De Ceder

Een van de meest genoemde bomen in de Bijbel is de אָרַז Ceder (Cedrus libani ). De ceders zijn naaldbomen met donzig behaarde naalden van 2-2.5 cm in kransen van 20-40 stuks, de kleur is groen terwijl de vorm vaak grillig, tafelvormig vertakt of piramidaal is. In Nederland wordt meestal de ondersoort Atlasceder aangeplant. Er moet dan wel voldoende ruimte zijn, want deze boom kan de gigantische afmetingen bereiken van 40 tot 50 meter hoog, terwijl hij ruim 30 meter breed kan worden, daarnaast is het een snelle groeier. De kleur van deze boom (blauw/zilver/grijs ) is een aanpassing aan het natuurlijk milieu: de naalden zijn bedekt met hars en was waardoor in natte periodes vocht kan worden vastgehouden voor droge tijden.

In de oudheid waren er grote bossen met ceders in Libanon, Syrië en andere delen van Klein-Azië. Het Libanongebergte was dan ook de belangrijkste houtbron voor de omringende landen. Cederhout was in de oudheid een kostbare en gewilde houtsoort, mede dankzij zijn heerlijke geur en een fijne structuur. Het hout werd bijvoorbeeld gebruikt voor de tempel van Salomo (1Kon 5), en voor de bouw van de koningsgraven in Egypte. Daarnaast werd het ook gebruikt voor het maken van schepen (1Kon 9). Nog niet zolang geleden (toen roken nog niet ongezond was) werd het cederhout gebruikt voor luxe sigarenkisten. De aromatische harsen uit het cederhout bezorgden de kostbare tabakssoorten een extra fijne smaak en geur. Maar niet alleen die fijne geur en de structuur zijn eigenschappen die cederhout zo geliefd maakte. Ceder is ook een fraaie, duurzame houtsoort, uitermate goed geschikt voor meubels en andere luxe voorwerpen (Zef 2:14). Het is dan ook niet verwonderlijk dat de ceder in zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied in Libanon bijna is uitgestorven. Hierdoor zijn vruchtbare berghellingen veranderd in woestijnen.


Opgeslagen onder: Ceder

Tags:

Stuur naar Twitter