October 26, 2011

You are currently browsing the daily archive for October 26, 2011.

In deze serie over muziek in de Bijbel, is het natuurlijk ook leuk om te horen hoe vroeger werd gezongen. Daarom een voorbeeld uit Hooglied 8:6-7 gezongen door Ofra Haza. De melodie is gebaseerd op de voordrachtstekens (teamim) die de Masoreten (7de-11de eeuw n.C.) rondom de Hebreeuwse letters hebben geplaatst en dienen voor de intonatie en zang van de tekst. De melodie was dus toen al bekend en gebaseerd op de overlevering aan de Masoreten en zal daarom stellig enkele eeuwen ouder zijn.

Onder het nummer staat de Hebreeuwse tekst met een Nederlandse vertaling, tijdens het zingen worden sommige stukjes herhaald, dus let goed op als je even de tekst kwijt bent.

6.
śîmēnî ḵaḥwōṯām ‘al-libeḵā
Leg mij als een zegel op Uw hart,

kaḥwōṯām ‘al-zərwō‘eḵā
als een zegel op Uw arm.

kî-‘azzâ ḵammāweṯ ’ahăḇâ
Want de liefde is sterk als de dood,

qāšâ ḵišə’wōl qinə’â
de hartstocht onstuitbaar als het graf.

rəšāfeyhā rišəpê ’ēš
Haar vonken zijn vurige vonken,

šaləheḇeṯəyâ:
vlammen van de HEERE.

7.
mayim rabîm lō’ yûḵəlû ləḵabwōṯ ’eṯ-hā’ahăḇâ
Vele wateren kunnen de liefde niet uitblussen

ûnəhārwōṯ lō’ yišəṭəfûhā
en rivieren spoelen haar niet weg.

’im-yitēn ’îš ’eṯ-kāl-hwōn bêṯwō bā’ahăḇâ
Al gaf iemand al het bezit van zijn huis voor de liefde,

bwōz yāḇûzû lwō:
men zou hem smadelijk verachten.

Tags: , , ,

In onze kleine serie over muziek wil ik ook eens kijken naar de liederen die gezongen werden. We denken dan bijna altijd meteen aan de Psalmen, daarom koos ik voor eentje die ergens anders in de Bijbel voorkomt, nl. in Jesaja 5:1-7. Volgens de tekst zelf is het een liefdesliedje, hoewel de meeste vertalingen er de titel “lied van de wijngaard” boven hebben gezet. Omdat bij een vertaling vaak de intonaties en het woordspel vaak eruit gaan heb ik om een idee te geven hoe zo’n Hebreeuws lied eruit ziet de tekst getranscribeerd en eronder een zo’n letterlijk mogelijke vertaling.

1.
’āšîrâ nnā’ lîḏîḏî
laat me zingen voor mijn liefste

šîraṯ dwōḏî ləḵarəmwō
een lied van mijn liefste voor zijn wijngaard

kerem hāyâ lîḏîḏî
een wijngaard was er voor mijn liefste

bəqeren ben-šāmen:
op een berg zoon [van] olie

2.
wayə‘azzəqēhû wayəsaqqəlēhû
en hij spitte, en zuiverde het van stenen

wayyiṭṭā‘ēhû śōrēq
en hij plantte de beste wijnranken

wayyiḇen miḡədāl bəṯwōḵwō
en hij bouwde een wachttoren in het midden

wəḡam-yeqeḇ ḥāṣēḇ bwō
een wijnpers hakte hij daarin uit

wayəqaw la‘ăśwōṯ ‘ănāḇîm
en hij verwachtte dat [nu] zou groeien de druiven

wayya‘aś bə’ušîm:
en het waren stinkbessen

3.
wə‘atâ ywōšēḇ yərûšālaim
en nu inwoners van Jeruzalem

wə’îš yəhûḏâ
en mannen van Juda

šifəṭû-nā’ bênî
oordelen jullie tussen mij

ûḇên karəmî:
[en] tussen de wijngaard

4.
mah-lla‘ăśwōṯ ‘wōḏ ləḵarəmî
wat te doen nog meer voor de wijngaard

wəlō’ ‘āśîṯî bwō
en niet wat ik [al] heb gedaan in het?

madû‘a qiûêṯî la‘ăśwōṯ ‘ănāḇîm
waarom keek ik naar de groei van de druiven

wayya‘aś bə’ušîm:
en het waren stinkbessen

5.
wə‘atâ ’wōḏî‘â-nnā’ ’eṯəḵem
en nu zal ik bekendmaken aan jullie

’ēṯ ’ăšer-’ănî ‘ōśeh ləḵarəmî
en wat ik ga doen met de wijngaard

hāsēr məśûkāṯwō wəhāyâ ləḇā‘ēr
verwijderen de omtuining en het zal braakliggen

pārōṣ gəḏērwō wəhāyâ ləmirəmās:
afbreken de muur en het zal worden vertrapt

6.
wa’ăšîṯēhû ḇāṯâ
ik zal maken een ruïne van het

lō’ yizzāmēr wəlō’ yē‘āḏēr
niet zal ik het snoeien en niet zal ik schoffelen

wə‘ālâ šāmîr wāšāyiṯ
en opschieten zullen er doornen en distels

wə‘al he‘āḇîm ’ăṣaûeh
en ik zal de wolken bevelen

mēhaməṭîr ‘ālāyw māṭār:
de regen [niet] erop laten beregenen

7.
kî ḵerem JHWH ṣəḇā’wōṯ bêṯ yiśərā’ēl
want de wijngaard van de HEERE Tsebaot is het huis Israël

wə’îš yəhûḏâ nəṭa‘ ša‘ăšû‘āyw
en de mannen van Juda zijn de lievelingsplanten

wayəqaw ləmišəpāṭ wəhinnēh miśəpāḥ
Hij verwachtte recht maar het werd bloedvergieten

liṣəḏāqâ wəhinnēh ṣə‘āqâ:
rechtsbetrachting maar het werd [hulp]geschreeuw

Wat opvalt is dat het eerste gedeelte (vs. 1-4) en het laatste gedeelte totaal anders zijn (vs. 5-7). Het eerste gedeelte is dan ook een bekend thema, welke we vaak tegenkomen (cf. Mark. 12 en de Dode Zee rol 4Q500). Het is dan ook zeer goed mogelijk dat dit vroeger een profaan liedje was waarmee Jesaja begon.

In de Hebreeuwse dichtkunst bestond niet zozeer iets als eindrijm, veeleer werden verschillende vormen van alliteratie toegepast (let maar eens hoe de woorden qua klank op elkaar lijken), daarnaast is de opbouw een belangrijk element. In het eerste vers zie je dit al heel mooi terug “mijn liefste voor zijn wijngaard – een wijngaard was er voor mijn liefste”. In de Psalmen zie je dit nog veel verder uitgewerkt, je moet maar eens opletten hoe het begin en het einde vaak weer hetzelfde zijn. Tot slot is er het woordspel, woorden die erg qua klank op elkaar lijken maar het tegengestelde betekenen. In vers 7 zien we zo’n voorbeeld en de NBV heeft dat heel mooi weergegeven:

Hij verwachtte recht,
maar oogstte onrecht,
hij zocht rechtsbetrachting,
maar vond rechtsverkrachting.

Ik gaf als titel “een liefdeslied of een komedie” want al lezend zie je dat het totaal anders uitpakt dan verwacht, het was niet allemaal mooi en goed, maar het werd allemaal slecht. De toehoorders van dit lied horen pas aan het eind de clue en dat het God zelf is die de hoofdpersoon is.
Tot slot valt op dat het lied eigenlijk volledig bestaat uit kleine (bij)zinnen, ook dit heeft een goede reden, want een lied is om te zingen en de beste liederen zijn de meezingers die je zonder een een liedbundel of een beamer kan zingen.

Tags: , ,