Ster van Bethlehem: αστηρ

Als de Ster van Bethlehem een natuurverschijnsel was, is dit dan door meerdere mensen gezien, en zoja waarom dan niet door Herodes? Allereerst lijkt het, dat er nergens staat waar de ster verscheen. Ten tweede blijkt dat de ster niet constant zichtbaar was, want anders hadden de wijzen zich niet uitermate hoeven te verblijden. Na verschillende hypotheses te hebben behandeld zullen we ons nu verdiepen over het woord αστηρ wat in de grondtekst staat.

Het Griekse woord αστηρ “astèr” wat in Mattheüs 2 vers 2, 9 en 10 wordt gebruikt, heeft als eerste de betekenis voor ons woord ster. Andere betekenissen voor dit woord zijn:

  • een hemellichaam (vgl. HERACL. 99 D, AR) zoals de zon,
  • een vlam, licht, vuur (E.Hel.1131),
  • astêr petrinos, een meteoriet (Placit.2.13.9)
  • een luchtverschijnsel in het algemeen D 75, PLUT.

Niet astronomische betekenissen zijn

  • een (op een overdreven manier) “knappe vrouw” (HEROND. 1, 32)
  • “zuster” (ARISTOT.)
  • een geboorteteken in de vorm van een ster (Carcin. ap. Arist.Po.1454b22)

Daar men in de oudheid onder astronomie ook meteorologie en astrologie verstond, kan men dus uit bovengenoemde definitie concluderen dat men ook fenomenen zoals halo’s, regenbogen, kometen en meteoren beschreef als αστηρ. Bij een verdere bestudering blijkt dat men dit woord ook gebruikt wordt voor sterrenbeeld. Men kan dan ook het best dit woord vertalen met ‘hemelverschijnsel’ of ‘hemellichaam’ en dan in de ruimste zin van het woord. Zoals bij de behandeling van de verschillende hypothese’s naar voren is gekomen hebben verschillende geleerden dit woord dan ook geïnterpreteerd als het fenomeen Aurora Borealis oftewel het Noorderlicht, wat dus strikt genomen correct is. Andere geleerden hebben hier zelfs een aanduiding voor engelen of de Shekinah in gezien.

Willen we er achter komen of dit een specifiek astronomische betekenis heeft, dan zullen we dit woord in de context moeten lezen. Nu staat er in het Grieks dit woord met de toevoeging “en te anatolè” (αστερα εν τη ανατολη), wat door diverse Bijbelvertalingen met “in het Oosten” wordt vertaald. Nu is de betekenis van het woord ανα−τολη “opkomst”, en wel de opkomst van de Zon en de Maan (m 4, v.-SOCR., HDT. 4, 8) danwel van sterren (AESCH.), als tweede betekenis wordt gegeven “het Oosten” (HDT. 7, 58, POL.) , terwijl ook als betekenis de oorsprong van rivieren wordt gegeven.

Heliacale opgang
Alvorens in te gaan of er nu met het woord ανα−τολη “opkomst”, een astronomische vakterm, of de meer algemenere betekenis “in het oosten” wordt bedoeld in het evangelie, zal eerst een nadere uitleg worden gegeven wat deze astronomisch vakterm nu is. Bij alle oude volken waar de sterrenhemel werd bestudeerd, onstond een kalender. Nu hadden deze oude astronomen ontdekt dat niet alle sterren het hele jaar door zichtbaar waren. Ook hadden ze ontdekt dat de Zon en Maan iedere dag hun opkomst en ondergang plaatsvond op een iets andere plek aan de horizon dan de dag daarvoor, ze ontdekten dat deze verschuiving een keer nam bij het begin van de lente en herfst, nu bekend onder de term “zonnewende”. Met deze kennis gingen ze observeren wanneer een ster voor het eerst in het jaar weer zichtbaar was aan de horizon. Dit zichtbaar worden aan de horizon wordt door astronomen heliacale opgang genoemd en zijn tegenhanger, namelijk het ondergaan van een ster aan de horizon, heliacale ondergang.

Een bekend voorbeeld is de ster Sirius (α Canis Majoris ) wiens eerste verschijnen aan de horizon bij de Egyptenaren het Nieuwe Jaar inluidde. Toevalligerwijs begon toen ook de Nijl in dezelfde tijd te overstromen. Dit verschijnen van Sirius vlak voordat de Zon gaat schijnen staat bij ons bekend als de periode van de hondsdagen. Voor deze heliacale opgang wordt in het Grieks de astronomische vakterm ανα−τολη “in de opgang, opkomst” gebruikt, in de weidste zin van het woord. Het moge logisch zijn dat hiermee een opgang in het oosten wordt bedoeld, immers de Zon, Maan en ook alle sterren komen op in het oosten.

Als in het Mattheüs evangelie had gestaan “en te epitolè” dan zou iets anders worden bedoeld, namelijk het opkomen van de sterren en planeten (Venus en Mercurius) welke dan net voor het opgaan van de Zon zichtbaar zijn.

Conclusie
Uit bovenstaande blijkt dat Mattheüs een astronomische vakterm gebruikt, echter men kan op grond hiervan niet direct een bepaalt astronomisch fenomeen aanwijzen. Dat is dan ook de reden dat er verschillende hypotheses zijn ontwikkeld wat de Ster van Bethlehem kan zijn geweest.

Tags: , ,

Stuur naar Twitter