October 11, 2006

You are currently browsing the daily archive for October 11, 2006.

Hieronder een recentie van A.P. Geelhoed over het laatste boek van Ds. Niek Tramper.

Ds. NiekTramper heeft het boek “Het woord in het midden – praktische handreiking voor bijbelstudiegroepen” geschreven. In het boek beveelt hij de techniek van lectio divina aan.

Weer een techniek, afkomstig uit de rooms-katholieke kerk.

Het is moeilijker om deze techniek te doorzien. De bedoeling van lectio divina is dat je elke keer een persoonlijk woord van de Heer krijgt, dat je zijn aanwezigheid gaat ervaren. De techniek is dus bedoeld om je tot een ervaring te brengen. En hierin ligt de fout. Wij moeten, ook in onze omgang met het woord, geen ervaringen zoeken. Ware Bijbelse spiritualiteit is gericht op geloof en gehoorzaamheid. We overdenken het objectieve woord van God. Wat staat er, wat betekent het, hoe kunnen we het toepassen. Rationeel. Dat doen we biddend en in afhankelijkheid van de Heilige Geest. Want de Geest moet ons verstand openen opdat wij de Schrift begrijpen. Als we zo met het woord bezig zijn dan kan Gods Geest ons speciaal aanspreken door een woord of een gedachte. Maar dat is niet het doel van het bijbellezen, dat is een gevolg. Als je tijdens je normale Bijbellezing niet regelmatig ervaart dat God je door de objectieve tekst van de Bijbel heen bemoedigt, ontdekt, waarschuwt, leidt, troost en inzicht geeft dan is er iets mis met je geestelijk leven. (Zie o.a. de studie over de vervulling met de Heilige Geest en de punten 4, 5 en 6 van de studie over “Geloof, gevoel, ervaring en mystiek”)

Bij Lectio Divina wordt de gerichtheid op de objectieve betekenis van het woord veranderd in het zoeken en verwachten van een speciale boodschap van God, gepaard met het ervaren van zijn aanwezigheid. Zoals gezegd spreekt God ons inderdaad regelmatig persoonlijk aan in onze omgang met het woord, maar via deze techniek probeert men het zelf te bereiken. Het moet elke keer gebeuren, men heeft het gesystematiseerd, en zoals uit de literatuur blijkt werkt het zelfs bij mensen, zoals rooms-katholieken, die het bijbelse evangelie niet geloven.

Lectio divina is weer populair gemaakt door rooms-katholieke geestelijken. Hieronder volgt, van één van hen, de beschrijving van de methode.

1. Neem een tekst uit de Bijbel

2. Ga ontspannen zitten en laat jezelf tot rust komen. Sommige christenen concentreren zich enkele momenten op hun adem, anderen citeren op rustige wijze een geliefd “gebedswoord” of een geliefd “gebedszinnetje”. De praktijk van contemplatief gebed is een goede inleiding tot de lectio divina

3. Keer je nu naar de tekst en lees deze langzaam. Proef elk gedeelte van de tekst, luister constant naar de zachte stille stem van een zin of een woord uit het gedeelte dat zegt “ik ben voor jou voor vandaag”

4. Neem daarna het woord dat je gevonden hebt en laat het diep in je doordingen. Zie, wat het in je doet. Geeft het de tijd, kijk wat het in je losmaakt, aan emoties, gedachten, etc.

5. Spreek dan tot God. Of je woorden of beelden gebruikt is niet van belang. Geef God wat je gevonden hebt in je hart toen je het woord tot je door liet dringen.

6. Tenslotte. Rust eenvoudig in Gods omhelzing.

Het doel van de lectio divina is dus niet het verstaan en toepassen van de Bijbel. Het doel is het krijgen van een ervaring. Een persoonlijk woord, een ervaring van Gods liefde of aanwezigheid. Ik wil nogmaals onderstrepen dat het normaal is als God ons regelmatig aanspreekt door Zijn woord. Maar mijn stelling is dat God ons aanspreekt door het woord als we het rationeel lezen. (Als we het lezen om het te begrijpen en toe te passen.) En dat kan al of niet met ervaringen gepaard gaan.

Het sleutelwoord is gerichtheid. Bijbels is de gerichtheid op het objectieve woord om dat te begrijpen, te geloven en toe te passen. En niet de gerichtheid op het krijgen van een subjectief ‘woordje’. Bijbels is de gerichtheid op geloof en gehoorzaamheid en niet het zoeken van ervaringen.

Voor een Bijbelstudie over de verhouding tussen geloof, gevoel en ervaring, klik hier.

Tramper beveelt in zijn boek de mystieke (ervaringsgerichte) techniek van de lectio divina aan.

Het verbijsterende is dat Tramper niet zomaar iemand is. Hij is de voormalige directeur van de Theologische Hogeschool de Wittenberg (de vroegere Reformatorische Bijbelschool). Hij is momenteel predikant, waarschijnlijk van een Gereformeerdebondsgemeente.

Het misleidende is dat hij de lectio divina zelf op een bepaald manier invult die afwijkt van het gebruikelijke. Hij legt er b.v. nog wel de nadruk op dat we een tekst in zijn verband moeten lezen, ook tijdens de lectio divina. De gebruikelijke contemplatieve leraren maken daar niet zo’n punt van. Maar toch gaat het ook bij Tramper om een ervaring. “Het luisteren is daarom het tegenwoordig stellen van Christus, in de Lectio Divina zoeken we zijn Kracht en tegenwoordigheid in de tekst” (p. 24).

In het voorwoord vertelt Tramper zelf over zijn koersverandering in de richting van de mystiek. Het boek is voor het eerst in 1986 uitgegeven, daarna is het herhaaldelijk herdrukt. De druk van het jaar 2005 is een geheel herziene uitgave. Ik citeer: “Het accent is nu meer komen te liggen op het Luisterende leven en de weg van de persoonlijke ontmoeting met de Schriften naar de gemeenschappelijke omgang met het Woord … … De praktische aanwijzingen zijn niet veranderd, maar ze hebben meer verankering gekregen in de Lectio Divina, de ‘gewijde’ lezing. ” (p. 9) Met andere woorden hij heeft de techniek van de Lectio Divina in het boek ingebracht. Omdat hij de mystieke koers is opgegaan.

Hij gebruikt in het boek allerlei uitdrukkingen uit het mystieke taaltje. De uitdrukking ‘het luisterende leven’ is daar een voorbeeld van. We moeten “de levende Stem in het woord gaan ontdekken”.(p.15) Is de Bijbel dan niet het woord van God, de stem van God? Wordt de Bijbel pas het woord van God als ik er subjectief een stem in hoor? “Luisteren met het hart” nog zo’n typische mystieke term. Lectio Divina is volgens hem “lezen-met-het-hart” (p. 35)

Alhoewel hij zelf meestal net op of binnen de grens blijft van het aanvaardbare citeert hij met instemming schrijvers die dat absoluut niet doen. Hij voert b.v. Richard Foster aan als deskundige (p.15). Foster is één van de grote motoren achter de huidige contemplatieve golf. Hij gaat veel verder als Tramper zelf doet. Tramper citeert, met positieve intentie uit het boek Celebration of Discipline van Foster. Ik heb een vijftal meditatieoefeningen die Foster in het boek geeft, besproken, klik hier. Dit is de richting waar Tramper zijn lezers opstuurt. Want die denken nu dat Foster in orde is. Hij beveelt zijn boeken aan. Hij citeert ook uitgebreid als deskundige E. Bianchi. Een prior van een klooster. Iemand die het ware Bijbelse evangelie niet aanvaard. Overigens net als vele andere schrijvers die contemplatieve technieken aanbevelen gebruikt hij de woestijnvaders als inspiratiebron.

Hij citeert op positieve wijze katholieken als deskundigen in de diepere omgang met God. Daarmee indirect aangevend dat hij hen als medegelovigen erkent. Dit ondanks het feit dat ze in een vals sacramenteel evangelie geloven.

Ik weet niet hoe de toestand op de Wittenberg is, maar als dit de voormalige directeur is dan geeft dat zeer te denken.

Nog een citaat uit het boek van Tramper: “Het kan helpen om op de plaats van stilte een paar eenvoudige symbolen op te hangen, zoals een kruis, doorntakken die herinneren aan het lijden van Christus, of een icoon waardoor onze gedachten gericht worden op een heilsfeit: Kerstfeest of Pasen. Een ontstoken kaars helpt ons te herinneren aan het licht der wereld en onze roeping om licht der wereld te zijn.” (p. 17). Kruisen, iconen, doornentakken. Een sfeertje bouwen, zeiden wij vroeger, als hippies.

Voor meer informatie over de lectio divina, klik hier.

Op www.academicblogs.org is een zeer uitgebreide lijst te vinden van allerlei christelijke bloggers, de directe link is hier te vinden

Kerkhistorische herinneringen en sporen van toen blijken soms vergeten en verbleekt. Is de kerk van Hellenbroek er nog? De pastorie van De Cock, het graf van Smijtegelt? Wat vinden we terug van Lydius, van Kuyper en van Groen van Prinsterer? Het dossier ”Speuren naar sporen” van het Reformatorisch Dagblad vertelt er meer over.

Hieronder een overzicht:

Alexander Comrie Abraham Hellenbroek
Abraham Kuyper Hendrik de Cock
Wulfert Floor Bernardus Smijtegelt
Theodorus van der Groe Jacobus Revius
Johannus Fontanus Klaas Schilder
Groen van Prinsterer Balthasar Lydius
Gijsbert Voet Johannus Bogerman
Antonius Walaeus