‹ Sterrenbeelden (Job 9:9)Tanach ›
Koehandel (Lea & Rachel)
Gepubliceerd op 05-12-2005

Laban had twee dochters: De jongste was Rachel en van haar lezen we dat "ze schoon van gestalte en schoon van uiterlijk was", evenals haar toekomstige schoonmoeder Rebecca (Gen24:16). Dat kon van haar zuster Lea niet gezegd worden. Ze had fletse ogen en dat was in het Oosten een groot gebrek, want fonkelende ogen golden als een buitengewoon sieraad voor de vrouw. Het effect werd vaak benadrukt door zwartsel aan de oogharen en wenkbrauwen te strijken, zoals ook Izebel deed (2 Kon 9:30)

We kunnen ons voorstellen hoe Lea zich gevoeld moet hebben als ze met haar zuster geconfronteerd werd. Zonder God erin te kennen ging Jacob met Laban een soort koehandel aan: Hij zou zeven jaar als herder bij hem in dienst komen en aan het eind daarvan zou hij Rachel als vrouw krijgen. Uit het vervolg blijkt dat dit stellig niet Gods bedoeling is geweest. Laban hield zich niet aan de gemaakte afspraak. Hij nodigde wel iedereen uit op het bruiloftsmaal, maar in de bruidsnacht bracht hij de gesluierde Lea bij Jacob in de tent. Die schrok de volgende morgen: zie, het was Lea. Laban verontschuldigde zich en zei dat wat hij gedaan had de gewoonte van het land was. Hij beloofde alsnog, weer voor zeven jaren dienst, Rachel.

Het een en ander werd bedisseld buiten de meisjes om. In huwelijkszaken hadden die niets te vertellen. Lea had de waarheid kunnen vertellen. Daarom was ze niet te verontschuldigen, maar na bovenstaande is haar bedrog te begrijpen. Hoe de meisjes over deze koehandel dachten horen we later: "Zijn we niet door onze vader als vreemden behandeld, omdat hij ons erkocht heeft?" (Gen 31:15).

Jacob liet duidelijk merken dat hij niet om Lea gaf: "hij had Rachel lief, in tegenstelling tot Lea" (Gen 29:30). Juist daarom schonk God Lea kinderen en Rachel niet (Gen 29:31). De ongelukkige Lea hoopte daardoor haar man te winnen, al wekte ze daardoor de jaloezie van haar zus op. Wat was ze blij toen haar eerste geboren werd. Zij, en niet haar man, gaf hem de naam Ruben, want "de Here heeft mijn ellende aangezien: nu zal mijn man me liefhebben".
Uit deze en haar latere woorden blijkt welk een gelovige vrouw ze was. Rachel niet: die stal haar vaders huisgoden en wist door een list ze zich toe te eigenen. Eerst jaren later kwam Jacob ertoe ze te begraven (Gen 35:4).

Bij de geboorte van haar tweede zoon ze Lea: "De Here heeft gehoord dat ik niet bemind ben: Hij heeft me ook deze geschonken". Met drie kinderen meende ze te mogen verwachten dat Jacob haar toch wel zou liefhebben: "Nu zal mijn man zich toch wel tot mij aangetrokken voelen, want ik heb hem drie zonen geschonken". Het verdient een speciale vermelding dat ze over God spreekt als JHWH, de Verbondsgod. Rachel sprak van Elohim (een Hoger Wezen). Ze loofde de Here bij de geboorte van haar vierde kind. Steeds was zij het die de kinderen hun namen gaf.

De verhouding tot haar zuster was slecht. Als die in haar dwaze bijgeloof de liefdesappels wil hebben om kinderen te krijgen zegt Lea: "Is het niet genoeg dat je mijn man gestolen hebt?" Zij had die appeltjes niet nodig. Bij de geboorte van haar vijfde kind zei ze: "God heeft me mijn loon gegeven". Bij haar laatste kind zei ze: "God heeft mij een mooi geschenk gegeven. Ditmaal zal mijn man bij mij wonen omdat ik hem zes zonen geschonken heb" (wat hij blijkbaar dus niet deed).

Jammer dat, als Rachel haar slavin inschakelt om Jacob kinderen te schenken, zij haar daarin gaat volgen (Nb. Dan spreekt ook zij van Elohim!). Ook de verhouding tot haar vader was niet zoals die had moeten zijn: als Jacob in overleg met zijn vrouwen besluit te vluchten zeggen ze: "Wij krijgen of erven toch niets meer uit het vaderlijk huis. Hij heeft ons verkocht en het geld bovendien nog opgemaakt. Doe dus maar wat God van je vraagt". Jacob had hun verteld dat God Zelf hem in een droom (Gen 31:13) had opgedragen het land te verlaten. Hoewel Laban bij het afscheid zijn dochters omhelsde en hun zijn vaderlijke zegen gaf heeft hij ze nooit meer gezien.

Jacob was zo consequent in zijn voorkeur voor Rachel, dat hij bij het naderen van zijn broer Ezau (van wie hij vreesde dat hij kwaad in de zin had), Lea met haar kinderen voorop liet gaan en Kozef en Rachel in de achterhoede hield (Gen 33:7).

Met meer recht dan Rachel wordt Lea "een bouwer van het volk Israël" genoemd (Ruth 4:11). Uit haar zoon Juda is David geboren. Dus was zij ook de stammoeder van Christus: Gods belofte aan Abraham (Gen 28:14) is in haar kind vervuld; niet in dat van Rachel. Bij haar dood werd ze in de spelonk van Machpela bijgezet: bij de drie aartsvaders: Abraham, Izak en Jacob. Die eer is Rachel niet ten deel gevallen.


Tags: Gezinsleven, Personen

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker