November 16, 2011

You are currently browsing the daily archive for November 16, 2011.

Hij brengt mij in het wijnhuis,

Hooglied 2:4 (NBV)

Over de eerste verzen in dit hoofdstuk heb ik al vaker geschreven, daarom ga ik direct door naar bovengenoemd vers, want ook daar kunnen we een aantal vragen over stellen.

De Hebreeuwse woorden voor “wijnhuis” bêṯ hayyāyin, zijn overbekend. Het eerste woord “bêṯ” is huis en ons woord bajes is daar van afgeleid, het andere woord “yāyin” is wijn en ook in ons taalgebruik horen we dit wel eens. Bij elkaar kunnen we het het best vertalen met “Huis van de wijn” of “plaats van wijn”. Maar wat wordt er mee bedoeld. Sommigen denken dat deze plaats de wijngaard zelf is waar de druiven om wijn te produceren zijn gegroeid (HALOT 409 SV יַיִן). Men beargumenteerd dan dat het de wijngaard moet zijn vanwege de agrarische metaforen die in Hoogl. 2:1-5 worden genoemd.

Maar zoals te verwachten valt zijn er anderen die denken aan een huis van vreugde en blijdschap, een feestzaal waar wijn wordt gedronken. De meeste commentatoren denken aan een feestzaal vanwege de verwijzingen naar de “fles, rozijnenkoek” en de “appel” (vs. 5), die tijdens speciale banketten werden geserveerd in het oude Midden-Oosten (cf. 2 Sam. 6:19; Jes. 16:7, Hos. 3:1). Bovendien kan de uitdrukking bêṯ hayyāyin die hier wordt gebruikt gelijk zijn aan de bêṯ mišətēh hayyayin, “huis van het drinken van wijn” welke in Esther 7:8 wordt genoemd (HALOT 409 SV יַיִן).

Tags: , ,