January 22, 2006

You are currently browsing the daily archive for January 22, 2006.

Sjofar

Regelmatig wordt aan mij gevraagd wat dat voor een apparaat is dat bij mij in de boekenkast ligt. Het betreft dan de ’sjofar’, de bazuin waar de Joden bij verschillende gelegenheden op blazen.

Op zich is de sjofar een heel eenvoudig instrument. Meestal de horen van een ram of een bok, zelden van een ander dier (bv. antilope), waar de pit uit wordt verwijderd. Het omhulsel om die pit, nu hol en zo goed mogelijk geschikt gemaakt, wordt met de spitse kant, waar de punt af is om er doorheen de blazen, aan de mond gezet. Het is even oefenen, en als je na de eerste keer bijna buiten adem bent, komt er eindelijk geluid uit. Als je het goed kan, komen er rechtlijnige, gebroken en klaterende, schallende of jammerende geluiden uit. Het is eigenlijk niet eens zozeer blazen, je moet de lucht er doorheen stoten in een bepaalde volgorde. Enige tijd geleden was ik in een dienst in Jeruzalem en daar was iemand die het voor elkaar kreeg om bepaalde liederen op te vrolijken met het geluid van de sjofar.

Het muziekinstrument is oud en bekend, soms in de vorm van een zilveren trompet, diende het tot het verzamelen van de joodse volksvergaderingen. Tijdens de tocht door de woestijn diende het ook tot marssignalen. Het diende als alarmsignaal bij de nadering van een vijand of van ander onheil (Num 10:1-10; Joel 2:15; Amos 3:6; etc.). Hij klonk bij de verovering van Jericho (Jozua 6). Maar ook in het einde van dagen zal de ramshoorn klinken (Jes 27: 13).

Maar het belangrijkste is dat het geluid van de sjofar tot de harten van de Joden moet doorklinken, zoals Maimonides het met de volgende woorden onder woorden heeft gebracht:
“ontwaakt gij, die dommelt en gij, die in diepe slaap verzonken is. Onderzoekt uw daden en brengt u tot inkeer en denk aan uw Schepper! Gij, die in het onwezenlijke van de tijd de waarheid hebt vergeten of het hele jaar achter nietigheden dwaalt waar geen baat bij is, kijk in uw binnenste en kijk naar uw handelingen en gedragingen. En een ieder wie het aangaat, verlaat de verkeerde weg en verwijder alle verkeerde gedachten en slechte voornemens!”

Tags:

Sabra

De naam van een plant die niet voorkomt in de Bijbel. Van origine is deze cactus (Opuntia cochinillifera) ingevoerd uit Mexico. De rode vrucht is zeer smakelijk. Werd de cactus in eerste instantie in de omgeving van Nablus gekweekt, tegenwoordig komt hij al dan niet verwilderd overal in Israël voor. Op de cactus ziet men vaak de schildluis Coccus cacti, welke vroeger werd gebruikt voor de fabricatie van verf.

Het woord ṣābār, (צבר) is afgeleid van het Hebreeuwse woord, tzabar, de naam van de “prikkelende peer” cactus (ook wel bekend als de “cactus peer”). De naam is het symbool voor iedere Jood die in Israël geboren is. Hard, prikkelend van buiten, maar zacht en goed van binnen.

Een van de heerlijkst geurende kruiden die in de Bijbel worden genoemd is de munt (Mentha sativa). Het duidt een gewas aan dat tot de tuinkruiden behoort, de ‘munt’ (Mentha longifolia). Eigenlijk is het een gehele familie, waaronder de pepermunt één van de bekendste is. Veel van deze muntsoorten werden in de negende eeuw in Europa ingevoerd. Een monnik uit die tijd schreef dat er zo veel soorten waren dat hij nog liever de vonkjes uit de vuurhaard van de Vulcanus zou willen tellen. Met meer dan zeshonderd soorten en bastaardvormen, kan men een goede plant beter met de neus dan afgaande op de naam kiezen.

In de Bijbel wordt de plant tweemaal genoemd, samen met andere planten als de wijnruit en de dille, door Christus als verwijt richting de Farizeeën, die dit kruid vertiende, maar voorbijgingen aan het oordeel en de liefde van God. (Mat. 23:23; Luk. 11:42)

De Hebreeuwse naam nan’a of na’na komt ook voor in het Arabisch na’na en in het Egyptisch na’na’, lemam, nemam. In het Grieks ήδύομος, hēduosmon en is oorspronkelijk de onzijdige vorm van het bijvoeglijk naamwoord hēduosmos ‘zoet of aangenaam geurend, welriekend’, dat niet in het NT voorkomt. Het woord is afgeleid van hēdus ‘zoet; aangenaam’ (vgl. hēdeōs ‘graag, gaarne’) en osmē ‘reuk, geur’.

Volgens de Griekse mythe is de munt ontstaan door een ruzie tussen twee vrouwen. Hades, de Griekse god van de onderwereld, werd verliefd op de nymph Mentha (Minthe volgens Hippocrates), de dochter van Kokytes van Proserpina. Hierdoor maakte de vrouw van Hades hevig ruzie met Mentha. Hades probeerde de ruzie te sussen, maar dit lukte niet, hierop besloot hij het meisje Mentha te veranderen in het welriekende kruid, die de naam kreeg van het meisje.

Munt is in de geschiedenis erg gewaardeerd en staat symbool voor de gastvrijheid. Zo legden de Joden het op de synagoge vloer, een gebruik dat eeuwen later in Italiaanse kerken werd overgenomen (hier wordt het kruid Erba Santa Maria genoemd). Ook de Romeinse dichter Ovidius, in het verhaal van Baucis en Philemon, wordt deze gastvrijheid beschreven, daar zij hun dienblad met munt insmeerden voordat ze de gasten bedienden. Een verwijzing naar dit verhaal staat ook in Handelingen 14: 11-18 waar de menigte denkt dat Barnebas en Paulus de (af)goden Jupiter en Mercurius zijn.

De Romeinen brachten ook hun wijnen en sauzen met munt op smaak. Toen echter vrouwen die wijn dronken met de dood bedreigd werden, camoufleerden stiekeme wijn drinksters hun adem door op een mengsel van munt en honing te kauwen. In de geneeskunde wordt de plant gebruikt tegen maagdarmkrampen en de mentholdamp wordt tegen vastzittende kou in het hoofd ter verlichting opgesnoven (wel de ogen bedekken). Daarnaast wordt het kruid in veel gerechten verwerkt, om zijn verfrissende smaak.

Tags: , , ,