February 17, 2006

You are currently browsing the daily archive for February 17, 2006.

Enige maanden geleden was christelijk Nederland in rep en roer in verband met het boekenweek thema Magie. Veel ouders kwamen in verzet daar zij dit niet konden verenigen met hun geloof. Gezien de publiciteit rondom dit thema is het verwonderlijk dat de scholiere Veerle Tennekes het Rooms Katholieke Jeroen Bosch College in ’s-Hertogenbosch verlaat vanwege de kritiek die zij over zich heen kreeg na haar protest tegen een demonstratie glaasje draaien tijden een les levensbeschouwing.

Het is totaal onbegrijpelijk dat niet alleen de mentor en de rector maar ook de godsdienstleraar van de Bossche school geen enkel begrip hadden voor de bezwaren van Veerle. De rector vindt dat de leerlingen verstandig genoeg zijn om het glaasje draaien te relativeren. Veerle en haar ouders zien echter een groot gevaar in het oproepen van geesten, ook al gebeurt dat als voorbeeld in een les levensbeschouwing.

Glaasje draaien is het oproepen van geesten, iets wat zwaar verboden is in de Bijbel, Houd u ver van mediums en waarzeggers, want Ik ben de Here uw God! (Lev. 19: 31, Het Boek) Het is dan ook vreemd dat op een Rooms Katholieke school, die dus volgens de naamgeving christelijk is, een godsdienstleraar, die dus op de hoogte moet zijn van wat er in de Bijbel staat, stelt “dat hij niet in geesten geloofd“, hij zelfs verplicht dat leerlingen deze les volgen, ook als hebben ze principiële bezwaren (dat hij het wel respecteerde, maar dat ik [=Veerle] er toch bij moest blijven zitten). Nog gekker wordt het, als blijkt dat hij tegen de ouders van de leerling zegt “dat er helemaal geen glaasjes werden gedraaid” terwijl andere leerlingen die in de les aanwezig zijn stellen “dat er toch glaasjes waren gedraaid“. Blijkbaar houdt deze docent er een andere waarheid er op na, dan anderen.

In de Nederlandse grondwet wordt nog steeds onze vrijheid van geloof gewaarborgt, echter op deze christelijk school wordt ook die wetgeving blijkbaar niet meer gerespecteerd, of beter gesteld wel gerespecteerd maar niet nagevolgd. Dit is mijns insziens een logisch gevolg, als men als christelijke school de normen en waarden van de Bijbel al naast zich neerlegt, waarom dan ook niet de Nederlandse wetgeving.

De school mag het dan afdoen als een “STORM IN ‘N GLAASJE WATER“, maar dan is het wel troebel water. Heel wat overtuigender is de geloofsbelijdenis van Veerle, die ze in haar afscheidsbrief schreef:

Ik wil ook nog even zeggen wat ik geloof, en waarom ik niet mee wou doen aan glaasje draaien en spiritisme etc. Ik geloof in God, en ook dat Hij mij geholpen heeft in de tijden wanneer ik het zwaar had, en het moeilijk voor mij was, bijvoorbeeld bij de levensbeschouwingles. Ik geloof ook dat God van ieder mens houd, en dat God je zo dicht mogelijk bij je wilt houden, ook al ervaar je dat misschien niet. Ik geloof ook dat de duivel dat probeert tegen te houden, en dat hij dat probeert door middel van geesten oproepen, bijvoorbeeld glaasje draaien. Als je glaasje draait kom je in contact met kwade geesten, en ik wil daar geen contact mee. Ik geloof ook niet dat men goede geesten op kan roepen, omdat ik niet in goede geesten geloof.

De Ondervraging (Joh 18: 19-23)
De wijze, waarop Annas met Jezus handelt, is net zo onrechtmatig als de eerder besproken handelswijze van het Sanhedrin. Wanneer iemand gevangen genomen wordt, is daar een bepaalde beschuldiging, op grond waarvan de gevangenneming geschiedt. Het moet dan blijken, of die beschuldiging waar of niet waar is. Al naar gelang daarvan wordt hij veroordeeld of vrijgelaten.
Christus was zonder een bepaalde aanklacht gevangen genomen, na zijn gevangenneming moest die aanklacht nog worden uitgedacht. Dat was de taak van Annas. Annas zegt dan ook niet “Daar en daarvan wordt U beschuldigd. Wat hebt U daar tegen in te berengen?” hij gaat uitzoeken, of hij ook iets vinden kan, dat straks bij de officiële zitting van het Sanhedrin als beschuldiging kan dienen. Met andere woorden: Christus zelf zal moeten zorgen voor Zijn beschuldiging.

Het Verhoor (Joh 18: 19-21)
Over twee dingen ondervraagt Annas Christus: over Zijn discipelen en over Zijn leer (Joh 18:19).

Annas wil weten, wat voor soort mensen de volgelingen van Christus zijn, gaat het alleen maar om eenvoudige vissers en ontslagen tollenaars, maar ook hoever de beweging zich heeft uitgebreid. Het zal hem zeer waarschijnlijk wel jammer hebben gevonden dat die volgelingen ontsnapt waren; dat hij ze niet voor zijn rechterstoel heeft.

In de tweede plaats ondervraagt Annas Christus over Zijn leer. Daarbij is het zijn bedoeling iets te vinden, dat straks als aanklacht dienen kan. Recht was geweest, dat het Sanhedrin de aanklacht vooraf had opgesteld: Dit en dat hebt U daar en toen gezegd. Daarmee bent U in overtreding tegen de wet van Mozes, tegen de wet van de Romeinen. Wat hebt U tot uw verantwoording hierover te zeggen?

Christus is geleid voor een particulier persoon, met wie Hij, en die met Hem, niets te maken heeft. Die man tracht onder een valse schijn van recht, Hem zijn eigen aanklacht te ontlokken. Met dat onrechtmatige gedoe wil de Here Jezus niet te maken hebben. In plaats van een antwoord ontvangt Annas dan ook een terechtwijzing: ‘Ik heb in het openbaar tot de wereld gesproken. Ik heb steeds onderricht gegeven op plaatsen waar de Joden bij elkaar komen, in synagogen en in de tempel, en nooit heb ik iets in het geheim gezegd. Waarom ondervraagt u mij? Vraag het toch aan de mensen die mij gehoord hebben, zij weten wat ik gezegd heb.’ (Joh 18:20-21).

Ik heb in het openbaar gesproken: Tegenover de slimheid van Annas plaats Christus de open feiten: Hij heeft gepreekt in de sysnagogen van Galilea en in de tempel van Jeruzalem, waar iedere Jood vrije toegang heeft.

Waarom ondervraagt u mij?: Met andere woorden, dit is niet uw taak, dat is vragen naar de bekende weg. Wil het Sanhedrin een beschuldiging opmaken, laat het die dan zelf samenstellen op grond van een getuigenverhoor.

Tags: