December 2011

You are currently browsing the monthly archive for December 2011.

Ieder jaar heb ik de gewoonte om met mijn gezin en andere aanwezigen, vlak voor 12 uur een gedeelte uit de Bijbel te lezen en om een zegen te vragen voor het nieuwe jaar. Dit jaar zal ik Psalm 103 lezen, waarin de nietigheid van de mens wordt vergeleken met de eeuwigheid van God. Het is altijd goed om te beseffen dat ondanks de crisis van het afgelopen jaar en die we zeker ook nog volgend jaar zullen voelen, mogen weten dat we onze hoop en vertrouwen volledig op God mogen stellen.

Bij deze wens ik dan ook al mijn lezers een zeer gezegend nieuw jaar toe.

Psalm 103

1 Een psalm van David.
Loof de HEERE, mijn ziel,
en al wat in mij is, Zijn heilige Naam.
2 Loof de HEERE, mijn ziel,
en vergeet niet een van Zijn weldaden.
3 Die al uw ongerechtigheid vergeeft,
Die al uw ziekten geneest,
4 Die uw leven verlost van het verderf,
Die u kroont met goedertierenheid en barmhartigheid,
5 Die uw mond verzadigt met het goede,
uw jeugd vernieuwt als die van een arend.
6 De HEERE doet rechtvaardige daden
en recht aan alle onderdrukten.
7 Hij heeft aan Mozes Zijn wegen bekendgemaakt,
aan de nakomelingen van Israël Zijn daden.
8 Barmhartig en genadig is de HEERE,
geduldig en rijk aan goedertierenheid.
9 Hij zal niet voor altijd ter verantwoording roepen,
niet voor eeuwig handhaaft Hij Zijn toorn.
10 Hij doet ons niet naar onze zonden
en vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.
11 Want zo hoog de hemel is boven de aarde,
zo is Zijn goedertierenheid machtig over wie Hem vrezen.
12 Zo ver het oosten is van het westen,
zo ver heeft Hij onze overtredingen van ons gedaan.
13 Zoals een vader zich ontfermt over zijn kinderen,
zo ontfermt de HEERE Zich over wie Hem vrezen.
14 Want Híj weet wat voor maaksel wij zijn
en blijft bedenken dat wij stof zijn.
15 De sterveling – zijn dagen zijn als het gras,
als een bloem op het veld, zo bloeit hij.
16 Wanneer de wind erover is gegaan, is hij er niet meer
en zijn plaats kent hem niet meer.
17 Maar de goedertierenheid van de HEERE
is van eeuwigheid en tot eeuwigheid over wie Hem vrezen.
Zijn gerechtigheid is voor de kinderen van hun kinderen,
18 voor wie Zijn verbond in acht nemen
en aan Zijn bevelen denken om ze te doen.
19 De HEERE heeft Zijn troon in de hemel gevestigd,
Zijn Koninkrijk heerst over alles.
20 Loof de HEERE, u, Zijn engelen,
sterke helden, die Zijn woord uitvoeren,
gehoorzaam aan het woord dat Hij spreekt.
21 Loof de HEERE, al Zijn legermachten,
dienaren van Hem, die Zijn welbehagen doen.
22 Loof de HEERE, al Zijn werken,
op alle plaatsen van Zijn heerschappij.
Loof de HEERE, mijn ziel!

Tags:

Wie is zij die daar uit de woestijn komt,
als zuilen van rook,
in een wolk van mirre en wierook,
van allerlei geurige kruiden van de koopman?

Hooglied 3:6 (HSV)

In onze serie over Hooglied zijn we beland bij de bruiloftsstoet die vanuit de woestijn komt. Ook hier zien we dat voorbeelden uit de natuur worden gehaald en dat er rijkelijk gebruik wordt gemaakt van parfumerieën.

Hadden we in het eerste hoofdstuk gelezen dat alles begon in de woestijn, nu de bruiloft aanstaande is, laat de schrijver haar ook uit de woestijn komen. En omdat de woestijn stoffig is, zal zo’n stoet een hoop zand opwerpen zodat deze al van verre te zien is. Het is dan ook een hele mooie parallel dat ze wordt vergeleken met een “djinn” een wervelwind die regelmatig in de woestijn te zien is.

Echter direct wordt verwezen dat het niet een normale wervelwind is, maar gevuld met mirre en wierook. Voor hen die dit geestelijk willen verklaren, is dit een verwijzing naar de grote hoeveelheden specerijen die men voor de tempeldienst gebruikte en de wervelwind zou dan misschien de Shekinah zijn. Voor hen die deze passage wat letterlijker opvatten is dit een beschrijving dat onze vrouwelijke hoofdpersoon flink opgedoft is en heerlijk ruikt naar de verschillende parfumerieën die worden genoemd. Het aardige is dat dan ook wordt genoemd de marskramer of koopman bij wie de “geurige kruiden” zijn gekocht. Ook tegenwoordig kun je in Israël en in grote delen van het Midden-Oosten bij deze kleine handelaren parfum en geurige kruiden kopen waarvan de geuren precies zijn afgestemd op je eigen smaak (of beter op de smaak van de handelaar, die altijd mierzoet is).

In een vervolgartikel zullen we zien dat ze niet zelf liep, maar dat ze gedragen werd op een draagbank.

Tags: , , , ,

Deze maand stonden in allerlei kranten het bericht dat er een afdruk is gevonden van een een zegel in klei uit de tweede tempelperiode. Het officiële bericht is te vinden bij de IAA, met hun interpretatie ervan. Nu is het altijd leuk om dit soort zegels te bestuderen, vooral als er een inscriptie op staat. En tientallen personen hebben samen met mij geprobeerd om te ontcijferen wat er staat.

Nu is de afdruk behoorlijk goed en de letters zijn niet moeilijk te ontcijferen. Iedereen is het er over eens dat er דכא ליה dkʾ lyh staat en volgens de wetenschappers  is dit Aramees voor “puur voor God”. Tot zover zijn er geen problemen. De vraag is waar dit kleine kleisteentje voor diende en waarom is de inscriptie in het Aramees, want als het werd gebruikt in de tempeldienst waarom was het dan niet in het Hebreeuws.

De antiekhandelaar Deutsch geeft als alternatief dat dit werd gebruikt als een voucher dat er geld was overgemaakt voor de tempel. George Athas geeft hier een kleine variatie op: in die tijd kwam men uit allerlei landen en hadden allemaal verschillende munten, waarvan de een zuiverder was dan de ander. Bij het wisselen werd dit omgerekend naar een “zuivere eenheid” zodat duidelijk was hoeveel werd gegeven. Het kleisteentje diende dan als voucher die een bepaalde waarde vertegenwoordigde. Bovendien werd hiermee voorkomen dat niet-kosher geld aan de tempel werd gegeven.

Nou blijft bij mij toch het probleem dat zowel in het Aramees als in het Hebreeuws het woord דכא dkʾ in eerste instantie “gebroken, verpulverd” betekend, bovendien als het een correcte Aramese inscriptie zou zijn dan had ik verwacht dat er ook de letter he achter zou staan. De vraag die naar boven kwam is dan ook of er misschien niet iets anders staat of wordt bedoeld.

Mijn theorie (en die kan natuurlijk heel goed fout zijn), is dat er zoiets staat als “het kleinste voor God”, want het bewuste woord wordt ook in de Bijbel gebruikt als “stof” of “het kleinst verpulverde” wat er bestaat. Bv. In Psalm 90:3 lezen we “U doet de sterveling terugkeren tot stof” (NBV) of zoals de SV zegt “Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling”. Zou het kunnen zijn dat deze gift aan de tempel, welke na te zijn verwisseld door de geldhandelaren door een voucher, de betekenis heeft van dat dit het “kleinste” is, het minste, wat men aan God gaf en dat het om die reden “puur” voor God was?

Tags: , ,

Om nog een beetje in de kerstsfeer te blijven, vandaag in de Oude Doos een foto van een paar schaapherders in de buurt van Hadjar en Nasaroh (Israël) en gemaakt tussen 1890 en 1900 en netjes ingekleurd.

Tags: ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Het was Rebekka die zich afvroeg of haar zwangerschap wel zo’n goed idee was, omdat “De kinderen in haar lichaam botsten hard tegen elkaar. Als het zo moet gaan, dacht ze, waarom leef ik dan nog? En ze ging bij de HEER te rade.” (Gen. 25;27). Vooral in het gedeelte “Als [het] zo is, waarom heb ik dit?” (let. vertaald) blijkt dat Rebekka wilde weten wat haar overkwam, maar de vraag zelf weerspiegelt de groeiende wanhoop over de strijd van haar ongeboren kinderen.

De vraag van deze week:

In deze donkere dagen is het tijd voor een echte griezelvraag. Vroeger was het niet altijd veilig op straat en zelfs binnen was je niet veilig, want er was iets dat kroop door de ramen om alle kinderen te doden en zelfs de jeugdigen in de straten werden te pakken genomen. Wie was deze belager en waar staat het in de Bijbel

Tags:

Na enkele tijd terug artikelen over Kerst geschreven te hebben, kwamen sommigen met vragen naar mij toe. Dit was allemaal samen te vatten in één vraag.
Wat wil ik nou met Kerst?

Dit is lastig, wat wil ik met Kerst? “Is het wel belangrijk wat ik ermee wil?”, was mijn wedervraag.

Daar was het antwoord enorm simpel op: “nee, natuurlijk niet!”.

Toch kon dit sommige leerlingen er niet van overtuigen dat ik geen uitleg erover moest geven.

Ik hou er enorm van om veel te eten tijdens Kerst. Dat moge duidelijk zijn. Daarnaast vind ik de sfeer geweldig, iedereen die zich uit de naad werkt om maar goed te doen – al is deze sfeer in januari al weer heel anders.
Ik vind het bijvoorbeeld geweldig dat er (weer) een pay it forward-campagne is gestart.
Dus ik denk dat ik kan genieten van Kerst.

Ondertussen irriteer ik me mateloos aan de enorm grote commercie die je ziet en die alle aandacht van Jezus afhalen. Je kunt hierbij denken aan leuke lichtjes, mooie boompjes, kerststalletjes (soms zelfs zonder Jezus!), leuke lieve kleine engeltjes en natuurlijk ook dikke mannen in zweterige pakjes (die worden verhuurd voor belachelijke prijzen).

Wat zou het toch heerlijk zijn als de winkels eens een jaar geen Kerst vierden, denk ik dan.

Toch zou ik Kerst nooit willen afschaffen – een uitspraak waar mensen mij iets te vaak aansprakelijk voor stellen.

Ik zou graag terugkeren naar een waardige viering van Kerst. En de hele traditie mag van mij natuurlijk blijven bestaan, maar wat zou het toch heerlijk zijn als Kerst weer eens om Jezus ging.

Ik zeg het nogmaals: Kerst is niets zonder Goede Vrijdag en Pasen! Waarom wordt daar dan niet zoveel aandacht aan besteed?

Ik zal dit jaar weer gewoon Kerst vieren zoals ik gewend ben, dat vind ik heel erg fijn dat het mogelijk is, maar ik hoop dat er ook op andere plaatsen wordt stilgestaan bij de ware betekenis van Kerst.
Dat is dat we ons aan Jezus mogen onderwerpen, zoals in Psalm 2 wordt gezegd.

Dus van afschaffen is geen sprake, misschien wel van toepassen.

Fijne Kerstdagen!

Maria en het zwaard

Maria was beslist de gelukkigste vrouw van de hele wereld toen ze hoorde dat zij de Messias mocht dragen, wat wordt bevestigd door haar tante Elisabeth. Later na de geboorte luisterde ze naar de boodschap van de herders, de lofprijs van de oude Anna en de zegeningen van de rijke wijzen en nam al deze woorden stil in zich op en dacht er veel over na. Maar dan die zegenspreuk van de priester Simeon die over Jezus sprak als “een Licht voor alle volken, de roem en eer voor Israël” en dan tegen haar zegt “er zal een zwaard door uw ziel gaan” (Luk. 2:32-35), niet een gewoon zwaard, maar een groot slagzwaard, dat bedoeld is om zwaar te verwonden. Niet lichamelijk maar geestelijk (“door uw ziel”), ze zal op het diepst en smartelijkst getroffen worden, want “Velen in Israël zullen zich aan haar Zoon ergeren, Hij zal ze tot een val wezen, tot hun ongeluk.”

Hoe zal ze gehuild hebben toen de kindermoord van Herodes haar werd bericht (Mat. 2:17-18; Jer. 31:15), ze de godslastering van de Farizeeën hoorde (Mat. 12:22), hoe haar kind in haar woonplaats werd veracht (Mat. 13:54-58). Wat zal door haar hart zijn gegaan toen ze haar Zoon daar aan het kruis zag hangen (Joh. 19:26). Haar Zoon, die daar de zonden van de wereld op zich nam. Hoe zal ze het vinden dat deze geweldige daad veranderd is in een commercieel gebeuren dat kerstmis heet, waar de armoedige stal is veranderd in neon verlichte etalages. Zal Maria niet denken aan wat haar Zoon zich afvroeg “of Hij bij de mensen nog geloof zal vinden als Hij terugkomt” (Luk. 18:8)?

Het was echter niet een vloek die Simeon uitsprak, het was vooral een zegen want “vele anderen zal Hij de grootste vreugde geven, de diepste gedachten van de mensen zullen openbaar worden”. Hebben wij deze vreugde? Durven wij onze diepste gedachten hierover openbaar te maken? Dat Kerstmis het feest is dat Jezus op aarde kwam tot redding van iedereen. Dat alleen Hij de felbegeerde vrede zal geven.

Dit artikel is eerder verschenen in het kwartaalblad “Komma” (2011/4) van de Christen Unie Barneveld.

Tags: ,

Mijn vriendin, ik maak je als een merrie die voor de wagens van de farao staan.

Hooglied 1:9 (eigen vertaling)

De afgelopen weken heb ik regelmatig gedeelten behandeld uit Hooglied en een van de grote problemen waar ik tegen aanliep was wie nou wie is in het boek. Natuurlijk zijn de hoofdpersonen Salomo en de Sunamitische, maar wie is de persoon die vanaf Hoogl. 1:9 aan het woord is. Dit kan niet Salomo zijn want die wordt pas in Hoogl. 3:6 geïntroduceerd, het moet dus iemand anders zijn.

Daarnaast had ik nog een ander probleem, waar speelt het zich af. In het begin (Hoogl. 1:3) komen we een aantal jonge meisjes (maagden) tegen, wie zijn deze? In Hoogl. 6:8 komen we deze dames weer tegen en wordt het duidelijk dat ze behoren bij de harem van Salomo. Misschien is mijn theorie gewaagd, maar zou het kunnen zijn dat (een gedeelte van) de taferelen zich afspelen in de harem? Als dit zo is, dan wordt plotseling wel duidelijk wie de persoon is die in vers 9 aan het woord is, nl. een andere bewoonster van de harem en gezien de context ligt het dan voor de hand dat het dan gaat om de persoonlijke verzorgster van onze vrouwelijke hoofdfiguur.

Iedereen vertaalt het Hebreeuwse woord in onze tekst met “ik vergelijk jou met” wat nietszeggend is want wat wordt bedoeld met “ik vergelijk u met de paarden voor de wagens van de farao“? Maar het Hebreeuws geeft ook de mogelijkheid tot een andere vertaling, nl. “ik maak jou gelijkend op“, wat logischer is met wat in de volgende verzen komt. En als het inderdaad de persoonlijke verzorgster is die dit zegt, zij die de taak heeft om de hoofdpersoon zo aantrekkelijk mogelijk eruit te laten zien, dan is dit een objectieve waardering (zonder sensuele of perverse toespelingen) van hoe ze de hoofdpersoon eruit zal laten zien. Teksten als Hoogl. 4:1-5, 4:7, 6:4-7 en andere waarin de lichamelijke schoonheid van de hoofdpersoon zeer gedetailleerd worden beschreven en waar dezelfde persoon aan het woord is, worden dan een stuk duidelijker en geven aan dat deze verzorgster tevreden is van haar werk om het meisje knap te maken.

Tot slot, tegenwoordig klinkt het niet complimenteus om iemand met een paard te vergelijken, maar in de oudheid kwam dit vaker voor. De Romeinse dichter Horatius vergeleek bijvoorbeeld een van zijn hoofdpersonen, het meisje Lyde, met een drie jaar oude merrie: “Ze springt over de wijde vlakten”, wij zouden zeggen ze is een “spring-in-het-veld”. Daarnaast waren de paarden toen de mooiste getemde dieren die er bestonden, en die voor de wagens van de farao stonden waren raspaarden. Net zoals de vele andere teksten in Hooglied die de schoonheid van de hoofdpersoon vergelijkt met allerlei dieren (de ogen van een duif, etc.), moeten we ook in die context deze vergelijking zien: ze zal er uit zien als de mooiste merrie die er maar bestaat.

Tags: ,

en zij baarde haar eerstgeboren Zoon, wikkelde Hem in doeken en legde Hem in de kribbe, omdat er voor hen geen plaats was in de herberg.

Lukas 2:7 (HSV)

En toen zij in het huis kwamen, vonden zij het Kind met Maria, Zijn moeder, en zij vielen neer en aanbaden Het. Zij openden hun schatkisten en brachten Hem geschenken: goud en wierook en mirre.

Mattheüs 2:11 (HSV)

Een andere punt waarmee men de onnauwkeurigheden van de Bijbel wil bewijzen zijn bovengenoemde verzen en de bijbehorende vraag “werd Jezus nou geboren in een stal of in een huis”. Het is dan ook jammer dat deze critici zeer selectief lezen en niet de moeite willen nemen om naar de achtergronden van beide verhalen te kijken.

Want als men de geschiedenis in Lukas leest dan zal men opmerken dat ze vanuit Nazareth naar Bethlehem trokken en dat vanwege de drukte van de “telling” er geen plaats was in een herberg of een huis. Omdat de weeën al waren begonnen, besloten ze uit te wijken naar de “beste plaats” die ze konden vinden, nl. de stal (die misschien naast de herberg lag). Bestuderen we de andere geschiedenis zoals Mattheüs die verteld, dan valt als eerste op dat Herodes nauwkeurig navraag doet over de omstandigheden en tot de conclusie komt dat het kind al best twee jaar oud kan zijn geweest en besluit om het zekere voor het onzekere te nemen om alle kinderen van twee jaar en jonger te doden (Mat. 2:16).

Het lijkt mij zeer onlogisch dat vanwege de “telling” welke in Lukas wordt genoemd het steeds zo druk bleef dat zelfs na twee jaar er nog geen ruimte was. Logischer is dat zodra de drukte voorbij was Jozef en Maria in een huis trokken. Waarbij we overigens niet moeten denken aan een luxe huis, want in die tijd waren de meeste huizen zeer eenvoudig.

En natuurlijk moeten we kritisch blijven en stellen we de vraag of ze dan ruim twee jaar daar bleven. Dit hoeft niet het geval te zijn, want in Luk. 2:41 lezen we “En Zijn ouders reisden elk jaar voor het feest van het Pascha naar Jeruzalem.” Vanwege de drukte van dit feest is het zeer goed mogelijk dat Jozef en Maria uitweken naar een plaatsje in de buurt, zoals Bethlehem. Het is dus zeer goed mogelijk dat de wijzen (ook gezien hun lange tocht) pas veel later arriveerden en rondom het Pascha Jezus bezochten.

Tags: ,

En hier een scene die de ‘Wijzen uit het Oosten’ die vlakbij Bethlehem zijn zouden kunnen uitbeelden. Zo krijg je toch echt een kerstgevoel.


Tags: , , ,

« Older entries