‹ De verwording van de kerk (3)De Farizeeën ›
De Amandelboom
Gepubliceerd op 20-01-2006

Nu, een aantal weken na de feestmaand december, horen we bij het woord amandel allerlei soorten associaties: sneeuw, kaarslicht, marsepein en taaitaai, of studentenhaver, müsli, of nog veel meer. Waar we bij amandelen aan denken is het beeld van de eetbare amandelpit.

Maar hoe ziet de plant er zelf eigenlijk uit? Eerste verrassing: de tot 8 meter hoge, kale en vorstgevoelige amandelboom met zijn grijze schors is een roosachtige en is dus naaste familie van de kers, de perzik, de abrikoos en van de roos. Deze verwantschap is te zien aan de rose bloemen met gele meeldraden, die in de landen aan de Middellandse Zee al in januari opengaan. Een ander opmerkelijk feit is dat wat wij eten als amandelen het binnenste is van de harde pit. Om die harde pit heen ligt een droog, groen, friszuur-bitter en oneetbaar vruchtvlees.

De meeste bekendheid heeft de amandel wellicht gekregen in de vorm van marsepein, oorspronkelijk afkomstig uit het Oosten en traditioneel gemaakt van amandelen, suiker en rozenwater. De Perzische variant is de baghlaba; dit met kardemom gekruide product is een traditioneel onderdeel van het daar vier weken durende Nieuwjaarsfeest. In de 16e eeuw was het maken van marsepein in de Duitse landen een taak van de apotheker; de "confectiones" die hij maakte werden alleen met suiker gemaakt om het bittere geneesmiddel beter te verteren te maken. Marsepein werd onder andere beschouwd als "hartsuiker". Langzaamaan werd de marsepein steeds meer een tafelgenoegen en veranderde van een geneesmiddel in een lekkernij.

Alle benamingen van de amandel in Europese talen zijn afgeleid van het Griekse amygdale of amygdalos. De oorsprong van dit woord is niet meer te achterhalen. Het voorvoegsel 'al-' in sommige talen (bv. Spaans 'almendra', Engels 'almond') is in de samenstelling terechtgekomen van het Arabische lidwoord 'al' of 'el' dat tijdens de Islamitische bezetting van Iberië ingang vond in vele wetenschappelijke termen. De geslachtsnaam prunus is afgeleid van het Griekse proumnon = pruim, familie van de amandel. De soortnaam dulcis = zoet slaat op de smaak van de pit.

De amandel was in de Steentijd al bekend en werd waarschijnlijk vanaf de Bronstijd al gecultiveerd. Hiermee is de amandel een van de oudste cultuurvruchten van de oude wereld en het succesverhaal loopt door tot in de huidige tijd. Al in de 17de tot 16de eeuw voor Christus kwam de uit Azië afkomstige amandelboom via Perzië naar Klein-Azië, Syrië en Egypte. In de 5de eeuw kwam de plant ook naar Griekenland en het Romeinse Rijk en tegenwoordig is de boom niet meer weg te denken uit de mediterrane landen. Hij geldt daar als het symbool van de waakzaamheid en van de wedergeboorte, want hij bloeit al in januari.

Vooral uit het oude Griekenland komen vele sagen waarin de amandelboom een rol speelt. Volgens een sage zou de amandel zijn ontstaan uit een druppel bloed van de Griekse godin Cybele, de 'moeder van de Goden', die in Klein-Azië oorspronkelijk de berg- en vruchtbaarheidsgodin was. Volgens andere versies zou de amandelboom zijn ontstaan uit de mannelijke helft van een tweeslachtig wezen dat door Zeus was verwekt.

De Bijbel noemt de amandel meermalen. Bij de roeping van Jeremia toonde God hem een amandelstokje (Jer 1:11). Om dit beeld te verstaan moeten we weten dat de amandelboom, zoals hierboven al gesteld, de eerste boom in het Midden Oosten is, die na de winter gaat uitbotten en bloesemen. Reeds in januari, als de andere planten nog in hun winterslaap zijn, gaan zijn knoppen al groeien en zelfs bloesemen. Hij reageert dus sneller dan andere planten op de lentezon en lenteregen. De Hebreeuwse betekenis van het woord amandel שקד is dan ook waakzaam, oplettend. Welnu, zo zal God met grote ijver en met spoed waken over zijn woord dat het zal doen, waartoe Hij het zond. De NV geeft als vertaling "zo snel als een amandelboom in het voorjaar uitbot, zo snel laat ik mijn woorden uitkomen.", maar vergeet daarbij het Hebreeuwe beeld van de "waakzaamheid".

De zesarmige kandelaar van de bijbelse tabernakel, de plaats van samenkomst van God met Mozes en zijn volk, is gemaakt naar het model van een amandelboom. Later zag het christendom in de amandel een symbool van de onbevlekte ontvangenis: "Christus werd verwekt in Maria, zoals de amandelpit wordt gevormd in de maagdelijke amandel" (Konrad von Würzburg, 13e eeuw).


Tags: Amandelboom, Flora
Gerelateerde onderwerpen: Amandelboom

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Doneer Aantekeningen bij de Bijbel