Onder de ceders liggend

Het frisse groen is ons bed, het dak van ons huis zijn de ceders, de wanden zijn de cipressen.

Hooglied 1:16-17 (GNB96)

Ik heb het geloof al eens eerder gezegd dat de natuur in Hooglied dusdanig wordt beschreven dat het lijkt alsof het een aards paradijs is. Zo zien we in dit gedeelte een beschrijving van de bossen in het Hermon gebergte. waar de takken van de ceders zich over de geliefden uitstrekken als een dak, terwijl de ranke cipressen dienen als de muren.En het kan niet anders dat onder deze bomen allerlei planten groeien en de wortels van deze bomen zijn overdekt met mos.

Als je de beschrijvingen leest zowel in de Bijbel als in andere antieke geschriften over het Hermon en Libanongebergte dan merk je dat daar vroeger weelderige bossen waren, met majestueuze bomen zoals de ceder (Cedrus libani) die niet alleen tot 30 meter hoog wordt maar ook in doorsnee enkele meters kan zijn. Het is niet voor niets dat deze boom nog steeds het nationale symbool is van Libanon en zelfs op de vlag wordt afgebeeld. Tussen deze bomen groeiden allerlei andere naaldbomen zoals de cypres (Cupressus sempervirens L.), de zilverspar (Abies cilicica) of de jeneverbes (Juniperus excelsa). Het Hebreeuwse woord berosh dat in veel Nederlandse vertalingen is weergegeven met “cypres” moeten we dan ook meer als een verzamelnaam zien, die afhankelijk van de context op een van deze bomen kan slaan. Het beste kun je dit bos vergelijken met een enigszins verwaarloost pinetum zoals die de vroeger werden aangelegd, maar dan natuurlijk vele malen mooier.

Het is deze plek waar de geliefden zich bevinden en als de schrijver inderdaad Salomo was dan is het begrijpelijk waarom hij zo’n voorliefde had voor deze bomen en het hout van deze bomen later verwerkte in de tempel en zijn paleizen.

Tags: , , , , , , ,

Stuur naar Twitter