‹ De hovenier in De Klad in de KlassiekenTips tot bestudering van de Bijbel ›
Dé klad in de klassieken – Jona Lendering
Gepubliceerd op 19-01-2012

Wie een eerder werk van Lendering gelezen heeft, weet dat er al één ding zeker is voordat hij begint met lezen. Het is altijd een leuk werk om te lezen.

Met de insteek om weer eens een leuk boek van Lendering te lezen begon ik, zoals het hoort, op de eerste bladzijde van dit nieuwe, uitdagende boek.

Dit bleek een misstap, of het was een misstap om met een ten geleide van Holman te beginnen. Naast het feit dat dit gedeelte redelijk nutteloos was, lijkt het een desperate poging om een groter publiek te trekken door een populair persoon erbij te betrekken, die populaire vloekwoorden gebruikt wat men ook ziet bij de lagere literatuur.

Deze misstap wordt echter in het voorwoord al weer goed gemaakt. Door makkelijk en aantrekkelijk taalgebruik neemt Lendering de lezer mee naar een wereld van oudheidkunde zoals die in het hoger onderwijs gegeven moet worden.

Hoewel Lendering een grote voorkennis van de lezer verwacht is het altijd goed te volgen en geeft hij uitleg waar dat nodig is. Zo breidt Lendering ook de kennis van de lezer uit.

Hij neemt de lezer eerst mee met een zoektocht door de tijd naar oudheidkunde. Hoewel dit soms ietwat te uitgebreid is, is het toch enorm interessant om te lezen hoe het vak oudheidkunde ontstaan is.

Deze geschiedenis is nodig om drie vragen te beantwoorden, aldus Lendering.

Hij begint met de vraag of wetenschap een rol speelt bij de inrichting van de samenleving. Hoewel dit een redelijk makkelijke vraag lijkt, wordt er toch nog heel erg verschillend over gedacht.Bij de tweede vraag merk je al waar Lendering naar toe wil gaan. Hij zegt namelijk dat ‘de tweede vraag is hoe we de wetenschap zo inrichten dat ze het gezag herwint waarop ze, indien ze naar behoren zou functioneren, recht heeft.’Lendering bekent hierin al kleur dat hij iets tegen de huidige vorm van wetenschap heeft. Hoewel deze mening al doorschemert in de titel blijkt Lenderings mening nog veel extremer te zijn en geeft hij veel aandacht aan het feit dat de (oudheidkundige) wetenschap in een neergang is beland.

Hij hoopt met zijn derde vraag ervoor te zorgen dat wetenschap door mensen de wetenschap serieus nemen en ervoor zorgen dat anderen dit ook weer serieus nemen.

Lendering laat duidelijk zijn prioriteiten zien. Hij laat heel duidelijk zien waar de wetenschap, volgens hem, fout zit, maar biedt uiteindelijk weinig reële oplossingen.

De manier waarop Lendering de fouten aan de orde brengt is helder en systematisch. Deze manier van schrijven onderbouwt hij met veel argumenten, wat zeker getuigt van een grote kennis.

Lendering beschrijft heel mooi hoe een rijk van oudheidkunde van goud uiteindelijk geworden is tot een rijk van leem en ijzer.

Hij laat ook heel mooi zien waar het fout ging (en nog steeds gaat) en waarschuwt uiteindelijk ook voor een popularisering, waar men de wetenschappelijke kant vergeet.

Aan het einde van het boek wordt Lendering mij iets te nostalgisch en wil hij dat bijna alles teruggaat naar de vroege tijden van weleer. Hij noemt dit zelf gelukkig ook utopisch, want zijn beeld is wel heel erg rooskleurig over die gouden tijden.

Ik deel met Lendering dat het niveau van hoger onderwijs omhoog mag, en dat hier tegelijkertijd dus ook meer in geïnvesteerd moet worden, maar het kan ook doorslaan. Langer onderwijs is mogelijk, maar een geheel nieuwe vorm van opleiding opzetten, omdat een vorige generatie oudheidkundigen het op sommige punten fout hebben gedaan, is te vergezocht. Hervormingen zouden moeten plaatsvinden bij de generatie die nu boeken schrijft, niet bij de generatie die nu wordt opgeleid.

Juist voor die generatie is dit een prachtig boek om nog eens na te denken over hun eigen onderzoek. Daarnaast is dit een geweldig boek dat weer een discussie start. Hopelijk komen er uit die discussie mogelijkheden om beter oudheidkunde (en andere vormen van geschiedkunde) te kunnen bedrijven, want ondanks dat ik heel veel heb geleerd van dit boek blijft er toch nog een vraag hangen. Ik voel me net als Pichegru die de grote rivieren bereikte en deze zag als onoverwinbare barrière – want zo lijkt Lendering het soms wel te brengen! – Wat nu?

We weten echter allemaal dat Pichegru uiteindelijk wel de rivieren kon oversteken en zo zal deze barrière van oudheidkunde, zoals Lendering al zegt, ook overkombaar zijn.

Lendering heeft dit boek geschreven met de hoop dat er weer een discussie over komt, dat is zeker gelukt. Maar hij bekijkt het probleem, mijns inziens, te eenzijdig en ook soms een beetje onrealistisch.

De eenzijdigheid blijkt bijvoorbeeld uit Lenderings eigen interesse voor het Nabije Oosten. Hij geeft heel mooi aan dat zij een grote rol hebben gespeeld en dat daar meer informatie over bekend moet worden. Ook moeten de mensen meer talen van het Nabije Oosten leren.

Maar hoe zit het dan met andere plaatsen? Het lijkt er namelijk op dat we China mogen laten voor wat het is, evenals India en geheel Amerika. Dat is jammer. Natuurlijk snap ik dat Amerika niet zozeer van belang is voor onze oudheidkunde, maar moeten we het dan helemaal negeren? China is echter wel van invloed geweest op onze oudheidkunde, maar dat wordt helaas achterwege gelaten.

Hoewel er kleine kritiekpuntjes zijn, denk ik zeker dat Lendering zijn doel bereikt heeft. Er komt weer een discussie op gang. Ik raad ook alle hoogleraren, die iets van geschiedenis geven, aan dit boek te lezen, om het er wel of niet mee eens te zijn, maar om er inderdaad weer over na te denken.

Want hoewel het boek niet altijd even goed is, is het geheel een enorm sterk, maar vooral ook leuk, betoog om te lezen.

Ik geloof zeker dat dit boek weer een discussie op gang brengt, en ik weet ook gelijkertijd zeker dat Lendering niet zijn utopie krijgt, maar ik hoop dat we met alle historici (en bovenal oudheidkundigen) een les leren uit dit boek.

De klad in de klassieken ligt vanaf 19 januari in de winkels en is verschenen bij Athenaeum – Polak & Van Gennep.


Tags: Archeologie, Boeken, Geschiedenis, Recensie
Gerelateerde onderwerpen: Archeologie, Boeken, Geschiedenis

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

De Bijbelonderzoeker