August 2006

You are currently browsing the monthly archive for August 2006.

Vandaag hadden we weer een nieuwe feestdag, nl. naturalisatiedag. Een dag waarop alle “nieuwe Nederlanders” mogen feestvieren dat ze eindelijk Nederlander zijn geworden. Dat dit tegenwoordig niet makkelijk is blijkt uit de vele hindernissen, zoals een inburgeringsexamen ed., die minister Verdonk op hun weg heeft gelegd. Vanaf oktober is deze feestdag trouwens een verplichting om bij te wonen, waardoor een nieuwe hindernis is bedacht. Komt men niet dan kan men alsnog geen Nederlander worden.

Dat veel mensen niet gediend zijn van deze nieuwe feestdag blijkt uit een enquete van knooppunt Kranenbarg waar maar liefst 56% kozen voor: “Hypocriet, nu lijkt het alsof ons land blij is met de nieuwe Nederlanders, terwijl veel anderen worden geweerd”.

We moeten ons dan ook afvragen of het niet tijd wordt dat de regering zich bezig gaat houden met regeren en niet op kosten van ons belastingbetalers allerlei zinloze feestjes organiseerd.

Hebraïsmen: Gein

In het Nederlands komen veel woorden voor die aan het Hebreeuws zijn ontleend, soms is de Hebreeuwse oorsprong niet zou gauw duidelijk. Een voorbeeld is het woord “gein”, of “geintje” wat is afgeleid van het Hebreeuwse cheen, dat meestal vertaald wordt met “genade, gunst”.

Dit woord is via het Jiddisch tot “gein” verbasterd en op die manier in onze taal terecht gekomen. Echter wat is de relatie tussen “gein” en “genade”? Genade is toch geen grapje? Nu blijkt dat het woord “genade” soms wordt vertaald met “vertrouwen”. Als God genadig is, dan betekent dat, dat er vertrouwen en liefde is tussen God en de mens. Deze intieme relatie, vol zorgzaamheid en liefde, wordt in het Hebreeuws cheen genoemd. Als er een basis is van intimiteit en vertrouwen, dan is de sfeer ontspannen, zodat er ook grapjes gemaakt kunnen worden.

Opgeslagen onder: Genade

Tags: ,

Bloemen in Israel

In de wereld van de blogs is er sinds kort een nieuwe: “Flowers in Israel“, welke zeer interessante beschrijvingen geeft van allerlei planten en bomen welke voorkomen in Israël. Ze geeft regelmatig ook enige Bijbelse en historische achtergrondinformatie, al met al een site die de moeite waard is om te bekijken.

Alsem

In de Bijbel komt de לַעֲנָה “alsem” (Artemisia herba-alba Asso) 8 keer voor in het Oude Testament en 1 keer (αψινθος) als de naam van een ster in het Nieuwe Testament.

Het Hebreeuwse woord לַעֲנָה laanah (van לָעַן, cf. het Arab. لعن “vervloeken”) is volgens de verschillende contexten een bittere plant. Zijn identificatie met “alsem” wordt door veel theologen sterk gesupport, zij baseren hun conclusies op oude vertalingen als de LXX en de Vulgaat. Omdat het frequent wordt gekoppeld met rosh (dollekervel) geloven sommige geleerden dat de twee woorden synoniem zijn.
Het Griekse equivalent is αψινθος apsinthos “onaangenaam”
Voor de wetenschappelijke naam Artemisia zijn verschillende afleidingen mogelijk. De plant kan genoemd zijn naar de koningin Artemisia (de vrouw van koning Mausolos van Hallikarnassos) of is een duiding naar de godin Artemis Ilithya (=Diana), dit laatste daar deze de geboorte- en/of vrouwengodin was. Mogelijk is Artemisia af te leiden van het Grieks artemis “fris, gezond”.
De Nederlandse naam “alsem” zou via het middelnederlandse “Alsen(e)”, af te leiden zijn van een 6 eeuwse latijnse bron waar het aloxinum wordt genoemd, dat de Gothen gebruikten bij de bereiding van een drank, misschien bier (=ale in het middelnederlands en in het Engels). Maar bewezen is deze samenhang niet.

De alsem behoort tot het geslacht Artemisia (Bijvoet) uit de familie der Composieten (Compositae (Asteraceae)). Het is een overblijvende, kruidachtige plant, die afhankelijk van de soort, 1 tot 1,5 m hoog is. Meestal sterk vertakt en een grijsgroene kleur door de beharing van de stengeltoppen en bladeren. De bloemen zijn meestal geel of roodachtig, kogelrond, trosvormig in de bladoksels staande. In knop zijn de bloemen omgeven door grijsviltige omwindselblaadjes. Ze groeit bij voorkeur op kalkrijke bodems.
Uit de plant wordt door destillatie een blauwgroene vluchtige en zeer bittere sterk riekende olie gewonnen met als belangrijkste bestanddeel thujol of thujon, al naar de afkomst. Verder bevat het kruid de bitterstof glucosiede absinthine naast anabsinthine. De olie is nogal giftig en kan hevige krampen veroozaken naast lever-, nier- en hartdegeneratie. De dood, bij acute vergiftiging, treedt in door verlamming van het ademcentrum, waardoor het slachtoffer stikt. Om die reden wordt het drinken van Alsemlikeuren (vermouth) afgeraden.

Het geslacht Artemisia komt in geheel Israël voor. De Artemisia arborescens met name in het noorden, de Artemisia jordanica in de omgeving van Jordanië, de Artemisia judaica in de Negeb, terwijl de Artemisia monosperma en de Artemisia sieberi in heel Israël voorkomt.

In Egypte komt het kruid voor het eerst voor in het medisch geschrift Papyrus Ebers (1500 v.C.) onder de naam Saam, ook Hippocratus, Dioscorides, Theophrastus kenden de plant al en beschrijven verschillende medische toepassingen. In de Middeleeuwen noemt Walifrid von Strabo en Hildegard von Bingen het kruid onder de naam wermuda, waarbij deze naam in verband wordt gebracht met het Latijnse vermis “worm”, of met “weren, moed”, deze naam is terug te vinden in de Vermouth die bij de bereiding van de drank gebruik maakt van de plant.

Opgeslagen onder: Alsem

Tags:

Cartoon


Met dank aan Dokus

zeealsem

Om nog een klein beetje in de vakantiesferen te blijven vandaag een korte beschrijving van de plant zeealsem (Artemisia maritima), hoewel deze op Nederlandse Rode Lijst van planten staat als zeldzaam komt hij nog in vrij grote getale voor op Schiermonnikoog. Op de foto’s van mijn vorige post, kun je de zeealsem snel herkennen aan de zilvergrijze kleuren.

Deze plant heeft een groot verspreidingsgebied en groeit langs alle kusten van Europa, ook aan de Middelandse Zee en zou dus in principe ook in Israël voor moeten komen, hoewel ik daar geen gegevens over kon vinden.

De knoppen en jonge scheuten werden vroeger gedroogd gebruikt voor het maken van een bitter smakend aftreksel, dat gebruikt werd tegen darmparasieten (wormen, cf. het Engelse “wormwood”). De geneeskrachtige werking is echter minder dan die van alsem. Ook is de (gedroogde) plant insectenwerend, ik heb hem dan ook regelmatig gebruikt tegen de dazen (ik vraag me altijd af waar ze van leven, als ik er niet ben) door een stukje te plukken en deze tegen de benen en de armen kapot te wrijven.

De plant zelf komt niet voor in de Bijbel, maar een volgende keer zal ik het beruchte familielid, לַעֲנָה de alsem (Artemisia herba-alba Asso), behandelen.

Opgeslagen onder: Alsem

Tags:

De vakantie zit er weer op en een nieuw blogging seizoen staat weer voor de deur. Voor de nieuwsgierierigen de bestemming was een klein eiland op de 53º48 (breedtegraad) en 6º16 (lengtegraad) door de bewoners ook wel “Lytje Pole” genoemd, voor de rest van de wereld “Schiermonnikoog“.

Zoals je van een echte Nederlandse bestemming mag verwachten was het weer wisselvallig met zon en veel regen. Zelfs een windhoos werd gesignaleerd, dat dit weer effect heeft op de omgeving blijkt uit volgende twee foto’s. De eerste een tocht door het kweldergebied “de Balg” in de eerste week, en de tweede een week later op ongeveer dezelfde lokatie.


Zoals je ziet is het een uitdaging om de “beruchte” slenks over te steken zonder er in te vallen, als het flink heeft geregend en het is ook nog eens springtij dan is een kleine slenk plotseling uitgegroeid tot een bijna onoverbrugbare hindernis.


Maar dat moet je er voor over hebben om bij de eindbestemming “Willemsduin” te komen.

Komende 2 weken ben ik wegens omstandigheden niet in staat om te bloggen ;)

Tags:

Kana/Qana

Vandaag staat in het Nederlands Dagblad het volgende interessante artikel “Kana 1,2,3” van Reina Wiskerke:

Het Libanese dorp Kana, dat zondag werd gebombardeerd, is ook beroemd omdat Jezus daar water in wijn veranderde… Gisteren stond dat zo in deze krant. Ten onrechte.Het is overigens niet moeilijk bronnen te vinden die het gebombardeerde Qana of Kana in Libanon inderdaad identificeren met de plaats waar Jezus volgens Johannes 2 op een bruiloft te gast was en water in (goede) wijn deed veranderen. Vooral in de wondere wereld van het toerisme komt het voor dat gebeurtenissen in de Bijbel aan plaatsen worden verbonden zonder deugdelijke onderbouwing. Waar wetenschappers het zwijgen ertoe doen of een andere richting waarschijnlijker achten, praat een bepaald slag gidsen onbekommerd in zekerheden. In het Libanese Kana is ook werkelijk een grot waar bezoekers wordt verteld dat daar het wonder is geschied.

De ambassade van Libanon in de Verenigde Staten meldt op haar website onder het kopje Toerisme dat het Qana (of Cana/Kana) dicht bij Tyrus was, waar in bijbelse tijden Jezus water in wijn veranderde. Zo ook een site om fondsen te werven voor de herbouw van historische kerken in Libanon die in eerder oorlogsgeweld beschadigd zijn; de makers van de site zetten Libanon neer als een heilig land. Ook sites die geheel gewijd zijn aan toeristisch Libanon leggen een verband tussen ‘hun’ Kana en de bruiloft die Jezus bezocht volgens Johannes 2. Er zijn overigens evenzeer soortgelijke toeristische websites die hierover zwijgen.

Kana 2
Onder bijbelwetenschappers heerst de opvatting dat het Kana waar Jezus water in wijn veranderde, dicht bij Nazareth moet liggen. Het huidige Chribet Kana, ongeveer dertien kilometer ten noorden van Nazaret, is daarom wel aangewezen als de plek waar het gebeurd moet zijn. Later kwamen kenners uit bij Kefr Kenna, dat dichter bij Nazareth ligt aan de weg naar Tiberias. In 2004 werd vanuit Israël het nieuws de wereld ingezonden dat Israëlische archeologen meenden daar inderdaad overblijfselen van dit Kana te hebben gevonden. Hoe dan ook, waar een direct verband wordt gelegd tussen archeologische vondsten en specifieke bijbelse gebeurtenissen, daar is meestal geen reden voor veel stelligheid.

Kana 3
En dan nog dit. Bijbellezers leggen ook wel een link tussen het gebombardeerde dorp Kana in Libanon en de plaats waar de Kananese vrouw in Matteüs 15 vandaan kwam. Immers, zij sprak Jezus aan toen Hij zich teruggetrokken had in de omgeving van Tyrus en Sidon, twee plaatsen in het huidige Libanon. Volgens de Nieuwe Bijbelvertaling echter moet daar staan Kanaänitische vrouw. Dat spoort met wat prof. dr. Jakob van Bruggen in zijn serie Commentaar op het Nieuwe Testament, een uitgave van Kok, hierover schrijft. ‘Kanaänitische’ correspondeert volgens hem met de grondtekst. Daarmee wordt, legt hij uit, benadrukt dat deze vrouw een vrouw uit de heidenen was.

Opgeslagen onder: Kana

Alruin

In de Bijbel komen we een aantal keren de plant דּוּדַי dudaim tegen (Genesis 30:14; 30:15; 30:16; Hooglied 7:13; Jeremia 24:1), waar ze altijd in de ‘magische’ context van liefdesappelen worden genoemd. Bekend is de ruzie tussen Rachel en Lea, waarbij Rachel smeekt of ze de dudaim, die Lea’s zoon Ruben gevonden had, mocht hebben. Waarop Lea terug bitst: “Was het niet genoeg dat je mijn man hebt afgenomen? Nu wil je zeker ook de liefdesappelen van mijn zoon ook nog stelen?”, waarop Rachel droevig antwoord “Nu zal hij vannacht met jou slapen, vanwege die liefdesappelen” (Gen 30:14-15). Veelal wordt deze דּוּדַי dudaim geïdentificeerd met de Alruin (Mandragora Officinarum L.).


De wetenschappelijke naam Mandragora Officinarum L. is afgeleid van mandra “stal” en agora “verzamelen”, waarbij men moet denken aan een plant die in de buurt groeit van stallen. Officinarum “geneeskrachtig”, of beter “uit de apotheken (officina = apotheek). Het Nederlandse woord Alruin (Duits: Alraune) is van het Gotisch runa “geheim” afgeleid, waarmee men wil wijzen op de magische krachten die de wortel zou bezitten. De Alruin is lid van de familie der Nachtschaden en komt van oorsprong voor in het Middellandse Zee gebied. De plant is verwant aan de aardappel. Het stevige wortelgestel lijkt enigszins op het lichaam van een mens met armen en benen. De frisgroene bladeren, die als een krans op de grond liggen, ontspruiten direct uit de bovenkant van de wortel omdat de plant bijna geen steel heeft. In de bloeitijd zijn er fraaie lila en wit gekleurde bloemen. De gele vruchten zijn zo groot als een pruim. Ze ruiken en smaken enigszins als appels. Enkele van de eigenschappen van de dudaim zouden zijn het opwekken van de seksuele lust, het verhogen van de potentie en het verbeteren van de vruchtbaarheid.


In de geschiedenis wordt Alruin verschillende keren genoemd, zo komt het voor in de Papyrus Ebers. Ook de Grieken en de Romeinen hebben gebruik gemaakt van dit kruid, er zijn verschillende aanduidingen over het gebruik van de narcotische kracht van Mandragora, hoewel in sommige gevallen ook Hyoscyamus wordt bedoeld. Daarnaast zijn er verschillende legenden en mythes over deze plant bekend. De bekendste is die, dat de Alruin is ontstaan uit de urine en het zaad van een aand de galg gehangene. De bekende Joodse schrijver Flavius Josephus zegt, dat de bloemen ’s nachts helder licht uitstralen en dat de aanraking van de plant dodelijk zou zijn. Door dit soort toegeschreven krachten en het feit dat de wortels met wat fantasie op een poppetje lijkt, werd de wortel voor velen zeer begeerlijk. Zo heeft keizer Rudolf II meer dan 100 Taler voor zo’n wortel betaald.

Opgeslagen onder: Alruin

Tags: ,

« Older entries § Newer entries »