‹ Nieuwe blogOude tunnel in Jeruzalem ontdekt ›
Paulus (4)
Gepubliceerd op 08-09-2007

Dit is het vierde deel uit de reeks over Paulus van Marco Rotman, de eerdere artikelen zijn hier, hier en hier te lezen.

Paulus als Farizeeër

Naar wetsopvatting was Paulus een Farizeeër. Dit sluit aan bij wat we elders lezen over Paulus: hij behoorde tot de Joodse gezaghebbende stroming van de Farizeeën.


In de tijd van het Nieuwe Testament was de beweging van de Farizeeën de belangrijkste groepering onder de Joden. Dit kwam met name door hun nauwgezette levenswijze, waarin zij de Thora als leidraad namen.


We kennen de Farizeeën uit verschillende historische bronnen, met name de werken van Josephus, de rabbijnse literatuur (geschreven door de afstammelingen van de Hillellitische Farizeeërs), en niet in de laatste plaats het Nieuwe Testament.


Wie is opgegroeid met het Nieuwe Testament, loopt het gevaar een vertekend beeld te krijgen van het Farizeïsme. De conflicten die Jezus geregeld met Farizeeërs had, hebben ertoe geleid dat in het gangbare taalgebruik het begrip ‘Farizeeër’ op één lijn gesteld is met ‘huichelaar’ en ‘muggezifter’. Hiermee doen we deze Joodse groepering echter geen recht. Natuurlijk, zoals in elke godsdienstige stroming waren er huichelachtige Farizeeërs en het is juist met hen dat Jezus in conflict komt. Maar de beweging als zodanig kan dit niet aangerekend worden en het beeld van het farizeïsme dat in christelijke kring vaak gehoord wordt, is niet meer dan een karikatuur.


Dat blijkt overigens ook al uit het Nieuwe Testament zelf, waar niet alleen negatief over de Farizeeën wordt gesproken: Jezus gebruikte gereld de maaltijd samen met Farizeeën (Luc.7:36; 11:37; 14:1) en werd door hen gewaarschuwd voor een complot van Herodes Antipas tegen Hem (Luc.13:31-33). Jezus had zelfs enkele volgelingen onder de Farizeeën, zoals Nikodemus en mogelijk Jozef van Arimatea. En de apostel Paulus spreekt niet zonder trots over zijn verleden als Farizeeër (Hand.26:5; Fil.3:5). Ook als we andere Joodse bronnen lezen, dan zien we daar dat Farizeeën over het algemeen hele oprechte mensen zijn, die hun uiterste best doen om het leven met God in het dagelijks leven gestalte te geven en God te eren met hun leven. Zij waren geziene mensen, die meestal niet alleen in hun woorden, maar ook in hun daden een voorbeeld vormden om na te volgen.


In het Farizeese gedachtengoed stonden de Thora en de mondelinge traditie centraal. Met Thora werd in strikte zin gedoeld op de vijf boeken van Mozes, maar in ruimere zin kon heel het Oude Testament ermee worden aangeduid. De Farizeeën stonden op het standpunt dat de Thora, die al eeuwen geleden door God aan zijn volk gegeven was, geïnterpreteerd en toegepast moest worden op een manier die aansloot bij de eisen van de moderne tijd. Theorie en praktijk, geloofsovertuiging en dagelijks leven waren bij hen ten nauwste met elkaar verbonden. In dit opzicht onderscheidden ze zich van andere Joodse bewegingen. De interpretatie en toepassing van de Thora zoals die door de Farizeeën werd nageleefd was vervat in de mondelinge traditie, die volgens hen eveneens terugging op Mozes en voor hen in gezag welhaast gelijk stond aan de Thora zelf (in het NT wordt de mondelinge traditie aangeduid als ‘de overlevering der ouden’, zie bv. Matt.15:2).


Zelf probeerden de Farizeeën de vele regels in de Thora en de mondelinge traditie strikt na te leven en zij verwachtten dat ook van anderen. Dit spitste zich met name toe op de wetten voor rituele reinheid en het geven van tienden (vgl. Matt.23:23; Luc.11:42; 18:2). In het Nieuwe Testament vinden we vele voorbeelden van conflicten tussen Jezus en de Farizeeën, waarbij de Farizeeën Jezus verwijten dat hij zich niet houdt aan hun strikte opvattingen over de naleving van het sabbatsgebod (bv. Marc.2:23-3:6; Matt.12:1-13; Luc.6:1-11).


De bedoeling achter dit nauwgezet naleven van de Thora en de mondelinge traditie was niet een overdreven wetticisme – wat de Farizeeën in de kerkgeschiedenis vaak verweten is –, maar een verlangen om heilig te leven, zoals God dat Zelf had geboden: ‘Weest heilig want Ik ben heilig’ (bv. Lev.11:44-45; 20:26). De Farizeeën legden deze opdracht om heilig te leven niet alleen uit met betrekking tot priesters, maar pasten het toe op alle Joden, die immers een priesterlijke natie vormden (Ex.19:5,6). Zij waren er stellig van overtuigd dat wanneer heel het volk op deze heilige wijze zou leven, de weg gebaand zou worden voor de komst van de Messias, die een einde zou maken aan de onderdrukking van Gods volk en het koningschap van Israël zou herstellen.


Het wekt dan ook geen verbazing dat veel Farizeeën vele uren doorbrachten met het bestuderen van de Thora. De groep van de ‘wetgeleerden’ of ‘schriftgeleerden’, die ook in het Nieuwe Testament genoemd worden, bestond dan ook voor een belangrijk deel uit Farizeeën.


Andere overtuigingen die kenmerkend waren voor de Farizeeën waren dat zij zowel vasthielden aan de voorzienigheid en souvereiniteit van God als aan de menselijke verantwoordelijkheid. Zij bewandelden in dit opzicht een middenweg tussen de posities van de Sadduceeën en de Essenen. Verder onderscheidden zij zich van de Sadduceeën doordat zij (zoals de meeste Joden) geloofden in het bestaan van engelen en geesten en in de opstanding der doden (vgl. Hand.23:8).


De Farizeeën maakten deel uit van het gewone volk en bleven daar ook nauw mee verbonden. Er waren weliswaar priesters of gelovigen uit de Joodse elite die tot de Farizeeën behoorde, maar zij voerden niet de boventoon. Om te voorzien in hun levensonderhoud en dat van hun gezin (dat vaak vele kinderen telde) combineerden de Farizeeën de studie van de Thora met de uitoefening van een beroep, zoals timmerman, zadelmaker of – zoals Paulus – tentenmaker.


In de tijd van het Nieuwe Testament bestond het Farizeïsme uit twee stromingen: de ‘school’ van Sjammai en die van Hillel. Deze tweedeling was tot stand gekomen in de tijd van Herodes de Grote (36-4 v.Chr.). De volgelingen van Sjammai komen in de rabbijnse literatuur naar voren als degenen die de Thora op de meest strikte wijze interpreteerden en het meest radicaal waren in de toepassing ervan in het dagelijks leven. Deze radicale houding gold zowel de strikte interpretatie van de reinheidsvoorschriften als de andere aspecten van het dagelijks leven. Het lijkt er zelfs op dat de beweging van de Zeloten haar wortels heeft in deze fanatieke stroming binnen het Farizeïsme.


De volgelingen van Hillel waren meer toegeeflijk en namen in allerlei kwesties een meer gematigd standpunt in. Zij meenden dat de wetsuitleg van de Sjammaïtische Farizeeërs zó strikt was, dat naleving ervan in de praktijk niet haalbaar was. Ook in andere zaken betreffende het dagelijks leven namen zij een milder standpunt in en kozen zij over het algemeen voor een houding van ‘leven en laten leven’: laat de politiek maar woeden, laat de maatschappelijke ontwikkelingen maar komen, zolang wij Joden maar in vrede de Thora kunnen bestuderen en naleven. De uitspraak die in het boek Handelingen is opgetekend uit de mond van Gamaliël met betrekking tot een rechtszaak tegen de apostelen is een typisch Hillellitisch standpunt (‘Laat u niet in met deze mensen en laat het geworden; want indien dit streven of dit werk uit mensen is, zal het vernietigd worden, maar indien het uit God is, zult gij hen niet kunnen vernietigen; het mocht eens blijken, dat gij tegen God strijdt’, Hand.5:38-39). De Sjammaïtische Farizeeërs zouden eerder geneigd zijn om vanuit hun streven naar de heiligheid van heel het volk (zoals zij dat zelf uitlegden) zich aan te sluiten bij degenen die de apostelen wegens godslastering ter dood wilden laten brengen (vgl. Hand.5:33).


De tweedeling binnen het Farizeïsme aan het begin van onze jaartelling, roept de vraag op tot welke stroming Paulus heeft behoord. Zelf geeft hij aan dat hij Gamaliël, die zelf de zoon of kleinzoon was van Hillel en die we ontmoeten in Handelingen 5, als leermeester heeft gehad (Hand.22:3). Het heeft er echter alle schijn van dat Paulus zelf tot de radicale vleugel van de Sjammaieten behoorde: hij stemde in met de dood van Stefanus (Hand.8:1), zaaide dood en verderf in de christelijke gemeente van Jeruzalem (Hand.9:1) en trok naar Damascus (Hand.9:2) om ook daar de Joodse gemeenschap te zuiveren van wat hij beschouwde als een godslasterlijke nieuwe leer. Zelf zegt hij hierover: ‘Ik heb de gemeente Gods bovenmate vervolgd en getracht haar uit te roeien’ (Gal.1:13). En ook in dit gedeelte uit Filippenzen 3 spreekt hij met trots over zijn ‘ijver’, het handelsmerk van de radicale vleugel van het farizeïsme. De Gamaliël die we ontmoeten in Handelingen 5 zou Paulus’ vervolging van de gemeente nooit goedkeuren. Paulus mag dan veel van Gamaliël geleerd hebben, hij deelde zijn standpunten niet. Kennelijk heeft hij zich nog voor zijn bekering tot Christus van zijn vroegere, gematigde leermeester gedistantieerd om zich in te zetten voor het meer radicale gedachtengoed van de Sjammaïtische Farizeeërs.


Als Paulus op weg gaat naar Damascus, verschijnt onderweg Jezus aan hem. Daardoor verandert zijn leven radicaal. Was hij eerst een vervolger van Jezus’ volgelingen, nu is hij er zelf een geworden. Toch waren er ook dingen die niet veranderden. Paulus was Jood, en hij bleef Jood. Hij veranderde niet van godsdienst, maar bleef dezelfde God dienen: de God van Abraham, Isaak en Jakob. Het enige verschil is dat Paulus nu heeft ontdekt dat deze God, de enige God, zich heeft geopenbaard in Jezus van Nazaret.


Ik wil dit met nadruk onderstrepen: Paulus probeerde niet een nieuwe godsdienst te stichten. Hij was tot de overtuiging gekomen dat de God die hij heel zijn leven gediend had, gekend wilde worden door Jezus Christus. En dat de boodschap van Jezus Christus de enige weg was tot het ware Jood-zijn. En niet alleen dat: hij was tot de overtuiging gekomen dat de boodschap van Jezus Christus, in wie de God van Abraham, Isaak en Jakob zich heeft geopenbaard, de enige weg is tot het ware mens-zijn.


Marco Rotman


Drs. Marco Rotman is nieuwtestamenticus. Hij is als auteur verbonden aan de Studiebijbel en is docent Nieuwe Testament aan de Evangelische Theologische Hogeschool in Ede.


Tags: Gastschrijvers, Paulus, Personen

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Cadeauwinkel