‹ Ster van Bethlehem: DriekoningenDe ziekte van Hizkia ›
Plataan (Gen 30:37)
Gepubliceerd op 06-01-2006

Een vorige keer schreven we dat Jacob zeven jaar moest werken om Rachel als vrouw te krijgen, en dat dit door het bedrog van het Laban dit tenslotte 14 jaar werd. Daar hij bijna geen eigen bezittingen had, ging hij nog eens een periode van 6 jaar aan, met als afspraak dat zijn schoonvader Laban alle zwarte schapen en ook de geiten die een afwijkende kleur hadden zijn persoonlijk eigendom zouden worden.

Nu zijn oosterse schapen vrijwel altijd wit en de geiten altijd zwart. Laban vond dat dus een goed idee en dacht dat hij de ervaren herder Jacob tot in lengte van dagen voor een habbekrats de kudde zou moeten hoeden.

Laban onderschatte echter de capaciteiten van Jacob als veefokker. Door een uiterst zorgvuldig fokschema zag Jacob kans om zeer vermogend te worden (Gen 30:43). In de Nieuwe Vertaling (Gen 30:37) staat dat Jacob takken schilde van een paar soorten bomen, o.a. van de Plataan, en die in de drinkbakken van het vee legde. Op deze basis verkreeg hij van Laban de jonge gevlekte en gestreepte lammeren. In de Statenvertaling wordt deze boom echter Kastanje genoemd. Waarschijnlijk heeft men een vertaalfout gemaakt.

De Plataan (Platanus orientalis), is een boom met verspreide, handlobbige bladen. De bloemen in bolvormige groepen, eenslachtig, eenhuizig, bestaande uit 4-6 meeldraden, omgeven door schubvormige kelk- en kroonbladen. De vrucht is een noot. De bomen groeien snel tot een hoogte van 50 meter en hebben prachtig sterk blad, in het voorjaar vallen van de jonge twijgen en bladen vlokken van scherpe haartjes af, die irriterend heten te werken op het slijmvlies van ogen en luchtwegen. In het najaar schilferen de buitenste lagen van de schors in kleinere en grotere, veelal zeer grote plakken af. De hierdoor gevormde lichte, geelgroene "naakte" plekken verlenen de stam een typisch, duidelijk herkenbaar uiterlijk.

In de oorspronkelijke tekst in het Hebreeuws gebruikte men het woord עַרִמוֹן (ãrmõn) van עָרַם, wat "ontkleden, naakt maken" betekent. Dus de naam van de Plataan in het Hebreeuws is naakte boom; wat duidt op het afstoten van grote stukken bast en dus een zeer passende benaming is. Een kastanje doet dat niet en is dus in dit verband zoals gesteld minder waarschijnlijk.


Tags: Flora, Genesis, Plataan
Gerelateerde onderwerpen: Plataan

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs