January 2012

You are currently browsing the monthly archive for January 2012.

Het is al weer heel wat jaartjes geleden dat ik de tekenfilm “Robin Hood” van Walt Disney heb gezien, maar één ding kan ik me nog goed herinneren. Nadat door de lokale criminele overheid de kerk weer eens is geplunderd, komt er een oud vrouwtje die een cent in de collectepot stopt, waarop de priester zegt “Uw laatste cent!! Dat had u niet hoeven te doen”.

Zo’n zelfde situatie zien we ook terug in de Bijbel in Markus 12 (vs. 41ev)waar Jezus en de discipelen bij de tempel kijken hoe de velen rijken geld in de geldkist stoppen. Iedereen geeft iets uit zijn overvloed, totdat er een weduwe komt die twee penningen in de kist stopt (vs. 42). In het Grieks lezen we dat het om een quadrans gaat, de kleinste munt uit het Romeinse Rijk. In ieder geval dan komt de zin die zo in bovengenoemde film geplaatst had kunnen worden: “Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud” (vs. 44).

Ik heb heel wat preken hierover gehoord en de meesten van deze preken vond ik misplaatst omdat het tegen een publiek was die absoluut tot de eerste categorie behoorden. Ook nu uit de officiële cijfers blijkt dat de inkomsten van de verschillende kerken teruglopen, zullen vele predikanten stellig dit thema weer gebruiken in een preek en zo een poging wagen om de inkomsten omhoog te krikken. Maar daar gaat het in dit gedeelte helemaal niet om. Het gaat niet om geld te geven van je overvloed, maar om dat te geven uit je armoede. Zo sprak ik een tijdje geleden een zeer druk bezet zakenman, die zeer goed bij kas zat en beslist ook veel geld gaf aan goede doelen, maar zijn weinige vrije tijd reserveerde om christelijke organisaties te helpen. Ondanks dat hij alles bezat wat iemand maar kon bedenken, had hij zeer weinig tijd en deze spendeerde hij zo efficiënt mogelijk om anderen te helpen. Misschien dat wij ook eens iets waar we arm in zijn op zo’n manier mogen gebruiken.

Tags: ,

zijn lokken zijn als dadeltrossen, ravenzwart.

Hooglied 5:11 (NBV)

Schijnbaar moet ik me bezig blijven houden met alles wat met haar te maken heeft want ook in Hooglied komen we passages tegen over hoe haar gedragen werd. Als onze dame Salomo begint te beschrijven dan zegt ze nl. ook iets over het haar van Salomo, dit is nl. zo zwart als van een raaf. Maar er wordt nog iets over gezegd en dat is dat zijn haarlokken taltāl zijn en dat is een moeilijkheid voor onze vertalers omdat dit woord alleen hier in de Bijbel voorkomt en dit zien we terug in de verschillende vertalingen: NBV “dadeltrossen”, SV, HSV “krullend”, NBG “golvend”, WV95 “borstelig”, GNB96 “wuivende palmen”. Twee dingen vallen op bij deze vertalingen de eerste is dat deze lokken “krullend, golvend, borstelig” zijn. De NBV en de GNB96 willen echter een connectie maken met dadelpalmen en dat lijkt op het eerste gezicht vreemd.

Voor we hier verder op ingaan, wil ik eerst iets over de haarlokken zelf zeggen, want ook tegenwoordig zie je dat orthodoxe Joden deze dragen en uit de afbeelding is al te zien dat deze haarlokken vaak krullend zijn. Dat oudere vertalingen dus dit taltal met krullend hebben vertaald ligt voor de hand. De reden dat ze deze haarlokken (“payot“) dragen, ligt in de opdracht in Lev. 19:27 waar we lezen “U mag de zijkanten van uw hoofd niet afscheren en de randen van uw baard mag u niet weghalen” (NBV).

Gaan we terug naar ons Hebreeuwse woord taltal dan zien we dat in het Mishna Hebreeuws hiermee “krullen, sloten” worden bedoeld. Moderne woordenboeken, zoals HALOT, suggereren dat het “dadel-pluim” betekent en dat het woord is gerelateerd aan het Akkadische zelfstandig naamwoord taltallu “stuifmeel van dadelpalm”. Dat is de reden waarom sommige moderne Bijbelvertalingen als de GNB96 “wuivende palmen” hebben. De NBV met zijn “dadeltrossen” gaat nog een stapje verder en denken dat het om de vruchten gaat. Zelf wil ik niet zo ver gaan en denk dat we inderdaad aan het “stuifmeel van de dadelpalm” moeten denken. Als je nl. het stuifmeel van een dadelpalm bekijkt, zoals op de foto hiernaast (druk er eventueel op voor een vergroting) dan zie je dat die er inderdaad “borstelig, krullend” uitziet.

Zo zie je dat een vertaler niet alleen kennis moet hebben van het Hebreeuws, maar ook nog kennis van andere Semitische talen en in veel gevallen ook nog eens kennis van de cultuur of zoals hier van de natuur. Salomo had dus, zoals in Lev. 19:27 staat voorgeschreven, haarlokken en deze leken op het stuifmeel van de dadelpalm.

Tags: , ,

Ik begon hem te zoeken, maar hoe ik ook zocht, ik vond hem niet; … de wachters sloegen mij, verwondden mij, zij rukten mij het overkleed af…

Hooglied 5:6-7

De vorige keer gaf ik al terloops aan dat onze Sulammitische niet wilde dat Salomo bij haar kwam en de deur op slot had gedaan. Blijkbaar had ze hier spijt van gekregen en gaat op zoek naar hem. Het is goed te beseffen dat ze hier al de getrouwde vrouw was en dat ze dus in de harem van Salomo was opgenomen (zie hier voor mijn argumentatie). De vragen die dan ook bij mij opkomen zijn, hoe kon ze uit het haremgedeelte weglopen en waarom werd deze harem niet bewaakt.

In Hooglied 3:7-8 lazen we dat er bodyguards waren om haar te bewaken, maar waar zijn deze nu? Waarom waren ze wel aanwezig bij de bruiloftsceremonie, maar nu ze getrouwd is zijn ze plotseling afwezig. Bovendien een harem (van het Arabisch ḥarīm, حريم, afzonderen of verbieden) is toch een afgesloten en bewaakte woonruimte welke als vrouwenverblijf in de huizen en paleizen van oosterse potentaten diende en waar niemand in of uit kon zonder permissie? We hoeven maar naar de geschiedenis van koningin Esther en Mordechai te kijken, waar we lezen dat deze laatste niet zomaar op bezoek kon bij Esther (Esther 2:11).

De enige conclusie die we kunnen trekken is dat of de harems in het oude Israël werden nog niet zo strak bewaakt en konden de vrouwen vrijelijk in en uitlopen, of onze dame wist langs deze bewakers heen te glippen de stad in. Maar ook dan zijn er verschillende vragen, want als deze Sulammitische de favoriet was van Salomo dan had ze stellig bedienden en waarom stuurde ze die er niet op uit in plaats van zelf te gaan (cf. Esther 4:4), weliswaar lezen we in vers 8 dat ze de “dochters van Jeruzalem” die misschien de medeleden van de harem waren op om haar man te zoeken. Maar in eerste instantie ging ze zelf en dan nog wel in haar pyjama. Dat was een belachelijke situatie en kan alleen betekenen dat ze radeloos was (zoals we uit de context kunnen opmaken), maar ook nog eens zeer roekeloos. Want de wachters wisten wel raad met zo iemand en toen ze haar ontdekten werd ze meteen hardhandig opgepakt en rukten zelfs de pyjama van haar af, zodat ze poedelnaakt voor hen stond.

Waarschijnlijk hadden deze al gauw hun vergissing in de gaten en brachten haar terug naar het paleis. Hoe het met de wachters afliep is niet bekend, maar gezien de oosterse omstandigheden zullen ze meer dan een reprimande hebben gehad. Onze Sulammitische heeft waarschijnlijk ook haar lesje geleerd en schakelt nu de “meisjes van Jeruzalem” in om verder te zoeken en was waarschijnlijk heel blij dat haar hachelijke avontuur toch nog goed is afgelopen en begint met grote overdrijving de schoonheid van Salomo te beschrijven om daarmee de aandacht op haar avontuur af te leiden.

Tags: ,

Daarop stak mijn lief zijn hand door de opening in de deur.

Hooglied 5:4 (WV95)

Zelfs in de beste huwelijken gaat het soms niet altijd even goed en in het begin van dit hoofdstuk zien we dat de vrouw zich heeft opgesloten in haar kamer en dat Salomo niet naar binnen kan. Het komt dan ook vreemd over wat wordt bedoeld met bovengenoemde tekst, want als hij niet naar binnen kon, waarom stak hij dan wel zijn hand door de opening in de deur. In het Nederlandse taalgebruik bedoelen we met opening van de deur het gat waar de deur in past. Hier wordt echter totaal iets anders bedoeld.

Net zoals tegenwoordig konden deuren vroeger op slot werden gedaan met een grendel en had soms ook nog de mogelijkheid om met een soort sleutel te deur verder te vergrendelen. Nu waren deze sleutels nog niet zo geraffineerd als die van ons (zie afbeelding), maar voldeden toch voldoende om een deur te vergrendelen. Deze deuren konden maar aan een kant op slot worden gedaan, dus werd er een kleine opening in een deur gemaakt waardoor je je hand kon steken en zo deze van de grendel af te halen of om de sleutel in het slot te steken. Het is deze opening in de deur waar op wordt gedoeld.

Een paar jaar geleden was ik in een Bijbeltuin, welke op het terrein van een school was, en waar ze een replica van zo’n deur hadden gemaakt. Een van de kinderen daar was bereid om te laten zien hoe moeilijk het was om zo’n deur open te maken. Als je goed kijkt zie je bij de duim van het kind de sleutel die hij naar beneden moest drukken zodat de lippen van de sleutel omhoog werden geduwd waardoor het slot werd ontgrendeld. Het is dit soort aanschouwelijk onderwijs wat ik alleen maar kan toejuichen.

Tags: ,

Toen ik mijn vorige artikel “Haardracht bij mannen” schreef, had ik niet verwacht zoveel reacties te krijgen. Zelf dacht ik dat het voldoende was om de belangrijkste teksten aan te halen en het daarbij te laten. Een paar vragen gingen over de “haarmode” in Corinthe en daar wil ik nu verder op ingaan.

In de genoemde passage lezen we “Of leert ook de natuur zelf u niet dat als een man lang haar draagt, het een oneer voor hem is? Maar als een vrouw lang haar draagt, is het voor haar een eer, omdat het lange haar als een bedekking aan haar gegeven is.” (1 Cor. 11:14-15) en wat wordt daarmee bedoeld. Het Griekse woord komao̱ “lang haar” wordt alleen in deze verzen genoemd en het is dus lastig omdat er geen ander vergelijkbaar materiaal in de Bijbel is die hier iets meer over zou zeggen. In andere Griekse bronnen komen we dit woord echter wel tegen en heeft het de betekenis van het haar (lang) laten groeien.

Nu kwam ik al met een reactie dat het een biologisch feit is dat de haargroei van mannen over het algemeen minder is dan bij vrouwen en dat het daarom ongepast (onnatuurlijk) is als dit andersom is (de “natuur” in vs. 14). Maar dit is niet een bevredigend antwoord wat we weten dan nog steeds niet wat onder lang haar en kort haar wordt bedoeld. Cultureel gezien was het in die tijd de mode dat mannen kort haar droegen, weliswaar droegen in het oude Griekenland de Spartanen en sommige filosofen lang haar, maar dat was over het algemeen niet de regel. In ieder geval moest het argument van Paulus voor de 1ste eeuwse Corinthiërs steekhoudend zijn geweest, anders had hij het nooit op deze manier kunnen brengen.

In ieder geval Paulus zegt niet hoe kort het haar moest zijn van de man, maar veeleer valt uit het verband op te maken dat het voor een man niet eervol was om zijn haar te dragen als een vrouw. Verder valt op dat in vers 15 wordt gesproken over de bedekking van het haar van de vrouw, als toevoeging op de eer. Nu zien we dat eerder in dit hoofdstuk Paulus ook hierover spreekt: “Iedere man die bidt of profeteert en [iets] op [zijn] hoofd heeft, onteert zijn hoofd. Iedere vrouw echter die bidt of profeteert met onbedekt hoofd, onteert haar eigen hoofd, want het is precies hetzelfde alsof zij kaalgeschoren is” (1 Cor. 11:4-5). Zou deze bedekking iets te maken hebben met een sluier? Nu wil het geval, zoals we op afbeeldingen zien dat Griekse vrouwen een band of doek om het haar deden als ze het opmaakten en je zou kunnen zeggen dat dit de bedekking is. Echter het was bij de Grieken de gewoonte dat bij hun cultussen de vrouwen deze doeken/sluiers afdeden, zoals ik in de volgende boeken heb gevonden: “The Greeks (both men and women) remained bareheaded in public prayer …” (A. T. Robertson, Word Pictures in the New Testament, Vol. 4, p. 159), “It is true that the Greek practice was to keep the head uncovered at their religious rites (as Grotius and Wetstein have remarked) … ” (W. J. Conybeare and J. S. Howson, The Life and Epistles of St. Paul, The S. S. Scranton Company, 1920, p. 445) en “The mysteries inscription of Andania (Ditt. Syll.3, 736), which gives an exact description of women taking part in the procession, makes no mention of the veil. Indeed, the cultic order of Lycosura seems to forbid it. Empresses and goddesses … are portrayed without veils …” (Kittel Theological Dictionary of the New Testament 1965, vol. 3 p. 562).

Blijkbaar was het de gewoonte dat de Corinthische vrouwen hun haar los lieten hangen als ze in extase kwamen en dat Paulus tegen deze heidense gewoonte in ging. Tijdens de dienst moest het er geordend aan toe gaan, inclusief de verzorging van het haar en als deze vrouwen dat blijkbaar te veel werk vonden dan maar kaalknippen (1 Cor. 11:6) wat minstens zo schandelijk was omdat alleen hoerige types dat in die tijd deden.

Concluderend kunnen we dus over deze verzen zeggen, dat niet sprake is van de specifieke lengte van het haar, maar dat de haren van zowel de man als de vrouw er verzorgd uit moest zien. Dus de man moest niet zijn haar dragen als een vrouw en een vrouw niet haar haar als die van een man. En wel om de volgende reden dat het nl. tijdens de dienst er ordelijk aan toe ging en niet leek op de heidense cultussen. Natuurlijk valt er nog veel meer over te zeggen en ik houd me dan ook voor aanvullingen aanbevolen, omdat ik absoluut geen kenner ben van haarmode.

Tags: , , ,

Als er iets is waar ik me absoluut niet in geïnteresseerd ben (en dat zullen mijn vrouw en kinderen direct beamen) dan is het mode. Mijn haar wordt gekortwiekt als mijn vrouw het te lang vindt. Dat ik toch een artikel hierover schrijf komt omdat ik pas een artikel las over de haarstijl van Jezus, wat zeer de moeite waard is om te lezen. De vraag die bij mij naar boven kwam, wat staat hierover geschreven in de Bijbel. Nu moeten we goed beseffen dat de Bijbel een grote periode bestrijkt en dat net als tegenwoordig de haardracht beslist onderhevig zal zijn geweest aan de mode. Zien we dat de soldaten bij de Assyriërs lang haar droegen, bij de Romeinen zien we dat het kort was, om maar een voorbeeld te geven.

Gelukkig zijn er wel een aantal passages die ons enig inzicht geven, waarbij we ook moeten letten of de voorbeelden gelden voor de gewone man, of alleen voor een specifieke doelgroep. Zo lezen we in Ezechiël dat de priesters “hun hoofd niet scheren, maar zij mogen ook de haarlokken niet vrij laten groeien. Zij moeten hun hoofdhaar behoorlijk knippen” (Ezech. 44:20). Hier staat tegenover dat Nazireeërs hun haar helemaal niet mochten knippen (Num. 6:5) en we zien dit dan ook terugkomen bij Samuel (1 Sam. 1:11) en Simson (Richt. 13:5). Een andere specifieke doelgroep zijn de rouwenden en we lezen dat bij rouw de haren aan de zijkanten van het hoofd niet afgeschoren mocht worden (Lev. 19:27; 21:5).

Ook van specifieke personen wordt iets verteld over hun haardracht. Van Absalom weten we dat hij eenmaal per jaar zijn haar liet knippen (1 Sam. 14:26) en dat deze dus zowel kort als zeer lang moet zijn geweest. Salomo zegt over zichzelf dat zijn haarlokken nat zijn van de dauw (Hoogl. 5:2) en gekruld waren (Hoogl. 5:11), er wordt in deze passages echter een specifiek woord “haarlokken” gebruikt en hoeft dus niet te slaan op al zijn haar.

Maken we een sprong in de tijd (en waarschijnlijk vele modes verder) dan belanden we in het Nieuwe Testament waar Paulus stelt dat lang haar niet past voor mannen (1 Cor. 11:14). Maar we moeten hier voorzichtig zijn, want Corinthe was een Griekse stad en was een totaal andere cultuur dan ten tijde van Salomo en Absalom.

Tags: , ,

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Het gaat inderdaad om de boom des levens uit Openbaring 22:2 waar we lezen dat “In het midden van haar straat en aan de ene en de andere zijde van de rivier bevond zich de boom des levens, die twaalf vruchten voortbrengt – van maand tot maand gevende zijn vrucht. En de bladeren van de boom zijn tot genezing van de heidenvolken.”

De vraag van deze week:

Nu we het toch over bomen hebben, er zijn mensen die met ze spreken, zo werd Prinses Irene er wereldberoemd om, terwijl anderen op hun voorhoofd wijzen bij het idee alleen al. Nu wil het geval dat ook in de Bijbel er sprake is van iemand die tegen bomen sprak en dan heb ik het niet over een parabel of een gelijkenis, maar over iemand die echt sprak met bomen. Wie was deze persoon en waar staat het in de Bijbel.

Tags:

Wie kijkt naar het boek Job zegt vaak dat men leert omgaan met het lijden. Bij mij komt echter steeds weer de vraag op hoe mensen daarbij komen. Ik begin steeds minder van lijden te begrijpen als ik Job lees, maar ik begin wel steeds meer van mensen en van God te weten.

John Piper heeft ook een prekenserie over Job die eerlijk kijkt naar Job en niet gelijk zegt dat je gelijk wat leert over lijden.
De volgende 5 punten komen uit die prekenserie, beschreven met een eigen mening eronder.

1. Ware theologie kan vals zijn.

Als je het hebt over ware theologie zijn dit vaak theologische uitspraken die niet onjuist kunnen zijn (voor een christen). Je kan hierbij denken aan “Jezus heeft voor ons geleden” of “het loon van de zonde is de dood”.
Dit klopt, maar het kan fout toegepast worden! Als wij bijvoorbeeld zeggen dat iemand lijdt omdat het loon van de zonde dood is, kan dit helemaal verkeerd zijn. Uiteindelijk zal zonde tot de dood lijden, maar niet alle ziekte en lijden komt voor uit directe zonden die wij persoonlijk gedaan hebben. Het boek Job geeft echter verder niet aan waar het overige lijden vandaan komt. Ik kan alleen de zondeval aanwijzen, waardoor wij vandaag de dag nog steeds lijden.
Als je zulk soort uitspraken maakt, kan ware theologie dus vals zijn.

2. Lijden en geluk zijn niet in proportie.

Job zegt soms dat de zondaars wel in geluk leven (bijv. 21:30), maar waarom moet hij dan lijden?
In deze wereld is er nog geen gerechtigheid dat het lijden en het geluk evenveel zijn, of dat er meer geluk in het leven is. Dit leven brengt nou eenmaal lijden met zich mee, maar we mogen ons wel verheugen op een eeuwig geluk dat komen gaat.

3. Desondanks mogen we weten dat God regeert over alles wat met de mensen gebeurt.

Het is soms lastig om te zeggen dat God uiteindelijk alle touwtjes in handen heeft, maar dat is wel zo. We zien in Job dat Satan bij God komt, om te vragen of hij hem kan laten lijden. En God laat dit toe.
Waarom laat God dit toe? Misschien om ons iets duidelijk te maken (zoals Lewis zegt: Suffering is Gods Megaphone), maar kunnen we zeggen waarom er tsunami’s over een heel land gaan? Ik weet dat ik het niet kan. Ik kan er alleen wel bij zeggen dat veel rampen en heel veel lijden ook door mensenhanden komt, waardoor we weer kunnen terugkijken naar de zondeval.

4. Er is ook een wijsheid achter de willekeur die wij zien.

Wij denken vaak dat kwaad altijd bij goede mensen gebeurt. Maar bij heel veel lijden zitten er meer dingen achter. Dit kan dus inderdaad zijn dat iemand veel gezondigd heeft, waardoor hij lijdt, maar het kan ook zijn dat diegene op zoek naar God is en dat God hem reinigt om tot Hem te komen.
Dit kunnen wij niet allemaal weten, maar we kunnen ons wel laten dragen in de goedheid van God.

5. Klamp jezelf vast aan God.

We kunnen het niet zelf. En het onderwerp lijden blijft enorm moeilijk. Naarmate je langer lijdt, des te heviger de vraag opkomt: Waarom laat God dit toe?
Hier kun je niet tegen vechten, maar je kunt wel stil worden aan de Vaderhand van God.

Een pelgrimslied, van David.

HEERE, mijn hart is niet hoogmoedig,

mijn ogen zijn niet trots,

ook wandel ik niet in dingen

die te groot en te wonderlijk voor mij zijn.
Voorwaar, ik heb mijn ziel tot rust

en tot stilte gebracht,

als een kind dat de borst ontwend is, bij zijn moeder,

mijn ziel is in mij als een kind dat de borst ontwend is.

Israël, hoop op de HEERE,

van nu aan tot in eeuwigheid.

(Psalm 131)

De preek waar ik deze 5 punten hebt gehaald is hier te vinden:

http://www.desiringgod.org/resource-library/sermons/job-wrestling-with-suffering#/listen/full

Deze preek is onderdeel van een prekenserie over Job.

Tags: ,

En Hij begon tot hen te spreken in gelijkenissen: Iemand plantte een wijngaard, zette er een omheining omheen, groef een wijnpersbak en bouwde een toren, en hij verhuurde hem aan landbouwers en ging naar het buitenland.

Markus 12:1 (HSV)

Vanochtend bespraken we op de Bijbelstudie dit hoofdstuk van Markus en het viel me op hoe gedetailleerd het aanleggen van een wijngaard werd besproken. Want het is wel iets meer dan het planten van een paar wijnstokken die geleid moeten worden aan palen.

In onze serie over Hooglied had ik al aangegeven dat deze heggen, gemaakt van Hennastruiken, om de wijngaarden werden geplant om ze te beschermen tegen winderosie, daarnaast had het ook als voordeel dat de kwetsbare en waardevolle oogst werd beschermd tegen hongerige dieren (zoals de vossen). Daarnaast hadden deze struiken ook als voordeel dat ze als bijproduct voor de parfumerie kon dienen.

Nu was zo’n heg niet voldoende, vandaar dat er ook een wachttoren werd neergezet, waarop men toezicht kon houden of er geen ongedierte was en om eventuele dieven tegen te houden. Dit kon een eenvoudige houten stellage zijn, maar vaak werd deze ook gebouwd van de stenen die ze van het land af hadden gehaald en zo een echte stenen toren was met daarop een gebouwtje met een dak tegen de felle zon. Vaak bleef men hier ook in het hoogseizoen slapen.

Omdat tijdens het vervoer van druiven naar een andere locatie deze beurs konden worden en een hoop vocht verloren kon gaan, was het logisch om de wijnpers zo dicht mogelijk in de buurt van een wijngaard aan te leggen. Zo lagen deze wijnpersen in Avdat op slechts een halve kilometer afstand van de wijngaarden. Zie hier voor een beschrijving van hoe zo’n wijnpers functioneerde en de wijn werd geproduceerd.

Tags: , , , , ,

Zoekplaatje

Goed voor de aardigheid een zoekplaatje, kunnen jullie de salamander vinden. Voor het antwoord klik op het plaatje voor een uitvergroting.

Tags: , , ,

« Older entries § Newer entries »