‹ Geweven in de moederschoot...Geen drank en drugs meer, maar Jezus ›
Jezus genas mijn hart
Gepubliceerd op 21-12-2012

In deze periode zullen meerdere artikelen verschijnen op deze weblog over asielzoekers, wat wordt hierover geschreven in de Bijbel en wat is de visie van verschillende mensen over dit thema en enige getuigenissen. Vandaag het verhaal van Edgar.

Als Armeniër was Edgar was trots op zijn land en zijn kerk, een kerk van ruim 1700 jaar oud. Toch wist Edgar eigenlijk nauwelijks iets van de Bijbel en van Jezus. In Nederland leerde hij het Evangelie kennen. Nu is hij student aan bijbelschool De Wittenberg, waarvoor hij stage liep bij de Shelter City. ‘Plekken als de Shelter laten zien dat God Amsterdam niet heeft losgelaten.’

Armenië geldt als de oudste christelijke natie ter wereld, de geschiedenis van de Armeens-apostolische kerk gaat terug tot de derde eeuw na Christus. ‘Veel Armeniërs zijn trots op de eeuwenoude christelijke wortels van hun land’, vertelt Edgar. ‘Dat maakt het ook moeilijk om Armeniërs met het Evangelie te bereiken. Ze zeggen: “Ik weet alles al, ik hoor bij de oudste kerk ter wereld.”

Dat gold ook voor Edgar. Hij was trots op zijn land, zijn kerk, bezocht wekelijks kerkdiensten en brandde er kaarsjes. Maar intussen wist hij niet wat het Evangelie werkelijk betekende. ‘Aan de buitenkant merkte je er weinig van, maar in mijn hart was het een chaos. Het zal vol pijn, verdriet, haat – alle rotzooi die je in de wereld vindt zat ook in mijn hart. Ik zocht vervulling in seks en drugs. Allemaal om die pijn en eenzaamheid niet te voelen, maar die werden alleen maar groter. Als kind had ik al wel het idee dat God er was. Ik bad veel, maar het leek of God op afstand bleef.’

Bedrogen?

Ook politiek en sociaal gezien kwam hij in een lastige situatie. Hij vertelt er liever niet in detail over, ook voor zijn eigen veiligheid. In 2005 vluchtte hij naar Nederland. In Nederland belandde hij in het asielzoekerscentrum (AZC) van Ter Apel waarna hij al snel naar het AZC in Appelscha werd overgeplaatst.

‘Bij ons in het AZC kwam er vaak een oudere man op bezoek om mensen uit te nodigen voor een kerkdienst. Dat sprak mijn vrienden en ik wel aan. De kerk, dat kenden we van thuis. We dachten: als we de kerk bezoeken geldt dat misschien als goedmakertje voor de slechte dingen die we doen.’

Dus gingen ze die zondag mee met de oude man. Ze kwamen in een zaal waar mensen hen vriendelijk begroette. Er werd gezongen, een jongen begeleidde de zang op gitaar. ‘Wanneer gaan we nu naar de kerk?’ wilde Edgar willen weten. ‘Dit is de kerk’, antwoordde de man die hen had uitgenodigd. Edgar viel stil van verbazing. Dit was totaal anders dan hij gewend was. De ‘priester’, die voorin de zaal stond, zag er gewoon uit als ieder ander.

Edgars vrienden vonden het maar niks. ‘Die opa heeft ons bedrogen, dit is helemaal geen kerk. We moeten weg uit deze rare sekte.’ Het was dan ook niet de Armeens-apostolische kerk, maar de evangelische gemeente van Oosterwolde. Edgars nieuwsgierigheid was gewekt. ‘Ik was mijn hele leven al op zoek: naar vervulling, naar God. Deze mensen leken God gevonden te hebben. Ze straalden zo’n vreugde en blijdschap uit. Ik zag dat ze God aanbaden vanuit hun hart, dat ze echt wisten wie Hij was.’

Titanic

Na een paar weken ging Edgar opnieuw naar de gemeente in Oosterwolde. De mensen waren nog even vriendelijk en hartelijk. Een vrouw nodigde hem zelfs thuis te eten uit. Hij genoot van het eten, de gastvrijheid. Na de maaltijd liet de vrouw Edgar zes boeken zien. ‘Kun jij dit misschien lezen?’ Het waren vijf Russische boeken, zag Edgar al snel. En het zesde boek, een boekje van twintig pagina’s, was tot Edgars verrassing geschreven in het Armeens. Hij mocht het meenemen naar het AZC.

Nieuwsgierig begon Edgar aan het boekje. De schrijver, een Armeense evangelist, vertelde in het boekje over de Titanic. Het schip waarvan iedereen dacht dat het onverwoestbaar was, maar dat zonk bij de eerste vaart na een botsing met een ijsberg. De wereld kun je vergelijken met de Titanic, legde de schrijver uit. De wereld zegt: we hebben God niet nodig, alles is prima beveiligd. Maar intussen dreigen we met z’n allen ten onder gaan. We hebben een redder nodig, en Jezus Christus is de enige redder!

Een boodschap die Edgar diep raakte. Hij voelde ook dat hij een redder nodig had. Voor zijn pijn, zijn verslaving, de eenzaamheid waar hij al zolang mee worstelde maar waarover hij nooit iemand iets vertelde. Op zijn knieën bad hij het gebed mee waarmee de evangelist zijn boekje afsloot: ‘Heer Jezus, kom in mijn leven. Bevrijd U mij van mijn zonden, leer mij naar Uw wil te leven.’

Op dat moment daalde er een diepe vreugde in zijn hart, een blijdschap die hij nog steeds niet kan beschrijven. Plotseling begreep hij waarom de mensen in die kerk zo blij waren, ze kenden Jezus! Hij ging in de Bijbel lezen. Hij las over Jezus, die gekomen om ‘de gebrokenen van hart te verbinden’ (Jesaja 61:1). Een tekst die hem diep raakte. ‘Alleen Jezus weet hoe vaak mijn hart al is gebroken.’

Geestelijk thuis

Na zijn bekering werd hij overgeplaatst naar het AZC in Utrecht. ‘Ik wilde eigenlijk dichtbij de christenen blijven in Oosterwolde. Ik had nog zoveel vragen.’ Gelukkig hielpen gemeenteleden hem om in de buurt van Utrecht contacten te leggen met christenen. Ze vroegen aan mensen van de christelijke leefgemeenschap Elim in Doorn om hem te begeleiden. Dat wilden ze graag. Edgar: ‘In Elim heb ik een geestelijke thuis gevonden.’

En zorg had hij in die tijd hard nodig. In het AZC in Utrecht stond namelijk al snel de politie voor zijn deur. Ze dreigde met uitzetting en namen hem mee naar een politiecel en vervolgens naar een detentieboot in Dordrecht. ‘Aanvankelijk was ik boos op God. Als Hij almachtig is, waarom hiel hij dan niet? Maar later heb ik ervaren dat God mij juist gebruikte om het Evangelie bekend te maken aan andere gevangenen. Veel van de mensen op de detentieboot waren moslim. Ze hadden zoveel verdriet en pijn, ze sneden zichzelf vaak. Ik heb kunnen getuigen van de redding en bevrijding die er is in Jezus. Vanuit Elim kreeg ik veel brieven met bijbelgedeelten en elke week kwam er iemand op bezoek. Dat heeft mij enorm bemoedigd.’

Na zes maanden werd hij overgeplaatst naar een gevangenis in Zeist, waar hij ook veel gevangenen over het Evangelie vertelde. Ook aan zware criminelen, zoals een Albanische man die twee moorden had gepleegd. Omdat hij er veel tijd had, heeft hij het Nieuwe Testament overgeschreven in verschillende schriften. Na drie maanden mocht hij, met hulp van zijn advocaat, de gevangenis verlaten. ‘Ik was toen net klaar met Openbaring.’

Genadetijd

Hij ging terug naar zijn geestelijk familie bij Elim. Via een Armeense schoenmaker uit Zeist, die ook christen bleek te zijn, kwam Edgar in contact met een Armeense evangelische gemeenschap in Utrecht: ‘Het huis van God’. Daar begon hij een jongerengroep (‘One Way’) te leiden. De mensen van Elim en ‘Het huis van God’ vonden het belangrijk dat hij als jonge christen en leider van de jeugdgroep nog wel wat opleiding nodig had. Ze gingen op zoek naar een geschikte opleiding en kwamen uit bij de gereformeerde Bijbelschool de Wittenberg Zeist, waar hij sinds september 2010 student is.

Onderdeel van de opleiding aan de Wittenberg is een stage. Edgar koos voor een stage bij de Shelter City, één van de twee christelijke jeugdhotels van Tot Heil des Volks in Amsterdam.

Door zijn kennis van het Russisch kon hij onder Russische gasten getuigen ‘Ik vond het geweldig om te zien hoe de medewerker zo gedreven zijn om anderen over Jezus te vertellen. Het is echt een gezegende plek. Je trekt er op met mensen van over de hele wereld, maar je hebt één doel: Jezus verkondigen.’

En wat vond hij van Amsterdam? ‘Dat zie ik als een soort Sodom en Gomorra. Er is zoveel ontucht, drugsverslaving, afgoderij. Maar plekken als de Shelter laten zien dat God Amsterdam niet heeft losgelaten. In de Shelter laat God zijn genade zien, dat er nu nog tijd is om de zonde de rug toe te keren en Jezus te volgen.’

Roepstem

of Edgar in Nederland mag blijven. ‘Ik geloof dat God overal met mij mee gaat, maar ik hoop toch dat ik hier mag blijven. Ik hou van Nederland. De mensen hier zijn open, vriendelijk. Je merkt er weinig van rangen en standen. Tijdens het eten kan ik hier op De Wittenberg gewoon grappen maken met de directeur.’

Bovenal hoopt hij nog meer Armeniërs met het Evangelie te bereiken. Via de gemeente in Utrecht, maar ook via de stichting die hij onlangs met andere Armeense christenen heeft opgericht: ‘Calling Voice’. ‘Gods roepstem gaat uit naar Armeniërs. Er wonen duizenden Armeniërs in Nederland. Het is mijn droom en mijn gebed dat zij de levende Christus leren kennen.’

Dit artikel, geschreven door Gertjan de Jong, is eerder verschenen in de Oogst. Toestemming om het hier te plaatsen is verkregen door Edgar zelf.

Edgar is nog steeds in Nederland en mag dagelijks over zijn geloof getuigen, verder is hij actief betrokken bij het werk van de stichting Calling Voice.


Tags: Asielzoekers, Christendom, Gastschrijvers
Gerelateerde onderwerpen: Christendom

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Boeken algemeen