‹ Bijbelquiz (214)Livius Nieuwsbrief / juni ›
Tel de sterren...
Gepubliceerd op 26-05-2014

Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.

Genesis 15:5 (HSV)

Heb je het weleens geprobeerd op zo'n stikdonkere late avond?

Het maken van de duizelingwekkende optelsom van de hemellichamen in het heelal? Turend met het blote oog of door een geavanceerde goed geslepen telescoop waag je een manmoedige poging!

Het is zo'n onmogelijke rekenopgave die; hoewel ze gedoemd is te mislukken, toch altijd weer een fascinerende uitdaging in zich bergt om datgene binnen het menselijk begripsvermogen te brengen wat eigenlijk ongrijpbaar en niet te bevatten is. Hoewel ik zal blijven pogen en evenzovele malen zal falen deze observatie tot een goed einde te brengen geeft ze mij althans de voldoening van een aantal deelwaarnemingen met een geheel eigen waarde. Daarbij horen voorlopige conclusies. Antwoorden die begonnen met het optellen van sterren maar gek genoeg juist niet kunnen worden uitgedrukt in harde cijfers of getallen. De deelconclusie van mijn eigen beperkte weten en doorgronden is er zo één. Een beginnende notie van het begrip scheppende almacht is een andere. (Psalm 8 ) En dan plotseling met de woorden van bovenstaande tekst wordt ik ook ingevoegd in dit beeld van het sterren heelal, via de belofte aan Abraham.

In de belofte van God krijg ik als Nieuw Testamentische nakomeling inzicht op de sterren. Zij spreken niet langer meer van mijn eindigheid en beperktheid maar bergen ook het beeld van mijn zekere toekomst in zich.

Wie met Abraham uitgeteld raakt is nog lang niet uitgeleerd. In gedachten zie ik hem voor me.

Al tellend. Turend in de sterrenhemel die nog maar zo kort beeld is van Gods beloften. In zijn geboorteplaats Ur was zij “de opengeslagen kansel Bijbel van de gevestigde religie” (Okke Jager) Daarin stond je astrologische toekomst geschreven. Zij zat vol onzekere dreiging en angst voor het onbekende waarin de dag van morgen je onheil en rampspoed van de goden konden brengen. Oude beelden spreken hier dus een nieuwe taal. (zoals ze dat later ook weer zouden doen in de morgenster van Bethlehem die wijzen uit het Oosten leidde)

De ene hand met 5 vingers omhooghoudend en gebruikmakend van de 12 vingerdelen van de pink ring-, middel- en wijsvinger van de andere, telt Abraham. Zo maakt hij zijn keersommen en komt volgens het oude Sumerische telsysteem telkens op 60. Hij zal tijdens dat plussen echt niet vergeten zijn, hoe dit getal de God Anu vertegenwoordigde in het oude Ur. Maar wie met God rekent leert met hem echter ook opnieuw tellen.

Handenvol zegening is ophanden, maar de tijd tikt jaren weg waarin de belofte uitblijft. Zo verstrijkt zij, de dag, het uur in de eindeloze reeks van 60. Gelovig verwachten dooft langzaam uit. De hoge ouderdom van Sarah, De leeftijd van Abraham, … de jaren … beginnen ineens te tellen, als eindeloze sta in de weg voor Gods plan, die eens werden geschreven in de sterren! God lijkt niet waar te kunnen maken. Zelf regelen van eigen zaken ligt op de loer als Hij volkomen tegen de verwachting in toch weer doet wat Hij beloofd heeft.

Laat bovenstaand verhaal een warm pleidooi zijn voor astronomen. Ik wens je nog vele goede observatie uren toe onder een geopende veelbelovende sterrenhemel. Hopend dat je uitgeteld de tel niet meer zult kwijtraken. Wie tussen de planeet mars en de grote beer het lichtspoor bijster is, hij lette op de Morgenster.

Je vingers wijzend naar de donkere lucht probeer je onderscheiden en al plussend uit elkaar te houden?

Dit artikel is geschreven door onze gastschrijver Kees de Leeuw


Tags: Aan het woord, Gastschrijvers

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Livius Onderwijs