‹ Studiebijbel - AanbodBibliaDeEstudio - de Spaanse versie van StudieBijbel ›
De boodschap van het boek Prediker
Gepubliceerd op 24-03-2020

Een van de kernwoorden in het boek Prediker is ‘leegheid’, ‘leegte’. Het gaat om de zinloze poging van de mens om te proberen gelukkig te worden zonder God. Macht, populariteit, prestige of plezier, niets kan de leegte in een mensenleven opvullen dan God alleen. Alleen een relatie met God geeft het leven betekenis en zin.

De prediker die in het boek aan het woord is, is volgens het boek (1:1,12) en de traditie koning Salomo. Hij is de wijste, rijkste en meest invloedrijke koning uit Israëls geschiedenis. Hij kijkt naar het leven ‘onder de zon’ (1:9), dat wil zeggen vanuit menselijk perspectief, zonder rekening te houden met Gods openbaring. De Hebreeuwse titel Qoheleth is een zeldzaam woord dat maar op een paar plaatsen voorkomt. Qoheleth betekent ‘hij die de gemeenschap of gemeente samenroept en toespreekt’, de samenroeper of de prediker. Het is een pseudoniem omdat de schrijver zijn echte naam niet wil noemen.

Het boek is waarschijnlijk geschreven rond 935 v.Chr. Het is de tijd dat de grote rijkdom van Salomo steeds minder wordt. En Israël zal spoedig uiteenvallen in twee rijken. Volgens een Joodse traditie (bv. in de Targum op Prediker - 6e eeuw n.Chr.; Targum op Prediker (6e eeuw n.Chr.); M. Rotman, ‘De opbouw, boodschap en het auteurschap van het boek Prediker’ in: M.J.Paul, G. van den Brink, J.C. Bette, Bijbelcommentaar Psalmen II – Prediker. Studiebijbel OT, deel 8 (Veenendaal: CVB, 2011) 697) heeft Salomo in zijn jonge jaren het boek Hooglied geschreven, op middelbare leeftijd het boek Spreuken. En aan het eind van zijn leven het boek Prediker, nadat hij was gevallen in werelds leven en afgoderij (vgl. 1Kon.11).
De schrijver, die de prediker blijkbaar gekend heeft, zegt dat alles wat de prediker zegt, in één zin samengevat kan worden. Eerbied voor God hebben en Hem gehoorzamen, want alle mensen moeten eens verantwoording afleggen van hun daden (12:13-14).

Leeg en leegte

Het eerste thema wat de prediker aansnijdt, is dat het leven leeg is en vluchtig. Het is het hoofdthema van het boek zoals verwoord in 1:2 ‘Vluchtigheid van de vluchtigheden’, dat wil zeggen de allergrootste vluchtigheid, de allergrootste leegte.
De prediker noemt met name twee drijfveren, het najagen van kennis (1:13-14) en het najagen van rijkdom (2:9-11). Het is lucht en leegte, is leeg en zinloos, het kan je leven geen voldoening geven. Hij blijft het vele malen herhalen. En zelfs als je rijkdom verkrijgt, ben je niet zeker het te kunnen behouden of te kunnen doorgeven aan je kinderen. Ook rijkdom gaat je geen volledige levensvervulling en vreugde brengen (2:1-11, 17-23; 4:7-8; 5:10-17; 6:1-6). Daarmee lijkt het boek een pessimistische toon te hebben. Maar dat heeft een doel, namelijk de gelovige lezers bewust maken van verkeerde verwachtingen, foute dromen en valse hoop.
De prediker benadrukt dat je leven en alles wat bestaat heel snel voorbijgaat. Het hoofdprobleem van de mens die graag een goed leven wil hebben, is de weigering te accepteren dat hij sterft. De prediker zet alles op alles om de mensen hiervan te overtuigen.
Het is vooral de dood die aangeeft dat een mens niet gelijk aan God is. De dood brengt de wijze en de dwaas uiteindelijk naar dezelfde plaats (2:14-16). En dat maakt het opstapelen van rijkdom tot een leeg en zinloos iets (2:17-23). De realiteit van de dood onderbouwt de levensvisie van de prediker dat het beter is om van het leven te genieten en elke dag in blijdschap en dankbaarheid voor God te leven.

Van het leven genieten

Dit zegt hij heel mooi in 2:24 ‘Het is daarom nog maar het beste voor een mens dat hij zich aan eten en drinken te goed doet en volop geniet van alles wat hij moeizaam heeft verworven. En ook dat, zo heb ik ingezien, is uit de hand van God.’ De prediker is beslist geen goddeloze levensgenieter. Hij zegt niet: laten we maar eten en drinken, want morgen sterven wij. Nee, hij zegt: laten we genieten van het leven, en eten en drinken, want ze zijn een gave waarin God voorziet. De prediker spreekt over plezier hebben in je leven en genieten van de goede dingen in het leven. Want het is blijdschap die je uit Gods hand ontvangt en waarin je Zijn aanwezigheid ervaart. Dat is niet tegengesteld aan geloof in God, in tegendeel, het is een geschenk van God! (3:13) De prediker herinnert ons eraan dat God en schepping bij elkaar horen. God heeft de wereld geschapen en deze goed gemaakt. We kunnen niet God hebben zonder Zijn wereld te omarmen. En we zullen uiteindelijk de wereld niet bezitten wanneer we God niet omarmen.

Een mens kan het universum niet doorgronden

Hoewel wijzen en dwazen beide sterven (2:14), zegt de prediker dat wijsheid beter is dan dwaasheid (2:13). Maar wijsheid stelt ons niet in staat om alles te doorgronden. Onze kennis zal niet leiden tot een volledig begrijpen van de werkelijkheid (3:11). Onze kennis zal ons niet alle middelen geven om alles zelf onder controle te krijgen en te beheersen (1:1-18; 2:12-16; 3:11; 7:23-29).
Wijsheid en kennis geven macht, zegt de prediker (7:19), maar we kunnen het universum niet doorgronden. Het Nieuwe Testament leert ons dat alle macht en wijsheid in Jezus Christus is. Hij is de kracht en de wijsheid van God (1Kor.1:24). De prediker zegt dat de mens het beste eenvoudig kan aanvaarden wat op zijn levenspad komt, wat dat ook maar is (7:13-14). Niet alles is maakbaar. Een mens kan niet over alles controle uitoefenen (8:7-8).
De weg die de prediker wijst, is in de eerste plaats dat de mens moet weten wat zijn plaats is in deze wereld. Dit wordt treffend onder woorden gebracht in Pr.6:10, dat in het boek een sleutelpositie inneemt: ‘Wie en wat de mens is, werd al lang geleden vastgesteld: zijn naam is Mens en hij is niet in staat het op te nemen tegen Hem die meer macht bezit dan hij.’

De mens moet aanvaarden dat hij ondergeschikt is aan God. Zijn wijsheid waarmee Hij de tijden bepaalt en Zijn volmaaktheid liggen buiten het bereik van de mens. Beter kan een mens daarover dan ook maar zwijgen. Dat wordt anders op het moment dat de Zoon van God naar de wereld komt en geboren wordt in de maagd Maria. Jezus Christus heeft ons de Vader doen kennen. Christenen weten meer dan de prediker wist over Gods plan met de wereld en met individuele personen. Wij weten van een opstanding en van nieuw leven. Wij weten ook dat God straks bij het grote oordeel rechtvaardigheid zal brengen en dat dan de rechtvaardigen behouden zijn en de slechte mensen niet (vgl.8:12-13). Dat alles weet de prediker alleen in grote lijnen. Hij ziet goede en slechte mensen in bepaalde gevallen sterven zonder onderscheid (2:15-16; 3:18-21). Hij ziet zelfs dat slechte mensen soms langer leven dan goede (7:15) en dat de rechtvaardige soms overkomt wat de slechte mens verdient (8:14; 9:1-2). Hij weet wel van een oordeel over rechtvaardigen en goddelozen (3:17), hij spreekt met poëtische woorden over het terugkeren van de ‘levensadem’ of ‘geest’ van de mens naar God (12:7). Hij weet dat het met de dood niet afgelopen is (3:21). Hij weet in algemene zin dat er een oordeel zal komen over alle mensen en dat God dan recht zal doen aan ieder mens. Ieder zal ontvangen wat hij verdient volgens een rechtvaardig oordeel van God.
Wij weten meer over Gods plan dan de prediker en wij mogen nu al ten dele deelnemen aan de nieuwe wereld van het Koninkrijk van God. Maar helaas laten zelfs christenen zich ook wel meeslepen in de zucht naar rijkdom en kennis. En ook christenen proberen vaak hun lot te beheersen en in eigen hand te nemen.

(tekst gaat onder foto verder)

Voor alles is een tijd

De prediker spreekt ook over het thema van de voorzienigheid. ‘Voor alles wat gebeurt is er een uur, een tijd voor alles wat er is onder de hemel’ (3:1). God heeft bepaald dat er voor alles een tijd is, maar de mens kan die tijden niet overzien, hoezeer hij er ook naar zoekt.
Dat God de tijden bepaalt en niet de mens is een belangrijk thema in de christelijke geloofsleer. In de Bijbel wordt de geschiedenis gezien als het resultaat van Gods werk. Dwars door alle menselijke en andere invloeden heen, werkt God met genade en oordeel aan Zijn doel. Jezus zegt dat zelfs de haren van ons hoofd zijn geteld en dat er geen mus van het dak valt zonder de Vader (Mat.10:29-31). Paulus zegt ‘En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede.’ (Rom.8:28)

God overziet als enige de tijden en alles wat in de wereld gebeurt. De mens heeft hier zelf geen enkele controle over, dat heeft alleen God. Dat Hij alles in de wereld onder controle heeft, heeft volgens de prediker een doel, namelijk dat wij eerbied en ontzag hebben voor Hem (3:14).
God is voor de prediker niet een God die op een afstand staat. Hij is het die de mens bezit geeft, en eten en drinken. God is het die wil dat de mens geniet van het goede dat hij heeft (5:17-18).

Onderdrukking en onrecht

Iets anders dat de prediker opmerkte is dat er in de wereld veel onderdrukking en onrecht is (4:1-3). In onze wereld vandaag is dat niet veel anders. Ook nu is er veel najagen van kennis en rijkdom. En ook vandaag gaat dit gepaard met verdrukking en onrecht. De Prediker zegt ‘Maar beter af … is degene die nog niet geboren is en nog geen weet heeft van het onrecht dat er wordt begaan onder de zon’ (4:3). Het zijn woorden van iemand die toch enigszins moe is van het leven. Ook in onze westerse wereld gaat het najagen van rijkdom en kennis vaak gepaard met geestelijke armoede en velen worden levensmoe, omdat ze iets proberen te bereiken wat niet lukt.

De ware aanbidding

Vervolgens spreekt de prediker over de ware aanbidding, over serieus bidden, waarbij je goed nadenkt over wat je tegen God zegt (4:17-5:6). Je moet niet offers gaan brengen in de tempel zonder te beseffen wat je verkeerd deed. Hij zegt dat als we tot God naderen, we moeten beginnen met luisteren (4:17). Een wijs persoon luistert meer dan dat hij spreekt (5:1). En als we spreken moet we ook doen wat we zeggen. Woorden en daden moeten overeenstemmen. De prediker spreekt over integer bidden. Zoals ook Jezus hierover spreekt in Joh. 4:24. ‘God is geest en wie Hem aanbidden moeten aanbidden in geest en in waarheid’.

Eerbied en gehoorzaamheid

Uiteindelijk blijft er maar één ding over: heb ontzag voor God en leef zijn geboden na (Pr.12:12-13). Het is precies dezelfde conclusie die we vinden aan het slot van het lied over de zoektocht naar wijsheid in het boek Job (Job 28:28). Het boek Prediker brengt geen filosofie, maar is een wijsheidsboek. Prediker is een boek dat een praktische levenswijsheid schetst, gericht op het leven in de wereld van God. In die zin vergelijkbaar met het boek Spreuken.

De prediker spreekt niet vanuit Gods openbaring, maar vanuit wat hij ziet en wat je met het menselijk verstand kunt weten. De prediker krijgt op deze wijze geen antwoord op al zijn vragen. Hij komt tot de conclusie dat de wijsheid die je nodig hebt om alles te begrijpen wat er in de wereld gebeurt, voor een mens niet bereikbaar is.
Alleen God kan alle dingen overzien, alleen Hij bestuurt wat er gebeurt. De mens kan daar vragen over hebben, hij kan daar somber of opstandig van worden. Maar het is zoals het is, een mens kan God en het heelal niet doorgronden. De prediker rekent af met de autonomie, met de zelfbeschikking van de mens en laat zien dat deze weg vroeg of laat doodloopt en een overschatting is van de menselijke vermogens.
Het leven is niet maakbaar. Uiteindelijk komt het er voor de mens op aan dat hij of zij leeft in ontzag voor en vertrouwen op God. Vanuit deze levenshouding mag men in vrijheid leven en handelen (Pr.11:7-12:1).
Het leven is maar kort, een vluchtige damp die zo voorbij is. De prediker ziet dat zoveel mensen zich verliezen in het verlangen naar alsmaar meer, waardoor ze vergeten ook echt te leven in de korte tijd die zij op aarde hebben. Deze boodschap is ook vandaag nog even actueel.
De boodschap van het boek Prediker is: leef volop en geniet van de goede schepping die God de Schepper gegeven heeft, want dat is het goede waarmee God je gezegend heeft gedurende de weinige dagen dat je hier op aarde bent. Doe dat in het besef dat Hij eens rekenschap zal vragen en je leven zal beoordelen.

Drs. Gijs van den Brink

Dit artikel is met toestemming overgenomen van StudieBijbel magazine 13.3, maart 2020


Tags: Prediker (boek)
Gerelateerde onderwerpen: Prediker (boek)

Commentaar

Zie de huisregels welk commentaar wordt opgenomen!


Mede mogelijk dankzij

Hadderech