Deze maand stonden in allerlei kranten het bericht dat er een afdruk is gevonden van een een zegel in klei uit de tweede tempelperiode. Het officiële bericht is te vinden bij de IAA, met hun interpretatie ervan. Nu is het altijd leuk om dit soort zegels te bestuderen, vooral als er een inscriptie op staat. En tientallen personen hebben samen met mij geprobeerd om te ontcijferen wat er staat.
Nu is de afdruk behoorlijk goed en de letters zijn niet moeilijk te ontcijferen. Iedereen is het er over eens dat er דכא ליה dkʾ lyh staat en volgens de wetenschappers is dit Aramees voor “puur voor God”. Tot zover zijn er geen problemen. De vraag is waar dit kleine kleisteentje voor diende en waarom is de inscriptie in het Aramees, want als het werd gebruikt in de tempeldienst waarom was het dan niet in het Hebreeuws.
De antiekhandelaar Deutsch geeft als alternatief dat dit werd gebruikt als een voucher dat er geld was overgemaakt voor de tempel. George Athas geeft hier een kleine variatie op: in die tijd kwam men uit allerlei landen en hadden allemaal verschillende munten, waarvan de een zuiverder was dan de ander. Bij het wisselen werd dit omgerekend naar een “zuivere eenheid” zodat duidelijk was hoeveel werd gegeven. Het kleisteentje diende dan als voucher die een bepaalde waarde vertegenwoordigde. Bovendien werd hiermee voorkomen dat niet-kosher geld aan de tempel werd gegeven.
Nou blijft bij mij toch het probleem dat zowel in het Aramees als in het Hebreeuws het woord דכא dkʾ in eerste instantie “gebroken, verpulverd” betekend, bovendien als het een correcte Aramese inscriptie zou zijn dan had ik verwacht dat er ook de letter he achter zou staan. De vraag die naar boven kwam is dan ook of er misschien niet iets anders staat of wordt bedoeld.
Mijn theorie (en die kan natuurlijk heel goed fout zijn), is dat er zoiets staat als “het kleinste voor God”, want het bewuste woord wordt ook in de Bijbel gebruikt als “stof” of “het kleinst verpulverde” wat er bestaat. Bv. In Psalm 90:3 lezen we “U doet de sterveling terugkeren tot stof” (NBV) of zoals de SV zegt “Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling”. Zou het kunnen zijn dat deze gift aan de tempel, welke na te zijn verwisseld door de geldhandelaren door een voucher, de betekenis heeft van dat dit het “kleinste” is, het minste, wat men aan God gaf en dat het om die reden “puur” voor God was?
Tags: Archeologie, Jeruzalem, Zegel
-
Op mij maakt al het veredeld getwitter hierover de indruk van pure speculatie, deels tendentieus (‘Tempelberg’-ideologie enz.). Waarom er zo nodig 2 ‘regels’ in zien? Gewoon achter elkaar lezen in ’scriptio continua’, en dan heb je wschl. Aramees D- = ‘van’ + een goed-Joodse eigennaam in -JH (= -jahû/jâh). Verder geen idee hoe de naam kan luiden. ‘Van PN’ is toch een doodnormaal iets op zegels, of zelfs HET normale? Anderzijds maakt het gebruik, laat staan het opschrijven, van de godsnaam Jah(u) anders dan ingebed in eigennamen een hoogst ongeloofwaardige indruk; denk bijv. aan het (masoretische) gebruik om het getal 15 niet te noteren YH, omdat het letterpaar nog teveel lijkt op de godsnaam, maar T(het)W (‘9+6). Waar blijft zegeldeskundige die dit item in zijn fysieke context plaatst??
-
Hmmm, als ‘geleerden het ergens allemaal over eens zijn,’ moet je juist op je hoede en sceptisch zijn, heb ik van de grootmeesters der wetenschap geleerd.
Waaruit mag blijken dat het artefact iets met de tempeldienst van doen heeft gehad en niet het zegel van een willekeurig individu betreft?
Wanneer archeologen het woord ‘ritueel’ gebruiken, betekent dat niet meer dan ze het ook niet weten.



5 comments
Comments feed for this article
Trackback link: http://www.bijbelaantekeningen.nl/blog/2011/12/30/een-puurheidszegel-gevonden/trackback/