‹ RechabietenBallista's en andere wapens ›
Mensenoffers in de Bijbel
Gepubliceerd op 27-09-2009

Een van de moeilijkste dingen die in de Bijbel wordt genoemd zijn de mensenoffers. Natuurlijk denken we dan meteen aan de Moloch-diensten, of aan de koning van Moab die zijn eerstegeborene zoon offerde als brandoffer op de muur van zijn stad toen hij zag dat de overwinning was voor het Israëlische leger (2 Kon 3:27) en hij niet meer kon ontsnappen.

Onbekender wordt het als we denken aan de mensenoffers die verschillende koningen, die slecht waren in de ogen van God, in Israël pleegden. Zo is er niet alleen een melding van de goddeloze koning Achaz die zijn zoon door het vuur liet gaan (2 Kon. 16:3), naar de gewoonte van de heidenen, maar ook koning Manasse offerde zijn zoon (2 Kon. 21:6). Hierbij is het frappant dat beide koningen afstammelingen waren van David (het waren koningen over Juda) en dat juist zij deze heidense praktijken deden, in het aangezicht van de tempel. Nu is het zo dat niet alleen de koningen hun kinderen offerden, ook het gewone volk maakte zich hier volgens Jeremia schuldig aan (Jer. 7:31), het was zelfs één van de geestelijke oorzaken waarom het noordelijk rijk in ballingschap ging (2 Kon. 17:17).

Als we de Bijbel verder napluizen op mensenoffers dan zien we dat naast bovengenoemde gruwelijke gevallen er nog een overtreffende trap is. Namelijk mensen offers aan de God van Israël zelf! Het eerste geval dat we tegenkomen is Abraham die zijn zoon Izak moest offeren in opdracht van God, op het laatste moment werd als vervangend offer een ram gestuurd (Gen 22:2ev.). In veel commentaren wordt dit uitgelegd als een test voor Abraham. Maar het is niet het enige geval, Jeftha doodde zijn dochter als brandoffer, na een overhaaste belofte omdat God hem geholpen had (Richt. 11:29-40). Laten we ons hier niet misleiden door de vele preken die een minder gruwelijk einde presenteren. Er staat duidelijk dat Jeftha's dochter (zijn enige kind) de belofte accepteerde: "Mijn vader! hebt gij uw mond opengedaan tot den HEERE, doe mij, gelijk als uit uw mond gegaan is" (vs. 36) en iets verderop lezen we dat na de toegestane twee maanden rouw "dat zij tot haar vader wederkwam, die aan haar volbracht zijn gelofte, die hij beloofd had" (vs. 39). Dus ze werd geofferd!

Nu zouden we kunnen beargumenteren dat bij Abraham het nog een laatste restant was van zijn heidense omgeving en dat Jeftha een vrijbuiter was die het allemaal niet zou nauw nam met de godsdienst. Maar er is nog een geval, tijdens David's regering was er een hongersnood en als verklaring werd gevonden dat het kwam omdat Saul indertijd de Gibeonieten had proberen uit te roeien (2 Sam. 21:1-14), wij zouden zeggen Saul heeft zich schuldig gemaakt aan genocide. In ieder geval, om deze vloek ongedaan te maken, eist de koning van de Gibeonieten dat 7 mannen uit het geslacht van Saul worden opgehangen, waarmee David akkoord gaat. Als David het aangrijpende verhaal hoort van Rispa de dochter van Sauls bijvrouw Aja die de galgen bewaakt en de wilde dieren wegjaagt laat hij de lijken van de galg afhalen en begraven.

Nu zijn dit allemaal Oudtestamentische voorbeelden en we zijn gauw geneigd om te denken dat in het Nieuwe Testament dit niet voorkomt. Maar juist daar zien we het allergrootste en belangrijkste voorbeeld dat zelfs de kern van het hele Evangelie is, namelijk het ultieme offer vinden we in Christus zelf, Hij offerde zichzelf om de zonden van alle mensen op zich te nemen en daarmee alle brandoffers welke in het Oude Testament worden gepromoot overbodig maakt. Wij mensen zijn allemaal zo verdorven en slecht dat we volgens de wet allemaal de doodstraf verdienen, maar God had de mensheid zo lief dat Hij Zijn enige Zoon naar de aarde stuurde om zich daar te laten offeren voor al onze overtredingen.


Tags: Uncategorized

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker