August 2012

You are currently browsing the monthly archive for August 2012.

Shekinah

De HEERE ging vóór hen uit, overdag in een wolkkolom om hen de weg te wijzen, en ’s nachts in een vuurkolom om hun licht te geven, zodat zij dag en nacht verder konden trekken. Hij nam de wolkkolom overdag en de vuurkolom in de nacht niet weg voor de aanblik van het volk.

Exodus 13:21-22 (HSV)

Regelmatig lezen we in Exodus dat God zich manifesteerde aan het volk door middel van de wolkkolom overdag en de vuurkolom ’s nachts. Eeuwen later werd dit de Shekinah genoemd, letterlijk Hebreeuws voor “datgene wat ronddwaalt”, sommigen willen het vertalen met “de glorie van de Heer” maar vanuit het Hebreeuws zie ik daar geen reden voor. Voor zover ik weet komt het woord niet voor in de Bijbel, maar als dit niet zo is dan is het mijn onwetendheid. In ieder geval wel wordt in de Bijbel beschreven dat deze wolk- vuurkolom voor het volk uittrok en anders boven de tabernakel aanwezig was. Het kan dan ook niet anders dat als je een replica van de tabernakel maakt, dat deze kolom ook afgebeeld moet worden.

Nergens in de Bijbel wordt vermeld hoe groot deze kolom was, maar gezien het feit dat ’s nachts hier zoveel licht van af kwam om het volk bij te lichten. Gezien het feit dat er ettelijke (honderd)duizenden mensen waren ligt het voor de hand dat deze kolom tot in de verre omtrek te zien was. Ik ga er dan ook van uit dat deze kolom vrij groot moet zijn geweest of (minder waarschijnlijk) hoog in de lucht was en erg fel.

Tags: , ,

Ook moet u kleden van geitenhaar maken voor een tent over de tabernakel: elf tentkleden moet u daarvan maken.

Exodus 26:7 (HSV)

Web hebben de afgelopen dagen al verschillende tentdoeken behandeld die over de tabernakel werden gelegd. Vandaag behandelen we de tentdoek die geweven moest worden van geitenhaar. Net zoals in Nederland we wol van schapen gebruiken om kleding of doeken van te maken, was het in het oude Midden-Oosten normaal om hiervoor de wol te gebruiken van geiten. Kortweg heeft het dezelfde voordelen, het is duurzaam, sterk en het was in ruime mate voorhanden. Voor mijn replica van de tabernakel was het weer zoeken naar een goed voorbeeld en uiteindelijk kwam ik op onderstaande texture die goed laat zien dat het geweven is. Net als de bij de gebruikte textures voor de vorige tentdoeken is ook hier ervoor gezorgd dat je deze naadloos tegen elkaar aan kan plakken. Voor de techneuten onder ons: je moet ervoor zorgen dat de linkerzijkant precies aansluit aan de rechter, en de onderkant met de bovenkant. Gelukkig zijn daar programma’s voor die dit precies uitrekenen en een standaard foto van, in dit geval een geweven geitendoek, uitlijnen dat het aansluit.

Het uiteindelijke resultaat is te bezien in onderstaande afbeelding.

Nu heb ik de afgelopen dagen de tentdoeken niet behandeld in de volgorde dat ze op de tabernakel worden gelegd. Hieronder zie je een afbeelding waarop duidelijk is in welke volgorde. Als eerste wordt het tentdoek gelegd met de cherubim (engelen) erop, daarboven de vandaag behandelde geweven geitenharen doek, daarna het tentdoek gemaakt van ramsvellen en ten slotte werd daar bovenop het tentdoek van dugong-vellen gelegd. Iedereen kan direct zien dat het eerste het mooiste en meest kostbare is. en werd beschermd door de andere lagen tentdoeken. In een zanderige woestijnomgeving is alles aan veel slijtage onderhevig en het is logisch dat daarna eerst de geitenharen tentdoek werd gelegd. Deze isoleert goed waardoor het koel bleef in de tabernakel. De ramsvellen daarboven op zorgen ook voor koelte en zijn steviger en zullen eventuele zandkorrels tegenhouden die misschien nog het tentdoek van dugong-vellen was gepasseerd. Dit laatste tentdoek van dugong-vellen werd niet voor niets boven de andere gelegd. Dit leer is enorm stevig en slijtvast en werd zelfs gebruikt voor de betere schoenen (Ezech. 16:10).

Tags: ,

U moet ook voor de tent een dekkleed van roodgeverfde ramshuiden maken,

Exodus 26:14a (HSV)

Hadden we een vorige keer gesproken over de tachasvellen, deze keer over het tentdoek van ramshuiden die er onder lag. Ook tegenwoordig zien we nog vaak nomaden in het Midden-Oosten gebruik maken van tenten die zijn bespannen met tentdoeken gemaakt van ramsvellen. Meestal zijn deze zwart door 1)  de huid van zwarte geiten en rammen is gebruikt, of 2) deze zijn in de loop der tijd zwart geworden vanwege het vele vuil. In onze tekst zien we dat wordt gesteld dat deze huiden rood gemaakt moeten worden en zowel door looi-technieken (toegevoegde chemicaliën) als door achteraf het verven met kleurstoffen van bijvoorbeeld de meekrap behoren tot de mogelijkheden. Voor het nabouwen van de tabernakel is uiteindelijk onderstaande template gebruikt, welke is samengesteld uit verschillende huiden. Voor hen die geïnteresseerd zijn is het leuk om te weten dat alle zijkanten precies op elkaar aansluiten zodat straks als het op het tentdoek wordt geprojecteerd ze naast elkaar kunnen worden gelegd. Hoewel de template al behoorlijk bruin/rood is zal deze later de rode kleur krijgen als apart onderdeel van het tentdoek.

Belangrijk is om te weten hoeveel huiden werden gebruikt en een ram is een stuk kleiner dan de eerder besproken Dugong. Na enige berekeningen kwam ik uit op een kleine 200 rammen die nodig waren om het tentdoek te maken. Een van de voordelen van zo’n tentdoek is dat als het vochtig wordt het enigszins uitzet waardoor het waterdicht wordt. Wat perfect is om de tabernakel droog te houden. Daarnaast is het zo dat door het opgenomen vocht er een microklimaat ontstaat waardoor het een paar graden koeler is dan buiten.

Tags: , , ,

In deze tiendelige serie wil ik komend jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God.

Ik wil dit ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

Het derde spoor: Leven zoals het nu bestaat

Wie Darwin leest ziet heel veel logische gedachtegangen van iemand die verstand heeft van wat hij zegt. Darwin was een wetenschappen en wist goed waar hij het over had. Het is dan ook niet toevallig dat een intelligente man zoals hem het boek schreef dat de wereld op zijn kop zette.

Darwins Origins of Species is een klassieker dat heel goed aangeeft hoe een eventuele evolutionaire lijn had kunnen lopen.

Darwin is vooral bekend geworden omdat hij de evolutie van vinken zo goed beschreven heeft. Vinken pasten zich aan op hun omgeving. Dit bleek uit onderzoek op de Galaposeilanden. Hieruit kwam een idee dat meerdere levensvormen ontwikkelden.

Vandaag de dag wordt de evolutietheorie veel verder ingevuld, met hele goede argumenten.

Het wordt toch bewezen door de vinken? En als we alleen al kijken naar honden (en katten) zien we dat er veel verschillende soorten zijn die weer met elkaar kunnen paren, waardoor er soms weer een nieuwe soort ontstaat.

Enkele jaren terug werd er zelfs gespeculeerd dat menselijke duimen in de volgende generatie sterker zouden zijn, omdat we ons moeten aanpassen aan onze mobiele apparaten.

Het zijn logische gedachtegangen en ik kan persoonlijk het idee van adaptatie accepteren. Natuurlijk passen mensen (, planten en dieren) zich aan op hun omgeving. Als we kijken naar mensen in Afrika zien we dat zij geen (of veel minder) haar op hun armen hebben. Terwijl de gemiddelde Europees over zijn hele armen haren heeft om warmte vast te houden. Iemand die woont in Oeganda en het koud heeft als het rond de 15 graden wordt hoeft natuurlijk veel minder warmte vast te houden dan iemand die in Nederland winters meemaakt waar het gerust -18 wordt.

Er zijn echter wel begrenzingen aan deze adaptaties, het blijven namelijk adaptaties en zijn geen mutaties die ertoe leiden dat er een nieuw soort ontstaat. Een mens, maakt niet uit waar hij of zij woont, past zich aan op de omgeving, maar blijft een mens.

Zelfs Neanderthalers worden tegenwoordig als volwaardig mens beschouwd, maar ze leden waarschijnlijk aan ziektes. Ze hadden zelfs religieuze gewoontes, wat toch kenmerkend is voor mensen. Daarnaast hadden ze de mogelijkheid tot spraak en hebben zelfs artistieke tekeningen gemaakt.

Er is nog nooit bewijs geweest voor een evolutionaire verandering die een nieuw soort creëerde.

Er zijn veel dieren gevonden die leken op een overgangsvorm zoals de argeopatryx, maar ook bij dit beest is geen overgang te vinden tussen koudbloedigheid en warmbloedigheid, of   schubben en veren, of poten en vleugels.

Daarnaast heb je de overbekende ‘Lucy’ en iets minder bekende ‘Ardi’, die overgangsvormen zouden zijn tussen aap en mens, maar hier is nog nooit een goede bewijsvoering voor gekomen.

Er zijn echter argumenten bedacht waarom we (bijna?) nooit overgangsvormen vinden. Dit kan komen omdat het fossielenrecord incompleet is, zoals Hardin ooit heeft betoogd. Daarnaast zouden die overgangsvormen (ook wel tussenvormen genoemd) maar kort geleefd hebben. Dit argument heeft bij creationisten nooit zo veel waarde gehad, want we zoeken nu al zo’n 150 jaar in de grond en vinden ook al zo lang fossielen, ondertussen zijn er dus ook duizenden (misschien wel miljoenen?) fossielen gevonden en daar zit geen overgangsvorm bij. Daarnaast zouden overgangsvormen volgens de evolutietheorie ook langere tijd aanwezig geweest zijn, want die evolutie duurt nou eenmaal miljoenen jaren. De andere theorie, die bekend staat onder saltatie (saltation), is verdedigd door Goldschmidt. Deze theorie gaat ervan uit dat er plotseling grote veranderingen plaatsvinden. Dit is al snel bekritiseerd en aangepast tot de theorie die Punctuated Equilibrium (doorbroken evenwicht) genoemd wordt. Hierin wordt gezegd dat er (relatief) snel kleine veranderingen plaats vinden. Hoewel dit ook weer heel erg logisch klinkt blijven we bij het probleem dat eigenlijk alle vormen die worden gevonden al volledig gevormd zijn. Dus ook hier kan niet echt sprake zijn van het bewijs tussen de volledige vormen in.
Wel komt het voor dat er soms mutaties optreden. Maar Grassé zegt dat mutaties ‘aanpassen wat al bestaat, maar dit gebeurt in wanorde… zodra er wanorde ontstaat, al is het maar een klein beetje, in een georganiseerd wezen, volgt eerst ziekte en dan dood” (Grassé, Evolution of living organisms p.98). Hierdoor kan er geen evolutie plaatsvinden.

Daarentegen zijn er wel aanwijzingen voor een schepper als we kijken naar de natuur om ons heen.

Als we bijvoorbeeld de bombadier kever bekijken zien we dat een evolutionair proces onmogelijk is bij dit beestje. Dit beestje heeft namelijk als verdedigingsmechanisme twee vloeistoffen. Als die samenkomen ontploft/ontbrand dit.

Als dit in evolutionaire processen heeft moeten ontstaan heeft zo’n kever nooit de kans gehad om te overleven, want telkens zouden die stoffen bij elkaar komen en zou het beestje niet overleven, waardoor het nooit heeft kunnen ontwikkelen.

Er zijn meer van zulk soort onherleidbare mechanismen. Burgess heeft er over geschreven en zegt dat zelfs onze eigen kniegewrichten in één keer ontworpen moesten zijn, omdat er verschillende delen tegelijkertijd nodig zijn om het te laten werken. Werkte dit niet, kon onze voorouder (die nog geen kniegewricht had) zich niet voortplanten of voortbewegen, waardoor dit in onmogelijke evolutie is.

Zo schijnen er nog meer voorbeelden te zijn, zoals de cel, maar ook heel veel bacteriën.

Er is dus nooit bewezen dat evolutie mogelijk is, maar ook niet bewezen dat evolutie onmogelijk is. Met de Bijbel in onze hand kunnen we zeggen dat God de oorsprong is van al het leven, naar het soort. Dit betekend dat er ruimte is voor adaptaties, zoals we nu terugzien bij honden e.d. . Het lijkt er ook op dat bepaalde dieren niet ontwikkeld kunnen zijn, maar die geschapen moeten zijn.

Enkele voorbeelden hiervan zijn de Bombadeer kever, het oog. Daarnaast wordt er nog gespeculeerd over de mossel, vuurvliegjes, spechten en vele andere dieren.

Is dit dan niet het argument van de onwetende zou een scepticus kunnen vragen. Ja, dit kan heel goed, maar het is ook een argument van wat we wel weten, namelijk dat sommige mechanismes heel erg ingewikkeld zijn. Er  is wel eens een vergelijking gemaakt tussen de bombadeer kever en een vliegtuigmotor. Het schijnt dat dit ongeveer even ingewikkeld is… Toch is er nooit een motor zomaar geëvolueerd.

Daarnaast is het oog ook uiterst complex, dat net als een horloge toch werkt via ingewikkelde mechanismes.

Het DNA wordt ook vaak aangehaald als argument voor een schepper. Groothuis zet het in een mooi schema die ik hieronder vrij vertaal.

  1. DNA bevat genetische informatie in de vorm van een taal.
  2. Deze genetische informatie is een voorbeeld van specifieke complexiteit (want het is het komt voor, het is complex en het is een specifiek voorbeeld).
  3. Gespecificeerde complexiteit kan niet uitgelegd worden op basis van kans of noodzakelijkheid, of in combinatie van hiervoor genoemde punten.
  4. Intelligente aanwezigheid is een bekende factor die specifieke en complexe  informatie produceerd.
  5. Daarom is de beste uitleg van DNA dat dit zijn oorsprong heeft gehad door toedoen van een schepper. (Groothuis – Christian Apologetics p. 312)

Maar, zal de oplettende atheïst zeggen, heeft de theorie van een schepper ook geen fouten?

  1. Als God, een almachtige en alwetend wezen, het leven geschapen heeft zou dit geen fouten mogen bevatten,
  2. Het leven heeft genoeg foutjes (die ook verbeterbaar zijn),
  3. Dus het leven is niet geschapen door God,
  4. Daarom moet het leven een product zijn van evolutie.

Dit is een punt wat zeker sterk is en ook op meerdere gebieden terugkomt (want waarom zou een algoede schepper zulke fouten toelaten?).

Veel christenen zeggen dan dat veel scheppingsfoutjes geen echte foutjes zijn, maar dat dit ook als een positief iets gezien kan worden. Men neemt hiervoor vaak het voorbeeld van de duim van een panda. Die niet helemaal goed werkt, maar wel goed genoeg voor wat die panda ermee wil doen.\

Anderen zeggen dat die fouten pas kwamen na de zondeval, wat eigenlijk niets meer dan een dooddoener is.

Een beter tegen argument vind ik dat leven niet perse perfect geschapen is. Waarom zou God een perfecte wereld willen? Als God een perfecte wereld had geschapen met perfecte wezens hadden de mensen geen bewuste keuze kunnen maken voor goed of slecht.
Daarnaast kan men afvragen of perfect voor ons wel hetzelfde is als perfect voor een schepper. Mensen hebben bijvoorbeeld geen vleugels gekregen, maar toch hebben veel mensen een verlangen om hoog de bergen in te gaan. Dan zijn wij niet perfect daarvoor geschapen, want we kunnen niet makkelijk naar boven toe klimmen.
Toch zal geen enkele bergbeklimmer (of bergwandelaar) dit zeggen, want als jij enkele uren hebt geploeterd om op de top van een berg te komen zie je pas hoe mooi dat is en kun je met een gevoel van voldoening weer terugkeren. Deze voldoening zou je niet gehad hebben als je binnen een halfuurtje naar boven vliegt.

Perfectie bestaat in die zin dus ook niet en daarom is het ook heel logisch dat men imperfect geschapen is.

Is dit dan het bewijs voor God? Nee, maar er leiden zeker wel sporen naar een Schepper.

Dit betekend dat we op dit moment al drie (grote) sporen zien van God.

Dat is over het algemeen drie keer zoveel bewijs als was nodig is om iets te geloven. Meestal geloof je dat er iets is als er al één sterk argument voor is.

We zullen kijken of er nog meer sporen zijn die ons kunnen leiden tot een God.

Verdere informatie:

Er is heel erg veel informatie in de discussie over evolutie en schepping, vandaar een uitgebreidere bronnenlijst.
Atheïstisch of evolutionisch:

-          Dembski en Ruse – Debating design

-          http://www.millerandlevine.com/km/evol/design2/article.html

-          Walking with beasts & walking with monsters (twee documentaireseries van BBC en Discovery Channel)

-          Dawkins – The blind watchmaker

-          http://en.wikipedia.org/wiki/Evolution (met veel nuttige verwijzingen)

-          http://evolution.berkeley.edu/ (enorm sterke website met talloze artikelen en verwijzingen)

Christelijk:

-          Burgess – Ontwikkeling of ontwerp

-          DVD serie – Incredible creatures that defy evolution

-          Behe – Darwins Black Box

-          Wells – Icons of evolution

-          http://www.iconsofevolution.com/articles.php3

-          Gish – Evolution the fossils say no (enigszins verouderd, maar heel duidelijk)

-          http://www.scheppingofevolutie.nl/

-          http://www.answersingenesis.org/

Ook zult gij een dekkleed voor de tent maken van roodgeverfde ramsvellen, en een dekkleed van tachasvellen daaroverheen.

Exodus 26:14 (NBG)

Over de tabernakel werden meerdere tentkleden gelegd, en verschillende hebben de vertalers voor grote problemen gesteld. Zo is er in bovengenoemd vers sprake van de huiden van een tachas. Dat tachas een dier was moge duidelijk zijn, maar de vraag is welk dier. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de verschillende vertalingen of het woord onvertaald laten of dat ze verschillende diersoorten noemen. De oudere vertalingen van het OT willen het in verband brengen met een bepaalde kleur: violet of paars. De moderne vertalingen geven meestal de huiden van een zeekoe. Zelf ga ik ook uit van een zeekoe (Dugong Dugon), zie hiervoor mijn artikel welke ik enkele jaren geleden heb geschreven.

Voor het nabouwen van de tabernakel moest ik dus op zoek naar een goede foto van de huid van de zeekoe, na het bekijken van enkele honderden foto’s van dit overigens schitterende dier, waarbij de meeste foto’s afvielen omdat de blauwe kleur van de zee te veel benadrukt werd, kwam ik tot de volgende compositiefoto.

Een volwassen dugong is ongeveer twee-en-halve meter lang en heeft een diameter van ruim een meter. Om met deze huiden de tabernakel te bedekken waren meer dan 45 dieren nodig. Op onderstaande afbeelding kan men zien hoe dit er dan ongeveer uitgezien moet hebben. Hierbij moet men wel bedenken dat in het echt iedere dierenhuid er anders uitziet en dat dit tentkleed er dus lang niet zo regelmatig uitzag als op de afbeelding.

Een volgende keer zal ik beschrijven, waarom juist de huid van de zeekoe zo geschikt was als bedekking voor de tabernakel.

Tags: , ,

U moet voor de ingang van de tent ook een gordijn maken, van blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol en dubbeldraads fijn linnen, borduurwerk.

Exodus 26:36 (HSV)

In onze studie over de tabernakel deze keer iets over de ingang. Direct valt op dat het gordijn dezelfde kleuren heeft als de tentdoeken die als eerste over de tabernakel werden gelegd en waarvan ik al had opgemerkt dat deze kleuren gelijk zijn aan die van een zonsop- of ondergang. Je bent dan ook al geneigd om de niet genoemde cherubim (engelen) erbij te zetten. Deze worden echter niet genoemd en er is geen enkele reden te bedenken om ze wel erbij te zetten. De onderstaande afbeeldingen zijn dan ook niet correct.

Met enige artistieke vrijheid zou het gordijn er dan als op onderstaande foto uit moeten zien.

De vraag die overblijft is of het gordijn dan als één groot gordijn was gemaakt, of bestond uit vier kleinere gordijnen. De meeste vertalingen hebben correct gordijn (enkelvoud) vertaald en dit zou inderdaad suggereren dat er sprake is van één groot gordijn. Echter zoals gewoonlijk er zijn altijd deskundigen die hier vragen bij stelen. Ik zal hier later op ingaan, voorlopig verwijs ik naar de discussie op The Desert Tabernacle, een weblog van een vriend die al heel wat jaren heeft besteed aan de bestudering van de tabernakel. In het kort komt het hierop neer dat volgens hem genoeg ruimte is in de Hebreeuwse tekst dat het niet om één maar om vier gordijnen kan gaan. Als dit zo is dan zou het er als volgt uit kunnen zien.

Tags: , ,

Het loshangende deel van wat overblijft van de kleden van de tent, namelijk het halve tentkleed dat overblijft, moet aan de achterkant van de tabernakel overhangen.

Exodus 26:12 (HSV)

In de vorige artikelen over het tentkleed was al melding gemaakt dat we een stuk overhielden, in dit vers lezen we wat daarmee werd gedaan. Het moest aan de achterkant de tabernakel bedekken. Hoewel mijn artistieke vaardigheden niet zo groot zijn kun je uit onderstaande afbeelding al direct opmaken dat dit ruimschoots voldoende was om de achterkant bijna tweemaal te bedekken. Door deze constructie blijft de voorkant vrij van de gordijnen en kan men gemakkelijk naar binnengaan.

Tags: ,

En voor het gordijn moet u vijf pilaren van acaciahout maken, die met goud overtrekken en voorzien van gouden haken; u moet daarvoor vijf koperen voetstukken gieten.

Exodus 26:37 (HSV)

evenals de vijf pilaren ervan met hun haken. Men overtrok hun koppen en verbindingsstukken met goud; hun vijf voetstukken waren van koper.

Exodus 36:38 (HSV)

Bij het bestuderen van de tabernakel moet je goed op de details letten en vooral ook de parallelteksten lezen die op andere plekken in de Bijbel hierover gaan. Zo lezen we over de pilaren die bij de ingang staan in hoofdstuk 26 dat deze van acacia waren met goud overtrokken, terwijl we later in Exodus 36 niet lezen dat ze van acacia waren en ook niet dat ze overtrokken waren met goud. Bij de kanttekeningen van de Statenvertaling lezen we dan ook de opmerking “Hij wil niet zeggen dat men den gehelen pilaar met goud zou overtrekken, maar alleen de knopen en randen”. De vraag is of dit correct is, want met evenveel recht zou je kunnen stellen dat de pilaren niet van acacia waren. Omdat alle andere palen wel overtrokken zijn met goud ligt het voor de hand dat deze ingangspalen dat ook waren en dat dit niet wordt vermeld in de tweede tekst. Of zoals sommige tekstcritici zeggen het tweede vers is corrupt geraakt en is deze vermelding verdwenen. Ik laat aan de lezer over of de pilaren overtrokken waren met goud of niet.

Daar alle pilaren van de tabernakel en het voorhof een regelmatige afstand tot elkaar hebben, ligt het voor de hand dat deze pilaren dat ook hadden. Nu wil het geval dat dit bij de replica in het Timnapark in Israël niet het geval is. De hierdoor verkregen opening is inderdaad gemakkelijker om naar binnen te gaan, en zo op het oog lijkt dit dan ook een correcte oplossing. Echter ook als de pilaren een regelmatige afstand hebben is het nog steeds gemakkelijk om naar binnen te gaan. Daarnaast zal het zware kleed zo beter blijven hangen en niet doorbuigen (zoals te zien is op de foto). Het ligt dan ook voor de hand dat de pilaren net als alle andere pilaren regelmatig over de ingang zijn verdeeld.

Tags: ,

De tabernakel moet u vervolgens maken van tien tentkleden, van dubbeldraads fijn linnen en blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol. U moet ze maken met cherubs erop, werk van een kunstenaar. De lengte van één tentkleed moet achtentwintig el zijn en de breedte van één tentkleed vier el: al de tentkleden moeten dezelfde afmeting hebben. Vijf tentkleden moeten aan elkaar vastgemaakt worden, en nog eens vijf tentkleden moeten aan elkaar vastgemaakt worden.

Exodus 26:1-3 (HSV)

In onze studie hoe de tabernakel eruit zag lezen we in de eerste 3 verzen van hoofdstuk 26 dat er tien tentdoeken waren die in twee groepen van vijf aan elkaar gekoppeld moesten worden. Netjes worden weer de maten genoemd en je merkt al gauw dat acht van deze doeken ongeveer overeen komen met de lengte van de tabernakel, terwijl de lengte voldoende is om deze overdwars te bedekken. De overige twee tentdoeken zijn dus om de achterzijde te bedekken en (een gedeelte) van de voorkant. Hieronder een eerste concept hoe dit er dan uitgezien kan hebben, waarbij de voor en achterkant nog niet is bedekt. Het zal nog enig rekenwerk geven hoe de doeken precies op de tabernakel hebben gelegen.

Tags: ,

De tabernakel moet u vervolgens maken van tien tentkleden, van dubbeldraads fijn linnen en blauwpurperen, roodpurperen en scharlakenrode wol. U moet ze maken met cherubs erop, werk van een kunstenaar.

Exodus 26:1 (HSV)

Als we het vers wat we gisteren hebben behandeld nog eens goed lezen, dan zien we een nauwkeurige beschrijving van de kleuren van de tentkleden. Deze bestaan nl. uit blauwpurper, roodpurpur en scharlaken rood. Iedereen die wel eens naar een zonsonder- of zonsopgang heeft gekeken moet het zijn opgevallen dat de genoemde kleuren juist dan heel goed zijn te zien. Ik vroeg me dan ook af of de kleden dan niet hierop moesten lijken. Ook hier is weer niet duidelijk of de verschillende kleuren in banen of door elkaar heen zijn geweven of dat ze daadwerkelijk leken op een zonsop- of ondergang. Van oude kledingstukken weten we dat de verschillende kleuren vaak in banen werden geweven, maar ook dat allerlei afbeeldingen erop werden geweven. We zullen dus een kleine artistieke vrijheid moeten gebruiken hoe deze kleden eruit zien. Wel is duidelijk dat op deze kleden cherubim, engelen, werden geweven. Ook is niet bekend of de cherubim in één kleur of in meerdere kleuren op het tentdoek is geweven. Ook hier is artistieke vrijheid toegepast.

Als we het hele hoofdstuk lezen dan merken we op dat voor de tabernakel twee termen worden gebruikt, nl. tabernakel (mišəkān) en tent (ōhel). Helaas is dit subtiele verschil in moderne vertalingen meestal niet goed zichtbaar, maar zoals zal blijken is er terdege een verschil. We zien dat als er wordt gesproken over de tent (ōhel) het altijd gaat om de kleden en bij nadere beschouwing dat het altijd gaat om de tweede bedekking, namelijk het kleed wat gemaakt is van geitenhaar (vers 7). Kijken we naar de tabernakel (mišəkān) dan valt op dat hier altijd wordt verwezen naar het met goud bedekte houten frame en het eerste geweven kleed met de cherubim. Zonder goed inzicht van dit onderscheid is het onmogelijk de beschrijving van de tabernakel in dit hoofdstuk te begrijpen. In dit vers wordt dus het tentkleed beschreven dat bij de tabernakel hoort.

Tags: ,

« Older entries