June 16, 2012

You are currently browsing the daily archive for June 16, 2012.

Nu mijn koning op zijn rustbed ligt,
geurt mijn nardus zoet.

Hooglied 1:12 (HSV)

Een passage die in de diverse vertalingen verschillend wordt weergegeven. De vraag die de vertalers zich stellen is nl. waar bevind de koning zich, op zijn rustbed of aan een tafel. Het Hebreeuwse mēsab kon nl. zowel “een ronde (banket) tafel” als een “divan met kussens” betekenen. Om tot een keuze te komen zal men dus goed de tekst moeten lezen. De oudere vertalingen hebben meestal een tafel en baseren zich op de gewoonte dat belangrijke mensen vroeger (en dan vooral in de tijd van de statenvertalers) belangrijke zaken bespraken aan een tafel. Maar waarom willen de moderne vertalers het woord dan vertalen met rustbed. Is het omdat ze perse iets anders hier neer willen zetten of lag de koning inderdaad te rusten.

In dat geval is het wel vreemd dat onze dame al aan het begin van Hooglied zich zomaar mocht begeven in deze slaapkamer. Nu wil het geval dat men vroeger op bedden bij de bankettafel lag, denk aan het Nieuwe Testament waar wordt vermeld dat Jezus met zijn discipelen lagen bij het laatste Avondmaal. Het moge duidelijk zijn dat ze niet met zijn allen gezamenlijk in bed lagen. Zo moeten we ook deze passage in Hooglied lezen, de koning lag met zijn raadslieden op bedden aan een bankettafel en de dame in kwestie mocht van een afstandje toekijken wat een hele eer was.

Omdat het nogal warm is in het Midden-Oosten, gebruikte men allerlei parfumerie om de vieze lucht van zweet te verdoezelen. Zo liet de Egyptische Nefertite, de vrouw van farao Echnaton (1350 v.C.) haar gasten een zalfkegel op hun hoofd of borst dragen, gevuld met een mengsel van mirre-hars en andere geurende kruiden. Door de lichaamswarmte druppelde deze over de lichamen, waardoor de gasten heerlijk roken. Onze dame in Hooglied had blijkbaar een soortgelijke zalfkegel maar dan gevuld met Nardus, welke een heerlijke geur verspreid.

Tags: ,