‹ Het Nijlpaard Nikolaas van Myra (1) ›
De Slak
Gepubliceerd op 09-11-2008

וְהָאֲנָקָ֥ה וְהַכֹּ֖חַ וְהַלְּטָאָ֑ה וְהַחֹ֖מֶט וְהַתִּנְשָֽׁמֶת׃

En de zwijnegel, en de krokodil, en de hagedis, en de slak, en de mol;

Leviticus 11: 30

Of met חמט chômeṭ daadwerkelijk een "slak" wordt bedoeld is niet duidelijk, net als overigens alle andere dieren die in die vers worden genoemd. Want dat is het grote probleem als een woord maar eenmaal voorkomt.


Tags: Fauna, Leviticus

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker