Is de vorige blog is gesproken over de breuk die de Joden maakten aan het begin van de Exodus, deze keer wil ik iets dieper op de kalender zelf ingaan.
Ik hoop dat de verschillende hieroglyphen correct overkomen, naast de verschillende arabische teksten (UTF).
In eerste instantie begon het jaar bij de Egyptenaren met het rijzen en overstromen van de Nijl halverwege juli. Dit is niet verwonderlijk daar de rivier veel vruchtbare grond uit de bergen meedroeg en afzette op de vlakten van Egypte. De verrijkte gronden werden zo bruikbaar voor het agriculturele systeem, dat een groot volk kon onderhouden. Niet voor niets werd eeuwen later Egypte de korenschuren van Rome genoemd.
In de achtste eeuw voor Christus werd de vizier, de rechterhand van de farao, belast met het rapporteren van het eerste verschijnen van de ster
Sirius nadat deze ongeveer twee weken (afhankelijk van de latitude van de waarnemer) niet zichtbaar was.
Deze eerste (heliacale) verschijning van Sirius
(lett. “opgang van Sothis”) in de vroege ochtend werd gebruikt om het Egyptische “maan” kalender jaar in te luiden. Kort na deze eerste verschijning in het Oosten, begon de Nijl met zijn jaarlijkse overstromingen. Sir Edwin Arnold {RH Allen, p. 124} schrijft hierover in zijn Egyptian Princess:
“And even when the Star of Kneph has brought the summer round,
And the Nile rises fast and full along the thirsty ground”.
Hoewel veel andere sterren gebruikt kunnen worden voor het begin van een siderisch jaar, maakten de Egyptenaren een uitstekende keus voor dit doel. Sirius, door de Egyptenaren “Sothis” genoemd, komt niet alleen tegelijkertijd op met de overstroming van de Nijl, maar is ook de helderste ‘vaste’ ster aan het firmament. Het is de enige ster waarvan met zekerheid bekend is welke hieroglief de Egyptenaren hiervoor gebruikten:
{RH Allen, p. 123} In het huidige Egypte gaat Sirius eind juli op voor de Zon, maar kan voor het ongeoefende oog gewoonlijk niet eerder worden gezien dan augustus. De reden hiervan is, dat als de Zon opkomt, de sterren snel vervagen in het heldere licht van de ochtenstond. Op het moment dat Sirius voor het eerst begint te verschijnen, is het sterrenbeeld Orion volledig zichtbaar net boven de oostelijke horizon. Met de heldere ster Betelgeuse op zijn schouder, en de drie sterren in zijn gordel, is voor iedereen die een beetje bekend is met de sterrenbeelden Orion moeilijk te missen. Sirius is dan de eerste constellatie welke daarna aan de horizon verschijnt (zie afbeelding).
Het jaar {Gardiner p. 203}
werd genoemd rnpt, en bestond uit 12 maanden
,‘bd, van 30 dagen
hrw, gecomplementeerd tot 365 dagen door vijf epagomenale of “toegevoegde” dagen
hryw rnpt {Gardiner p. 191}. Verder werd het jaar verdeeld in 3 seizoenen, 1.
‘ht “overstroming”; 2.
prt “winter”, waarschijnlijk van pr “te voorschijn komen” van de velden uit het water; 3.
smw “zomer” waarmee misschien bedoeld wordt wsr het “tekort” van water. Verder bestond ieder seizoen uit 4 maanden van 30 dagen, waarvan de griekse benaming is overgeleverd:
- ‘ht
- Maand 1 =
, Thot, genoemd naar de god Tegot, Tut of Tuhout, welke de god van wijsheid, wetenschap was. Is de periode van 11 september tot 10 oktober. {Volgens de Coptische kalender: http://www.ecopts.org/coptic_calendar.htm en http://www.saintmark.com/easter.html} - Maand 2 =
, Phaophi genoemd naar Yee-pee of Ha-pee, de god van de Nijl of van Thebes, ook wel de god van vegetatie, omdat in deze maand de aarde groen wordt door het gewas. Is de periode van 11 oktober tot 9 november. - Maand 3 =
, Athyr genoemd naar Hator of Hatho,de godin van liefde en schoonheid, dit omdat de landerijen nu op zijn mooist zijn. Is de periode van 10 november tot 9 december. - Maand 4 =
, Khoiak genoemd naar Ka-Ha-Ka, de god van deugzaamheid, de stier Apis wordt aan hem geofferd. Is de periode van 10 december tot 8 januari.
- Maand 1 =
- prt
Winter
- Maand 1 =
, Tybi genoemd naar de god Amso of Khem, hij is de regengod, omdat in deze maand de meeste regen valt. Is de periode van 9 januari tot 7 februari. - Maand 2 =
, Mekhir de god van de storm, omdat juist in deze maand de meeste stormen zijn. Is de periode van 8 februari tot 9 maart. - Maand 3 =
, Phamenoth genoemd naar Mont, de oorlogsgod. Is een van de warmste maanden van het Egyptische jaar. Is de periode van 10 maart to 8 april. - Maand 4 =
, Pharmouthi, of Thot genoemd naar Renno, de god van de wind en dood. Gedurende deze maand verdord de vegetatie en wordt de aarde droog door de beruchte woestijnwind Sharav {Zie de sharav}. Is de periode van 9 april tot 8 mei.
- Maand 1 =
- smw
Zomer
- Maand 1 =
, Pakhon genoemd naar Khonso, de god van de maan. Is de periode van 9 mei tot 7 juni. - Maand 2 =
, Payni genoemd naar Khenti, een van de namen van Horus de zonnegod. De betekenis is “de god van de metalen”. Is de periode van 8 juni tot 7 juli. - Maand 3 =
, Epiph genoemd naar Api-fee of Abib, het monster welke de zonnegod Horus , de zoon van Osiris, vermoorde om zijn vader te wreken. Is de periode van 8 juli tot 6 augustus. - Maand 4 =
, Mesorê Vertegenwoordigd de geboorte van de Zon, wat ook wel bekend staat als de “wisseling van de zomer”. Is de periode van 7 augustus tot 5 september.
- Maand 1 =
In de Coptische kerk {Dr. Medhat R. Wassef http://www.saintmark.com/easter.html} worden deze maanden nog gebruikt en worden in iets gewijzigde vorm als volgt uitgesproken: 1. توت (Tout), 2. بابه (Baba), 3. هاتور (Hator), 4. كيهك (Kiahk), 5. طوبه (Toba), 6. أمشير (Amshir). 7. برمهات (Baramhat), 8. برموده (Baramouda), 9. بشنس (Bashans), 10. بوؤنه (Paona). 11. أبيب (Epep), 12. مسرى (Mesra) en de schrikkeldagen الشهر الصغير (Nasie)
Verder werd iedere maand nog eens onderverdeeld in decaden , of “weken” van 10 dagen
. Deze decaden zijn genoemd naar de kalender maanden in welke zij voorkomen, met als toevoeging “de eerste decade”
, “de middelste decade”
, en “laatste decade”
. Daarnaast hadden ze namen welke zijn afgeleid van de 36 sterrenbeelden, of gedeelten van deze, welke zichtbaar worden op specifieke uren van de nacht gedurenden de 36 verschillende perioden van het jaar. Voor de schrikkeldagen was een 37ste decade toegevoegd met als symbool de ster Sirius.
| 1 | Tepi ken mout. | 19 | Tepi a semdet. | ||
| 2 | Ken Mout. | 20 | Seret. | ||
| 3 | Kher khepet Ken Mout. | 21 | Sasa seret. | ||
| 4 | Hat djat. | 22 | Kher khepet seret. | ||
| 5 | Pehouy Djat. | 23 | Akhouy. | ||
| 6 | Tjemat Heret. | 24 | Baba. | ||
| 7 | Tjemat Kheret. | 25 | Khent Herou. | ||
| 8 | Oustya. | 26 | Heri ib khentou. | ||
| 9 | Beka ti. | 27 | Khent kherou. | ||
| 10 | Tepi a khentet. | 28 | Qed. | ||
| 11 | Khentet heret. | 29 | Sasa qet. | ||
| 12 | Khentet kheret. | 30 | Aret. | ||
| 13 | Tjesech en khentet. | 31 | Khaou. | ||
| 14 | Sa pet khenou. | 32 | Remen herou ioun sah. | ||
| 15 | He ib ouia. | 33 | Mesdjer sah. | ||
| 16 | Chemsou. | 34 | Remen kher sah. | ||
| 17 | Ken mou. | 35 | A sah. | ||
| 18 | Semdet. | 36 | Sah. |
| 37 | Sah. |
Er is een oude tekst die beweert dat het Egyptische kalenderjaar vanaf het eind van de 17e dynastie van farao’s (circa -1500) 365 dagen had, maar daarvoor 360 dagen {G.P. Verbrugghe & J.M. Wickersham: Berossos and Manetho, Introduced and Translated (1996, University of Michigan Press), waarin delen verzameld zijn van de Geschiedenis van Egypte van Manetho van rond het jaar -280} Met een jaar van 360 dagen zou het begin van het kalenderjaar in slechts ongeveer 70 jaar door alle seizoenen teruggelopen zijn, en met een jaar van 365 dagen in ongeveer 1460 jaar. Die laatste periode wordt nu de Sothisperiode genoemd, maar werd klaarblijkelijk van geen enkel belang geacht in het oude Egypte zelf.
