January 2007

You are currently browsing the monthly archive for January 2007.


Het Groot Woordenboek der Nederlandse Taal is eindelijk online. De website is hier te vinden: http://wnt.inl.nl/

Tags:

Cartoon


Met dank aan Dokus

De theologe Ria Kuijper-Versteegh stelt in het blad Wegwijs voor om het leerstuk van de zonde af te schaffen omdat “Het functioneert toch niet”.

Ze vervolgt met “Zelfs in de kerk kom ik ze opvallend weinig tegen. Je vangt weleens wat op over iemand die zich misgaan heeft, maar dat is altijd uit de tweede hand. De meeste gelovigen maken geen fouten, laat staan dat ze zonden doen. Als er al iets mis gaat, komt het door anderen die veel fouter zijn. Of ze hebben de natuurlijke gebreken die aan het mens-zijn kleven. Ze zijn nu eenmaal zo, daar kun je niets aan doen. Het is nogal overdreven om dat zonde te noemen. Het schijnt trouwens dat Jezus sowieso alles vergeeft.”

Hierbij gaat ze wel zeer kort door de bocht, als ze de Bijbel er op zou naslaan, dan zou ze gelezen hebben dat alle mensen gezondigd hebben (Romeinen 3: 9-10), dat iedereen fouten maakt, “er niemand is, die goed doet, zelfs niet één” (vs. 12). Het is dan ook verwonderlijk dat ze dan wel eens de geruchten heeft gehoord dat iemand dat iemand iets heeft misdaan, maar zelf nog nooit zo iemand heeft ontmoet. We hoeven maar de verschillende christelijke kranten als Uitdaging, het Reformatorisch en Nederlands Dagblad er op na te slaan of we lezen van christenen, zelfs dominees en voorgangers die zich misdragen en grove zonden begaan. Ook dichter bij huis, ik kijk dan naar mij zelf, maak dagelijks fouten, mis dagelijks mijn doel en ben daarom een zondaar. Om die reden is Christus voor ons gestorven, wij zelf zijn niet in staat om zonder zonde te leven, we zijn zelfs niet eens in staat om ons aan de wet te houden (Galaten 3: 10), om die reden heeft Christus ons verlost (vs. 13)

Omdat Christus nu voor onze zonden is gestorven is dan ook geen vrijbrief om dan maar te zondigen, want Christus vergeeft het ons wel. In Galaten 5 wordt hierover gesproken, wie met Christus wil leven, moet met zijn zonden afrekenen (vs. 23) en volgens Zijn Geest leven (vs. 25).

Bron: Nederlands Dagblad

Opgeslagen onder: zonde


Voor hen die geïnteresseerd zijn in cartografie is er dankzij JNUL weer een nieuw indrukwekkend project: Holy Land Maps

Dankzij een tip via de blog van Menachem Mendel

Enige tijd geleden berichtte ik al dat deel 3 van de Studiebijbel uit was gekomen. Dit derde deel omvat de bijbelboeken Jozua, Richteren, Ruth en 1 Samuël. Het vele geweld in deze Bijbelboeken roept in onze tijd veel vragen op en we kunnen ons afvragen hoe we dit moeten begrijpen. Bovendien welke boodschap hebben deze Bijbelboeken voor ons vandaag?

Op het symposium dat het Centrum voor Bijbelonderzoek vorige maand gaf, is dieper op deze vragen ingegaan. De lezingen die toen zijn gegeven zijn nu op hun website gepubliceerd om nog eens rustig na te lezen:

Tags:

Sodomsappel

Onrein! Onrein! klonk het weer onbeschrijfelijk treurig uit den hoek.

Zoo volbracht de arme vrouw haren plicht en gevoelde zij tegelijkertijd, dat de zoo vurig begeerde vrijheid, van verre gezien zoo heerlijk en uitlokkend, een Sodomsappel bleek te zijn. Zij en Tirza waren melaatsch.

Weten onze lezers wat dat insloot? Een melaatsche werd als dood beschouwd. Uit de stad verdreven mocht hij zijne betrekkingen slechts op grooten afstand toespreken. Zijne woonplaats was bij andere melaatschen in spelonken of wildernissen. Zag hij iemand naderen–uit de verte reeds moest hij hem toeroepen: Onrein! Onrein!–Een wezen, dat zichzelf tot afschuw was, en alleen van den dood uitkomst kon verwachten.

Zo wordt de Sodomsappel beschreven in het bekende verhaal “Ben Hur”, in de Bijbel zelf komen we plant niet tegen, maar dat het in Israël een bekende plant was blijkt uit het feit dat ook Flavius Josephus (Oorlogen, IV. 8:4) de plant noemt.

Opgeslagen onder: Sodomsappel

Tags:

Zo zijt gij dan niet meer vreemdelingen en bijwoners, maar medeburgers der heiligen, en huisgenoten Gods;

Efeziërs 2: 19

De apostel Paulus heeft deze interessante zin geschreven in zijn brief aan de Efeziërs. In Efeze, een handelsstad waar veel mensen uit allerlei landen en met veel verschillende geloven woonden of tijdelijk verbleven, speelde het integratie vraagstuk net zo als tegenwoordig. In dit hoofdstuk wijst Paulus dat door het geloof in Christus er geen barrières meer zijn tussen de Joden en de Heidenen. En dat alle mensen een zijn, niet omdat ze zo goed zijn, maar omdat alle mensen slecht en verdorven zijn.

In het huidige asielbeleid in Nederland zien we vaak genoeg het vooroordeel dat alle buitenlanders slecht en crimineel zijn, daarbij vergetend dat wij Nederlanders geen haar beter zijn. Willen we het probleem van het asielbeleid oplossen dan moeten niet alleen de asielzoekers en ook de andere allochtonen zich gaan inburgeren, het aanpassen en eenworden in de Nederlandse bevolking. Maar de Nederlandse bevolking moet ook actief meedoen en de gelegenheden aangrijpen om deze allochtonen te accepteren en op te nemen.

Op het moment als dat gebeurd zijn er geen verschillen meer, er onstaan vriendschappen en zijn deze allochtonen geen buitenlanders meer, maar echte Nederlanders. Door de ontstane vriendschappen, wordt geen verschil meer gemaakt dat de één een andere kleur heeft dan de andere, dat er geen verschil meer is in de gastvrijheid. We mogen elkaar dan zelfs in sommige gevallen vrienden noemen, en hen als huisgenoten opnemen. Op die manier hoeven we de deuren niet meer op slot te doen, maar mogen we “ouderwets” achterom naar binnen lopen en niet meer als een onbekende aan de voordeur te bellen.

Ik denk als wij autochtonen ons zo opstellen en de allochtonen natuurlijk ook, dat er heel wat minder problemen zouden zijn. Dan kan dat eindelijk van de politieke agenda af en kunnen onze regeringsleiders eindelijk beginnen aan het echte regeren van ons land.

Opgeslagen onder: Ef 2:19

Prediker

Werp uw brood uit op het water, want gij zult het vinden na vele dagen.
Geef een deel aan zeven, ja, ook aan acht; want gij weet niet, wat kwaad op de aarde wezen zal.

Prediker 11:1-2

Opgeslagen onder: Prediker 11: 1, 2

Boaz

Deze grap is te leuk om niet aan jullie door te geven:

Q: What kind of man was Boaz before he got married?

A: Ruthless.

Met dank aan: Pierre Toussaint

Tags: ,

Een bekende spreuk, welke de Bond tegen het vloeken gebruikt, is: “Spreek vrijmoedig over God, maar misbruik nooit Zijn naam”. Deze, en veel andere spreuken die op posters door heel Nederland hangen, hebben als doel, om de naam van Jezus (en God) niet meer als stopwoord te gebruiken. Op één van de posters staat dan ook dat het vreemd is dat er van de ongeveer 20.000 voornamen, er slecht één als stopwoord wordt gebruikt: Jezus. De poster vervolgt met: “Voor veel mensen is deze naam heilig. Gebruik deze naam daarom met respect.”

Deze laatste verklaring heeft mij aan het denken gezet. Als ik op voetbal stadions, NS-stations ed. zo’n poster zie, dan is de link snel gemaakt om niet-gelovigen hierop te wijzen. Toch denk ik dat dit te kort door de bocht is. Als ik in de Bijbel de tien geboden lees, dan zijn deze niet in de eerste instantie gegeven aan de niet-gelovigen, maar aan de gelovigen. Frinsel vraagt zich dan ook terecht af (Oogst, 821 p. 4) “We moeten ons niet afvragen wat dit gebod betekent voor een goddeloze buitenwereld, maar voor ons als Bijbel getrouwe christenen. Hoe gaan wij om met Gods naam? Hoe spreken we over Hem?”

Hoe spreken wij als christenen over God, of anders gesteld wat voor beeld schetsen wij van God. Het valt me de laatste jaren op, dat in veel kerken de laatste tijd het Evangelie gebracht wordt met behulp van banale en dubieuze grappen. Er zijn zelfs christelijke cabaretiers die het hoofdprogramma vormen van een kerkdienst. Daarnaast is er tegenwoordig een hele categorie predikers, die nog maar één aspect van Gods Woord behandelen, zij zeggen dat alles alleen nog maar genade is en dat we, wat we ook nog maar doen, we toch gered zijn, of een categorie die precies het omgekeerde pretendeert, nl. dat we allemaal verloren zijn, wat we ook doen (hoewel deze laatste groep steeds minder vaak voorkomt).

Dit eenzijdig belichten van Gods Woord is ook een vorm van misbruik, omdat we zo een verkeerd beeld schetsen van God. Natuurlijk mag er humor in een preek zijn, maar dat hangt dan wel af van de context. Een stuk zelfspot en het relativeren van de waan van de mens zien we ook in de Bijbel verschillende voorbeelden. Maar zodra het om Gods Naam of om heilige zaken gaat, dan moeten we oppassen. Het heeft nl. als consequentie dat de toehoorders door dit onderwijs niet meer leren om God te respecteren en te vrezen. We zien in dit soort genootschappen dat de zonde niet meer meeteld bij zo’n tolerante God. Er wordt dan een beeld geschets dat God een lieve God is en niet een God van liefde (wat heel wat anders is). Zo wordt een lichtzinnig geloof gemaakt, dat even lichtzinnig wordt aangepast aan de eigen wensen en zonder gevolgen voor de eeuwigheid wordt afgeschaft.

Een derde categorie christenen, misbruiken God’s naam op een nog ander manier. Regelmatig hoor ik “God heeft mij gezegd…” of “De Here wil…” en dan blijkt dat, op deze vrome manier, deze christenen hun eigen standpunten en ideeën kracht willen bij zetten. Ook dit is een vorm van misbruik, daar met zo’n uitspraak correctie en tegenspraak onmogelijk wordt gemaakt, het is dan ook een vorm van manipulatie. Vandaar dat in de Bijbel staat dat we alle dingen moeten toetsen (1 Thess 5: 21) en alles wat goed is behouden. Vandaar dat we lezen dat Paulus, toen hij een visioen kreeg, dit voorlegde aan andere christenen om te toetsen op echtheid (Hand 16: 10). Het is dan ook zeer noodzakelijk dat wij dat ook doen, inderdaad zijn wij in Christus gered en hebben we de Heilige Geest gekregen, maar we blijven in dit vlees onvolmaakte mensen, die open staan voor de verleiding tot zonde. We moeten dan ook, als we menen het Woord van de Heer te verkondigen, voorzichtig omgaan met het gebruik van Gods naam. Een prediker die telkens meent perfect te weten wat God wil is gevaarlijk en komt overeen met manipulatie. Als we in dit licht het derde gebod “Gij zult Gods naam niet ijdel (=licht) gebruiken” bezien en het feit dat het gegeven is aan Gods volk, kunnen we concluderen dat dit gebod met name op dit soort misbruik is gericht.

Opgeslagen onder: misbruik van Gods naam

« Older entries