Articles by Mischa vd Giessen

You are currently browsing Mischa vd Giessen’s articles.

Hoewel de meeste lezers van deze blog niet zo jong meer zijn dat ze direct tot de doelgroep behoren van dit boek leek het mij erg goed om heir toch een recensie van te plaatsen.
Een theoloog die veel voor jongeren (en vooral prikkelende teksten) schrijft en een jongerenwerker die samen een boek voor jongeren van 16-22 maken.

Het voordeel van de twijfel is een jongerenversie van het boek ‘De stilte van God’, die Sonneveld zelf heeft geschreven. Wat bezield deze schrijvers dan om er ook een jongerenversie van te maken? Matsinger zou beter moeten weten en dus begrijpen dat jongeren weinig lezen. Ze houden gelukkig wel rekening met dit feit en hebben van elk hoofdstuk een korte samenvatting geplaatst op youtube.

Het boek is vooral een erg eerlijk boek. Ze zeggen dat ze niet alle antwoorden hebben (en eigenlijk ook niet echt antwoorden willen geven), maar ze benoemen wel eerlijk de grote twijfelpunten van (christelijke) jongeren. Het doel is dan ook niet om al die twijfel weg te nemen, maar juist om die twijfel te gebruiken om dichter bij God te komen.

Ze nemen een leuk concept door te zeggen dat twijfel door een deur binnenkomt en vervolgens noemen ze die deuren. De eerste vier deuren zijn de standaard opmerkingen (die dus belangrijk zijn!))): ‘Ik merk geen verschil, Christenen zijn niet cool, Ik moet altijd zo veel en God moet iets laten merken’. In mijn werk met jongeren merk ik dat dit grote thema’s zijn en de schrijvers gaan hier erg leuk mee om. Ze gebruiken bijbelse personen om aan te geven dat zulke vragen heel normaal zijn (‘Mozes merkte ook geen verschil’) en leggen vervolgens uit hoe jij wel dat verschil kun merken! Geloof wordt hierdoor iets persoonlijks en het komt heel dichtbij de jongeren.

De laatste drie deuren (‘Ik wil God begrijpen, Liever de makkelijke weg… en Het moet wel logisch zijn’) zijn wat pittiger en frustrerender omdat het ingewikkelder is. Met teksten als ‘liefde neemt soms een omweg’ moet de lezer alsnog veel extra vragen gaan stellen en komt er weinig nieuws om de hoek kijken. Hoewel ze mooie titels gebruiken (‘De oerknal wijst naar God’), lukt het ze niet om hier het apologetische verhaal goed te mixen met de jongerencultuur. Er komen wat ad hoc antwoorden en hoewel ze goed duidelijk maken dat geloven redelijk logisch is mist het hier helaas aan de diepte die deze vragen wel nodig hebben.

Conclusie:

Matsinger en Sonneveld doen precies wat ze beloven. Uitleggen dat twijfel een goed iets is (voor ouders: geloofstwijfel houdt in dat de jongeren ten minste bezig zijn met God) en dat er ook vele bijbelse personen twijfelden. Het is dus geen zonde. Daarnaast proberen de schrijvers te sturen richting (soms moeilijke) antwoorden.

Voor jongeren is het een erg goed boek, wat makkelijk leesbaar is en ook zeker zal bijdragen aan de geloofsgroei van de jongeren die dit lezen. Tegelijkertijd zal dit boek voor iemand die niet twijfelt geen tot weinig meerwaarde hebben voor zijn/haar geloof.

Tip: een leuk boek om te geven aan een twijfelende jongere.
___________________________________

Het boek ‘Het voordeel van de twijfel’ is te bestellen bij de plaatselijke (christelijke) boekhandel.
De filmpjes zijn hier te bekijken.

Uitg. Buijten en Schipperheijn B.V.
156 pagina’s
ISBN13: 9789058818218

Zeeën van recht is een heel erg mooi project van schrijvers voor gerechtigheid (die ondertussen een tweede CD “licht aan” hebben). Het idee is dat deze schrijvers een boodschap brengen voor de kerken. Die boodschap komt erg overeen met het Micha-initiatief en dat is dat we goed moeten zijn voor onze SVG_cover_Smedemensen.

Het roept dus op tot (wereldwijde) gerechtigheid. De teksten zijn erg sterk en ze zijn erop gericht om ons alert te maken op het onrecht wat er is (‘Door de ogen van de ander’, ‘waar ga je heen?’), maar er staan ook daadwerkelijke gebeden op (‘Kijken met Uw ogen’). Het is een qua tekst dan ook een erg brede CD die gaat over onrecht van kindsoldaten, tot armoede, tot mensenhandel en hebzucht. Helaas blijven sommige thema’s liggen (denk bijvoorbeeld aan christenvervolging), maar dat is logisch op zo’n eerste CD. Ik denk ook dat ze in samenwerking met het Micha-initiatief nog meer thema’s zullen behandelen.

Muzikaal blijft de CD echter ver achter, ondanks dat er enorm goede muzikanten aan meewerken (zoals Sergej Visser, Elbert Smelt, Matthijn Buwalda en Bas van Nienes) heeft geen enkel nummer zo’n hoog kwaliteitsgehalte dat ik deze CD graag aanzet. Dat is jammer, want de boodschap is echt heel goed, maar zo’n CD zet ik niet graag aan.
Daarnaast hadden ze denk ik beter gebruik kunnen maken van de kwaliteiten van de muzikanten. Buwalda had bijvoorbeeld een klein jaar na het uitbrengen van deze CD een eigen CD opgenomen die erg aansluit bij de idee van gerechtigheid, maar die is tekstueel meer beeldend en muzikaal een heel stuk sterker. Daarbij moet wel gezegd worden dat Zeeën van recht een kerk-cd is, liedjes om te zingen in de kerk, en dus moeilijk muzikaal kan uitbreiden.

Concluderend kan ik zeggen dat het initiatief erg goed is van schrijvers voor gerechtigheid, maar ik hoop echt dat  ze op komende CD’s ook aandacht gaan geven aan het muzikale aspect.

Zeeën van recht (en Licht aan)  zijn te bestellen via http://schrijversvoorgerechtigheid.nl/
Je kunt daar ook direct de akkoorden downloaden om de liedjes zelf te spelen.

Voor de mensen die zich bezig houden met het creationisme loont het zeker om Duitsland in de gaten te houden. In tegenstelling tot sommige Engelse en
AmerikaanEvolutie Het nieuwe studieboekse organisaties blijkt dat het Duitstalige gebied zich nog steeds beroept op wetenschap en ook duidelijk het verschil ziet tussen geloof en wetenschap. Dit biedt zeker weer een andere visie op creationisme.

Zo begint het boek “Evolutie” al anders dan de meeste andere creationistische boeken. Ze geven eerlijk toe dat ze soms doen aan ‘grensoverschrijding’, zeker als ze spreken over het Bijbelse model. Tegelijkertijd zeggen de schrijvers ook dat dit niet hun bedoeling is, het is hun bedoeling om een wetenschappelijk boek neer te zetten, vandaar dat deze grensoverschrijdingen plaatsvinden in aparte kopjes en in het laatste hoofdstuk van het boek. De rest van het boek proberen ze te schrijven vanuit een neutraal uitgangspunt.

Het gehele boek heeft de uitstraling van een handboek. Dit is positief omdat het zo enorm goed gestructureerd is. Zo begint het boek met een wetenschapstheoretische basis, daarna met een introductie en dan pas met onderwerpen als evolutie op organisme-niveau, moleculaire evolutie, vergelijkende biologie en dan pas met de interpretatie van fossielen om vervolgens te eindigen met een grensoverschrijding om het scheppingsmodel uit te leggen.

Het nadeel van een handboek is dat er weinig noten instaan. De echt belangrijke onderzoeken worden wel vermeldt met namen en af en toe met de onderzoeksnaam, maar in vergelijking met andere onderzoeken zijn er relatief weinig noten. Wel is er een uitgebreide bibliografie per onderwerp.

Een groot positief punt van dit boek is dat Junker en Scherer zich bij hun leest houden. Ze houden zich bezig met hun eigen onderzoeken en onderwerpen waar ze zelf ook kundig bij zijn. Ze zijn dus ook niet bang te erkennen dat zij iets niet weten en dat ze hulp hebben gevraagd aan andere experts. Dit komt de betrouwbaarheid ten goede, zeker omdat dit een veelgehoorde klacht is tegen creationisten (zeker in het populaire circuit zie je dat veel mensen uitspraken doen over andere takken van wetenschap dan hun eigen).

Dit boek brengt ook eindelijk een erg sterke wetenschappelijke basis voor een scheppingsmodel. Veel Nederlandstalige boeken richten zich op het grote publiek en vervallen daardoor snel in bekende creationistische mantra’s. Junker & Scherer richten zich vooral op de academici en dan nog met name de biologische tak.
Uitgeverij de Oude Wereld neemt daardoor een risico dat ik prijzenswaardig vind. Ze durven een boek te vertalen waarvan ze weten dat het nooit een bestseller zal worden. Tegelijkertijd zijn zulke boeken noodzakelijk. Boeken als Feiten genoeg, Moderne wetenschap in de  Bijbel en Hoe bestaat het? zijn leuk en nuttig, maar tegelijkertijd zijn ze geen echte optie voor de biologen in dit land. Mijn hoop is natuurlijk dat er nu ook zulke boeken zullen komen voor geologie en andere grote wetenschapstakken.

Een laatste compliment moet nog worden gemaakt naar de vertaler. Het is een enorme kluif om zo’n boek te vertalen en hoe men moet omgaan met specifieke begrippen, maar de vertaler maakt dit tot een goed leesbaar Nederlands verhaal!

Hoewel dit boek niet in elke christelijke boekhandel zal liggen, geeft het wel een erg sterke verdediging van het Bijbelse scheppingsverhaal. Het is daarom voor iedereen die zich interesseert in creationisme of evolutie een must-read.

Het boek is te bestellen via de onderstaande link:
http://www.johannes-multimedia.nl/product_info.php/products_id/4410

Uitgever: De Oude Wereld / JMM | Johannes Multimedia / JMM
Omvang: 336 pag.
ISBN/Art.nr.: 9789057982675

Leuk om te vermelden is dat dezelfde organisatie ook een hoofdstuk heeft gemaakt, voor biologie in de bovenbouw, wat gaat over evolutie.
http://www.oude-wereld.nl/nieuw/1012-evolutienieuwcompleet

Wekelijks wordt in deze Bijbelquiz een nieuwe vraag over de Bijbel gesteld, wie het antwoord denkt te weten mag deze als commentaar toevoegen. Het antwoord komt dan de volgende week, zodat iedereen de gelegenheid krijgt om mee te doen in deze Bijbelquiz. En schroom niet om een antwoord te geven, ook al hebben anderen al eerder een poging gedaan.

Antwoord van de vorige keer:
Jonas, in Matt 16:17 lezen we Simon Bar Jonas (Simon zoon van Jonas)

Bar is Aramees voor zoon, in het Hebreeuws zou er Ben hebben gestaan.

De vraag van deze week:

De film Noah is deze week in première gegaan, dus laten we een leuke vraag over Noach stellen. Hoe lang zat de Ark vast op het gebergte van Ararat voordat Noach zijn raaf liet vliegen.

Door de ijzige wind was het behoorlijk aangenaam om bij Felix Meritis binnen te komen. Een mooi gebouwtje gevuld met allemaal soorten mensen. Vooral studenten en (waarschijnlijk hun oudere) docenten leken behoorlijk vertegenwoordigd te zijn. Na een lekkere bak koffie mochten we al snel doorlopen naar een leuke zaal waar de vier “heerlijke” heren al klaar stonden.

Na een korte introductie mocht de eerste van de vier heren – Stefan Paas – het woord nemen. Hij hield zijn standaardpleidooi en legde zo snel uit wat Peels en hij geschreven hadden. Namelijk dat Godsgeloof een basale overtuiging is en dat Godsgeloof daarom dus een ‘normale, redelijke optie, voor normale, redelijke mensen’ is.

Op de vraag over moraal beweerde Paas duidelijk. ‘De wetenschap kan ons niet vertellen wat goed of fout is.’ Hiermee liet hij bewust zien dat atheïsten geen slechtere moraal hebben, maar wel dat zij het niet kunnen rechtvaardigen.

Na een klein kwartier mocht Boudry dan het woord nemen. Boudry hield een “vurig”, maar ongegrond, pleidooi dat God niet zou bestaan en dat dit boek van Paas en Peels daar zelfs bewijs voor was. De “heren theologen” zouden een ‘theïstische tango’ dansen, omdat ze het bestaan van God verwarden met de gelukseffecten van een geloof in God. Hij zei dat Paas en Peels weinig atheïsten hadden gelezen op enkele “parafraseringen” na. Hij eindigt zijn pleidooi natuurlijk met dat het allemaal onzin is en dat religie verklaard kan worden door de intuïtieve geest.

Hoewel het Boudry was die het publiek kenbaar maakte dat Paas het boek van Herman Philipse niet gelezen had, moest Philipse hier toch nog wat over kwijt en begon hij eigenlijk op de man af met een scherpe opmerking: ‘Lees je tegenstanders dan leer je hopelijk wat’. Hoewel het natuurlijk kwalijk was dat Paas dit niet had gelezen, vond ik persoonlijk dat Philipse hier goed mee omging en zo ging hij binnen een halve minuut verder met zijn pleidooi tegen theïsme.

Philipse begon zijn praatje met het onderscheid tussen de goden en over welke “godheid” we het dan zouden hebben. Het bekende praatje van Philipse dat godsgeloof niet berust op betrouwbare kenbronnen gaf hij kracht door te zeggen dat mensen in India ook geschriften en openbaringen hebben, net als de christenen. Daarna begon Philipse met een krachtig argument dat het oneindige niet kenbaar kon zijn voor ons eindige wezens. Door ons eindige begrenzen kunnen wij het oneindige niet ervaren, dus hoe kunnen we dan weten dat zo’n ‘wezen’ wat veel mensen “god” noemen oneindig is? Hoewel ik graag Philipse verdere argumenten ook gehoord had (want die leken origineler!) werd hij onderbroken halverwege zijn blaadje. Zijn tijd was op.

Peels mocht de eerste ronde afsluiten met een korte reactie op Boudry en Philipse. Na het verwijt of Boudry wel het boek gelezen had ging Peels (terecht) snel verder naar Philipse die hij vragen gaf die hij al lang had en ook beargumenteerde dat je prima iets oneindigs kan ervaren, maar niet alles daarvan.

Na bijna een uur geluisterd te hebben naar alle praatjes mocht het echte debat beginnen. Hier kwam al snel uit dat het onderwerp veel te groot was om over te debatteren in één avond. Boudry werd natuurlijk aangevallen op zijn slechte leesgedrag, wat hij met zijn antwoord alleen nog maar meer liet blijken (“ik citeer, jullie zeggen”… “Nee, maar jullie impliceren”… “maar jullie zeggen” op de vraag: “waar zeggen we dat?”). Boudry hoopte denk ik echt mee te kunnen doen, maar naast wat polemische opmerkingen hier en daar (waarmee hij vaak het onderwerp veranderde en zichzelf tegensprak) kon hij weinig echt bijdragen aan het debat. De andere jeugdige spreker Rick Peels verbaasde mij evenzeer, alleen dan de positieve kant op. Met scherpe opmerkingen en antwoorden kon hij goed opboksen tegen Philipse die zich hier toch al zo’n twintig jaar mee bezig houdt. Het publiek kon merken dat de twee aan elkaar gewaagd waren en als Paas zich ermee begon te bemoeien merkte je al snel dat Philipse soms in het nauw kwam.

De avond eindigde met een klein half uurtje vragen stellen, waar alle vier de heren antwoorden op konden geven.

Hoewel je geen duidelijke winnaar kon toewijzen aan het einde van het debat denk en hoop ik dat het debat wel weer wordt opgepakt. Het niveau van het debat was zeker nog niet op het hoogtepunt. Het was hopelijk de aftrap van een hoop meer gesprekken die komen gaan. Ik hoop dat er serieuze geluiden van Nederlandse bodem mogen komen die verder gaan, of een andere weg inslaan, dan het evolutiedebat (wat nu terecht nog soms gevoerd wordt), maar over het debat of Godsgeloof redelijk (zo niet noodzakelijk) is.

Bekijk hier het debat terug: http://www.eo.nl/geloven/nieuws/item/live-nationaal-religiedebat/

Ruim 2 jaar terug heb ik al eens geschreven over de idee dat middeleeuwers dachten dat de wereld plat was. Dit is natuurlijk onzin en er zouden misschien mensen geweest zijn die dit geloofden, maar dat zal niet een wijdverspreid idee geweest zijn.

Ook vanuit de kerkgeschiedenis is er geen enkele aanwijzing dat mensen geloofden dat de wereld plat was. Vaak hoor ik het commentaar dat de kerk de wetenschap teruggehouden zou hebben door de mens dom te houden. De platte aarde zou volgens die mensen ook een strategie geweest zijn van de kerk om mensen onwetend te houden. Hoewel hier geen enkel bewijs voor te vinden is, hoor je toch nog vaak zo’n borreltafel-argument.

Grappig om te vermelden is dat er al in de vroege kerk een duidelijk beeld was van een ronde aarde. Zo heb je bijvoorbeeld een vijfde-eeuwse Traditio Clavium in een graf van ene Nemesius, waar Christus zittend op de wereldbol wordt uitgebeeld. Traditio Clavium betekend “overdracht van de sleutels” en werd vaak afgebeeld in een graftombe. Dit verhaal van de overdracht van de sleutels staat opgeschreven in Mattheüs 16 en is een van de bekendste verhalen in de katholieke kerk aangezien mensen vaak het pausschap hierop terug laten vallen.

Opvallend is dat de Traditio Clavium in het graf van Nemesius niet de enige is met Christus op een wereldbol. Op een mozaïek in Costanza staat ook een Traditio Clavium afgebeeld, waar Christus ook op een wereldbol zit. Deze afbeelding is gemaakt in het einde van de 4e eeuw, dus het was blijkbaar een normale manier van denken in de 4e en 5e eeuw dat de aarde rond was en voor christenen was het zeker normaal dat Christus daar boven stond. Hij heerste over de aarde, dus zat Hij op de aarde.

Christus heerst over de ronde aarde en dat geloofden ze in de middeleeuwen ook al.


De Traditio Clavium uit 370 in Costanza. Afbeelding afkomstig van wikipedia.

Nog precies een week en C.S. Lewis zou vijfenzestig jaar geworden zijn. Deze verjaardag zou hij niet meemaken. Vijftig jaar geleden – op 22 november 1963 overleed Lewis.

Clive Staples Lewis heeft een grote rol gespeeld in de christelijke wereld, maar ook buiten de christelijke wereld. Nog steeds worden er verfilmingen gemaakt van zijn bekende boekenreeks Narnia. Jack, zoals Lewis zich liever liet noemen, heeft een prachtig oeuvre achtergelaten. Hij schreef over geschiedenis, hij beschreef fantasieën, hij schreef kritische werken over de maatschappij en gedichten, maar bovenal schreef hij over God.

Biografie
Vanaf het moment dat Lewis kon schrijven, schreef hij samen met zijn broer, “Warnie”, fantasieverhalen. Hoewel het altijd een gelukkig gezin was, kwam er een zwarte deken over Lewis’ jeugd door het sterven van zijn moeder aan kanker. Hij verliest mede hierdoor zijn geloof en besluit atheïst te worden. Hij raakte nog meer geïnteresseerd in mythes en probeerde daar het diepe verlangen van vreugde te vinden.

Nadat hij gevochten had tijdens de eerste wereldoorlog studeerde hij af en werd hij al snel een filosofiedocent en later ook nog docent Engelse literatuur bij Magdalen Collega (Oxford).

Hij was één van de knappe koppen in Oxford en raakte al snel in contact met andere geleerden  zoals J.R.R. Tolkien (bekend van Lord of the Rings), Owen Barfield en Hugo Dyson.
Er werd al snel een groep gevormd die ze de Inklings (inktlui) noemden. Hier werden diepe, maar ook hele luchtige gesprekken gevoerd. Tolkien en Dyson hebben veel gesprekken met Lewis gevoerd, die uiteindelijk bijdroegen aan de bekering van Lewis naar het christendom.

Lewis zette zich vanaf dat moment in om het christendom uit te breidden en te verdedigen. Hij schreef vele apologetische werken, waar onversneden christendom zeker de bekendste van is, maar ook in zijn romans of kinderverhalen kwamen zijn ideeën over God naar voren.

Later trouwede Lewis met Joy Davidman, zodat ze in het United Kingdom zou kunnen blijven wonen. De dokters constateerden echter al snel hierna kanker bij Joy en ze wilden een “christelijk huwelijk” sluiten. Op 21 maart 1957 trouwden ze dan ook weliswaar in het ziekenhuis, maar wel door een dominee. Drie jaar later zou Joy sterven aan haar ziekte. Lewis’ leven stortte in. Hij schreef, onder een pseudoniem, een boek (verdriet, dood en geloof) waarin hij zijn twijfels, zijn boosheid openlijk opschreef. Ook in dit boek blijkt Lewis’ enorme belezenheid, maar vooral ook zijn grote geloof. Hij eindigt het boek met een Latijnse spreuk uit Dantes werk; ‘Toen keerde ze [Joy] naar de eeuwige fontein ’, waarmee hij doelde op God.

Lewis werd hierna al snel ziek. Op 22 november 1963 viel Lewis op de grond in zijn slaapkamer en zou hij in dit leven niet meer opstaan.

De wereld die hij schiep
Lewis is natuurlijk het meest bekend geworden door zijn Kronieken van Narnia. Hij leende hiervoor heel veel karakters uit de Griekse, Romeinse, Engelse en ook Ierse mythologie. In 5 jaar tijd had hij een wereld gecreëerd die zo populair werd dat er al twee verfilmingen van zijn, de boeken zijn ook vertaald in 41 talen[1]. In deze boeken probeerde Lewis fantasie een grote rol te geven. De verhalen zijn ook doorweeft met (woord-)grappen, diepzinnigheden en bovenal nadenkers. Lewis stond stil bij de schepping, waarin hij eigenlijk verwijst naar de schepping van deze aarde. Zo stond hij ook stil bij het einde waar hij ook weer heel erg veel verbanden trekt naar onze wereld. Zijn verhalen spreken nu nog miljoenen mensen aan. Dit wordt wederom bewezen doordat er nog steeds verfilmingen van zijn boeken plaatsvinden en er nog steeds nieuwe uitgaves van de boeken gedrukt worden.

Weetjes over Lewis

  1. 1. Hoewel zijn ouders hem Clive Staples noemde, wilde hij zelf “Jack” genoemd worden, wat zijn vrienden en familie ook altijd gedaan hebben.
  2. Veel christenen vinden het enorm mooi er zo duidelijk naar God verwezen wordt in Narnia. Tolkien vond dit maar niets, hij vond dat de diepere laag moeilijker te vinden moest zijn.
  3. 3. Hoewel Lewis vooral bekend is geworden vanwege zijn fictie, heeft hij toch ruim 3 keer zo veel non-fictie geschreven
  4. 4. Lewis stierf op dezelfde dag als John F. Kennedy en Aldous Huxley. Peter Kreeft hier een boek geschreven waar die drie zogenaamd in het directe hiernamaals een gesprek hebben over geloof.
  5. 5. Lewis was altijd bang dat zijn boeken verfilmd zouden worden, want “een mens, die Aslan uitbeeld zou voor mij blasfemie zijn” zei hij.

Wil je meer weten over C.S. Lewis dan kun je zijn boeken nog steeds halen bij de lokale (christelijke) boekhandel. Verder zijn er meerdere biografieën over hem geschreven onder de titel van “C.S. Lewis”, waarvan de nieuwste is geschreven door A. McGrath en de bekendste is geschreven door G. Sayer.


[1] Kelly, Clint, Dear Mr. Lewis, 2006

De laatste paar jaren komt de idee van apologetiek (geloofsverdediging) steeds meer op. Paas en Peels stellen eigenlijk in hun nieuwe boek eerst de vraag of dat wel nodig is en later beantwoorden ze enkele vraagstukken.

In het eerste gedeelte van het boek spreken ze lang en uitgebreid over de idee dat je God helemaal niet hoeft te bewijzen. Nergens worden zoveel argumenten gevraagd, alleen bij religie is het zo.
Ze stellen dus eigenlijk de wedervraag: “geloven, waarom niet?”. Hoewel dit nog niet erg overtuigend is gaan ze hier wel op verder. Er wordt namelijk beargumenteerd dat je niet alleen moet proberen om God te bewijzen. Als jij dit niet gelooft moet je ook argumenten hebben, vinden de schrijvers. Ze komen ook al snel met het argument dat religie of geloof bij de mens hoort. Dus eigenlijk hoef je niet echt argumenten te hebben om te geloven in een god.

Nadat ze een betoog hebben gehouden om te zeggen dat je geen argumenten nodig hebt en dat juist ongelovigen dit wel nodig hebben gaan ze juist op die argumenten van atheïsten in.

Hiervoor gebruiken ze een leuk schema, waarmee ze concluderen dat atheïsten borreltafel-, projectie-, A priori- en hypothese argumenten hebben. Ze noemen uiteindelijk 13 van deze argumenten, behandelen ze allemaal en verwijzen ook telkens goed door naar andere literatuur. Uiteindelijk concluderen ze dat geen enkel argument tegen het bestaan van God echt overtuigend is.

Als ze de idee van atheïsme onderuit hebben gehaald op basis van hun eigen argumenten komen ze met een gedeelte waarin ze aangeven dat leven zonder God praktisch onmogelijk is. Hier gaan ze met name in op de idee van de moraal en komen ze met argumenten dat de idee van goed en kwaad ergens gecreëerd moet zijn (lees: de idee van goed en kwaad moet door God gecreëerd zijn).

Ze besluiten het boek netjes met toch een vijftal argumenten voor het bestaan van God. Zoals het kosmologische argument, het idee van bewustzijn, de goddelijke ervaringen, de idee van wonderen en uiteindelijk komen ze met het ontologisch godsbewijs.

Ze concluderen dat er nog talloze andere argumenten zijn, “maar ergens moet het ophouden; dit boek is al dik genoeg”, aldus de schrijvers.

De kracht van dit boek is dat ze niemand willen bekeren met hun werk. Ze zeggen wel dat dit boek kan helpen met de gedachten hierover, maar het is veel meer een apologie die laat zien dat geloven ook redelijk is. Aan het einde van het boek  staat het je dan ook vrij om je verder te verdiepen in het onderwerp (er is genoeg literatuur in het notenapparaat), maar je kunt ook zeggen dat je het boek naast je laat liggen en gewoon verder gaan met je leven. Dat is tegelijkertijd ook de zwakte van dit boek. Het is een opsomming van veel bekende argumenten voor en tegen het bestaan van God.
In een interview (http://www.tukampen.nl/Nieuwsartikelen/Voor_wie_wil_weten_wat_daarboven_is__Rik_Peels_en_Stefan_Paas_over_%E2%80%98God_bewijzen%E2%80%99_en_meer.aspx?objectname=NewsShow&objectId=94) zeggen ze dan ook dat ze graag neutrale informatie in dit vakgebied toevoegen, zodat het gesprek beter openstaat. Want je hebt wel evangeliserende literatuur (ook van atheïsten), maar weinig neutrale basis zodat het gesprek openblijft.

Al met al is het een heel erg goed boek om te lezen. Zeker als jij je voor het eerst wil verdiepen in het onderwerp. Het boek is prettig leesbaar en daardoor kun je je snel door lastige filosofische stellingen heen werken. Om maar met de uitspraak van Atheïst Herman Philipse te eindigen: Het boek is “buitengewoon toegankelijk. Het zou mij niet verbazen wanneer dit on-Nederlandse argumentatieve boek veel weerklank vindt bij mensen van allerlei gezindten en de maatschappelijke discussie over geloofszaken naar een hoger plan tilt”.

God bewijzen is geschreven door Stefan Paas en Rik Peels. Dit boek is in 2013 uitgegeven bij uitgeverij Balans.

Steeds vaker komt de vraag voor of Jezus wel echt God zou zijn. Dit komt met name omdat we te veel vast houden aan ons beeld van monotheïsme of omdat we denken dat Jezus alleen mens was.

Meer dan één God is één

Eerst een paar voorbeelden waarin duidelijk wordt dat JHWH niet de enige God is (in de Drie-eenheid).

Hoewel er vaak wordt getwijfeld of het woord Elohim vertaald moet worden met “Goden” of toch enkelvoud “God”, lijkt dit er toch op te wijzen dat dat God meer is in een eenheid. Hetzelfde lijkt zo te zijn als je de Shema leest: “Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!” (Deut. 6:4) Hier lijkt God te suggereren dat Hij de Enige God is, met meerdere aspecten.

Daarnaast begint de Bijbel al dat God meer is namelijk met “En God zei: Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis”(Gen. 1:26). Later zegt God wederom: “Toen daalde de HEERE neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen waren,  en de HEERE zei: Zie, zij vormen één volk en hebben allen één taal. Dit is het begin van wat zij gaan doen, en nu zal niets van wat zij zich voornemen te doen, voor hen onmogelijk zijn. Kom, laten Wij neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen. Zo verspreidde de HEERE hen vandaar over heel de aarde, en zij hielden op met het bouwen van de stad.”(Gen. 11:5-8) God verwijst weer naar ons en later wordt er weer de Heere genoemd. Dus dit wijst er al op dat God meer dan één is. En dat Hij in deze meerderheid ook één is.

Later zien we nogmaals dat God tot zichzelf spreekt namelijk in Psalm 110:1 De HEERE heeft tot mijn Heere gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten. Jezus speelt later in Mattheüs 22 hier ook op in om Zijn goddelijkheid aan te tonen. Ook in Hebreeën 1:3 zien we dat dit om Jezus gaat.

Beloftes dat Jezus God en Messias zou zijn

In Zacheria 12:10 spreekt God al een belofte uit dat Hij doorstoken zal worden, wat we later terugzien bij Jezus. “Maar over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik de Geest van de genade en van de gebeden uitstorten. Zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben. Zij zullen over Hem rouw bedrijven, als met de rouwklacht over een enig kind; en zij zullen over Hem bitter klagen, zoals men bitter klaagt over een eerstgeborene.”.

Jesaja 9: 5-6 zegt: “Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Aan de uitbreiding van deze heerschappij en aan de vrede zal geen einde komen op de troon van David en over zijn koninkrijk, om het te grondvesten en het te ondersteunen door recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid.”

Deze overbekende kersttekst wijst heel duidelijk op Jezus’ komst en voorspeld dus al dat hij de Sterke God zal zijn en dat Hij de Eeuwige Vader is!

In Jesaja 33 wordt er gezegd dat God ons zal redden en onze Rechter zal zijn: “De HEERE is immers onze Rechter, de HEERE is onze Wetgever, de HEERE is onze Koning; Híj zal ons verlossen.“

En in het nieuwe testament zien we telkens weer dat we door Jezus gered zijn. Want door Hem ontvangen wij genade (Rom. 6:23)

Jezus verwijst naar zichzelf als God

Hoewel er heel erg veel punten zijn waar Jezus verwijst naar het feit dat Hij God is, wil ik er een paar uitlichten.

“Ik ben de opstanding en het leven.” (Joh. 11:25)

“Ik ben het licht der wereld.”(Joh. 8:12)

“Ik en de Vader zijn een.” (Joh. 10:30)

“Ik ben de Weg, en de Waarheid en het Leven.” (Joh. 14:6)

“Niemand komt tot de Vader dan door Mij.” (Joh. 14:6)

“Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien.” (Joh. 14:9)

“Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste.” (Openb. 22:13)

“Jezus zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik” (Joh 8:58)

Deze laatste gaat ervanuit dat Hij gelijk staat aan God. Door zich te verbinden aan het principe van Ik Ben. Dit was zo welbekend onder de Joden, Jezus maakte zich hier voor God uit en de Joden deden wat ze normaal gesproken ook zouden doen als iemand zich voor God uit zou maken. Ze zouden Hem willen stenigen!

Jezus verwijst hier namelijk naar Gods eigen naam, die zelfs niet in de mond werd genomen. Hier zegt Hij dat Hij dat is, waarmee Hij zich onmiskenbaar gelijkstelt aan God (vergelijk Exodus 3).

Jezus verwijst ook naar Zichzelf als goede herder (Joh 10:11), wat gelijk staat aan God (Psalm 23).

“Zo waren er nog veel meer claims dat Hij God zou zijn. Waardoor ik – met C.S. Lewis tot de volgende conclusie kom: “Hij zou ofwel een gek zijn – op het niveau van de man die beweert een gekookt ei te zijn – ofwel de Duivel van de Hel. Je moet een keuze maken. Of deze man was, en is, de Zoon van God; of hij was een gek of iets ergers. Je kan Hem opsluiten als een idioot, je kan naar Hem spugen en Hem als een demon opsluiten; of je kan aan zijn voeten neervallen en Hem Heer en God noemen.” Maar alleen een wijs of morele leraar was Hij zeker niet.” (geciteerd van eigen artikel Sporen naar God 9)

Anderen spreken over Jezus als God

De discipelen zeggen ook meerdere malen dat Jezus God is.

Nathanaël zei: “Rabbi, U bent de Zoon van God, U bent de Koning van Israël” (Joh 1:50)

‘Zij die in het schip waren, kwamen Hem aanbidden en zeiden: Werkelijk, U bent de Zoon van God!’ (Mattheüs 14:33)

‘En Thomas antwoordde en zei tegen Hem [Jezus]: Mijn Heere en mijn God!’ (Johannes 20:28)

Paulus predikte ook over de Heere Jezus Christus (Handelingen 28). Daarmee wordt aangetoond dat Lukas en Paulus Jezus dus ook als God zagen.

Stephanus bidt zelfs tot Jezus: “Heere Jezus, ontvang mijn geest.” (Hand. 7:59)

Paulus ziet Jezus ook als Schepper (Kol. 1) evenals Johannes (Joh. 1).

God zou ook mens worden

Vaak wordt er getwijfeld of Jezus wel God is, omdat Jezus een mens was. Een paar teksten helderen dit op. Johannes 1:14 zegt heel duidelijk: “Het Woord is mens geworden.”

En in de Fillipenzen-brief wordt het helemaal duidelijk waarom Hij dan mens is geworden:

“Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was, Die, hoewel Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood. Daarom heeft God Hem ook bovenmate verhoogd en heeft Hem een Naam geschonken boven alle naam, opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen elke knie van hen die in de hemel, en die op de aarde, en die onder de aarde zijn, en elke tong zou belijden dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God de Vader. “ Fillipenzen 2:5-7

Laat dan ook elke tong belijden dat Jezus Heer is!

Enkele andere leestips:

http://kiel0.home.xs4all.nl/is_jezus_god.htm

http://y-jesus.org/dutch/wwrj/3-is-jezus-god/

http://www.bijbelaantekeningen.nl/blog/2013/06/04/sporen-van-god-9-is-jezus-god/

Weet magazine bestaat drie jaar en mag D.V. binnenkort het 10.000-ste lid begroeten. Reden om te kijken wat de makers van Weet Magazine eigenlijk bezielt!

Geloof combineren met wetenschap

Het christelijke, populair-wetenschappelijke tijdschrift Weet Magazine bestaat drie jaar. Dat mag gevierd worden! Het blad groeit namelijk als kool, ook in crisistijd. De 10.000-ste abonnee mag binnenkort D.V.  worden begroet. Kennelijk is er bestaansrecht voor zo’n christelijk blad dat geloof en wetenschap combineert. Maar wat is dat bestaansrecht dan precies? Wat bezielt de makers van Weet Magazine? We vroegen het uitgever Ringer Otte en eindredacteur Johan Démoed.

Drie jaar geleden lanceerde Christelijke Tijdschriften, uitgever van het familieblad GezinsGids en BimBam, een nieuw populair-wetenschappelijk tijdschrift: Weet Magazine. Het magazine richt zich met name op studerende jongeren en jongvolwassenen, maar de praktijk leert dat er ook heel veel andere lezers zijn die het blad waarderen.
Weet Magazine verschijnt zes keer per jaar en telt standaard 52 pagina’s. Een jaarabonnement kost slechts €22,95. “Op die manier hebben we de kosten van het afsluiten van een abonnement laag kunnen houden. We moeten in deze tijden immers allemaal op de kleintjes letten”, licht eindredacteur Johan Démoed toe. “Een ander voordeel hiervan is dat je maar liefst twee maanden de tijd hebt om ervoor te zorgen dat de inhoud van Weet Magazine tot in de puntjes is verzorgd. Want het luistert heel nauw: we willen zo veel mogelijk proberen om foutjes te voorkomen. De lezer moet ervan uit kunnen gaan dat we geen onzin verkondigen. Daarmee staat of valt je bestaansrecht.”

Dubbele bodem
“De voornaamste doelstelling van het magazine is te zorgen voor kennisoverdracht, een stukje toerusting”, aldus uitgever Ringer Otte. „Andere populair-wetenschappelijke tijdschriften, zoals Kijk en Quest, gaan bij de uitleg van wetenschappelijke feiten uit van de evolutietheorie. Wij hebben een ander uitgangspunt. Wij zeggen niet dat we van een eencellige afstammen. Voor ons is het verslag in Genesis richtinggevend. We zijn creationistisch georiënteerd en nemen de Bijbel zoals hij is; van kaft tot kaft. Dat betekent dat we de feiten soms opnieuw moeten duiden. Die duiding is dan heel anders dan in seculiere bladen gebeurt. Dat maakt het voor abonnees juist ook interessant om Weet Magazine te lezen. De inhoud van ons blad vind je niet gauw terug in andere media. In die zin heeft de leus ‘brengt je bij kennis’ – wat de subtitel van Weet Magazine is – dus een dubbele bodem.”
Waaraan Weet Magazine tegenwicht wil bieden is dat binnen de reguliere wetenschap de evolutietheorie sterk overheersend is. “Het legt eigenlijk een claim op de waarheid”, aldus Otte. Démoed vult aan: „Daarom is het belangrijk dat wetenschappelijke aannames ook vanuit de Bijbelse visie worden belicht. De wetenschap schrijdt voort. Er worden steeds meer ontdekkingen gedaan; zowel op micro- als op macrogebied; achter de microscoop en telescoop, zeg maar. En die nieuwe feiten kun je vaak prima in een creationistisch kader passen; in onze ogen veel beter zelfs dan in een evolutionistisch kader. Denk bijvoorbeeld alleen al aan de complexiteit van de zweepstaart van een bacterie. Die bestaat uit een twintigtal verschillende onderdeeltjes. Als er eentje mist, werkt de staart niet meer. Om zo’n staart evolutionair te laten ontwikkelen – dus door een opeenstapeling van gunstig uitvallende foutjes – zou er ineens een fout moeten zijn opgetreden waardoor toevallig een werkende staart ontstaat, bestaande uit die twintig minuscule onderdeeltjes. Ja, wij zeggen dan: het geloof daarin moet minstens zo groot zijn als het geloof in een Ontwerper, die dit zo in elkaar heeft gezet.”

Geloofstoerusting
Démoed benadrukt dat het niet de bedoeling is dat Weet Magazine een soort anti-evolutionair tijdschrift wordt. „We willen zeker geen fundamentalistisch blad zijn, dat als enige doel heeft het gelijk van de Bijbel te bewijzen. Dat is niet ons primaire doel. Achterliggende gedachte is dat de Bijbel geen bewijs nodig heeft: het is immers het feilloze Woord van God. Wie zijn wij om daar iets aan toe te voegen? Wel plaatsen we wetenschap in een Bijbelse context, zonder de feiten daarbij geweld aan te doen natuurlijk. Onze artikelen hebben niet de teneur: ‘Zie je wel, de Bijbel heeft toch gelijk!’ De lezer mag zelf de conclusie trekken of de feiten bevredigend genoeg zijn om in de Bijbelse context passen. In die zin doen we ook aan een stukje geloofstoerusting. In gesprekken met andersdenkenden kun je beschrijvingen uit Weet Magazine prima gebruiken.”
De vraag is niet of de onderzoeksfeiten kloppen, vult Otte aan. „Daarover bestaat meestal geen twijfel. Het gaat erom dat er met die aannames een werkelijkheid wordt neergezet over iets waar vaak geen volledige duidelijkheid over bestaat. Ze zijn opgesteld vanuit een bepaald beginpunt, iemands wereldbeeld. Doorgaans is dat het atheïstische wereldbeeld; de evolutietheorie sluit daar naadloos bij aan. Het scheppingsmodel heeft in deze discussie wel degelijk recht van spreken. Helaas wordt er meestal niet voor gekozen om het vanuit die kant te belichten. In Weet Magazine doen we dat juist wel. Dat verklaart ons bestaansrecht in het veelkleurige medialandschap dat Nederland kent.”

De redactie van Weet Magazine gaat ervan uit dat de aarde relatief jong is en dat er sprake is geweest van een wereldwijde zondvloed. „Door deze insteek te nemen doen we in feite niets anders dan wat redacties van Kijk of Quest doen. Zij nemen hun geloof in de evolutieleer als uitgangspunt, wij ons geloof in de scheppingsleer. Het mooie is dat, bijvoorbeeld in de geologie, er tal van aanwijzingen zijn dat zo’n wereldwijde zondvloed zich ook echt heeft voorgedaan. Daar kun je eigenlijk niet onderuit”, aldus Démoed (zie onderstaand kader).

Vier zondvloedaanwijzingen

1. De zeespiegel is wereldwijd in het verleden minstens honderden meters hoger geweest dan nu. Daar is in de geologie algemene overeenstemming over.
2. De hoge zeespiegel leidde tot de afzetting van mariene (door oceanen afgezette) aardlagen op de continenten, die vaak grote delen van de continenten beslaan.
3. De aardlagen uit het Paleozoïcum en Mesozoïcum vertonen uniforme stroomrichtingen; ze zijn allemaal vanuit een bepaalde richting afgezet. De vorming van zulke patronen wordt tegenwoordig niet meer op aarde waargenomen.
4. De geologische processen (zoals sedimentatie, erosie, tektoniek en vulkanisme) hebben op dit moment een veel te hoge snelheid. Als je die hoge snelheid toepast op aardlagen uit het verleden, dan leidt dat tot een conflict met de veronderstelde ouderdom van deze aardlagen. Om een voorbeeld te geven: met de snelheid waarmee continenten nu eroderen zouden continenten binnen 35 miljoen jaar onder de golven zijn verdwenen, terwijl ze in de standaard geologische tijdschaal meer dan 500 miljoen jaar oud zouden moeten zijn.

Peer review
Aan het blad werken zo’n vijftig auteurs mee. Vaak zijn die afkomstig uit wetenschappelijke kring en schrijven ze over het onderwerp waarin ze zijn gespecialiseerd. De artikelen van Weet Magazine worden ook door deskundigen gelezen (peer review) voordat ze in het blad komen. “Dat kost best veel tijd, maar is noodzakelijk”, licht Démoed toe. “We willen er gewoon zeker van zijn dat de lezer iets voorgeschoteld krijgt wat klopt. Dat is ook wat God van ons vraagt. We moeten ons huiswerk goed doen voordat we over zulke onderwerpen schrijven en spreken. Of er zegen op het werk zal zijn, mogen we aan gelukkig aan God overlaten.”

Dit artikel verscheen eerder in aangepaste vorm in het Reformatorisch Dagblad.

Meer informatie over Weet magazine is hier te vinden.

« Older entries