind van het jaar verschijnen er weer Bijbelroosters welke je het komende jaar als handvat bij de Bijbel kan gebruiken.

Het Nederlands Bijbelgenootschap heeft er een die te downloaden is. Ook is er de blog bijbelhistorischlezen welke binnen 2 jaar de gehele Bijbel wil doorwerken, een echte aanrader.

Andere roosters op internet zijn die van de EO, het GKV, de evangeliegemeente Kaleo, en die van de uitgever NZV.

Veel leesplezier.

Update: de ESV Bible Blog en de nieuwe blog van Mark D. Roberts “The Daily Psalm” bieden ook goede leesroosters aan.

Ziekenzalving

De vorige keer hebben we de zalving van het lichaam en als eerbewijs behandeld, deze keeer besluiten we deze korte woordstudie met het aspect van de ziekenzalving.

Het woord αλειφο (a’leipho) komt twee keer in de Bijbel voor in de betekenis van het zalven van zieken:

  • αλειψαντες
    Jakobus 5:14 Is iemand krank onder u? Dat hij tot zich roepe de ouderlingen der Gemeente, en dat zij over hem bidden, hem zalvende met olie in den Naam des Heeren.
  • ηλειφον
    Markus 6:13 En zij wierpen vele duivelen uit, en zalfden vele kranken met olie, en maakten hen gezond.

Om de teksten in Markus 6:13 en Jakobus 5:14 te begrijpen, moet men zich de zeden en de zin van de oliezalving tot genezing in het hellenisme en jodendom herinneren.

  1. De olie werd als medicijn gebruikt voor verzachting en heling van verschillende ziekten. Rabbijnse voorbeelden gebruikten olie bij ontstekingen, wonden, hoofdpijn, huiduitslag etc.
  2. Verder diende de olie als magisch-medicijn en in het bizonder als exorcistisch middel.

De grenzen tussen deze twee zijn moeilijk aan te duiden, temeer daar in het verleden ziekte vaak werd terugevoerd op demonische invloeden. Dit geldt in het bizonder voor psychische en epileptische ziekten. Een oliezalving tegen bezetenheid wordt genoemd door Celsus (Med. III 23, 3) en in de Midrash (Qoh 1, 8[9a]) wordt gesproken over heling en verlossing van een betoverde [=bezetene]. In de slav. Henoch 22, 8ev staat: En de HEER zei tot Michael: Ga en ontdoe Henoch van zijn aardse klederen, en zalf hem met mijn zoet zalfsel en doe hem de klederen van Mijn glorie aan. En Michael deed wat de HEER hem had opgedragen. Hij zalfde mij en kleedde mij, en de verschijning van het zalfsel was meer dan een groot licht, en was als zoete dauw, en het rook mild, schijnenden als de stralen van de zon, waaruit de heilzame werking van de olie door toedoen van Gods glorie blijkt.

Ook bij de eerste christenen had de olie zowel de medische (Lukas 10:34) als de medisch-exorcistische betekenis behouden en is overgedragen op de gewijde olie, zie bijvoorbeeld Acta Thomae 67 (4de eeuw n.C.), waar Jezus wordt gevraagd om de door de demonen geplaagden te zalven. De gezondmaking van keizer Antoninus door een christen met geweide olie wordt door Tertullianus (Ad Scapul 4) beschreven. Een bezetene wordt door Palladius (Hist Laus 18, p 55 Butler) bevrijd door middel van oliezalving. Bij anderen zoals Irenaeus (21, 5) en Heracleon (Epiph Haer 36,2,4ev) vinden we soortgelijke voorbeelden, soms voor zieken op het sterfbed.

In het NT is de oliezalving een medisch-exorcistische handeling bij zieken. In Markus 6:13 genezen de discipelen in samenhang met hun prediking en demoonuitdrijving, en zijn daarin boodschappers en verkondigers van het komende rijk van God. In Jakobus 5:14 wordt dezelfde medisch-exorcistische handelingen der oliezalving bij de zieken door de ambtsdragers voltrokken. De oliezalving gebeurd onder aanroep van de Naam des Heeren en is opgesloten in het gebed voor de genezing. De olie heeft hier inderdaad het karakter van een sacramentale materie.

Opvallend is dat in Markus 6:13 leerlingen in Naam van God zalven en in Jakobus 5:14 gesproken wordt van πρεσβυτερους presbuteros “ouderen” of “ambtdragers” van de gemeente en niet van sacerdotes “priesters” of “levieten”, in Lukas 10:34 zien we dat een Samaritaan de zieke zalft. Hieruit blijkt dat een ieder in zijn ambt van vertegenwoordiger van Christus en in de Naam van Christus mogen zalven. Vergelijk in deze de geschiedenis van de zonen van Sceva (Handelingen 19:13-16), welke niet dit ambt hadden maar wel in de Naam van Christus predikten.

Tags:

„Kerstmis is het feest van de geboorte van het kind dat hoop geeft en licht doet schijnen in een donkere wereld. Dat licht kan ook duisternis in harten van mensen verdrijven. Het bijzondere van het kerstkind is dat het ons allen kan ontroeren en met vreugde vervullen. Samen beleven wij gevoelens van dankbaarheid in de viering van het kerstfeest. Dan beseffen wij wat waardevol is in het bestaan.” aldus de kersttoespraak van onze koningin.

Echter in de wereld zien we een andere boodschap: Kerstbomen die “feestdagbomen” heten en kerstversiering die “groenversiering” heet, de conservatieve christenen in de VS nemen het niet meer. Ze spannen processen in en organiseren boycots. In de Verenigde Staten is de verzoenende sfeer die Kerstmis zou moeten kenmerken is ver zoek. Volgens de koningin “wordt in onze wereld de maatschappelijke samenhang bedreigd door spanningen tussen bevolkingsgroepen.” In Israel zien we dan ook de Kassam raketten door de lucht vliegen. En in ons eigen landje moeten we opletten of we geen loslopende pakketjes zien in de trein, de metro of op het station.

Het is Kerstmis. Het feest van de geboorte van Christus. Feest van de vrede op aarde. “In wanhoop zoeken velen eveneens vertroosting bij God. In de band met de Schepper van het leven vinden zij een bron van bezieling.” zegt de koningin en vervolgt met “Woorden als ”Gode zij dank!” maar ook ”Allah zij geprezen!” verwijzen naar een godsvertrouwen dat een aloud gevoel van eerbied en geborgenheid uitdrukt.”

Toch vraag ik me af waarom de koningin dan niet verwees naar “het kind dat hoop geeft”, naar Christus die stierf voor ons en daardoor “het licht doet schijnen”, het is verworden tot een kind, zonder naam. En hoe kunnen de “spanningen tussen bevolkingsgroepen” (”Allah zij geprezen!”) worden opgelost, als niet wordt verwezen naar de Boodschap van dit Kind dat Vrede bracht (”Gode zij dank!”). Als de kerken juist op Kerstmis open zijn in plaats van worden gesloten. Waar in kerken theologen hun eigen professie verloochenen door te stellen dat het allemaal een mythe is.

Het is Kerstmis. Het feest van de geboorte van Christus. Feest van de vrede op aarde. Echter zonder de “kerst” missen we dan niet iets? Is het alleen nog maar een mythe? Is er daarom zo weinig vrede? Omdat de kern van dit alles verwijderd is?

Durven we op zoek te gaan naar die zaken die “het leven uittillen boven het banale van alledag”? Durven we net als de herders onze “schaapjes op het droge” achter te laten? Durven we, net als de wijzen, weer op zoek te gaan naar het Kind dat de vrede brengt?

Tags:

Een andere in de lijst van onwaarschijnlijke hypotheses is die dat de “Ster van Bethlehem” UX Ursae Majoris zou zijn. Deze theorie wordt beschreven door H. Peter Aleff in zijn boek “Cherubwheels”.

UX Ursae Majoris is een variabele ster met nova-achtige verschijnselen in het sterrenbeeld Grote Beer (=Ursa Majoris). De ster is ontdekt in 1933 door de astronoom S. Beljawsky. Betreffende de aard van dit type variabele ster wordt verwezen naar het artikel “Variable Star Of The Season” van Kerri Malatesta en de verschillende referenties bij de bibliografie.

Volgens de schrijver maakt dit sterrenbeeld onderdeel uit van een groter geheel welke een Chrerub (=engel) moet voorstellen. De wijzen die deze “nova” zagen zouden hem dan in het zuiden van Arabië gezien hebben en de ster richting het noorden zijn nagereisd. Het verhaal zit vol met New Age en andere niet wetenschappelijke elementen dat het niet de moeite waard is om hier dieper op in te gaan. Het is gewoon een van de vele varianten op de “Ster van Bethlehem”.

Tags: ,

De afgelopen twee maanden hebben we verschillende hypotheses doorgenomen, verschillende achtergronden zijn onderzocht, zoals die van de magiërs, de herders, Simeon en Hanna.
Nu op de vooravond van kerst kunnen we niet anders dan de conclusie trekken dat “de ster van Bethlehem” een feit is. We baseren dit niet alleen op het woordgebruik van Mattheüs, wat wijst op een astronomisch natuurverschijnsel. Maar ook dat de magiërs bestaande personen zijn geweest, wat hun namen waren en hoeveel het er waren dat is niet belangrijk.
Ook zullen er nog vragen blijven, en zeker kunnen we niet alles verklaren en er zal nog veel aan nader onderzocht moeten worden.


Belangrijker is het, dat we weten dat er wetenschappers, magiërs, het natuurverschijnsel observeerden en de conclusie trokken dat er iets bijzonders in de wereld gebeurde, namelijk dat er een Koning was geboren. Zij trokken niet alleen de conclusie, maar hadden ook het geloof om erop uit te trekken en deze Goddelijke Koning, Jezus Christus de Zoon van God, te zoeken en te aanbidden.

Mogen wij hun voorbeeld navolgen en God aanbidden, zoals ook de engelen dat deden: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen (Luk 2:13). Als laatste, het gaat er niet om of we, wat in de Bijbel staat, kunnen bewijzen. Ons geloof valt niet te bewijzen en toen de ster van Bethlehem 2000 jaar geleden aan de hemel zijn boodschap verkondigde, was deze boodschap niet alleen beperkt met de aankondiging dat de Koning der koningen was geboren, maar dat deze Koning, voor ons is gestorven aan het kruis te Golgotha. Dat Hij gestorven is voor onze zonden en is opgestaan uit de doden. Dit is de boodschap welke deze ster van Bethlehem heeft te verkondigen, en dit is hetgeen wat wij met kerst hebben te vieren.

Christus zal wederkomen, natuurlijk zijn er die zeggen “Waar is Hij dan?” (2 Pet 3:4), maar we moeten niet vergeten dat één dag of duizend jaar voor de Here geen verschil maakt (2 Pet 3:8), Hij wacht alleen met het vervullen van Zijn belofte, omdat Hij zoveel geduld heeft. Hij wil niet dat er iemand verloren gaat, maar dat alle mensen tot bekering komen (vs. 9).

Tags:

Er zijn in de loop der jaren heel wat hypotheses verschenen over de Ster van Bethlehem, sommigen zijn zeer overtuigend, anderen moet je om lachen als je ze leest. Zo kwam ik er een tegen van een zekere Clark M. Thomas die beweert dat de nevel NGC 1514 de ster zou zijn geweest.

Het eerste wat ik me afvroeg wat is de nevel NGC 1514, in mijn computer had ik een wazig plaatje maar meer ook niet. Als eerste de cryptische benaming, NGC is een afkorting van “The New General Catalogue of Nebulæ and Star Clusters” welke door J.L.E. Dreyer in de 19de eeuw is gemaakt en 1514 betekent dat deze nevel onder dat nummer in deze catalogus is vermeld.


De theorie op zich is vrij simpel, het gaat van het bekende thema uit dat er een nova in deze nevel zichtbaar was rondom Christus geboorte. De wijzen zouden deze dan gezien hebben op 17 april 6 v.C. en zouden deze observatie gedaan hebben doordat ze via een rechte lijn van de planeten Jupiter, Mars en Mercurius deze nevel zagen. Dit alles zou in de vroege ochtend zijn gebeurd. Als verdere bewijsvoering wordt aangevoerd dat er in deze nevel een kruis te zien is.

De vraag is of we op zo’n simpele manier de ster van Bethlehem kunnen aanwijzen. Hoewel de theorie eenvoudig is, zijn er toch een paar grote vragen. Als er een nova zichtbaar was, zijn er dan nu nog overblijfselen van aanwezig of zijn er door anderen dan de wijzen ook observaties gedaan? In de verschillende bronnen die ik heb geraadpleegd (zie bibliografie) kon ik in deze streek aan de hemel geen novae vinden. Een ander probleem is de posities van de planeten. Op de kaart die Thomas aanlevert is al te zien dat de planeet Jupiter zich onder de horizon bevond. De hypothese wordt nog verder verzwakt doordat de opkomende Zon de waarnemingen bemoeilijkte.

NGC1514 is een vrij zwakke nevel met een centrale ster van magnitude 9.7, dat betekent dat deze niet met het blote oog zichtbaar is. Echter met een zwakke kijker (die de wijzen niet hadden!) is deze echter te vinden en met speciale filters is hij plotseling zeer duidelijk. Hieronder geef ik een tweetal observatieverslagen weer:

Als eerste Tom Corstjens:

    In al de jaren dat ik bij Descartes ben, had ik nog nooit gehoord van deze planetaire nevel in Taurus. Op een winternacht nam ik de atlas ter hand, en merkte dat NGC 1514 een vermelding kreeg van magnitude 10.9, wat toch uitzonderlijk helder is voor planetaire nevels. Daarom ging ik op zoek, het best ga je uit van de voet van Perseus. Het is niet eenvoudig te vinden, maar eenmaal ik dit object in mijn oculair had staan, viel me meteen op dat het een helder en opmerkelijk groot object is, dat zelfs zonder OIII-filter goed te detecteren is. Het meest opvallende is de erg heldere centrale ster van mv9.5, die in elk type kijker zichtbaar is. Eenmaal je het object weet te staan, zal je merken dat ook in je zoeker de centrale ster zichtbaar is. Hierdoor kan je het in de toekomst zeer snel terugvinden! De grote maar eerder zwakke planetaire schijf kan je zeker in een elfje onderscheiden, en in een grotere kijker met behulp van een OIII-filter kan je een onregelmatige structuur vinden die een beetje op de haltervorm van M27 doet denken. Erg leuk!!

Had dhr. Corstjens al moeite deze nevel de eerste keer te vinden, een andere (onbekende) astronoom schreef in “Distant Targets” het volgende over zijn speurtocht:

    Ik ga het nog effe hebben over die attachement (1 van de 7 schetsen die ik deze nacht gemaakt heb) : het betreft NGC1514 (aan de voet van perseus), een leuk planetair nevelke. De tekening is gemaakt met een 9mm LV oculair (fov: 16′ en V:177x) en een OIII filter: ik heb me suf zitten zoeken naar dat planetair nevelke: ie staat tussen twee sterren in: waar is ie nou: ik zag slechts drie, quasi even heldere sterren op een rij, tot ik het es probeerde met m’n OIII: opeens vlamt er een halo op rond het middelste sterretje, ja jongens, en ik maar zoeken. Een redelijk grote planetaire nevel, een duidelijke heldere ster: ik dacht dat ik met perifeer te kijken nog een zwak sterretje te zien in het nevelke, maar dat zal wel bedrog zijn.

Hieruit blijkt dat deze ster met hulpmiddelen (!) al het nodige zoekwerk kost, laat staan voor de wijzen die deze zwakke nevel met het blote oog en bij zonsopkomst moesten waarnemen. Het moge logisch zijn dat deze theorie niet al te waarschijnlijk is.

Tags: ,

Na een zoektocht naar artikelen over “de Ster van Bethlehem”, bleek dat ook onder de verschillende bloggers er verschillende zijn die daar een of meerdere artikelen aan hebben gewijd. Hieronder een kort overzicht van een aantal welke ik heb gevonden.

Greg uit Egypte vraagt zich af wat de The “real” Star of Bethlehem is, terwijl Brad op zijn The Christmas 411 een compleet artikel heeft over genomen van Wikipedia. Anderen beperken zich tot alleen mooie plaatjes zoals Jim West, George Breed en Ed. Terwijl anderen zoals James Brush en Lil Kath aan eten en drinken denken.

Interessanter is de blog van Bill Petro die met zijn History of the Star verschillende aspecten van het kerstfeest behandeld inclusief achtergronden. Ook Dean Jorge Bocobo heeft een aardig artikel waar van alles bij elkaar wordt gehaald. Abranches D’Sylva behandeld de hypothese van de komeet Halley, terwijl Duncan Davidson de hypothese van de Shekinah aanhaald. Zie ook Koh Xuan Yang met zijn artikel over de wijzen.

Natuurlijk moeten we niet vergeten de discussie op de brief van Prof. Dr. Gerd Lüdemann welke door Jim West werd geplaatst op zijn blog Biblical Theology en welke verschillende vraagtekens stelt rondom de gebeurtenissen bij Christus’ geboorte. Voor het volledige artikel verwijs ik naar Gerd Lüdemann’s homepage: The Christmas stories are pious fairy-tales, verdere informatie is te vinden op de blog van Mark Goodacre. Ook Michael Bird geeft hier zijn mening over.

En zo zijn er nog veel andere bloggers die zich hebben gewijd aan het fenomeen “de Ster van Bethlehem”.

Tags:

Bij de analisering van de “Ster van Bethlehem”, zal, om een goed inzicht te krijgen, gekeken worden hoe men toen leefde, waar men zich toen mee bezig hield en andere achtergronden welke direct danwel indirect te maken kunnen hebben met ons onderzoek.

De tijd waarin de gebeurtenissen van ons onderzoek plaatsvond mogen we plaatsen naar het jaar ‘nul’ van onze kalender. Dat de exacte datum niet deze datum was doet voor het verkijgen van de genoemde achtergrond informatie niet ter zake, daar binnen een paar jaar de culturele setting niet al te snel veranderd. Dat het inderdaad om deze periode gaat mogen afleiden uit het feit dat in de desbetreffende passages van de Bijbel de Romeinse politici, zoals keizer Augustinus en koning Herodus, die beiden regeerden in een periode van 40 v.C. tot 15 n.C. worden genoemd.

De vorming van het Joodse volk
Om inzicht te krijgen in de complexe politieke achtergronden, uit die periode, is het noodzakelijk om in de tijd terug te reizen en eerst te kijken hoe het Joodse volk is ontstaan.

De Joden waren ervan overtuigd, dat het verbond, dat gesloten was tussen God en hun voorvader Abraham en met diens nakomelingen (Gen 15: 18-21), hen de speciale status had gegeven van het uitverkoren volk. Dit idee, uitgewerkt in de Thora , kreeg vorm toen ze door Mozes uit hun Egyptische slavernij waren bevrijd en in hun vlucht, ook wel de Exodus genoemd, op weg waren naar het beloofde land Kanaän. Nadat zij eenmaal dit land in bezit hadden genomen werden ze in de eerste instantie bestuurd door richters. Op een gegeven moment stelde de profeet Samuël, op verzoek van het joodse volk Saul aan tot koning. Zijn opvolger was David, een man die naast een voortreffelijk soldaat en staatsman ook nog artistiek en verstandelijk begaafd was. Onder diens regering werd een theocratische staat ontwikkeld en was een van de hoogte punten van de joodse geschiedenis. David stierf omstreeks 950 v.C. en werd door zijn zoon Salomo opgevolgd. Salomo was een wijs koning die via militaire en politieke activiteiten (hij sloot vele verdragen met buurlanden) Israël tot een grote natie maakte. Hij was tevens de man die de grote tempel in Jeruzalem bouwde. Na zijn dood viel het rijk in tweeën en begon de Israëlische macht te tanen. Het volk verviel tot afgoderij, waartegen de profeten optraden. Uiteindelijk was het land dermate verzwakt, dat in het midden van de 8ste eeuw v.C. de Assyrische koning Sargon II besloot dat de tijd, om Israël te vernietigen was aangekomen. De tien belangrijkste stammen van de Israëlieten werden afgevoerd naar de diverse delen van het Assyrische rijk en werden verstrooid. De twee overgebleven stammen die woonden in Judea werden nadat het Assyrische rijk door een gezamenlijk leger van Perzen en Babyloniërs werd vernietigd, aangevallen in 586 v.C. door Nebukadnezar II. De tempel van Salomo werd vernietigd en de 2 overgebleven stammen werden afgevoerd naar Babylon.

Hier in Babylon waren de Joden intussen bezig zich geestelijk te herstellen en de voorloper van de synagoge ontstond. Een van hun profeten, Ezechiël, sprak op grote bijeenkomsten en bij vele gelegenheden het Joodse volk toe en gaf hun hoop op terugkeer. Een andere profeet: Daniël had een hoge positie aan het hof aldaar gekregen. De Perzische koning Cyrus trok in circa 540 v.C. Babylon binnen en maakte een eind aan het Babylonische rijk (Dan 6). Onder zijn heerschappij hadden de Joden een relatief vrije godsdienstuitoefening en mochten na hun terugkeer in 538 v.C. de tempel herbouwen (Ezra, Nehemia). De vreemdelingen die zich in het land Kanaan hadden gevestigd, beter bekend onder de naam Samaritanen, werden hun voornaamste vijanden, mede doordat de teruggekeerde Joden niet toestonden dat ze meebouwden aan de Tempel. In het jaar 480 v.C. werd een komplot tegen de Joden gemaakt, om deze uit te moorden. Dit is naar mij bekend de eerste keer dat antisemitisme voorkwam. Deze wordt echter door Esther, de Joodse vrouw van de Perzische koning Ahasveros (Esther 1-10), samen met haar neef Mordechai verijdeld. De Joden vieren dat heden ten dage nog door het Purimfeest (ong. 1 maand voor Pasen).

Tegen het einde van de vierde eeuw v.C. vernietigde de Macedoniër (c.q. Griek) Alexander de Grote het Perzische rijk en veroverde de landen tot aan de grenzen van India. Grieks werd de hoofdtaal (zoals nu het Engels) van de wereld en de eerste boeken van het Oude Testament werd hierin vertaald; deze vertaling heet “Septuagint” (=70, het is nl. door zeventig oudsten vertaald). Hierdoor werden de Joodse ideeën wijd en zijd in het Midden-Oosten en rond de Middellandse Zee verbreid. Onder de overheersing van de Seleucidische Grieken, kregen de Joden en de andere inwoners van Israël een grote mate van autonomie. De godsdienstvrijheid werd niet aangetast en de hogepriester kreeg geleidelijk aan steeds meer macht. Echter slechte sociale omstandigheden bracht ontevredenheid en veroorzaakten opstandigheid onder het volk. Als represaillemaatregel kwamen er religieuze vervolgingen die uiteindelijk leidden tot de opstand van de Makkabeeën (168 – 164 v.C.). Uiteindelijk werd er een bestand gesloten, hierbij aanvaardden de Joden de politieke afhankelijkheid in ruil voor godsdienstvrijheid. En opnieuw kreeg de hogepriester geleidelijk aan steeds meer macht, in de eerste instantie alleen in religieuze zaken, maar later ook in de politieke. Op een gegeven moment begonnen de Romeinen, in hun drang om de wereld te beheersen, interesse te tonen voor Israël en in 63 v.C. werd door de Romeinse generaal Pompeius Judea veroverd en gedegradeerd tot een vazalstaat.

De politieke achtergronden
We zijn nu in de periode beland welke van belang is van ons onderzoek. Tot deze tijd waren de Joden of trouw gebleven aan de wetten van Mozes en de Thora of hadden ze de voorkeur gegeven aan de ideeën van hun overheerser van dat ogenblik, zoals de Grieken of de Syriërs. Na de Maccabese oorlogen ontstond er een partijsysteem in de Joodse politiek. De voornaamste voorstanders van de oude Wet kwamen grotendeels uit de lagere standen en de middenklasse, zij werden Farizeeërs genoemd, patriotten, die vasthielden aan de opvatting, dat de Joden “afgescheiden” moesten blijven van alle niet-joden. Hun voornaamste tegenstanders waren de Sadduceeën, die voornamelijk de hogere standen vertegenwoordigden en veelvuldig het Hogepriesterschap bezaten en daardoor de meeste macht hadden. Ze legden trouwens de Wet ook anders uit. Naast deze hoofdparijen waren er nog verscheidene andere splintergroeperingen, die met geen van tweeën verbonden waren en meer aanhanger bleven van de Maccabese idealen.

Naast deze Joodse politiek was er ook de Romeinse politiek die de gehele wereld rondom de Middellandse Zee beïnvloedde. Zo neemt Pompeius in 63 v.C. Jeruzalem in, en wordt in 48 v.C. vermoord in Egypte door de beroemde Julius Caesar. In het jaar daarop zet Julius Ceasar Cleopatra op de troon van Egypte en verslaat vervolgens zonder veel moeite Pharnaces (Na deze daad sprak Julius Caesar de gevleugelde woorden “Veni, vidi, vici” =Ik kwam, ik zag, ik overwon). Om de politieke onrust in het gebied Judea tot bedaren te brengen stelde hij Herodes tot gouverneur aan. Tevens werd de bijna onaantastbare machtspositie van de hogepriester ingedamd, o.a. door de bepaling dat deze per jaar opnieuw gekozen moest worden. Na de dood van Julius Caesar, komt zijn stiefzoon Octavianus aan de macht. In 27 v.C. geeft Octavianus afstand van zijn bevoegdheden, en geeft de macht aan de senaat terug. Deze verleent hem dan de eretitel “Augustus”. Deze Augustus was het nu waarvan de evangelist Lucas spreekt over de volkstelling (Luk 2: 1).

De laatste politicus, welke het politieke toneel in Judea bepaalde was de reeds eerder genoemde Herodes. Hij begon zijn regering als gouverneur in het jaar 47 of 46 v.C. over Galilea en werd later koning over Judea in 37 v.C. Tijdens zijn regering was hij enerzijds populair, doordat hij ter ere van Caesar verschillende theaters, amfitheater bouwde, en racebanen liet aanleggen voor zowel paarden als mensen. Daarnaast bouwde of herbouwde hij verschillende forten en tempels (inclusief Straton’s toren welke hernoemd werd in Caesarea). Zijn grootste werk was het herbouwen van de tempel te Jeruzalem in 20 v.C. Anderzijds was hij zeer wreed, hij liet al degenen, die ook maar de minste verdenking van verraad op zich hadden geladen, zijn eigen vrouw incluis, vermoorden. Daarnaast organiseerde hij grootscheepse zuiveringsacties, door deze politiek ontstond langzamerhand een politiestaat. Zijn spionnen en geheime politie waren overal aanwezig. Aan het einde van zijn leven namen Herodes’ achtervolgingswaanzin en de daarmee gepaard gaande wreedheden toe. In dit kader, is het bevel om alle jongetjes in Bethlehem en omstreken te vermoorden, om zo te voorkomen dat er een potentiële troonopvolger zou zijn, zeker niet vreemd. Hij liet zelfs, toen hij al op zijn sterfbed lag, en na een mislukte zelfmoordpoging, zijn zoon Antipater vermoorden toen hij hoorde dat deze de troon wou bestijgen.

In deze omgeving nu vinden we in Mattheüs (2: 1-13) naast de hoofdpersonen Jezus Christus en zijn moeder Maria, Jozef de man van Maria, koning Herodes met zijn zoon Archelaüs, de overpriesters, de schriftgeleerden en tot slot de magiërs. In het evangelie van Markus en Johannes lezen we niets over de geboorte van Jezus. In het evangelie van Lukas (2: 1-40) vinden we, naast de reeds eerder genoemde personen, ook de herders, Simeon en de profetes Hanna. Als laatsten worden genoemd de Romeinse keizer Augustus en zijn gouverneur over Syrië Quirinius. Een belangrijk detail wat hier verder wordt genoemd, is dat er een volkstelling was, waarvoor Jozef en Maria naar Bethlehem moesten reizen.

Tags:

« Older entries