February 24, 2006

You are currently browsing the daily archive for February 24, 2006.

Konijnenplaag

De konijnen zijn een machteloos volk; nochtans stellen zij hun huis in den rotssteen.

Spreuken 30:26
In de nieuwere vertalingen is het konijn verdwenen en is de klipdas ervoor in de plaats gekomen, omdat dit een betere vertaling is.

Er zijn nog meer redenen om deze tekst te veranderen. Sinds vandaag is ons gezin een konijn(tje) rijker en zoals is te zien: Konijnen zijn niet zo machteloos, ze terroriseren meteen de boel, als “heer des huizes” kan ik niet meer omgestoord een tukkie doen. Hoewel, nu ze uit de Bijbel zijn verdreven, kunnen ze niet meer “hun huis in de rotssteen” stellen, vandaar dat mijn huis dus nu verworden tot een stuk rotssteen? Een opvanghuis voor asielzoekende konijnen?

Het opbeurende nieuws, hij is door mijn dochter “Sunshine” genoemd, blijkbaar ben ik niet meer het zonnetje in huis. Hopelijk zijn onze andere dieren net zo blij met deze aanwinst als wij.

Tags: ,

Kajafas

Kajafas (Kαϊάφας) was de schoonzoon van de hogepriester Annas (Joh.18:13) en behoorde naar alle waarschijnlijkheid tot de partij van de Sadduceeërs. Zijn volledige naam was Jozef Kajafas.

Kajafas was hogepriester van 18 n.C., tot hij in 36 n.C. als hogepriester door de Romeinen werd afgezet en werd opgevolgd door Jonatan, de zoon van Ananus. Dat hij 18 jaar lang het ambt van hogepriester bekleedde is bizonder omdat de verschillende hogepriesters elkaar in de eerste eeuw in snel tempo afwisselden. Zo waren er alleen al in de periode van 4 v.C. tot 67 n.C. 28 verschillende hogepriesters geweest (Josephus, Antiquitates, XX x,5). Dit kwam omdat de Romeinse stadhouders al naar gelang de politieke omstandigheden hogepriesters aanstelden dan wel afzetten. We kunnen dus, gezien zijn lange periode, aannemen dat Kajafas, zoals trouwens de meeste Sadduceeërs, op de hand van de Romeinen was en volgens de opinie van de Romeinen een politiek rustbrengende factor was.

Zoals we de afgelopen dagen hebben gezien, was Kajafas nauw betrokken bij de veroordeling van Jezus door het Sanhedrin en hij was ook degene die de Joden adviseerde dat het nut was, dat één mens voor het volk stierf (Joh.11:50; 18:14).

Tags:

Kajafas laat nu verder alle beschuldigingen, die de valse getuigen naar voren hebben gebracht, rusten. Het gaat nu om de hoofdvraag: ‘Ik bezweer U bij de levende God dat U ons zegt of U de Messias bent, de Zoon van God?’ (Mat 26:63).

De formulering die Kajafas gebruikt “Ik bezweer U bij de levende God ” is de gebruikelijke die in een rechtzaak wordt gehanteerd. De rechter spreekt de eedsformule uit, de beklaagde antwoord bevestigend. Op deze vraag een bevestigend antwoord geven, betekent de dood en de verlossing van Zijn volk, een ontkennend antwoord betekent waarschijnlijk Zijn vrijlating, maar in ieder geval de vernietiging van Zijn volk. Christus geeft dan ook het enige antwoord dat afdoende is: ‘U hebt het gezegd.’

Eenmaal eerder had Christus dit aan zijn discipelen in het geheim meegedeeld (Mat 16:15-20), nu verkondigd Hij het openlijk aan de vertegenwoordigers van het volk. Maar voegt er ook iets aan toe: ‘Maar Ik zeg u: vanaf nu zult u de Mensenzoon zien, gezeten aan de rechterhand van de Macht en komend op de wolken van de hemel.’ (Mat 26:64; Mark 14:52). Dit is een verwijzing naar de profetie (Ps 110:1; 118;11; Dan 7:13).

Het Sanhedrin heeft in spanning toegeluisterd. De beslissende uitspraak is gekomen, en Kajafas roept uit: ‘Hij heeft God gelasterd. Waarvoor hebben we nog getuigen nodig? U hebt nu toch de godslastering gehoord. Wat vindt u?’ (Mat 26:65). Het misdrijf is dat Hij God lasterde en daarop staat maar één straf: ‘Hij verdient de doodstraf.’ (Lev 24:16). Slechts één man stemt hier niet mee in: Jozef van Arimathea (Luk 23:51), zeer waarschijnlijk tot grote ergenis van de anderen.

Tags: