‹ CitaatQuizvraag van de week (55) ›
Misplaatst vredeoffer
Gepubliceerd op 27-11-2010

Ik moet dankoffers brengen, ik ben vandaag mijn geloften nagekomen.

Spreuken 7:14 (HSV)

Als we dit hoofdstuk van Spreuken lezen, dan willen we vaak alleen maar het eerste gedeelte lezen omdat de rest een "smeuïg verhaal" is van iets wat we vooral niet moeten doen. Wij Nederlanders willen tegenwoordig er niet meer op gewezen worden dat we iets niet mogen, we willen vrijheid en blijheid.

Lezen we de bovengenoemde tekst dan komt meteen naar boven, wat met dit dankoffer wordt bedoeld. In Lev. 3:1 lezen we over dit dank- of vredeoffer (het Hebreeuwse ziḇəḥê šəlāmîm betekend letterlijk "offers van vrede"). Uit andere Bijbelgedeelten weten we dat alleen het vet en bloed werd geofferd,  van wat overbleef ontvingen de priesters nog een deel (Lev. 7:28-34) en de rest wat overbleef mocht door de offeraar (in dit geval de vrouw) de volgende dag worden opgegeten (cf. Lev. 7:16). In andere Semitische talen (bv. Phoenicisch) komen soortgelijke offers voor, waarvan het woord van dezelfde stam is afgeleid als die van het Hebreeuws. Maar in tegenstelling tot het Bijbelse dankoffer waren bij deze offers niet altijd een maaltijd verbonden.

We moeten er dus vanuit gaan (ook vanwege dat de context Israëlisch is) dat het gaat om een offer welke in Jeruzalem is gebracht en dat deze vrouw deze restanten wil delen met de "argeloze" jongeling. Op zich is dit al vreemd, want meestal werd zo'n maaltijd gehouden met bekenden en niet met een willekeurige voorbijganger en zeker niet met zijn tweetjes. Deze jongeling had moeten weten dat er iets vreemds was aan dit verzoek en dat blijkt uit het vervolg van dit Bijbelgedeelte.

Het dank- of vredeoffer van deze vrouw doet me denken aan de kerkganger die aan de traditionele verplichtingen heeft voldaan, maar die absoluut niet begrijpt waar het omgaat. Het is misplaatste vroomheid. We zouden deze vrouw "Kortjakje" kunnen noemen, die altijd ziek is, behalve op zondag. Kortjakje staat voor ‘Kort Rokje’ en dat geeft een lichte hint naar het beroep van de vrouw. ‘Altijd ziek’ is eigenlijk een eufemisme van altijd op bed liggen, op je rug liggen en dat verwijst naar prostitutie. Het boek vol zilverwerk is de afbetaling van de zonde, dus daarom zit Kortjakje op zondag in de kerk. Met andere woorden zondag’s vroom in de kerk, en de rest van de week erop los leven.

Iemand heeft eens gezegd dat "het beter is om in de armen van een vrouw te vallen, dan in de handen van een vrouw", waarbij hij stellig zal hebben gedacht aan dit soort type vrouwen.


Tags: Bijbelstudie, Spreuken, Voedsel
Gerelateerde onderwerpen: Bijbelstudie, Voedsel

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Boeken algemeen