May 26, 2010

You are currently browsing the daily archive for May 26, 2010.

Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten,
als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken.

Spreuken 25:21 (NBV)

Vandaag las ik in de krant dat het Internationale Rode Kruis doorgaat met het geven van EHBO-training aan Talibanstrijders in Afghanistan. Zoals valt te verwachten kreeg de organisatie veel boze e-mails hierover. Woordvoerder Christian Cardon verdedigde dit door te stellen “Het is de kern van het mandaat van het Rode Kruis om er voor te zorgen dat mensen worden geholpen, of ze nu van de ene of de andere partij zijn.”

De vraag borrelt meteen naar boven wat voor houding moeten wij nou nemen tegen deze extremistische moslims, moeten we ze zelfs helpen hoe ze hun gewonden kunnen genezen. Niet alleen bovengenoemde tekst in Spreuken geeft aan wat je moet doen, maar ook de Jood Paulus schrijft in zijn Romeinenbrief  (12:20) “Indien dan uw vijand hongert, zo spijzigt hem; indien hem dorst, zo geeft hem te drinken” en ook Jezus zegt dat we onze vijanden moeten liefhebben (Mat. 5:44)

Een praktijkvoorbeeld komen we tegen bij Elisa (2 Kon. 6:22) als hij opdracht geeft om de vijandelijke Arameeërs een maaltijd voor te zetten, zodat ze konden eten en drinken, in plaats van ze door het zwaard af te laten maken.

Het Rode Kruis heeft deze boodschap heel goed begrepen, door hun neutraliteit helpen ze iedereen, zowel de vriend als de vijand.

Tags: , , , ,

Een steen is zwaar, en het zand gewichtig; maar de toornigheid des dwazen is zwaarder dan die beide.

Spreuken 27:3

Grimmigheid en overloping van toorn is wreedheid; maar wie zal voor nijdigheid bestaan?

Spreuken 27:4

Een regelmatig terugkerende vergelijking in Spreuken betreft het argument a minore ad majus, dat wil zeggen, als X het geval is dan is er veel meer Y. Zo’n argument zien we in dit vers 3, bovendien is er een metaforische verschuiving: Een steen is zwaar en zand is zwaar, maar de ergernis van een dwaas is zwaarder dan beiden.

In vers 4 zien we ook zo’n vergelijking, waarbij iemand wordt gedwongen om na te denken waarom jaloezie zo veel erger is dan woede of boosheid (in het Hebreeuws zijn deze twee woorden vaak synoniemen). Interessant is dat het woord קִנְאָה “jaloersheid (SV nijdigheid)”, wat hier wordt gebruikt, slechts op twee andere plaatsen voorkomt in Spreuken, nl. in 6:34 waar wordt beschreven dat jaloersheid de oorzaak is om de toorn en wraak van een man op te wekken tegen haar partner in overspel; in 14:30 waarin het contrast duidelijk wordt gemaakt tussen de rust van de geest met de voosheid van de botten die de jaloezie kenmerkt. De onweerstaanbaarheid van jaloezie lijkt te bestaan in het feit dat zij destructief is in twee richtingen: het vreet aan de persoon die jaloers is en als het explodeert en openbaar wordt, het veranderd tot toorn tegen de persoon die het voorwerp is van dat jaloezie.

Tags: , , ,