January 29, 2008

You are currently browsing the daily archive for January 29, 2008.

Oholiab, de zoon van Achisamach, uit de stam Dan, een bekwaam vakman, had hem terzijde gestaan; hij kon weven en borduren met blauwpurperen, roodpurperen en karmozijnrode wol en getwijnd linnen garen.
Exodus 38: 23

De Romulea phoenicia Mouterde is een plant behorend tot het geslacht van de Iridaceae (Lissen) en is verwant aan de Krokus. De plant is inheems in Noordelijk Israël en Libanon en zoals veel soorten uit dit gebied zijn ze gewend aan het afwisselende klimaat van de koude winterregens en de hete droge zomers.

De bladeren komen op eind van de herfst en en verdorren na de bloei aan het einde van de winter. Tussen januari en april zijn de purperen bloemen zichtbaar, deze zijn 25-35 mm groot en hebben 6 bloemblaadjes. De volledige plant bereikt een hoogte van 5-10 cm.

De soortnaam Phoenicia kan zowel naar het gebied waar zij voorkomt, als naar de kleur van de bloem verwijzen. De oude Fenicische beschaving concentreerde zich rond het kustgebied van Libanon en Israël, welke gelijk is aan het natuurlijke verspreidingsgebied van de plant. De benaming Phoenicia wordt afgeleid uit het Griekse woord phoinix wat vertaald kan worden met purper-rood. Dit is niet geheel toevallig een verwijzing naar een kleurstof die traditioneel door de Feniciërs in de stad Tyrus werd geproduceerd.

De echte koninklijke purperkleur werd gemaakt uit de klieren van de Purperslak (Murex trunculus). De productie van deze kleurstof was echter intensief en duur, wat verklaart waarom het slechts voor koninklijke en plechtige kledingstukken werd gebruikt. Voor de meer alledaagse kledingstukken werd gebruik gemaakt van plantaardige grondstoffen zoals van de Romulea phoenicia Mouterde. Het is dan ook zeer goed mogelijk dat Oholiab gebruik heeft gemaakt van de plant.

Tags: