January 24, 2012

You are currently browsing the daily archive for January 24, 2012.

De vorige keer had ik gereageerd onder dit kopje op een artikel in Trouw en kreeg daar verschillende positieve reacties op vanuit verschillende standpunten. Een korte reactie hierop zou tekort zijn aan de bijdragen van hen, vandaar dat ik beloofde om later hier dieper op in te gaan. Een van de conclusies die naar boven kwam was “Staat u wel eens stil bij wat u daarmee als broeder over andere broeders en zusters uitspreekt, zelfs als u dat alleen op academische gronden doet?”

In mijn artikel heb ik een overzicht gegeven van een aantal teksten die aangeven dat het praktiseren van homofilie niet wordt goedgekeurd. En het is even belangrijk hier bij stil te staan, want het “praktiseren” afkeuren is iets anders dan de mensen die “homofiele gevoelens” hebben afkeuren. In de Bijbel lezen we verschillende praktijken die worden afgekeurd, maar we lezen nergens dat de mensen die geneigd zijn om deze praktijken te doen worden afgekeurd. Het probleem van tegenwoordig is dat er vaak geen onderscheid gemaakt mag worden tussen het praktiseren en de gevoelens/neigingen van een persoon voor deze praktijken. Een tweede probleem is dat de mening van een groep mensen vaak belangrijker wordt gevonden dan wat in de Bijbel staat en dat om die reden de Bijbel, als Gods Woord, ondergeschikt wordt gemaakt aan de mening van de mens. Dit laatste probleem is voor hen die niet geloven irrelevant, maar voor christenen van zeer groot belang omdat dit de basis is voor hun geloof. Christenen gaan, als het goed is, ervan uit dat God belangrijker is dan henzelf en dat Zijn mening dus van belang is en niet hun eigen mening. Je zou dit kunnen vergelijken met de verhouding van de burger en de regering: als burger kan ik wel van mening zijn dat met 200 km per uur op de snelweg rijden geen probleem is, de regering denkt daar anders over en zal zeggen dat mijn mening van ondergeschikt en geen belang is en dat ik de consequenties van dit hardrijden moet ondergaan.

Wat het eerste probleem betreft maakt de Bijbel wel onderscheid tussen het praktiseren en de gevoelens tot deze praktijken. Neem het voorbeeld van David en Bathseba (2 Sam. 11), Bathseba is een getrouwde vrouw en daar heb je volgens de Bijbel van af te blijven (Ex. 20:14, 17), toch gaat David een relatie met haar aan en we zien dat het van kwaad (ze wordt zwanger) tot erger (David laat haar man doden) wordt. Toch staat in de Bijbel dat David een man naar Gods hart is (1 Sam. 13:14). Nu kun je denken dat God het daarom niet erg zal vinden en David wel zal vergeven en zoals we lezen doet Hij dat laatste ook, maar het gevolg is wel dat David de consequenties van zijn “praktiseren” moet dragen. Met andere woorden, God wijst David niet af en David blijft Gods oogappel, maar aan de andere kant Hij neemt de consequenties van Davids handelen niet weg en als we David’s geschiedenis lezen dan zien we dat hij hiermee tot zijn dood mee heeft moeten leven.

Ook tegenwoordig zijn er nog veel mensen die net als David handelen en in veel kerken is overspel, met als gevolg de echtscheiding en het trouwen met die andere, een algemeen geaccepteerd verschijnsel. Een soortgelijk iets zien we ook bij homofilie, in sommige kerken wordt dit geaccepteerd en in andere kerken afgewezen (inclusief de homofiele personen zelf, waarbij het niet uitmaakt of ze praktiserend zijn of niet). Maar omdat de kerk iets wel of niet accepteert wil nog niet zeggen dat God het wel of niet accepteert. De vorige keer haalde ik een tekst aan die zowel dit overspel als homofilie aanhaalde: “Weet u niet dat wie onrecht doet geen deel zal hebben aan het koninkrijk van God? Vergis u niet. Ontuchtplegers noch afgodendienaars, overspeligen, schandknapen noch knapenschenders” (1 Cor. 6:10 [9] NBV). Maar laten we het wel in de context lezen, want in de volgende tekst lezen we: “Sommigen van u zijn dat ooit geweest, maar u bent gereinigd, u bent geheiligd, u bent rechtvaardig verklaard in de naam van de Heer Jezus Christus en door de Geest van onze God” (vs. 11 NBV). Met andere woorden, God wijst hier het praktiseren af, maar heeft wel de personen die dit zelfs hebben gedaan “gereinigd” of meer populair gezegd “vergeven”. Betekent dit dat deze personen nu op de oude voet door mogen gaan? Als we de rest van dit gedeelte lezen wordt duidelijk van niet.

We komen nu op een punt wat we moeten doen, het hierboven aangehaalde hoofdstuk eindigt met de conclusie “U bent gekocht en betaald, dus bewijs God eer met uw lichaam” (vs. 20 NBV). Als dus een christen met sterke gevoelens voor een andere vrouwen, of homofiele gevoelens zegt “ik wil naar Gods Woord leven”, wie zijn wij om deze christen af te wijzen, is het niet eerder zo dat wij deze persoon moeten helpen en ondersteunen? Gelukkig zijn er verschillende organisaties die deze personen (ieder vanuit hun eigen zienswijze, maar toch op basis van Gods Woord) een toegestoken hand geven en inzien dat iedere christen een kind van God is. Natuurlijk zullen deze organisaties hun fouten hebben, maar zijn we zelf foutloos?

Het grote probleem is dat de seculiere media zich storen aan de ethiek en de normen van deze christenen en christelijke organisaties en deze zelfs resoluut afwijzen. We moeten goed beseffen dat deze christenen, of ze nou met homofiele gevoelens worstelen of met gevoelens voor andere vrouwen/mannen (of wat dan ook), willen leven volgens de ethiek en normen die in de Bijbel staan en vrijwillig hebben gevraagd om hulp bij deze christelijke organisatie(s). Is het dan niet intolerant om te zeggen dat je hen niet een helpende hand mag geven. Is het niet intolerant om te zeggen dat ze niet hiermee mogen worstelen, maar er maar op raak moeten leven? Dat dit de handelswijze is van niet-christenen wil nog niet zeggen dat wij als christenen dan maar het zelfde moeten doen. Christenen zijn geroepen om God te volgen en we moeten beseffen dat iedereen (wat hij/zij ook heeft gedaan, zelfs als hij/zij een moordenaar is) die God wil volgen goed is in Zijn ogen.

Tags: , ,

Toen ik jaren geleden begon met Hebreeuws te leren vertelde de docent dat de beste methode was om (Hebreeuwse) Bijbelpassages die op muziek waren gezet uit je hoofd te leren. Dit had bovendien als voordeel, zo zei hij, dat je ook nog eens deze teksten uit je hoofd leert. En steevast begonnen we de lessen altijd met een tekst te zingen. Nu vele jaren later ken ik nog verschillende van deze liederen uit mijn hoofd. Een van de teksten die we toen zongen, althans we deden een poging, was Psalm 59:17. Een tijdje geleden kwam ik deze formidabele uitvoering van Etti Ankri tegen.

Net als de vorige keren staat onder het videofragment de getranscribeerde Hebreeuwse tekst met daaronder de vertaling (uit de HSV). Er zitten veel herhalingen in, dus goed opletten met het lezen en verder veel luisterplezier.

wa’ănî ’āšîr ‘uzzeḵā
Ik echter zal van Uw macht zingen

wa’ărannēn labōqer ḥasədeḵā
en ’s morgens vrolijk zingen van Uw goedertierenheid.

kî-hāyîṯā miśəgāḇ lî
Want U bent voor mij een veilige vesting geweest,

ûmānwōs bəywōm ṣar-lî:
een toevlucht in de dagen dat [angst] mij benauwde.

Tags: , , , ,