January 25, 2006

You are currently browsing the daily archive for January 25, 2006.

Nachash, de draak

Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd; Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

Job 26: 13
Niet tegenstaande het scepticisme van enige moderne commentatoren, is het bijna wel zeker dat de langwemelende slang, de נחש בריח (nachash bariach) uit Job 26: 13, de coluber tortuosus in de Vulgaat staat voor een oud sterrenbeeld aan de hemel. Door veel commentaren wordt naar analogie van Jes 27: 1 gedacht dat het gaat om een grote slang, hetzij in de zee of op het land, daar in beide versen het bijwoord, vluchtig, welvliedende, wegwemelende wordt gebruikt. Sommigen, zoals ook de Kanttekeningen, zien hier het sterrenbeeld, de slang in. De constellatie Draco is zeer oud en reeds bekend bij de diverse volken in Mesopotamië en het dus zeer aannemelijk dat Job hier bekend mee was.

Het woord נחש בריח uit Job 26: 13, betekent, de vluchtende, kronkelende slang en wordt in de LXX omschreven als δρακοντα αποστην en in Vulgata coluber tortuosus. Sommigen zoals Aben Ezra, James Orr, gaan er van uit dat hier het sterrenbeeld Draco mee wordt bedoeld, terwijl anderen als Ben Gersom er van uitgaan dat het de Melkweg is. Schiaparelli maakt het beeld compleet door aan te geven dat het anders misschien een van de andere slangen aan de sterrenhemel mee wordt aangeduid: Ophiuchus of Hydra.

Dat hiermee niet het sterrenbeeld Draco mee wordt bedoeld blijkt uit het feit dat dit sterrenbeeld het gehele jaar zichtbaar is, dit geldt ook voor de andere genoemde sterrenbeelden of de Melkweg. Veeleer valt te denken aan de bewegelijke banen van de Maan en planeten door de Dierenriem, zoals de Arabische astronoom Firuzabadi het in zijn bloemrijke spraak zegt:

“Tinnin ist eine grosse Schlange, am Himmel ein dunkler Schimmer. Der Körper erstreckt sich durch sechs Zeichen, der Schwanz liegt im siebenten. Sie ist dünn, schwarz und voller Krümmungen, und bewegt sich von der Stelle, wie die Planeten,”

De kans echter dat het helemaal niet gaat om een sterrenbeeld of een sterrenkundig fenomeen is zeer wel mogelijk. Leest men het hoofdstuk in het geheel en men ziet vers 13 in context met Jesaja 27 vers 1 dan kan hier ook de Leviathan mee worden bedoeld en in deze context ziet ook de Targum het “Zijn hand heeft geschapen de Leviathan, welke is als een bijtende slang” Echter als men deze passage nu nog een keer leest, maar dan in combinatie met vers 12, dan ziet men een mooi voorbeeld van parallelisme, zoals die gebruikelijk is in de Hebreeuwse dichtkunst:

Door Zijn kracht klieft Hij de zee,
door Zijn verstand verslaat Hij haar verheffing (lett. Rachab).
Door Zijn Geest heeft Hij de hemelen versierd;
Zijn hand heeft de langwemelende slang geschapen.

Door de herhaling van de diverse uitdrukkingen van het thema, steeds in een iets andere gewijzigde betekenis. In deze dichtkunst gaat het niet om de klank, maar om de aanduiding. Dus in deze vier regels hierboven aangehaald hebben we drie uitdrukkingen: oorzaak, aktie, onderwerp.


Zijn kracht Zijn verstand
klieft verslaat
de zee Rachab (verheffing)
Zijn Geest Zijn hand
heeft versierd heeft geschapen
de hemelen de langwemelende slang

Uit deze twee parallelen blijkt duidelijk de betekenis van de ‘langwemelende slang’. Wordt in de eerste parallel gesproken over de zee (= de Rode Zee?) in verhouding met het verslaan van Rachab, de trotse, vaak gebruikt voor Egypte (cf. Jes. 30: 7) In de tweede parallel wordt ‘het versieren van de hemel’ geplaatst in verhouding met de ‘langwemelende slang’, welke aan de hemel is geplaatst als kroon voor alle constellaties. Vanuit deze zienswijze gaat het dan misschien niet om een direct aanwijzbaar sterrenbeeld, maar om een symbool aan de hemel.

  • Clerke, Agnes M., “Astronomy in the Bible”, The Catholic Encyclopedia, Volume II, Robert Appleton Company, 1907
  • Gill, J., “Exposition of the Entire Bible, Job 26″
  • Ideler, L., “Untersuchungen über den Ursprung und die Bedeutung der Sternnamen”, Berlijn, 1809, p. 36.
  • Maunder, F.R.A.S. E.Walter, “The Astronomy of the Bible, An elementary Commentary on the Astronomical References of Holy Scripture”, Richard Clay & Sons, Suffolk, 1908, p.204-205
  • Orr, James, M.A., D.D. General Editor. “Entry for ‘ASTRONOMY, II’”. “International Standard Bible Encyclopedia”, http://www.searchgodsword.org/enc/isb/view.cgi?number=T911. 1915.
  • Schiaparelli, G.V., “Die Astronomie im Alten Testament”, J.Ricker’sche Verlagsbuchhandlung, Gieszen (Germany), 1904, p. 65-66.

Israel Today heeft een artikel “Sorcery כשפים” over tovenarij en magie in het oude Judaïsme en het Nieuwe Testament. Reden waarom is niet helemaal bekend.

Zie ook het Reformatorisch Dagblad welke een recensie heeft van het pas verschenen boek van M.J. Paul “Occulte machten en bevrijding”.