February 6, 2006

You are currently browsing the daily archive for February 6, 2006.

De dochters van Job: Jemima, Kezia en Keren-Happuch (Job 49:14-15) waren in hun tijd de mooiste vrouwen van het land (of de wereld, al naar gelang men הָאָרֶץ wil vertalen).

Volgens Gesenius betekent Keren-Happuch קֶרֶן הַפּוּךְ “hoorn voor verf”, of in moderne bewoordingen een “poederdoos” of “make-up doos”. Oosterse vrouwen hebben al eeuwen de gewoonte om hun gezichten te verfen, en dan vooral hun oogwimpers (Jer. 4:30). In de Bijbel lezen we dat Izébel dit deed toen ze hoorde dat Jehu naar Jizreël kwam (2 Kon. 9:30). Anderen denken dat de naam betekent “de straal van een kostbare steen”, en volgens de Targum zou het gaan om de emerald. In 1 Kron. 29:2 door de SV vertaald met “borduursel” in de NV de “mozaïeksteentjes”. Volgens de Targum “schitterde het aangezicht” van Keren-Happuch als die van een kostbare steen.

De vraag blijft of ze nu zo knap was van haar zelf, of omdat ze zich zo opmaakte. Ook tegenwoordig noemen we een vrouw die zich zwaar opmaakt een “poederdoos”.

  • H.W.F. Gesenius, Hebrew-Chaldee Lexicon to the Old Testament [1979], p 744
  • Hiller. Onomastic. Sacr. p. 356

Tags: ,

In de Bijbel lezen we dat Jezus als hij zich op een keer in de omgeving van Jeruzalem bevindt hij naar een vijgenboom loopt om te kijken of er wat eetbaars aan was (Mat. 21:19; Mark. 11:13). Dit blijkt niet het geval te zijn en vervolgens vervloekt Hij de boom.

Nu is de tijd waarop Jezus op de boom toeliep nauwkeurig bekend. Het was na de intocht in Jeruzalem (Mark. 11:1-11), in het voorjaar vlak voor Pasen. Vandaar ook de opmerking het was de tijd der vijgen niet (Mark. 11:13). Als in het voorjaar aan de vijgenboom de bladeren tevoorschijn beginnen te komen, verschijnen er ook aan de uiteinden van de twijgen kleine groene vruchtjes ter grootte van kleine kersen. Deze vruchten worden door de Arabieren taqsh genoemd en ze zijn eetbaar. Nu zijn deze taqsh min of meer verscholen tussen de bladeren en om ze te ontdekken moet je er naar toe lopen en ze van vlakbij bekijken. Zo liep ook Jezus naar die vijgenboom om te kijken of er al van die kleine vruchtjes aanzaten. Hij wist dat het nog niet de tijd voor vijgen was, maar Hij kon wel taqsh verwachten.

Tags: , , ,

Eén van de andere aspecten waarom ik de StudieBijbel van het Centrum voor Bijbelonderzoek zo waardevol vind zijn de woordstudies die bij de delen van het Nieuwe Testament zijn gevoegd. Van ieder Grieks woord is een uitgebreide beschrijving, hoewel ik in mijn boekenkast de TWNT heb staan, ben ik toch geneigd om sneller in deze delen een woord op te zoeken. Als voorbeeld wil ik de studie van παιδίον paidion hieronder weergeven:

Het zelfstandig naamwoord (onz.) paidion betekent (1) ‘jong kind’, en (2) ‘kind’. Van oorsprong is het een verkleinwoord van 3296 pais ‘kind; knecht’, zodat het allereerst een ‘jong kind’ aangeeft (oorspronkelijk zelfs alleen een ‘zoogkind’). In deze eerste betekenis vinden we het algemeen gebruikt in Joh.16:21, en verder met betrekking tot Mozes (Hebr.11:23), Johannes de Doper (Luc.1:59vv.), en Jezus (bv. Matt.2:8vv.). Zo wordt in Luc.2 Jezus aanvankelijk (in Zijn eerste levensjaar) steeds paidion genoemd, maar in vs.43 pais (wanneer Hij twaalf jaar oud is). Ook in Marc.9:36-37 en parr. – waar telkens het gebruik van paidion volgehouden wordt – gaat het waarschijnlijk om ‘jonge kinderen’, evenals in Luc.18:16-17 en parr., gezien het gebruik van 916 brephos ‘baby’ in Luc.18:15. In Matt.11:16 en par. kan men ook aan de tweede betekenis denken (zie ook 3288 paidarion ‘jong kind’).

Aangezien het stamwoord pais ook een algemeen woord voor ‘knecht’ geworden is, wordt paidion in plaats daarvan gebruikt om duidelijk te maken dat het werkelijk om een ‘kind’ gaat, zonder dat het dan ‘jong kind’ hoeft in te houden. Dit is het geval in Matt.14:21 en 15:38, waar het voorkomt samen met ‘mannen’ en ‘vrouwen’. Anderzijds gaat het in Marc.9:24 en Joh.4:49 blijkens de context waarschijnlijk wel om een ‘jong kind’, want anders zou het gebruik van pais, getuige de parallelteksten en ook het vervolg, duidelijk genoeg geweest zijn om de betekenis ‘knecht’ uit te sluiten. In Luc.11:7 betreft het meer algemeen iemands kinderen, maar hier zou pais wel dubbelzinnig zijn, en hoewel men misschien eerder 4408 teknon ‘(iemands) kind’ verwacht zou hebben (vgl. de opmerking bij pais) ligt de nadruk in deze tekst op het feit dat de kinderen nog onvolwassen en bij de ouders inwonend zijn. In Hebr.2:13 – eigenlijk een citaat uit Jes.8:17 met betrekking tot Jesaja’s kinderen – gaat het op vergelijkbare wijze om de gelovigen als Gods kinderen. In twee gevallen wordt een meisje met het woord paidion aangeduid: het twaalfjarige dochtertje van Jaïrus (Marc.5:39vv.), en het dochtertje van de Syrofenicische vrouw (Marc.7:30).

We komen het woord verder tegen als een vriendelijke manier van aanspreken van een geestelijke vader tot zijn geestelijke kinderen (Joh.21:5; 1Joh.2:13,18), hoewel sommigen het in de eerstgenoemde tekst eerder opvatten als een meer vertrouwelijke uitdrukking, zoals ons ‘jongens!’. Tenslotte wordt het in 1Cor.14:20 overdrachtelijk in minder gunstige zin gebruikt voor mensen met een lagere ontwikkeling in geestelijk opzicht.

.1 παιδίον paidion jong kind (1/4)
.2 παιδίου paidiou jong kind (2)
.3 παιδία paidia jonge kinderen (1/4)
.4 παιδία paidia zie 3
.5 παιδίων paidiōn jonge kinderen (2)
.6 παιδίοις paidiois jonge kinderen (3)
Matt. 2:8 Gaat en doet nauwkeurig onderzoek naar dat kind; en zodra gij het vindt, .2
2:9 totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was. .1
2:11 En zij gingen het huis binnen en zagen het kind met Maria, .1
2:13 neem het kind en zijn moeder en vlucht naar Egypte, en blijf aldaar, …; .1
want Herodes zal alles in het werk stellen om het kind om te brengen. .1
2:14 Hij stond op en hij nam in de nacht het kind en zijn moeder .1
2:20 Sta op, neem het kind en zijn moeder en reis naar het land Israël, .1
want zij, die het kind naar het leven stonden, zijn gestorven. .2
2:21 En hij stond op en hij nam het kind en zijn moeder en kwam in het land .1
11:16 gelijk aan kinderen, die op de markten zitten en de anderen toeroepen: .6

Tags: ,