De brullende leeuw (2)

Voor hen die mijn vorige blog over dit onderwerp niet hebben gelezen, raad ik aan dit eerst te doen.

Leeuwen leiden een zwervend bestaan, en blijven zelden langer dan een dag op een vaste plek. In de Serengeti volgen ze bijvoorbeeld meestal de grote trekkende kudden gnoes, zebra’s en gazellen, om van tijd tot tijd terugkomen op hun favoriete plekken. Het komt dan ook vreemd over dat we in de meeste vertalingen lezen dat een leeuw zich bevind in zijn hol of leger.

Wat heeft de schrijver bedoeld? Nu blijkt dat de leeuw het grootste deel van de dag inactief is. Soms ligt hij tot twintig uur per dag te rusten in de schaduw, tussen de struiken, en als hij actief is, dan is dat enkel om te jagen. Als hij na het eten een “rustplaats” opzoekt, dan is dat doorgaans een plek vanwaar hij een goed overzicht heeft over de omgeving. Als er een prooi is gedood, wordt deze soms onder een struik gesleept om hem overdag aan de aandacht van gieren te onttrekken. Maar gewoonlijk eten ze de prooi op waar het is gedood.

Het Hebreeuwse woord ma’on betekent in het algemeen een “woonplaats, schuilplaats” of soms “vluchtplaats”. Als het woord betrekking heeft op dieren, dan kan het ook “leger, hol” betekenen, ‘een uitholling in de grond, verborgen achter struiken.’ Maar het kan ook een bredere betekenis hebben van een “schuilplaats” tot zelfs gewoon “leefgebied”. Mijns insziens hebben de keuzes die door de meeste vertalers zijn gemaakt, te maken met de onkunde ten aanzien van het gedrag van leeuwen. Een alternatieve vertaling in onze vers van ma’on die ook mogelijk is, is “schuilplaats”.

Als we nu het Bijbebelgedeelte uit Amos 3:4 nog eens lezen, maar dan vanuit de werkelijke gedragingen van leeuwen, dan moeten we bepalen welke geluiden een leeuw maakt en waarom. We zien dat in het Hebreeuws de woorden sha’ag en qol worden gebruikt. Als eerste het woord sha’ag dat in betrekking tot menselijk gedrag meestal een uiting van pijn of wanhoop weergeeft (Job 3:24; Ps 32:3; 38:8). Bij dieren is het een agressief geluid, dat vertaald kan worden met “loeien, brullen, grommen, grauwen” (Richt. 14:5; Ps. 104:21). Soms wordt het gebruikt voor de “donder” van de bliksem (Job 37:4; cf. Amos 1:2). Het woord qol is algemeen woord dat ieder stemgeluid kan weergeven, van ‘roepen’ tot ‘kreunen’ en ‘zingen’. In de context van onze passage passen de woorden “grommen” en “grauwen” beter dan het “brullen” en “de stem verheffen”, bovendien passen deze beter bij het gedrag van de leeuw en het zijn mogelijke alternatieve vertalingen van de Hebreeuwse woorden.

Dan blijft er nog één probleem over, in ons vers worden twee verschillende woorden gebruikt voor ‘leeuw’, namelijk ‘arieh en kephir. In de meeste Bijbelvertalingen wordt ‘arieh weergegeven met ‘leeuw’ en kephir met ‘jonge leeuw’, welke goede vertalingen zijn. Echter hoe dit toe te passen. De vorige keer hadden we besproken dat er 2 groepen leeuwen zijn tijdens de jacht: de benedenwindse en de bovenwindse. Hierbij zijn de benedenwindse de sterkere (en dus jongere) leeuwen, die vanuit het struikgewas de aanval inzetten, terwijl de bovenwindse zichtbaar (en ruikbaar) vanuit hun schuilplaats de prooi richting de benedenwindse leeuwen opjagen.

Op grond van bovengenoemde interpretatie, zou ik Amos 3:4 dan ook als volgt willen vertalen:

Gromt een (aanvals)leeuw in het struikgewas
tenzij hij een prooi heeft?
Grauwt een (jacht)leeuw in zijn schuilplaats
tenzij hij iets gevangen heeft?
Nu slaat het grommen en grauwen op het agressieve gedrag van de leeuwen die hun prooi verorberen en het is een gedrag die zich richt tegen de andere roofdieren (hyena’s) en aaseters (gieren) en meer een waarschuwing is dan dat het een begin is van een dodelijke aanval. Bovendien past deze vertaling in de totale context van het hoofdstuk.

Opgeslagen onder: Leeuw, Amos 3:4

Tags: ,

Stuur naar Twitter