Articles by Mischa vd Giessen

You are currently browsing Mischa vd Giessen’s articles.

In deze tiendelige serie wil ik komend jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God.

Ik wil dit ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

We hebben al eerder kunnen zien dat het heel erg waarschijnlijk is dat er een God is. In dit deel gaan we kijken of de God van de Bijbel een logische kandidaat is voor deze functie.

Argument 1: Monotheïsme

In de grote wereldgodsdiensten kennen we drie monotheïstische religies – Jodendom, Christendom en Islam.

Men zou kunnen verwachten dat als we sporen zien voor verschillende goden dat die sporen niet allemaal wijzen op één enkel iets.

In de eerdere delen wees ik al op de oorsprong van alles.

We zagen al dat het Kalam Kosmologisch argument wees op een enkele God.

  1. Als het universum oneindig was en zijn krachtbronnen niet (denk aan de zon!), zou elke energiebron al dood zijn (want die zouden anders al eeuwig branden!)
  2. De energiebronnen van het universum zijn echter niet dood (dat zien we omdat de zon nog brandt)
  3. Daarom is het heelal niet eeuwig
  4. Daarom had het heelal een begin
  5. Daarom heeft het heelal een eerste oorzaak gehad.

Als het heelal eerste oorzaken gehad zouden hebben zou men kunnen vragen of deze elkaar niet geschapen zouden hebben. In veel polytheïstische religies komen meerdere goden voor, die zijn geschapen door een enkele oergod, of door enkele oergoden.

Dit gaat echter krom lopen als men stil staat bij de almachtigheid van een God of als we het hebben over de universele moraal. Als er namelijk meerdere goden aan het begin van alles stonden, was er waarschijnlijk:

  1. Niet zo’n overeenstemming in elk detail van de natuur
  2. Niet zo’n overeenstemming in elk detail van het leven
  3. Niet zo’n overeenstemming over de basis van moraal

Er is echter wel overeenstemming dus kunnen we zeggen:

  1. Om te weten dat er één hoger Macht is moeten we overeenstemming door alles verweven zien.
  2. We weten dat er overeenstemming is in de natuur,
  3. We weten dat er overeenstemming is in het leven,
  4. We weten dat er overeenstemming is in de moraal
  5. Dus weten we dat er waarschijnlijkheid is van een enkele hogere Macht.

Hoewel dit zeker geen vaststaand bewijs is, kunnen we nu wel zeggen dat ons uitgangspunt een enkele Godheid mag zijn, omdat dit te beargumenteren valt.

Argument 2: De Bijbel is bevestigd

Als we zeggen dat de God van de Bijbel de Schepper is, de enige Hogere Macht, moeten er argumenten voor te vinden zijn. Argumenten dat dit boek te vertrouwen is en argumenten dat we dus kunnen zeggen dat het waarschijnlijk deze God is waarover we spreken.

De Bijbel bevat tal van verhalen. Zo begint het bij Adam en Eva, gaat het door naar Noach, door naar Mozes, door naar David om vervolgens te spreken over de ballingsschap en de terugkeer van de Joden. Uiteindelijk krijgen we het Nieuwe Testament waarin wordt gesproken over Jezus en Zijn volgelingen.

Deze keer zullen we stil staan bij het oude testament en kijken of we argumenten kunnen vinden waarom deze verhalen niet verzonnen zijn.

-        Adam en Eva: Het scheppingsverhaal van Adam en Eva is uniek, maar ook essentieel voor christenen. De zondeval wordt beschreven en er wordt stilgestaan bij het begin van de mensheid.

Hoewel we nooit kunnen bewijzen of zij echt geleefd hebben is het wel heel erg aannemelijk. Zo zien we ook veel scheppingsverhalen waar één iemand wordt geschapen. Dit is een hopeloze zaak, want dan is voortplanting onmogelijk. Daarnaast lijkt het qua DNA logisch dat we allemaal eenzelfde voorouder hebben.

-        Het verhaal van Noach is iedereen bekend. Een man die met zijn gezin in een boot gaat om de straf van God te ontwijken en hierdoor kan de mensheid blijven bestaan.
Als er echt een wereldwijde vloed geweest zou zijn, moeten hierover ook verhalen over de hele wereld gevonden zijn. Dit is ook gebeurt. Wereldwijd schijnen er zo’n 300 verhalen bekend te zijn over een wereldwijde vloed. De bekendste zijn de vloed van Noach en het verhaal van Gilgamesh. Hoewel er veel van die 300 verhalen helemaal niet in het juiste tijdskader past en ook heel veel verhalen duidelijk spreken over een lokale vloed, kunnen we toch zeggen dat het heel erg opvallend is dat er meerdere vloedverhalen zijn die ook spreken over een soort ark.

-        Over het verhaal van Mozes is al enorm veel gezegd, misschien dat we juist daarom kunnen concluderen dat dit verhaal aannemelijk is.
Hoewel er geen Egyptische bronnen zijn die hierover schrijven zien we dit verhaal terug in verschillende Bijbelboeken, wat erop wijst dat de Joden dit verhaal “gewoon” als waarheid aannamen.

-        Ook over David wordt enorm veel gesproken in de Bijbel, door verschillende Bijbelboeken heen. Veel mensen zeggen dat er weinig buitenbijbelse bronnen over hem te vinden zijn, maar vergeten hierbij dat de Bijbel verschillende boeken/schrijvers bevat, waardoor het verhaal over David ook al een stuk aannemelijker wordt.

-        Over de ballingsschap wordt weinig getwist en dit is een gebeurtenis die laat zien hoe de Bijbel tot stand kon komen.

Hoewel er bij veel meer verhalen getwijfeld kan worden, is in ieder geval de grote lijn bevestigd in de geschiedenis.

Argument 3: Nogmaals monotheïsme

We zien in de hele geschiedenis terug dat mensen zich baseren op de Bijbel. Het Jodendom begon met een gedeelte dit boek en keerde telkens terug naar de God van de Bijbel.
Het christendom breidde dit uit met de komst van Jezus (waar we het later over zullen hebben) en de verspreiding van het nieuwe geloof in Christus.

De Islam zou deze geloven ook weer vernieuwen, maar heeft veel invloeden van andere godsdiensten en ook veel persoonlijke invloeden van Mohammed.
We kunnen op grond daarvan ook zeggen dat het logisch is dat de Bijbel in ieder geval een waar verhaal bevat.

Over kleine details kan natuurlijk nog getwist worden, maar we kunnen in ieder geval concluderen dat de God van de Bijbel een reële kandidaat is voor de Schepper van al wat om ons heen is.

In de volgende delen zullen we stilstaan bij het leven van Jezus en kijken hoe enorm betrouwbaar dat is.

Verder lezen:

Christelijk:
Verschillende werken van W.F. Albright en F.F. Bruce.

J. Macdowell- The new evidence that demands a verdict.

In deze tiendelige serie wil ik komend jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God.

Ik wil dit ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

Om verder te gaan op het vorige artikel vind ik het persoonlijk belangrijk om te noemen dat er dus een soort universele maatstaf te vinden is. Wat betreft lijden/kwaad, maar ook op andere dingen. Deze keer wil ik stil staan bij de idee van een godheid die mensen altijd hebben gezocht.

Elke wetenschapper zal zeggen dat de macht van de meerderheid niet geldt als we het hebben over bewijzen, dat is natuurlijk ook bij dit onderwerp zo, maar het geeft zeker wel een bepaald beeld en er is ook een reden waarom dit wel belangrijk is.

In de Bijbel staat dat mensen zullen weten dat God bestaat door te kijken naar de natuur. Creationisten gebruiken deze tekst om aan te tonen dat God ook zichtbaar is in de schepping. Het geeft ook aan dat mensen wel weten dat er iets hogers is. Er staat iets of iemand boven alles wat hier op aarde is. Of dit een godheid of gewoon een hoger soort (zoals de mens hoger staat dan bijvoorbeeld een konijn) verschilt in veel culturen/gedachtegangen.

Voorbeelden uit de prehistorie en inheemse culturen

In de prehistorie herkennen we verschillende soorten mensen waarvan de meest bekende toch de Neanderthaler en de Cro-Magnon (Homo-Sapien). Deze twee menssoorten stonden allebei bovenaan de evolutionistische ladder en waren vroege moderne mensen. Vroeger werd er gedacht dat de Neanderthaler nog geen echt mens was en daarom dus ook nog niet dacht als een mens. De laatste paar jaar is bekend geworden dat Neanderthalers gemeenschap hadden met Homo-Sapiens, dat Neanderthalers ook schilderden en ook gewoon muziek maakten.

Ik neem deze twee groepen als voorbeeld, omdat dit waarschijnlijk de mensen waren die in het vroegste der tijden leefden, en zoals de Bijbel dan dus ook leert, waren dit de mensen die leefden ten tijde van Genesis.

Als we Genesis serieus mogen nemen hebben we allemaal gemeenschappelijke voorouders – Adam en Eva. Vanuit Adam en Eva zijn de mensen uitgegroeid tot een grote populatie, totdat deze populatie was uitgeroeid door een Wereldwijde Vloed, ten tijde van Noach.

Als we allemaal een voorouder hadden, die geloofde in God (want zowel Adam en Eva geloofden als de familie van Noach), zou het niet meer dan logisch zijn dat we in de prehistorie ook geloof in een God zien. Dit kan natuurlijk later verbasterd zijn tot geloof in meerdere goden, naarmate de tijd verstreek.

Als we kijken naar de prehistorie hebben we een groot probleem, we missen namelijk geschreven bronnen. Alle informatie die we hebben zijn afkomstig van voorwerpen, tekeningen, later geschreven bronnen en natuurlijk menselijke speculatie.

Toch kunnen we bij alle vroege mensen de idee van een hogere macht vinden.
Zo zien we al bij de Neanderthalers terug dat zij hun doden begroeven (bijvoorbeeld bij Kebara), dit kan wijzen op respect voor de doden, maar het kan ook als rite bedoeld zijn.

Karr wijst erop dat religie al vroeg ontstond door bepaalde rituelen om de jacht heen en om bepaalde dieren heen.

Brian Fagan die beaamd ook dat er al snel een algemene religie vormde om dieren heen. Hij vind zo de Lion Man (Löwenmensch) een heel erg bekend voorbeeld van een religieus symbool wat mee te nemen was.

Ook in de inheemse culturen komen we vormen van religie tegen. Elk van deze culturen heeft een godsdienst. Meestal zijn dit natuurgodsdiensten waar bepaalde aspecten van de natuur worden aanbeden, maar soms komen er ook godheden aan te pas.

Los van het feit of deze religies geloofwaardig, of waar zijn, laat het wel zien dat mensen behoefte hebben om het onverklaarde te verklaren. Herman Philipse zegt dat dit vooral komt omdat we zonder de wetenschap nog maar weinig konden verklaren, daarom is religie nu ook niet meer noodzakelijk.

Zelf geloof ik dat deze godsdiensten meer zijn dan alleen verklaringen. De mens heeft een behoefte aan een hogere macht en dit kan zo zijn, omdat dit ingeboren is bij de mens. De mens heeft een zeker bewustzijn dat er een hogere macht moet zijn.

Dit bewustzijn zorgt ervoor dat er in de loop der eeuwen bepaalde godsbewijzen geformuleerd zijn, die ook al onbewust bij inheemse religies of prehistorie kon zijn. Hieronder een paar voorbeelden:

  1. Alles heeft een einde, dus moet het ook een begin hebben gehad. Daarom moet er iets hogers zijn dat een begin heeft gemaakt.
  2. Van Descartes:
    Iets dat volmaakt is, bezit alle goede eigenschappen.
    Bestaan is een goede eigenschap.
    Als God wordt gekenmerkt door volmaaktheid, kan de eigenschap bestaan daar niet in ontbreken.
  3. De wereld zit zo goed in elkaar, alles heeft een doel (zie bijvoorbeeld de cirkel van het leven), dat er wel een schepper gemaakt moet zijn.

Dit zijn “bewijzen” die mensen om zich heen merken, zonder ook maar gehoord te hebben van een godheid dat de idee van God aanneembaar wordt.

Hoewel deze neiging naar een god door veel mensen als heel erg belangrijk wordt geacht, is het makkelijk de waarde ervan te ontkrachten, omdat het slechts gaat om een hoger wezen, wat ook evolutionistisch streven kan zijn.

Toch heeft dit argument, naast alle andere sporen naar God, toch een voetspoor achtergelaten, waardoor God steeds geloofwaardiger wordt.

We hebben nu sporen van God gezien in de volgende onderwerpen:

-        Het begin van het heelal. De meest logische verklaring is een Hogere macht.

-        De oorsprong van het leven is zo uniek, dat dit ook weer wijst op een Hogere macht.

-        De mens (en de wereld om ons heen) is zo uniek, zo prachtig en ingewikkeld, dat het haast onmogelijk voor te stellen is dat dit komt door toevalligheden en evolutionistische vormingen. Hierdoor wijst dit ook naar een Hogere macht.

-        Wonderen lijken onverklaarbare gebeurtenissen, die wel gebeuren. Wat erop wijst dat er iets of Iemand boven de natuurwetten uitstijgt.

-        De idee van lijden, laat ons denken dat er een universele moraal is, wat ook wijst op een Hogere macht die dit heeft ingeboren in ons leven.

-        De menselijke neiging om te geloven in een hogere macht laat zien dat het van oorsprong logisch is om te weten dat er een Hogere macht is.

In de laatste vier delen wil ik stilstaan om te kijken Wie die Hogere macht is.

Verder lezen:

Atheïstisch:

Dawkins – The God delusion

CD: Herman Philipse – godsdienstfilosofie (en zijn latere werken)

Christelijk:

Geisler & Turek – Ik heb te weinig geloof om een atheïst te zijn

Lee Strobel – The case for Faith

In deze tiendelige serie wil ik komend jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God.

Ik wil dit ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

Als we geloven in een God is er de mogelijkheid dat Hij almachtig is zoals God in de Bijbel afgeschilderd wordt. Als we in de Bijbel kijken zien we ook dat God goed is. Hoe kan een goede God dan lijden toestaan?

Epicurus (4e en 3e eeuw v.C.) zegt:
“Of God wil kwaad uitbannen en kan dit niet; of Hij kan dit, maar wil dit niet; of Hij wil dit wel, maar kan dit niet. Hij is onmachtig. Als Hij dit kan, maar het niet doet is Hij kwaad, maar als hij het kan en het kwaad uit wil bannen, hoe komt het dan dat er kwaad in de wereld is?”

Dit lijkt ervoor te pleiten dat God niet almachtig en goed tegelijk is. Dit is één van de lastigste thema’s ooit, want de mensheid is er ook al eeuwen mee bezig.

Er zit echter een fout in de denkwijze dat Epicurus nu zegt dat het niet mogelijk is dat er geen goede God kan zijn. Hij vraagt slechts hoe een goede God kwaad/lijden kan toestaan. In de loop der tijd zijn er vele antwoorden gegeven.

  1. C.S. Lewis: “Goodness, is so to speak, itself, badness is only spoiled goodness” (goedheid, om dat zo maar te verwoorden, is zichzelf, slechtheid is alleen het verwende/verspilde goedheid).

Lewis zegt dat God alles goed heeft geschapen, en dat God zelf dus ook goed is, maar dat dit na verloop van tijd is veranderd naar slechtheid. Hij bekijkt hier ook Genesis 3, waarin we de zondeval zien. In het begin der tijden zou er dus een perfecte wereld geweest zijn, maar de mens heeft gekozen om ook iets anders dan goedheid te willen kennen, waardoor er kwaad (= de absentie van goedheid) in de wereld kwam.
God zou dus in deze zin onschuldig zijn, omdat de mens zelf heeft gekozen voor het kwaad.

Tegenargument: De mogelijkheid tot kwaad, is kwaad op zichzelf, waardoor God kwaad heeft geschapen, waardoor hij verantwoordelijk blijft voor lijden, waardoor je zou kunnen afvragen of Hij wel almachtig en/of goed is.

Augustinus heeft hierop weer een tegenargument: Hij vindt namelijk dat kwaad slecht de handeling is van het kiezen naar het minder goed. Dus de vrije wil is de oorzaak van kwaad. Kwaad is een “perversie van dé wil, met de rug naar God gekeerd”.
God heeft dus zeker wel de mogelijkheid gegeven, doordat Hij een vrije wil creëerde. Hierdoor kon er een ontsporing ontstaan van het goede, maar dit was ook nodig om het goede te herkennen en om het goede (=God) lief te hebben.

2. God is de maatstaf.

  1. Je kunt er vanuit gaan dat er een morele wet is die over de hele wereld, en in alle tijden, geldt. Geisler & Turek zeggen met dat in hun achterhoofd het volgende:
    “1. Elke wet heeft een wetgever
    2. Er bestaat een morele wet
    3. Dus bestaat er een morele Wetgever”

Blijkbaar wordt er dus gedacht dat er een kwaad in de wereld is, maar hoe wordt dit kwaad bepaald? Door ons denken. Bijna niemand die zegt dat de tweede wereld oorlog goed was, bijna niemand die voor concentratiekampen, omdat dit het kwaad is! Hoe komt het dan dat iedereen dit denkt? Dit komt doordat er een universele morele wet is.
Deze morele wet gaat het niet hebben over hoeveel geld je mag vragen voor een brood, maar voor essentiële dingen ligt deze wet in heel veel harten dicht bij elkaar. Zo zal niemand willen moorden zonder reden (zelfs bij seriemoordenaars speelt altijd een reden, hoe onzinnig soms ook, mee!), zal een moeder altijd moeite hebben om een baby af te staan, zal iedereen die beseft hoe het voelt om een geliefde te verliezen een soort van verdriet hebben. De universele norm bewijst dat er een Maker is.
Dus het lijden is ook een richtingwijzer naar God. Het feit dat we geloven in lijden, maakt dat we haast moeten geloven in God.
Omdat God het lijden laat zien, betekend dit nog niet dat Hij slecht is om dit lijden te laten zien. Lijden wordt namelijk niet door Hem veroorzaakt, zoals we zagen bij punt 1.

Tegenargument: De morele wil is ontstaan door evolutionistische processen en deze morele wil geeft een overlevingsdrang mee. Dus eigenlijk pleit de idee van de morele wet voor evolutionisten.
Dit klopt. Evolutionistische ethiek geeft inderdaad mee dat je voor elkaar moet zorgen om te kunnen overleven (survival of the fittest gebeurd natuurlijk makkelijker in groepen!). Toch gaat dit niet helemaal op, want de idee van survival of the fittest zal ook altijd de drang hebben om het minderwaardige, het zwakkere uit te schakelen, waardoor de idee van verdriet bij het verliezen van een geliefde (als diegene oud of ziek is) ongegrond is.

Lijden blijft een lastig thema (zowel voor christenen als niet-christenen). Toch hoop ik dat je ook hierin een spoor richting God kunt zien.

Verder lezen:

Atheïstisch:

Kushner – When bad things happen to good people

Christelijk:
C.S. Lewis – Mere christianity (onversneden christendom)
C.S. Lewis – A grieve observed (verdriet, dood en geloof)

Geisler & Turek – Ik heb te weinig geloof om een atheïst te zijn

Lee Strobel – The case for Faith

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:

Dat was natuurlijk Haman (Esther 6:11)

De vraag van deze week:

Je ziet van veel mensen dat ze vervuld worden met de Heilige Geest als ze gaan bidden. Er is echter ook iemand in de Bijbel geweest die vervuld werd met de Heilige Geest, omdat haar kind iets deed.
Wie was deze vrouw die vervuld werd met de Heilige Geest? En wat deed het kind?

De laatste tijd is er veel te zeggen geweest over aanbidding. Veel goede dingen, maar er zijn helaas ook veel verkeerde dingen de revue gepasseerd. In dit korte artikel zullen we kijken wat aanbidding nou eigenlijk inhoudt en hoe aanbidding eruit kan zien.

Als eerste moeten we kijken wat het woord aanbidding nou eigenlijk betekent. Aanbidden betekent niets meer dan ergens aan gaan bidden. Dus ergens naartoe bidden. Dit kan natuurlijk ook doordat je iets of iemand eer bewijst. Encyclo vat het als volgt samen: “Door gebed God belangeloos eer bewijzen”. Het kan natuurlijk ook zijn dat je anderen aanbidt, maar in dit artikel staan we alleen stil bij het aanbidden van God.

Hoe kun je aanbidden?
De definitie van aanbidden geeft aan dat wij God altijd de eer moeten geven. Veelal doen wij dit door middel van liederen. Liederen zijn echter slechts één vorm van aanbidding, we zullen hier stilstaan bij de vele vormen van aanbidding.

Zoals gezegd is de meest bekende vorm van aanbidding d.m.v. zang. Liederen geven God de lof die Hij verdient en we nemen een voorbeeld aan de vele lofliederen die al in de Bijbel zijn geschreven zoals de Psalmen, maar ook de lofliederen uit Openbaringen. Deze verschillende teksten geven aan dat zingen voor God een manier van lof brengen is die in alle tijden blijft staan.
In Exodus zien we al dat Mirjam (een profetes!) zingt om God te eren. In het Bijbelboek Job, dat waarschijnlijk nog voor Exodus geschreven is, zegt Job dat zijn instrumenten zijn geworden tot rouwinstrumenten. Dit kan erop duiden dat hij God voor zijn lijden aanbad met zijn muziek!
Dit betekent dat aanbidding door muziek al heel erg vroeg ontstaan was en dat het ook altijd zal blijven bestaan. Muziek is dus een essentieel onderdeel voor de aanbidding van God!

Een andere bekende vorm van aanbidding is de zogenaamde stille tijd. We aanbidden God door een moment van stilte voor Hem te reserveren. In deze stille tijd zoeken we God op en bidden we tot Hem. Sommigen doen ook aan studie in hun stille tijd, maar dat behandelen we in een apart punt.
Het idee van stille tijd kunnen we ook al terugvinden in de Bijbel. Jezus trok zichzelf heel erg vaak terug om met Zijn Vader te praten. Hij deed dit niet altijd belangeloos, maar Hij stelde Zijn Vader wel altijd op de eerste plaats. Wij kunnen hier heel veel van leren. We mogen God altijd dingen vragen (Mat 7:7, Fil 4:6), maar we moeten wel vrede bij Zijn oordeel hebben. In de Filippenzenbrief staat dat je God om alles mag vragen, maar dat je Hem ook moet danken.
In de stille tijd, in de momenten dat je God opzoekt, moet het doel dus ook zijn om God te aanbidden, om God boven jezelf te plaatsen en God is zo genadig dat je op dat moment ook aan je eigen behoeften mag denken en dat je ook vragen mag stellen aan Hem.

Een minder bekende vorm van aanbidding is studie. Een ander woord dat we hier wel vaak terugzien is “toewijding”. Met studie naar God wijdt je jezelf aan Hem toe en wil je Hem hiermee ook eer bewijzen. In het oude testament wordt door verschillende personen opgeroepen om Gods wil te leren. Dit kan onder andere door de wet te leren. Jezus zegt echter ook dat verering zinloos is als je niet Zijn leer navolgt, maar je eigen leer blijft volgen (Mat 15:9). Daarnaast heeft toewijding, net als elke andere vorm van aanbidding, voordelen voor jezelf. Jezus zegt dat je als je van Hem leert dat je rust zult vinden (Mat 11). Toewijding moet echter wel gebeuren zonder eigenbelang (1 Pet 5), ook omdat je door toewijding een offer voor God kunt worden (Rom 15).

Omdat aanbidding helemaal ter ere van God is, kun je inderdaad net als Paulus concluderen dat je een offer voor God moet worden. Dit kan door de drie bovengenoemde vormen, maar een offer voor God worden gaat veel verder. Een offer gaat ook over lijden en over vergeving. Wij kunnen niet het offer van God aannemen zonder Hem daarvoor te danken. Het is te groot en Paulus roept daarom ook op om een levend offer te wezen dat God welgevallig is! Een offer als dank voor wat Hij deed. Romeinen 12 staat vol met voorbeelden over hoe je een offer kunt zijn voor God en hoe je Hem dus op een ware manier kunt aanbidden. Aanbidding is dus ook volgens de wil van God leven en je aan Zijn geboden houden. Dit kan alleen maar door je hele leven aan Hem toe te wijden. Aanbidding is dus ten diepste geen ding dat je kunt doen, maar aanbidding is iets wat je moet doorleven!

Michael W. Smit zegt “Ik denk dat aanbidding in eerste instantie een levensstijl is”. Ik denk dat je nog verder moet gaan. Aanbidding is geen levensstijl het is een leven op zich. Je moet jouw leven kunnen opofferen ter ere van God. En God altijd centraal stellen.
Als aanbidding dan het centraal stellen van God is en God boven alles stellen is, moeten we natuurlijk ook serieus nemen dat we niets anders dan God mogen aanbidden (Ex 20). Dit betekent ook dat we niets anders centraal in ons leven moeten stellen, want ons leven is een offer voor God.

Hoe zit het dan met aanbidding in de liederen?
Omdat er nog steeds vaak wordt gezegd dat er meer aanbidding in de kerkdiensten moet komen denken mensen dat er meer gezongen moet worden in de kerken (met name nieuwe liederen van bijvoorbeeld Opwekking, Passion, Hillsong en andere onbekendere liedschrijvers of -bundels). Deze redenering is vanaf het begin al fout, want het gaan naar de kerk is op zichzelf al een vorm van aanbidding. Je wijdt jezelf toe om naar een dienst van God te gaan om Hem dank te bewijzen (d.m.v. gebed en dankzegging), om Hem te verheerlijken (d.m.v. gebed, dankzegging, preken/getuigenis en zang), Hem te aanvaarden (d.m.v. zang, zegen en geloofsbelijdenis) en om van Hem te leren (d.m.v. preken/getuigenis en zang).

Het punt is dat je door middel van zingen God kunt aanbidden, maar dat tegenwoordig het zingen altijd wordt gezien als aanbidding. In de afgelopen 8 jaar heb ik meerdere keren meegespeeld/gezongen in meerdere bands en ik heb meerdere keren gehoord dat er een stukje van aanbidding moest komen. Meestal waren dit dan 3 tot 5 liederen achter elkaar die God groot moesten maken. Wat mij heel erg opvalt is dat aanbidding veel verder gaat dan alleen zingen. Bij aanbiddingsliederen moet het namelijk om God gaan en Hij moet ook centraal staan. Heel veel (prachtige) liederen zijn dus ook niet vol met aanbidding.

Enkele bekende voorbeelden zijn:
Opwekking: 192, 194, 333, 369, 427, 471, 488, 502, 550, 557, 573, 581, 614, 624, 629, 642, 679, 700, 716
Psalmen (voor nu): 1, 13, 23, 91, 121

Zo zijn er natuurlijk ook honderden andere liederen te noemen, die niet in deze bundels opgenomen zijn, maar een artikel biedt niet de ruimte om alle liederen langs te gaan.
De bovengenoemde liederen zijn hele bekende en mooie liederen die vaak worden gezongen. Dat is ook helemaal niet erg, tegenovergesteld juist. Deze liederen zijn prachtig om te zingen, maar het zijn geen aanbiddingsliederen. In heel veel liederen staat God wel genoemd, maar gaat het ten diepste over je eigen gevoel. Dus staat God niet centraal! In Psalm 91 bijvoorbeeld Is God zeker het hoogtepunt van het lied en staan er zeker gedeelten van aanbidding in, maar het centrale thema is iets wat jij als persoon kunt leren. En je mag leren uit deze psalm dat je mag schuilen bij God.

Vaak wordt bij bovenstaande liederen gedacht dat het aanbidding is door de enorm mooie melodielijn die de liederen bevatten (zo krijg ik bijvoorbeeld nog steeds kippenvel als ik Psalm 91 hoor van Sons of Korah) en gaan de armen omhoog als teken van aanbidding als de muziek start en zingen we eigenlijk niets meer dan een persoonlijk gebed uit naar God waarin we Hem alleen om dingen vragen (zoals in opw. 629).

Moeten we deze liederen niet meer zingen? Nee, natuurlijk mogen we ze blijven zingen, want stuk voor stuk zijn dit hele mooie liederen. Maar het is belangrijk om te snappen dat aanbidding alleen om God gaat. En dat dit vaak niet het geval is in liederen die wij zingen in de kerk.

Een prachtig voorbeeld van hoe aanbidding eruit hoort te zien lezen we in Openbaringen 4:
Heilig, heilig, heilig is de Heere God, de Almachtige, Die was, Die is, en Die komt…
U bent het waard, Heere, te ontvangen de heerlijkheid, de eer en de kracht, want U hebt alle dingen geschapen, en door Uw wil bestaan zij en zijn zij geschapen. (HSV)

Hieruit kunnen wij opmaken dat we bij aanbidding God op de eerste plaats stellen en dat zelfs ons eigen leven kan en mag bestaan omdat Hij het wil. Laten wij dan ook dit leven als offer teruggeven.

Tags: ,

Het verhaal van vluchtelingen die naar Nederland toegekomen zijn domineert op dit moment het nieuws. Projecten als de vluchtkerk worden verheerlijkt en verketterd door dezelfde media. Mensen weten niet altijd goed hoe hier mee omgegaan moet worden. Sommigen vinden dat we onze “christelijke” (lees: “oude”!) normen en waarden weer moeten oppakken en moeten zorgen voor deze arme stakkers, terwijl anderen schreeuwen dat wij ons land niet moeten laten creperen door zulk uitschot.
Het is niet mijn bedoeling een politieke stelling te verdedigen. Het lijkt mij veel nuttiger om te gaan kijken hoe wij als christenen tegen vluchtelingen aan kunnen kijken.

Het probleem:
Het probleem van deze discussie is duidelijk. Weinig christenen (en ook ongelovige mensen) willen vluchtelingen niet helpen, maar het probleem is waar houdt het op?
In de afgelopen twee weken heb ik heel erg veel christenen emotioneel horen praten dat hun broeders en zusters afgeslacht zullen worden in andere landen als ze teruggestuurd worden, maar ik heb in mijn omgeving niemand gehoord over de vervolgde atheïsten die ook gevangen gezet zijn in bijvoorbeeld Egypte, maar ook in tig andere landen, en die geen amnestie kregen!

De eerlijkheid gebied mij te zeggen dat wij Nederlanders (en dus ook Nederlandse christenen) soms behoorlijk kortzichtig zijn.  De christelijke vluchtelingen krijgen meer sympathie dan andere vluchtelingen, waardoor christenen vaak de vertaalslag krijgen: “wij moeten voor vluchtelingen zorgen, want dit zijn onze broeders en zusters”. Hierdoor kan een project als de Vluchtkerk ook (terecht) heel erg veel steun ontvangen, want “wij” christenen doen hier iets goeds voor de zielige mensen.

Het probleem is natuurlijk niet of de vluchtkerk moet ophouden, of dat kerken niets meer met vluchtelingen moeten doen, maar waar houdt het op? Moeten we iedereen helpen, of moeten we ons beperken tot grote groepen en de enkeling laten staan?

Persoonlijk geloof ik dat kerken een grote invloed kunnen uitoefenen op het vluchtelingenbeleid. Dit gebeurt al heel erg veel door kerken die helpen met vertalen, juridische problemen, maar ook met integratie e.d.

Kerken zijn gelukkig niet zo kortzichtig meer dat ze deze diensten alleen aanbieden aan hun broeders en zusters. Hierdoor kan een vluchteling ook een eerlijke kans krijgen tot integratie.

De weg:
Hoe moeten we dan dit probleem oplossen? Hoe kunnen wij als christenen vluchtelingen helpen?
Persoonlijk ben ik heel erg aangesproken door kleine gemeenschappen, zoals de op deze blog eerder genoemde Elim-gemeenschap, die vluchtelingen laten schuilen, rusten en die ze hulp bieden.
Daarnaast zijn er veel gemeenschappen die hulp aanbieden bij bijvoorbeeld sollicitatiegesprekken, papierwerk en veel meer alledaagse dingen.

Het grootste goed wat een kerkelijke gemeenschap echter kan doen is een gevoel van saamhorigheid kweken. Dit gebeurt vaak door evangelisatie, pastoraat en diaconie. Veel buitenlanders voelen zich vreemd in dit land en zoeken naar iets vertrouwds, iets waar ze op kunnen bouwen. Sommige kerkelijke gemeenschappen doen dit momenteel zeer goed en laten vluchtelingen soms hun huidige situatie vergeten door ze prachtige dingen te laten zien, maar ook door hun sommige goede dingen te laten zien in de wereld.

Het doel:
Het doel van deze probleemstelling is onduidelijk. Voor veel christenen blijft het doel misschien toch zieltjes winnen, terwijl voor andere christenen het doel alleen is om vluchtelingen een kans te geven. Persoonlijk ben ik voorstander van het laatste. Wij hebben als christenen de plicht gekregen om onze naasten te helpen. Dit kan op vele manieren, je kunt zo bijvoorbeeld geld geven aan de vluchtkerk, aan kleine gemeenschappen die vluchtelingen helpen, maar je kunt ook het probleem bij de wortel aanpakken door bijvoorbeeld proberen de mensenrechten te verbeteren.

Wij hebben als christenen een doel voor ogen en moeten dit ook volbrengen. We mogen alleen niet vergeten dat niet alle vluchtelingen christenen zijn en we moeten juist ook voor de anderen zorgen en laten we daar ook nu naar kijken.

Tips:

Red. Kole en de Kruijf – Het ongemak van religie
http://www.devluchtkerk.nl/home
http://www.elim.nl/nl/home.html

http://www.gave.nl/

Tags:

In deze tiendelige serie wil ik komend jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God.

Ik wil dit ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

Waar we met het vorige artikel nog met beide benen op de grond stonden en keken naar de oorsprong van het leven e.d. wil ik nu een iets luchtiger thema nemen en kijken of er wonderen gebeuren.
Dit is geen hele grote overstap, want dit hoort nog steeds bij het ingrijpen van God. Lewis zegt dat als je God wilt erkennen dat je ook het begrip wonder moet erkennen. Vandaar dat ik eerst dit thema wil behandelen, want je kunt de zin van Lewis ook omdraaien. Als je wonderen accepteert, moet je ook een God accepteren.

Voor een atheïst zijn wonderen namelijk van nature onmogelijk. Spinoza legt het uit in ongeveer de volgende bewoording:

  1. Wonderen zijn schendingen van natuurwetten.
  2. Natuurwetten zijn onveranderlijk.
  3. Het is onmogelijk om onveranderlijke wetten te schenden.
  4. Daarom zijn wonderen onmogelijk.

Als christen wil ik er zelf een 5 aan toevoegen:

  1. Totdat de Maker van de natuurwetten deze ombuigt.

Eerst moeten we een scherpe definitie hebben voordat je het hier over kunt hebben. Lewis begint zijn boek ‘Wonderen’ met een citaat van Aristoteles.

‘Om te slagen moet men de juiste voorvragen stellen’ (Metafysica II.3,1). Dit is inderdaad nodig dus beginnen we met de vraag wat is een wonder?

Veel ouders zullen het wonderlijk noemen hoe een kind gevormd is, maar dit is ook een natuurlijk proces. Dus valt dit eigenlijk buiten de definitie.

We kunnen meerdere punten noemen wat een wonder minimaal moet bevatten voordat het een wonder is.

  1. Het moet waarneembaar  geweest zijn (anders is het ook niet te verifiëren).
  2. Het moet bovennatuurlijk of met behulp van bovennatuurlijk ingrijpen zijn. Dit lijkt daarom rationeel onverklaarbaar.
  3. Het moet hierom ook buiten de natuurwetten omgaan.
  4. Het moet daarom plaatsvinden in de natuurlijke wereld (dus in de reële wereld, niet in een droom of digitale wereld).
  5. Daarnaast gebeurt een wonder niet met regelmaat.

Het probleem van wonderen is dat ze niet te bewijzen zijn. We horen en zien duizenden wonderverhalen en bepalen vaak dat elk verhaal heel erg ongeloofwaardig is.

In de (charismatische) christelijke wereld is het gebed voor zieken heel erg populair. Hier kan men verder in gaan en dan krijgen we begrippen als gebedsgenezing, wat de afgelopen eeuw al best populair is geworden.

Hoewel mijn hart gelooft dat mensen echt genezen bij bepaalde diensten waar gebedsgenezing is heb ik dit helaas nog nooit zelf gezien of meegemaakt. Dit is een gevoel wat veel medechristenen hebben. Dawkins heeft dit doorgehad en schreef daarom ook in zijn boek ‘The god delusion’ dat er een onderzoek was geweest in een ziekenhuis waar men ging kijken of er meer mensen genazen als er voor gebeden werd. De uitslag moge duidelijk zijn. Dit gebeurde dus niet.

Er zijn ook veel verhalen dat veel mensen genezen bij een bepaalde genezingsdienst, maar dat ze een week (of 20 minuten) later de ziekte weer hebben.

Is er dan geen gebedsgenezing meer? Als iemand zonder benen opeens weer kan lopen zou ik wel weer geloven zeggen veel mensen. Hier is geen bewijs voor te vinden. Wel is er bewijs dat veel mensen die ziek waren ook weer beter zijn geworden.

We kennen de voorbeelden van Janneke Vlot (om maar een voorbeeld te geven) die na 18 jaar in een rolstoel gezeten te hebben haar rolstoel in de boom kon hangen (zie voor een goede beschrijving: http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/archief/article/detail/1617020/2009/10/30/De-dokter-wil-wonderen-gaan-toetsen.dhtml , op google kun je nog tientallen andere artikelen vinden).

Het gebeurt dus blijkbaar wel dat zieken plotseling genezen.

Dat ze genazen is waarneembaar (anders werden ze later weer ziek, zoals meestal het geval is), daarnaast zeggen we dat het door bovennatuurlijk ingrijpen is (door God die luistert naar gebed), het gebeurt in de reële wereld en het gebeurt dus niet echt met regelmaat, maar is dit ook buiten de natuurwetten om. Is dit wel echt bovennatuurlijk? Men zegt dat lichamelijk letsel dat komt door een traumatische ervaring komt dat dit ook door psychiatrie verholpen kan worden. (zie bijv: http://www.eenvandaag.nl/gezondheid/31922/een_godswonder_)

Dit is een lastig punt, want wanneer noem je zo’n genezing een Godswonder? Sommige zeggen dus als ze lichaamsdelen zien aangroeien. Anderen zeggen al als mensen genezen zijn van kanker. Weer anderen zeggen dat het ook genoeg is als een spier weer heelt.

Persoonlijk geloof ik zeker dat gebedsgenezingen kunnen gebeuren, maar op de één of andere manier gebeurt het nooit dat mensen bijv. kanker hebben. Onder medische behandeling zijn. Tegen die dokter zeggen: ‘ik ga zondag voor genezing bidden’ en dan ook daadwerkelijk genezen.

Hierdoor is het lastig te bewijzen dat er tegenwoordig echt gebedsgenezingen plaatsvinden. Kijk voor meer info op deze website, waar ook getuigenissen en verklaringen worden afgelegd: http://www.gebedsgenezing.be/.

Als we niet het definitieve bewijs voor wonderen kunnen vinden in genezingen moeten we kijken naar andere wonderen en beoordelen of dit echt is.

De meeste wonderen die beschreven worden in de hedendaagse tijd komen van mensen die zeggen dat ze opeens beschermd werden door bijvoorbeeld engelen. Normaal gesproken geloof ik zulke verhalen niet, omdat er vaak ook gevaar wordt ingebeeld dat er helemaal niet is. Toch komen er soms ook verhalen waar het gevaar niet is ingebeeld. Namelijk dat een groep terroristen op een christelijk dorp afstormt en dat ze in het dorp niemand zien.

Het probleem van dit soort wonderen ondervond ik gelijk toen ik er een bron bij zocht. Ik heb dit verhaal minimaal van drie verschillende personen gehoord (en opvallend was dat er geen namen van dorpen werden genoemd) en kan het nergens terugvinden. Zulk soort wonderen lijken mij dan ook niet plausibel en ik denk ook dat hier dingen zijn ingebeeld die iemands geloofleven inspireren, maar die niet in de realiteit zijn gebeurt.

Op dit moment wordt dan ook duidelijk dat christenen – of gelovigen in het algemeen – weinig bewijsgronden hebben voor wonderen. We kunnen hooguit in de geschiedenis gaan kijken om te kijken of we een glinstering van enig wonderlicht kunnen vinden. Je kunt dan het makkelijkste kijken naar de middeleeuwen, waar zo’n beetje alles miraculeus werd genoemd (door de gewone burger). Ik wil één specifiek wonder uit de geschiedenis behandelen. Iets dat natuurkundig onmogelijk is, dus rationeel onverklaarbaar was en iets dat ook buiten de natuurwetten om ging, maar wel waarneembaar was.

Dit wonder is beschreven in Jozua 10 en staat bekend onder de zin : Zon sta stil te Gibeon en gij, maan, in het dal van Ajjalon! Zo zijn er meer verhalen in de Bijbel waar de tijd stilstaat of zelfs teruggaat.

Enkele van mijn leerlingen weten dat ik aan dit wonder één conclusie kan trekken en dat is dat God wonderen kan doen buiten de natuurwetten om. Hiervoor moet dan wel bewijsmateriaal komen.

We kunnen niet nagaan of dit echt is gebeurt, we kunnen slechts geloven dat de schrijver van het boek Jozua dit letterlijk bedoelde, daarnaast vinden we in die tijd ook andere culturen die dit noemen. Dit wordt vaak als argument aangehaald dat dit echt gebeurt is.

“In the ancient Chinese writings there is a legend of a long day. The Incas of Peru and the Aztecs of Mexico have a like record, and there is a Babylonian and a Persian legend of a day that was miraculously extended. Another section of China contributes an account of the day that was miraculously prolonged, in the reign of Emperor Yeo. Herodotus recounts that the priests of Egypt showed him their temple records, and that there he read a strange account of a day that was twice the natural length.” (bron: http://www.grmi.org/Richard_Riss/evidences/7longday.html)

Ook hierbij ontbreekt voor mij iets. De primaire bron en zelfs als de primaire bron er is kunnen er twijfels blijven bestaan, want er zijn ook weer theorieën die zeggen dat deze dagen alleen langer duurden vanwege een komeet die heel dicht langs de aarde schaarde.

Ik heb beloofd aan het begin van deze serie om kritisch te blijven kijken en ook om allebei  de kanten te belichten. Ik heb zoektocht gedaan naar wonderen en ben tot de conclusie gekomen dat wonderen wel degelijk mogelijk zijn, maar dat dit over het algemeen geen controleerbare feiten zijn. Er zijn echter wel vele (gedeelten van) boeken geschreven aan het feit dat wonderen theoretisch mogelijk moeten zijn. Ik vond dat ondergeschikt aan dit artikel, omdat er geen vaststaand bewijs gevonden kon worden van een wonder.

Feit is wel dat er miljoenen wonderverhalen in de wereld zijn. Dit wordt ook elke dag weer vermeerdert. Hiervan hoeft er maar één waar te zijn en we moeten gaan nadenken of God hier heeft ingegrepen. En mogelijk dat we dit als, zwak, spoor mogen beschouwen.

Verder lezen:

Atheïstisch:

Hume – Of Miracles

Spinoza – Ethics

Herman Philipse – Godsdienstfilosofie (prachtige hoorcolleges die religies scherpe en terechte vragen stelt over o.a. wonderen)

Christelijk kritisch:

Macarthur – Charismatic Chaos

Burke – Doet God nog steeds wonderen

Christelijk:

Geisler – Ik heb te weinig geloof om een atheïst te zijn

Lewis – Wonderen (tip: lees de originele versie in het Engels ‘Miracles’, is leesbaarder en de argumenten blijven beter staan)

http://www.leaderu.com/truth/3truth09.html

Richard Swinburne heeft ook meerdere boeken over dit onderwerp, of boeken die dit onderwerp ook behandelen, geschreven.

Vanaf heden is het mogelijk om in het archief van Science & Christian believe te kijken. Alle oude artikelen tot 5 jaar terug zijn nu gratis te bekijken op: http://www.scienceandchristianbelief.org/

In deze tiendelige serie wil ik komend jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God.

Ik wil dit ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

Het derde spoor: Leven zoals het nu bestaat

Wie Darwin leest ziet heel veel logische gedachtegangen van iemand die verstand heeft van wat hij zegt. Darwin was een wetenschappen en wist goed waar hij het over had. Het is dan ook niet toevallig dat een intelligente man zoals hem het boek schreef dat de wereld op zijn kop zette.

Darwins Origins of Species is een klassieker dat heel goed aangeeft hoe een eventuele evolutionaire lijn had kunnen lopen.

Darwin is vooral bekend geworden omdat hij de evolutie van vinken zo goed beschreven heeft. Vinken pasten zich aan op hun omgeving. Dit bleek uit onderzoek op de Galaposeilanden. Hieruit kwam een idee dat meerdere levensvormen ontwikkelden.

Vandaag de dag wordt de evolutietheorie veel verder ingevuld, met hele goede argumenten.

Het wordt toch bewezen door de vinken? En als we alleen al kijken naar honden (en katten) zien we dat er veel verschillende soorten zijn die weer met elkaar kunnen paren, waardoor er soms weer een nieuwe soort ontstaat.

Enkele jaren terug werd er zelfs gespeculeerd dat menselijke duimen in de volgende generatie sterker zouden zijn, omdat we ons moeten aanpassen aan onze mobiele apparaten.

Het zijn logische gedachtegangen en ik kan persoonlijk het idee van adaptatie accepteren. Natuurlijk passen mensen (, planten en dieren) zich aan op hun omgeving. Als we kijken naar mensen in Afrika zien we dat zij geen (of veel minder) haar op hun armen hebben. Terwijl de gemiddelde Europees over zijn hele armen haren heeft om warmte vast te houden. Iemand die woont in Oeganda en het koud heeft als het rond de 15 graden wordt hoeft natuurlijk veel minder warmte vast te houden dan iemand die in Nederland winters meemaakt waar het gerust -18 wordt.

Er zijn echter wel begrenzingen aan deze adaptaties, het blijven namelijk adaptaties en zijn geen mutaties die ertoe leiden dat er een nieuw soort ontstaat. Een mens, maakt niet uit waar hij of zij woont, past zich aan op de omgeving, maar blijft een mens.

Zelfs Neanderthalers worden tegenwoordig als volwaardig mens beschouwd, maar ze leden waarschijnlijk aan ziektes. Ze hadden zelfs religieuze gewoontes, wat toch kenmerkend is voor mensen. Daarnaast hadden ze de mogelijkheid tot spraak en hebben zelfs artistieke tekeningen gemaakt.

Er is nog nooit bewijs geweest voor een evolutionaire verandering die een nieuw soort creëerde.

Er zijn veel dieren gevonden die leken op een overgangsvorm zoals de argeopatryx, maar ook bij dit beest is geen overgang te vinden tussen koudbloedigheid en warmbloedigheid, of   schubben en veren, of poten en vleugels.

Daarnaast heb je de overbekende ‘Lucy’ en iets minder bekende ‘Ardi’, die overgangsvormen zouden zijn tussen aap en mens, maar hier is nog nooit een goede bewijsvoering voor gekomen.

Er zijn echter argumenten bedacht waarom we (bijna?) nooit overgangsvormen vinden. Dit kan komen omdat het fossielenrecord incompleet is, zoals Hardin ooit heeft betoogd. Daarnaast zouden die overgangsvormen (ook wel tussenvormen genoemd) maar kort geleefd hebben. Dit argument heeft bij creationisten nooit zo veel waarde gehad, want we zoeken nu al zo’n 150 jaar in de grond en vinden ook al zo lang fossielen, ondertussen zijn er dus ook duizenden (misschien wel miljoenen?) fossielen gevonden en daar zit geen overgangsvorm bij. Daarnaast zouden overgangsvormen volgens de evolutietheorie ook langere tijd aanwezig geweest zijn, want die evolutie duurt nou eenmaal miljoenen jaren. De andere theorie, die bekend staat onder saltatie (saltation), is verdedigd door Goldschmidt. Deze theorie gaat ervan uit dat er plotseling grote veranderingen plaatsvinden. Dit is al snel bekritiseerd en aangepast tot de theorie die Punctuated Equilibrium (doorbroken evenwicht) genoemd wordt. Hierin wordt gezegd dat er (relatief) snel kleine veranderingen plaats vinden. Hoewel dit ook weer heel erg logisch klinkt blijven we bij het probleem dat eigenlijk alle vormen die worden gevonden al volledig gevormd zijn. Dus ook hier kan niet echt sprake zijn van het bewijs tussen de volledige vormen in.
Wel komt het voor dat er soms mutaties optreden. Maar Grassé zegt dat mutaties ‘aanpassen wat al bestaat, maar dit gebeurt in wanorde… zodra er wanorde ontstaat, al is het maar een klein beetje, in een georganiseerd wezen, volgt eerst ziekte en dan dood” (Grassé, Evolution of living organisms p.98). Hierdoor kan er geen evolutie plaatsvinden.

Daarentegen zijn er wel aanwijzingen voor een schepper als we kijken naar de natuur om ons heen.

Als we bijvoorbeeld de bombadier kever bekijken zien we dat een evolutionair proces onmogelijk is bij dit beestje. Dit beestje heeft namelijk als verdedigingsmechanisme twee vloeistoffen. Als die samenkomen ontploft/ontbrand dit.

Als dit in evolutionaire processen heeft moeten ontstaan heeft zo’n kever nooit de kans gehad om te overleven, want telkens zouden die stoffen bij elkaar komen en zou het beestje niet overleven, waardoor het nooit heeft kunnen ontwikkelen.

Er zijn meer van zulk soort onherleidbare mechanismen. Burgess heeft er over geschreven en zegt dat zelfs onze eigen kniegewrichten in één keer ontworpen moesten zijn, omdat er verschillende delen tegelijkertijd nodig zijn om het te laten werken. Werkte dit niet, kon onze voorouder (die nog geen kniegewricht had) zich niet voortplanten of voortbewegen, waardoor dit in onmogelijke evolutie is.

Zo schijnen er nog meer voorbeelden te zijn, zoals de cel, maar ook heel veel bacteriën.

Er is dus nooit bewezen dat evolutie mogelijk is, maar ook niet bewezen dat evolutie onmogelijk is. Met de Bijbel in onze hand kunnen we zeggen dat God de oorsprong is van al het leven, naar het soort. Dit betekend dat er ruimte is voor adaptaties, zoals we nu terugzien bij honden e.d. . Het lijkt er ook op dat bepaalde dieren niet ontwikkeld kunnen zijn, maar die geschapen moeten zijn.

Enkele voorbeelden hiervan zijn de Bombadeer kever, het oog. Daarnaast wordt er nog gespeculeerd over de mossel, vuurvliegjes, spechten en vele andere dieren.

Is dit dan niet het argument van de onwetende zou een scepticus kunnen vragen. Ja, dit kan heel goed, maar het is ook een argument van wat we wel weten, namelijk dat sommige mechanismes heel erg ingewikkeld zijn. Er  is wel eens een vergelijking gemaakt tussen de bombadeer kever en een vliegtuigmotor. Het schijnt dat dit ongeveer even ingewikkeld is… Toch is er nooit een motor zomaar geëvolueerd.

Daarnaast is het oog ook uiterst complex, dat net als een horloge toch werkt via ingewikkelde mechanismes.

Het DNA wordt ook vaak aangehaald als argument voor een schepper. Groothuis zet het in een mooi schema die ik hieronder vrij vertaal.

  1. DNA bevat genetische informatie in de vorm van een taal.
  2. Deze genetische informatie is een voorbeeld van specifieke complexiteit (want het is het komt voor, het is complex en het is een specifiek voorbeeld).
  3. Gespecificeerde complexiteit kan niet uitgelegd worden op basis van kans of noodzakelijkheid, of in combinatie van hiervoor genoemde punten.
  4. Intelligente aanwezigheid is een bekende factor die specifieke en complexe  informatie produceerd.
  5. Daarom is de beste uitleg van DNA dat dit zijn oorsprong heeft gehad door toedoen van een schepper. (Groothuis – Christian Apologetics p. 312)

Maar, zal de oplettende atheïst zeggen, heeft de theorie van een schepper ook geen fouten?

  1. Als God, een almachtige en alwetend wezen, het leven geschapen heeft zou dit geen fouten mogen bevatten,
  2. Het leven heeft genoeg foutjes (die ook verbeterbaar zijn),
  3. Dus het leven is niet geschapen door God,
  4. Daarom moet het leven een product zijn van evolutie.

Dit is een punt wat zeker sterk is en ook op meerdere gebieden terugkomt (want waarom zou een algoede schepper zulke fouten toelaten?).

Veel christenen zeggen dan dat veel scheppingsfoutjes geen echte foutjes zijn, maar dat dit ook als een positief iets gezien kan worden. Men neemt hiervoor vaak het voorbeeld van de duim van een panda. Die niet helemaal goed werkt, maar wel goed genoeg voor wat die panda ermee wil doen.\

Anderen zeggen dat die fouten pas kwamen na de zondeval, wat eigenlijk niets meer dan een dooddoener is.

Een beter tegen argument vind ik dat leven niet perse perfect geschapen is. Waarom zou God een perfecte wereld willen? Als God een perfecte wereld had geschapen met perfecte wezens hadden de mensen geen bewuste keuze kunnen maken voor goed of slecht.
Daarnaast kan men afvragen of perfect voor ons wel hetzelfde is als perfect voor een schepper. Mensen hebben bijvoorbeeld geen vleugels gekregen, maar toch hebben veel mensen een verlangen om hoog de bergen in te gaan. Dan zijn wij niet perfect daarvoor geschapen, want we kunnen niet makkelijk naar boven toe klimmen.
Toch zal geen enkele bergbeklimmer (of bergwandelaar) dit zeggen, want als jij enkele uren hebt geploeterd om op de top van een berg te komen zie je pas hoe mooi dat is en kun je met een gevoel van voldoening weer terugkeren. Deze voldoening zou je niet gehad hebben als je binnen een halfuurtje naar boven vliegt.

Perfectie bestaat in die zin dus ook niet en daarom is het ook heel logisch dat men imperfect geschapen is.

Is dit dan het bewijs voor God? Nee, maar er leiden zeker wel sporen naar een Schepper.

Dit betekend dat we op dit moment al drie (grote) sporen zien van God.

Dat is over het algemeen drie keer zoveel bewijs als was nodig is om iets te geloven. Meestal geloof je dat er iets is als er al één sterk argument voor is.

We zullen kijken of er nog meer sporen zijn die ons kunnen leiden tot een God.

Verdere informatie:

Er is heel erg veel informatie in de discussie over evolutie en schepping, vandaar een uitgebreidere bronnenlijst.
Atheïstisch of evolutionisch:

-          Dembski en Ruse – Debating design

-          http://www.millerandlevine.com/km/evol/design2/article.html

-          Walking with beasts & walking with monsters (twee documentaireseries van BBC en Discovery Channel)

-          Dawkins – The blind watchmaker

-          http://en.wikipedia.org/wiki/Evolution (met veel nuttige verwijzingen)

-          http://evolution.berkeley.edu/ (enorm sterke website met talloze artikelen en verwijzingen)

Christelijk:

-          Burgess – Ontwikkeling of ontwerp

-          DVD serie – Incredible creatures that defy evolution

-          Behe – Darwins Black Box

-          Wells – Icons of evolution

-          http://www.iconsofevolution.com/articles.php3

-          Gish – Evolution the fossils say no (enigszins verouderd, maar heel duidelijk)

-          http://www.scheppingofevolutie.nl/

-          http://www.answersingenesis.org/

Na bijna twee maanden dan het tweede deel van deze serie. In deze tiendelige serie wil ik komend jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God.

Ik wil dit ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

Het tweede spoor: De oorsprong van het leven

Atheïsten geloven soms in buitenaardse wezens. Dawkins legt dit heel goed en rustig uit in zijn the God delusion. Als er op deze wereld leven is ontstaan, waarom zou leven niet op een andere planeet kunnen evolueren?

Hij heeft hierin gelijk. Er zijn natuurlijk wel bepaalde premissen voor leven, maar het kan natuurlijk zijn dat een wezen zo evolueert dat hij deze premissen niet meer nodig heeft.

De evolutietheorie is momenteel één van de populairste theorieën die het ontstaan van leven verklaren.

Wie de Bijbel leest en dit ook gebruikt als accurate bron kan niet anders zeggen dan dat leven is begonnen door Gods hand.

Volgens de (atheïstische) evolutionaire tijdlijn is er zo’n 4.6 miljard jaar geleden een moment geweest waarbij de zon allerlei dingen aantrok. Van die allerlei dingen zijn er dingen op elkaar gebotst en hieruit is onder andere de aarde ontstaan. De maan ontstond iets later.

4.1 miljard jaar geleden begon de korst van de aarde af te koelen, waardoor het hard werd.

Rond deze tijd ontstond ook het leven. Waarschijnlijk door zelfreproducerend Ribonucleïnezuur (RNA). Dit is één van de drie noodzakelijke macromoleculen.

Waarschijnlijk is er toen ook een meteorietenregen geweest waardoor er meer moleculen op aarde kwamen die er uiteindelijk voor zorgden dat de eerste levensvormen konden ontstaan. Dit waren eencellige wezens die zich uiteindelijk eerst aseksueel voortplantten en later ook seksueel. Dit kon uitgroeien tot meercellige wezens en uiteindelijk tot ons – de mens. Deze hypothese van panspermia is de meest geloofwaardige theorie die evolutionisten aanhalen als oorzaak van leven. Het probleem hiermee is dat panspermia er vanuit gaat dat er al levensvormen ergens anders waren, zodat ze een levensvorm op aarde konden produceren. Hiervoor moet er dus een begin geweest zijn voor een eerste levensvorm. Deze levensvorm moet dan uit zichzelf zijn ontstaan of door hulp van Iets of Iemand anders.

Als we gaan kijken of het spontaan ontstaan van de eerste levensvorm te controleren is met tests komen we tot de conclusie dat er in elke  test geen leven uit alleen RNA of een andere stof is ontstaan.

Wel is er bekend dat er levensoorten kunnen ontstaan als je bepaalde levende cellen ergens in stopt.

Dit lijkt een bewijs voor het atheïstische geloof dat leven uit zichzelf kan ontstaan, maar het pleit des te meer voor een schepper.

Er is altijd een hogere hand nodig om aan het begin van een (evolutionaire) levenslijn te staan.

Het ontbreken van bewijs blijkt dus te spreken voor een Schepper, die het leven een eerste zet heeft gegeven.

We komen hier ook weer bij het filosofische argument uit het vorige artikel waarin werd aangetoond dat alles een begin moet hebben. We kunnen de volgende regel toepassen op het begin van het leven.

  1. Leven is er niet altijd geweest, dus moet het een begin hebben,
  2. Dit begin wordt niet verklaard door het begrip “leven” zelf,
  3. Leven moet daarom een verklaring van buiten het leven hebben,
  4. Uit niets kan nooit iets (van leven) voortkomen,
  5. Dus moet er een verklaring voor leven dat boven het leven staat zijn,
  6. Dus er bestaat een hogere macht die aan het begin van leven staat,
  7. Dus God bestaat.

Ook dit argument staat niet helemaal vast, want er is nog niet bewezen dat leven uit zichzelf kan ontstaan. Dit neemt niet weg dat dit nog bewezen kan worden.

We zullen moeten zoeken naar andere aanwijzingen om het bestaan van God plausibeler te maken.

Verder lezen:
Atheïstisch:

-          Dawkins – The god Delusion

-          http://phys.org/news193579481.html

Christelijk:

-          Strobel – The case for a creator (vertaald als Feiten genoeg)

-          McGrath – A Fine-Tuned Universe

-          Middleton – The new Flatlanders

-          Geisler, Turek – Ik heb te weinig geloof om een atheïst te zijn

Zie eventueel eerder genoemde literatuur.

« Older entries