Aan het woord

You are currently browsing the archive for the Aan het woord category.

De Erasmus Universiteit heeft jullie hulp nodig. Yes, de hulp van jullie, christenen! We zijn onlangs begonnen met een onderzoek naar hoe christenen apps gebruiken zoals de Bijbel, Bible in One Year, Dagelijks Brood. Ik ben hier zelf ontzettend enthousiast over; hoe tof dat er nu academische aandacht is voor hoe wij ons geloof beleven en vormgeven.

Het onderzoek is gestart door Jason Pridmore (P.h.D.) en Michelle Tuk. Help alsjeblieft door de vragenlijst in te vullen. Het kost je ongeveer tien minuten van je tijd. De vragenlijst is beschikbaar in vijf talen (Nederlands, Engels, Frans, Duits en Spaans), dus kies vooral de taal waar jij je fijn bij voelt. Niet alleen ben ik je dan eeuwig dankbaar, maar je zal ook iets hebben toegevoegd aan de academische wereld Alvast hartstikke bedankt!

De link naar de vragen is: https://erasmushcc.qualtrics.com/jfe2/form/SV_6Ral0TkXoU0nvCd

Tags:

Het is altijd weer leuk om een nieuwe website aan te kondigen, die boordevol mooie dingen staan. Morgen op 1 september wordt nl. de website Puur Vrouwen gelanceerd.

Puur Vrouwen is dé website voor vrouwen die willen leven volgens Gods woord (de bijbel). Interessante artikelen over het huwelijk, gezin, (t)huis, en lifestyle. Maar ook lees je DIY’s, interviews en laten we je elke week de leukste producten zien. Allemaal gebaseerd op de basis van het christelijke geloof, de bijbel.

Je bent ook welkom om mee te praten over alles wat bij het leven van een christenvrouw komt kijken in deze community van Puur Vrouwen.

Voorbeeldartikel

‘Mama ik wil mijn prinsessenjurk aan en kroontje op.’ Het is zondagochtend en daar staat ze. In haar donker roze prinsessenjurk met haar tiara scheef op haar blonde haren. Haar ene lange handschoen aan, de andere in haar hand. De glitters en het roze zijn bijna oogverblindend maar ze straalt. We staan op het punt om naar de kerk te gaan, om onze Koning te ontmoeten. En onze kleine prinses is er klaar voor.

Wij zijn Koningskinderen daar is geen twijfel over mogelijk. Lees dit vers maar eens:

Johannes 1:12 Doch allen, die Hem aangenomen hebben, hun heeft Hij macht gegeven om kinderen Gods te worden, hun die in zijn naam geloven.

Zodra wij Gods vergeving aannemen en Jezus volgen kunnen wij onszelf kinderen van God noemen. Je bent een kind van de allerhoogste Koning, de Koning die eeuwig regeert. Wij zijn Zijn kinderen. Prinsessen dus! Koninklijk bloed (het bloed van Jezus) stroomt door onze aderen. Blauw bloed.

Amalia, Alexia en Ariane weten natuurlijk al hoe dat is, een echte prinses zijn. Wie weet drinken ze met de belangrijke visite wel alleen maar uit Chinees porselein. En ligt er in hun kamertje geen Ikea laminaat van nog geen tientje per vierkante meter, maar prachtig dik rood tapijt waar je zelfs op zou kunnen slapen, zo zacht. Hun kleren handgemaakt, kleine pareltje op hun jurkjes aangezet. Oorbellen van echte diamanten in plaats van kleine nep steentjes.

Moet je nagaan hoe wij straks zullen leven. Niet gelimiteerd door een boekhouder zal God helemaal losgaan op de inrichting van onze paleisjes. Niks geen gladde kinderkopjes op de straten, maar prachtig 24 karaats goud ligt er tussen onze woningen. En op ons hoofd zal geen plastic goedkoop kroontje van de Action zijn, maar een gouden kroon. Met diamanten, smaragden, edelstenen en parels bedekt. Te zwaar om te dragen waarschijnlijk maar daar zullen we dan geen last van hebben. Dit allemaal omdat wij Zijn kinderen zijn. Koningskinderen.

Lees verder

Astrid (24 jaar) is echtgenote, moeder van twee jonge kinderen en vooral vol van God. Als blogger en auteur vind ze het tijd voor een leuke website die andere christelijke vrouwen zal inspireren, om te groeien in hun geloof en wandel met God. Ze wil graag ook aan andere vrouwen laten zien dat het zijn van een dochter van God, helemaal niet stijf en strak is. Maar dat wij uniek geschapen zijn, en allemaal geroepen zijn om Hem uit te stralen naar deze wereld.

De website van Puur Vrouwen en de communitypagina.
NB. De website is pas vanaf 1 september toegankelijk!

Tags: ,

Sinds Trouw op maandag 2 februari een interview afdrukte met dominee Edward van der Kaaij, die vertelde te hebben ontdekt dat Jezus niet heeft bestaan, zijn er historici die de krant de maat nemen. Ik ben een van die historici: nog op die maandag heb ik mijn wekelijkse stuk op de nieuwssite Sargasso benut om uit te leggen dat er iets mis was gegaan. Wat brengt een dominee op het idee dat Jezus niet bestond? Waar bemoeien historici zich mee? Wie zijn de verkondigde Jezus, de historische Jezus en de mythische Jezus? Wat is eigenlijk het probleem?

Hoezo, Jezus heeft niet bestaan?

Klopt. Jezus’ historiciteit staat niet ter discussie en heeft ook nooit ter discussie gestaan. Dominee Van der Kaaij is het slachtoffer van desinformatie. Hij is eerder beklagenswaardig dan boosaardig.

Oké, desinformatie dus. Maar waar komt die vandaan?

Dat is een lang verhaal. Het eerste wat je moet weten is dat je de Bijbel op verschillende manieren kunt lezen. Een gelovige zoekt in de oude teksten steun voor zijn geloof en inspiratie voor zijn leven. Hij neemt daarbij aan dat de Bijbel door God is geïnspireerd. Een historicus stelt andere vragen. Die wil weten hoe het vroeger is geweest en heeft geen oordeel over goddelijke inspiratie. De gelovige en de historicus hebben geen ruzie. Ze stellen slechts verschillende vragen.

Nu is het geen geheim dat de verhalen in de Bijbel elkaar soms tegenspreken. Zo sterft Jezus in het Evangelie van Marcus met het verwijt dat God hem heeft verlaten en sterft hij bij Johannes met een majestueus “het is volbracht”. Zo zijn er meer tegenspraken. De meeste gelovigen nemen die zoals ze zijn. Ze doen immers niet af aan de boodschap dat mensen elkaar lief moeten hebben.

Als de vraag desondanks acuut mocht zijn, kunnen gelovigen manieren bedenken om de informatie te harmoniseren. Ze kunnen bijvoorbeeld zeggen dat de zegslieden van Marcus en Johannes op verschillende plaatsen stonden en niet hetzelfde hoorden. Zo neutraliseer je het probleem.

Voor historici is zo’n inconsistentie geen probleem. Zij zien in de tegenspraken een aanwijzing voor de eigen boodschap van de evangelisten, voor hun persoonlijke visie. Johannes benadrukt Jezus’ goddelijke natuur, Marcus legt het accent op het onbegrepen lijden. Omdat ze andere accenten leggen, citeren ze andere laatste woorden.

Dat snap ik, maar ik begrijp niet wat dit heeft te maken met het niet-bestaan van Jezus.

Ik zei al dat het een lang verhaal werd. In de negentiende eeuw concludeerden namelijk steeds meer onderzoekers – theologen en historici – dat er wel erg grote verschillen waren tussen wat de kerken zeiden dat Jezus had geleerd en wat Jezus zélf had gezegd. Marcus vat bijvoorbeeld Jezus’ leer samen met ‘De tijd is aangebroken, het Koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ Het probleem is dat het Koninkrijk van God nog steeds niet is gekomen.

Je kunt nu instemmen met het christelijke argument dat de Kerk, als zij liefde betoont, in feite het Koninkrijk is. Misschien bedoelde Jezus dat ook. De joodse teksten uit die tijd kennen echter niet veel parallellen voor zulk taalgebruik. Als antieke joden spreken over het einde der tijden en “de wereld die zal komen”, is dat zelden een betoog over geïnstitutionaliseerde naastenliefde. Dit is een serieus probleem. Je kunt het aanduiden als het verschil tussen enerzijds de door de kerken verkondigde Jezus, die het onderwerp kan zijn van verering, en anderzijds de historische Jezus, een charismatische joodse timmerman-messias die het onderwerp is van geschiedkundig onderzoek.

Nog steeds zie ik niet wat dit met die dominee heeft te maken.

We zijn er bijna. Alle historici die Jezus-onderzoek doen, accepteren dat de evangelisten hun informatie zó selecteerden dat ze een theologisch punt konden maken. Het onderzoek is erop gericht de zo geboden informatie kritisch te beoordelen en onderscheid te maken tussen informatie die betrouwbaar is en informatie die meer zegt over de evangelist dan over Jezus. Zoals ik al zei hebben de meeste gelovigen hier niet zoveel moeite mee, omdat de liefdesboodschap niet in het geding komt.

Er is echter één groep christenen die er wel problemen mee heeft: degenen die geloven dat de Bijbel letterlijk waar is. Mensen dus die de Bijbel niet lezen als een historisch document dat in een antieke context is geschreven door auteurs met specifieke boodschappen, maar als een tijdloze tekst – Gods woord immers – die absoluut altijd waar is. Zulke gelovigen, die de nuanceringen van het historisch onderzoek niet accepteren, kunnen, als ze ontdekken dat de inconsistenties onoverkomelijk groot zijn, alleen een even absoluut standpunt innemen: als de Bijbel niet letterlijk waar is, is ze helemaal niet waar.

Als je dan afvraagt waar het christendom vandaan is gekomen, kom je, om redenen die ik nog zal noemen, al snel uit bij het verouderde negentiende-eeuwse idee dat het is afgeleid van andere, heidense godsdiensten en dat Jezus nooit heeft bestaan. Naast de verkondigde Jezus van de kerken en de historische Jezus hebben we rond 1900 even de mythische Jezus gehad. Die is nu terug van weggeweest.

Er is hierover al veel geschreven. Maurice Casey toont in zijn recente boek Jesus. Evidence and Argument or Mythicist Myths? aan dat degenen die geloven dat Jezus niet heeft bestaan, de “mythicisten”, bijna zonder uitzondering afkomstig zijn uit zeer behoudende christelijke gezinnen of hun informatie over het christendom hebben ontleend aan zulke behoudende kringen. Ik ken dominee Van der Kaaij niet persoonlijk, maar hij past in deze profielschets.

Oké, ik snap het. Voor dominee Van der Kaaij was óf alles waar óf niets. Lezen met aandacht voor de historische context en de specifieke boodschap was er niet bij. Maar zo iemand stuur je toch op bijscholing? Wat is nou het probleem?

Maar Van der Kaaij hééft zich bijgeschoold. Hij vond alleen de verkeerde boeken. Boeken waarin staat dat alle religie is ontstaan uit natuurgodsdiensten en dat het christendom een afgeleide is van de Osiriscultus.

En dat is niet waar?

Nee. Dat alle religie is ontstaan uit natuurgodsdiensten is een theorie van rond 1900. De invloed van Osiris – of Dumuzi, of Mithras, de lijst van veronderstelde heidense voorbeelden is nogal lang – verklaart veel minder dan Jezus’ joodse achtergrond. Dat weten we ook alweer een eeuw. Sinds de ontdekking van de Dode Zee-rollen weten we echter helemáál zeker dat het beeld in de evangeliën van Jezus’ leven en leer perfect past in de toenmalige context.

Goed: de dominee is een integere man die zich het hoofd breekt over de inconsistenties in de evangeliën, vervolgens een te radicale conclusie trekt en negentiende-eeuwse theorieën is gaan afstoffen. Houdt niemand dat tegen?

Opnieuw: nee. Het hedendaagse onderzoek in de geesteswetenschappen wordt slecht uitgelegd. Academici worden immers vooral beoordeeld op de aantallen wetenschappelijke publicaties en niet op de mate waarop zij hun inzichten overdragen aan de gemeenschap.

Terwijl er dus nauwelijks gedegen voorlichting is, biedt het internet allerlei verouderde informatie. Oude boeken worden bij tienduizenden tegelijk ingescand en zijn online gratis te vinden. Actuele, wetenschappelijke literatuur ligt daarentegen op betaalsites, waarna het principe opgeld doet dat bad information drives out good. Daardoor maken negentiende-eeuwse ideeën hun comeback. Je ziet het ook met bijvoorbeeld nationalistische geschiedbeelden.

Welnu, ruim een eeuw geleden is ook even geopperd geweest dat Jezus misschien een mythisch figuur was. In het Derde Rijk schijnen mensen te zijn geweest die liever helemaal geen Jezus hadden dan een joodse Jezus. Meer aanhang heeft de mythische Jezus in feite niet en Van der Kaaij citeert dan ook geen recente wetenschappelijke literatuur. Hij kent vooral Amerikaanse, niet-wetenschappelijke boeken en heeft vermoedelijk niet door hoe oud de daarin vervatte theorieën zijn.

Maar de PKN grijpt nu toch in?

Daar was inderdaad sprake van, maar het is ook tegengesproken. Ik volg de interne kerkelijke discussie echter niet zo. Ik ben historicus en de verspreiding van onzin is voor mij belangrijker.

Maar als het onzin is, verdwijnt het toch wel?

Niet dus. Dit denkbeeld heeft dankzij Trouw alle ruimte terug. Laat ik duidelijk zijn: Trouw mocht beslist aandacht geven aan de ophef rond Van der Kaaij. Die aandacht is echter – en dat is de kern van de zaak – geen reden om hem zo uitgebreid aan het woord te laten over zijn negentiende-eeuwse ideeën. Eén alinea zou genoeg zijn geweest maar Trouw bood hem een interview.

Nu kunnen, en mógen, kranten fouten maken. Als ze die maar herstellen en dat gebeurde niet. Minstens drie historici hebben Trouw gewaarschuwd, waaronder oud-VU-hoogleraar oude geschiedenis Bert van der Spek. Nu weten professoren heus niet alles, maar als iemand die er verstand van heeft de moeite neemt je te waarschuwen, spits je als redactie je oren. Trouw publiceerde op vrijdag 6 februari echter een hoofdredactioneel commentaar waarin de redactie stelde dat de discussie over Jezus’ historiciteit onbeslist was. Men hield dus staande dat de negentiende-eeuwse discussie over Jezus’ bestaan nog actualiteit bezat. En dát is de ontsporing.

Dat geloof ik niet. Je beweert toch niet dat Trouw niet zou weten wat er in de twintigste eeuw aan onderzoek is gedaan?

Dat beweer ik wel. Trouw weet blijkbaar niet dat degenen die de Dode Zee-rollen, de archeologie van Galilea of de antiek sociale verhoudingen bestuderen, geen van allen Jezus’ historische bestaan ontkennen. De historiciteitsdiscussie is alleen actueel in het hoofd van de Trouw-redactie, van een verwarde dominee en van zijn verwarde geestverwanten.

Maar dat kán toch gewoon niet? Zo slecht is Trouw toch niet?

Dat is het verbazingwekkende. Trouw is inderdaad geen slechte krant. Als er fouten worden gemaakt, geeft die krant die toe, zoals nog onlangs gebeurde toen een medewerker artikelen uit de duim bleek te hebben gezogen. Trouw benoemde dat probleem en pakte het aan. Dit keer niet: op 6 februari volhardde de redactie in het standpunt dat de discussie over Jezus’ onbeslist was.

In de week daarna lijkt er toch enig inzicht te zijn gegroeid, maar het kwam niet tot een ridderlijke erkenning dat een fout was gemaakt. De hoofdredacteur schreef op zaterdag 14 februari dat zijn eerdere opmerking “nuance” behoefde, maar dat is nogal een understatement als je net een eeuw wetenschappelijk onderzoek hebt genegeerd. Als je twee pagina’s desinformatie de wereld in hebt geslingerd en in een hoofdredactioneel commentaar dat nog eens hebt bevestigd, kan een terloops opmerking over nuancering alleen worden getypeerd als false balance.

Wat is dat?

Een journalistieke doodzonde. Vergelijk het met de klimaatwetenschap: onderzoekers zeggen unaniem dat de aarde opwarmt en hoewel een goede journalist weet dat er dissidenten zijn, weet hij ook dat die zich vergissen. Als je zulke stemmen teveel aandacht geeft, heet dat false balance.

Het moet echter gezegd: de krant heeft geprobeerd het recht te zetten. Trouw bood ruimte aan theoloog Sam Janse, die in een keurig stuk de argumenten vóór Jezus’ bestaan noemde. Het probleem is dat Janse, die zeker niet zonder verdienste is, weinig weet van hedendaagse wetenschapscommunicatie. Trouw heeft niet gezocht naar iemand die met kennis van zaken én met kennis van voorlichting te werk kon gaan. Nu wordt het hedendaagse onderzoek in de geesteswetenschappen inderdaad slecht uitgelegd, maar er zijn wel een paar mensen die het kunstje verstaan. Trouw heeft die niet weten te vinden.

Wat is er dan fout aan Janses stuk?
Janse beschrijft de niet-christelijke bronnen over Jezus en vermeldt verder dat Paulus nooit polemiseert tegen iemand die hem zei “Zeg Paulus, die Christus van jou, dat is een mythisch figuur, waarom zeg je toch dat hij echt heeft geleefd en is gekruisigd?” Dat is onberispelijk en het is ook wat bijvoorbeeld Fik Meijer zei in een vraaggesprek met de EO. Het is echter niet ter zake. Degenen die denken dat Jezus niet heeft bestaan, kennen die teksten heus wel maar ze hebben er andere verklaringen voor. De vraag is niet welke bronnen er zijn, de vraag is waarom de wetenschappelijke uitleg daarvan beter is.

Ik waardeer Janse, maar dit was slechte voorlichting. Wat hij in feite zegt is: Van der Kaaij legt de bronnen linksom uit, ik leg de bronnen rechtsom uit, en het is zoals ik het zeg, want ik ben hier de echte wetenschapper. Alle vakliteratuur adviseert voorlichters uit te leggen waarom de wetenschappelijke uitleg beter is. Wie wetenschapsjournalistiek bedrijft, moet methodische punten maken. De benadering van Janse – en ook die van Meijer – is een kwart eeuw verouderd.

Waarom is de wetenschappelijke uitleg eigenlijk beter?

Om verschillende redenen. Eén ervan is dat de wetenschappelijke benadering consistent is en die van Van der Kaaij niet. De mythicisten mogen natuurlijk hardere empirische onderbouwing voor Jezus’ bestaan eisen, mits ze die eis tevens stellen aan andere personen uit de Oudheid. Dat doen ze echter nooit.

Een tweede punt is dat historische betrouwbaarheid vaak geen kwestie is van empirische onderbouwing. We nemen aan dat een methode die altijd werkt en onafhankelijk is bevestigd, ook in het geval van Jezus werkt. In jargontermen: we hebben niet te maken met de correspondentietheorie van de waarheid, maar met de coherentietheorie.

Dit is stof die een geschiedenisstudent in zijn eerste semester krijgt aangereikt. Het is ook niet ingewikkeld. Janse had dit best aan de lezers van Trouw kunnen uitleggen. Als wetenschapsjournalistiek was dit onder de maat.

Hoe nu verder?

Ik heb mail gehad van mensen die vinden dat een krant die een hoogleraar negeert, zich moet verantwoorden bij de Raad voor de Journalistiek. Er is bovendien sprake van een ondeskundig rechtgezette false balance. Dat is inderdaad iets waarover de Raad zou kunnen oordelen. Het moet echter ook worden gezegd dat de geesteswetenschappen zich slecht uitleggen. Er zijn verzachtende omstandigheden.

En Van der Kaaij?

Daar ga ik niet over. Het lijkt me geen schurk. Laat de PKN eens rustig met hem praten en uitleggen hoe het Jezusonderzoek in elkaar steekt. Ik denk dat het daar ook wel op zal uitdraaien.

En tot slot: waar leren wij meer?

Hier.

Gastschrijver: Jona Lendering

Dit artikel is eerder verschenen op de weblog van Jona Lendering.

Tags: , , ,

Toen leidde Hij hem naar buiten en zei: Kijk toch naar de hemel en tel de sterren, als u ze kunt tellen. En Hij zei tegen hem: Zo talrijk zal uw nageslacht zijn.

Genesis 15:5 (HSV)

Heb je het weleens geprobeerd op zo’n stikdonkere late avond?
Het maken van de duizelingwekkende optelsom van de hemellichamen in het heelal? Turend met het blote oog of door een geavanceerde goed geslepen telescoop waag je een manmoedige poging!
Het is zo’n onmogelijke rekenopgave die; hoewel ze gedoemd is te mislukken, toch altijd weer een fascinerende uitdaging in zich bergt om datgene binnen het menselijk begripsvermogen te brengen wat eigenlijk ongrijpbaar en niet te bevatten is. Hoewel ik zal blijven pogen en evenzovele malen zal falen deze observatie tot een goed einde te brengen geeft ze mij althans de voldoening van een aantal deelwaarnemingen met een geheel eigen waarde. Daarbij horen voorlopige conclusies. Antwoorden die begonnen met het optellen van sterren maar gek genoeg juist niet kunnen worden uitgedrukt in harde cijfers of getallen. De deelconclusie van mijn eigen beperkte weten en doorgronden is er zo één. Een beginnende notie van het begrip scheppende almacht is een andere. (Psalm 8 ) En dan plotseling met de woorden van bovenstaande tekst wordt ik ook ingevoegd in dit beeld van het sterren heelal, via de belofte aan Abraham.
In de belofte van God krijg ik als Nieuw Testamentische nakomeling inzicht op de sterren. Zij spreken niet langer meer van mijn eindigheid en beperktheid maar bergen ook het beeld van mijn zekere toekomst in zich.

Wie met Abraham uitgeteld raakt is nog lang niet uitgeleerd. In gedachten zie ik hem voor me.
Al tellend. Turend in de sterrenhemel die nog maar zo kort beeld is van Gods beloften. In zijn geboorteplaats Ur was zij “de opengeslagen kansel Bijbel van de gevestigde religie” (Okke Jager) Daarin stond je astrologische toekomst geschreven. Zij zat vol onzekere dreiging en angst voor het onbekende waarin de dag van morgen je onheil en rampspoed van de goden konden brengen. Oude beelden spreken hier dus een nieuwe taal. (zoals ze dat later ook weer zouden doen in de morgenster van Bethlehem die wijzen uit het Oosten leidde)

De ene hand met 5 vingers omhooghoudend en gebruikmakend van de 12 vingerdelen van de pink ring-, middel- en wijsvinger van de andere, telt Abraham. Zo maakt hij zijn keersommen en komt volgens het oude Sumerische telsysteem telkens op 60. Hij zal tijdens dat plussen echt niet vergeten zijn, hoe dit getal de God Anu vertegenwoordigde in het oude Ur. Maar wie met God rekent leert met hem echter ook opnieuw tellen.

Handenvol zegening is ophanden, maar de tijd tikt jaren weg waarin de belofte uitblijft. Zo verstrijkt zij, de dag, het uur in de eindeloze reeks van 60. Gelovig verwachten dooft langzaam uit. De hoge ouderdom van Sarah, De leeftijd van Abraham, … de jaren … beginnen ineens te tellen, als eindeloze sta in de weg voor Gods plan, die eens werden geschreven in de sterren! God lijkt niet waar te kunnen maken. Zelf regelen van eigen zaken ligt op de loer als Hij volkomen tegen de verwachting in toch weer doet wat Hij beloofd heeft.

Laat bovenstaand verhaal een warm pleidooi zijn voor astronomen. Ik wens je nog vele goede observatie uren toe onder een geopende veelbelovende sterrenhemel. Hopend dat je uitgeteld de tel niet meer zult kwijtraken. Wie tussen de planeet mars en de grote beer het lichtspoor bijster is, hij lette op de Morgenster.

Je vingers wijzend naar de donkere lucht probeer je onderscheiden en al plussend uit elkaar te houden?

Dit artikel is geschreven door onze gastschrijver Kees de Leeuw

Tags:

Voor de lezer: Onderstaand verhaal is een allegorie. Een verhaal wat bedoeld is om naast the passion van de EO te leggen om iets duidelijk te maken.

Het was de tussentijd. Hij was gegaan, en wij…wij waren moederziel alleen achtergebleven. Wachtend en uitziend naar de komst. Hij was ons na Pasen verschenen. Zo duidelijk, zo tastbaar. Brood ging naar binnen, Wij hadden z’n wond in z’n zijde gezien. Hij had zich bekendgemaakt en de grauwe sluier van de rouw en de dood weggenomen. Meer dan 500 hadden hem daadwerkelijk gezien. Niet weinig zou je zeggen en overtuigend genoeg. Als zelfs in de mond van 2 0f 3 getuigen al betrouwbaarheid genoeg lag. Echter, helaas waren daar ook die anderen. Betaalde krachten van de overpriesters en schriftgeleerden. Nu na Jezus hemelvaart gingen ze rond. Ze durfden en konden weer nu hij er niet meer was. Hun getuigenverslag vulde Jeruzalem. En het ergste was. Ze werd geloofd en nauwelijks tegengesproken. Hun boodschap venijnig en gemeen, betrok ons in een akelig toneelspel. Het drama van de opstanding in drie bedrijven. Eerste bedrijf : zijn dood Tweede bedrijf: de diefstal van zijn lijk uit het graf: Derde bedrijf: de fake boodschap van zijn opstanding. Daar ging ons evangelie, daar ging het goede nieuws. Ze bleef hangen tussen hemel en aarde als Jezus aan het kruis. Er bestond een behoefte aan herhaling. Konden we het maar overdoen. We zouden minder beduusd en overdonderd hen aan hun haren bij de levende heiland hebben gesleept. Hoewel je na z’n opstanding natuurlijk nooit wist wanneer op welke plek Hij er daadwerkelijk was. Konden we ze maar met hun ongelovige neuzen op de harde heilsfeiten drukken. Konden we maar.. Maar ja……. die kans was verkeken. Het moment van zijn aanwezigheid voorbij.

Het was Petrus geweest die ze had geïntroduceerd. De Griekse dramaspelers. Het had me enigszins verbaasd deze stoere visser met dit toneelgezelschap te zien binnenkomen maar aan de andere kant was het ook wel weer altijd hij die verrassende acties ondernam en daden stelde op de momenten dat je het niet verwachtte.

We hadden ze in Jeruzalem al eens een stuk van Dido zien opvoeren. Zo op een afstandje. Geld voor de zitplaatsen in het theater hadden we uiteraard niet gehad tijdens de navolging van onze arme meester Jezus.. Hun gerucht was hen echter vooruit gesneld in de smalle straatjes van Jeruzalem. Ze waren populair. De mensenmassa droeg hen echt op handen. Ze hadden een geweldig bereik en ze waren in staat het verleden als het ware tot leven te brengen. Ons was verteld hoe het theater zinderde van spanning door hun dramatische kwaliteiten op het moment dat Dido zich van het leven beroofde. Hoe het aanwezige publiek na afloop van deze voorstellingen,, het spektakel zwaar geëmotioneerd en in doodse stilte had verlaten. Ook was opgevallen hoezeer deze emoties raakten aan de onze. Nu wij om zo te zeggen onze Dido ( geliefde) zich hadden zien opofferen. Had ook hij zich niet overgegeven uit liefde voor ons zoals zij zich ter wille van de liefde voor Aeneas in de dood stortte?

Met enige goede wil konden liederen uit dit bekende dramastuk zo gebruikt worden in onze echte boodschap. Andreas, Muzikaal aangelegd had zich al met toewijding op deze taak toegelegd.

Er was wel behoorlijke overredingskracht voor nodig geweest om het toneelgezelschap zover te krijgen het door ons bedachte stuk uit te spelen. Een veel gehoorde klacht was dat men niet echt geloofde dat onze Jezus was opgestaan, terwijl dit gegeven in de door ons geschreven teksten zo duidelijk naar voren kwam . Hierop antwoordden wij steevast dat er op dit moment ook geschriften in omloop waren die het tegenovergestelde beweerden die werden uitgesproken door absolute opstandingsgelovigen. Een argument wat het niet zo geweldig deed bij ons toneelgezelschap.

Thomas bracht in dat ons verhaal ruim voldoende uitdaging bood en publiek zou trekken voor onze toneelspelers. Enkele jonge acteurs werd duidelijk gemaakt hoe deze rol een positieve bijdrage kon leveren aan hun carrière. Dit maakte meer indruk.

Gelukkig was ons door Jozef van Arimathea en Nicodemus een behoorlijke som geld gegeven Zij hadden de schaduw verlaten en stelden het ons als overtuigde gelovigen graag ter beschikking. Mattheus had in z’n functie als hoofdtollenaar om het zo te zeggen wel enige feeling gekregen met het moment waarop je financiën moest inbrengen in een gesprek. Hij nam nu dan ook het voortouw. Na een snelle berekening kwamen we erop uit dat voor ieder van de dramaspelers zo’n 30 zilverlingen beschikbaar was. Nog niet iedereen was overtuigd. Een consequente Griekse toneelspeler gaf aan publiek en privé toch in alle vrijheid te willen blijven zeggen niet te geloven in deze dwaasheid van een gekruisigde God en opstanding uit de dood. We keken een beetje benauwd. Zou dat de echte boodschap waarin wij zo hartstochtelijk geloofden niet ernstig bederven? We stemden toe en kochten van hem een moment van dramatische overtuiging voor een 30 muntig verradersloon. Hij mocht Jezus spelen. De mooiste rol voor de minst overtuigde van het stel.

We hadden succes. Tienduizenden kwamen naar Jeruzalem. Luisterend en kijkend naar de grote dramaspelers. Er werd overtuigend gespeeld en wij voelden de emotie kloppend in onze kelen als we keken hoe Jezus zijn lijdensweg ging. Mensen gingen weg, onder de indruk. Stiller en geëmotioneerder dan na de opvoering van Dido. Keer op keer werd het drama gespeeld en de media-aandacht nam alleen maar toe. Mensen voelden mee met de gespeelde mij, met Petrus. en zelf voor Judas had men sympathie. Ze deden me denken aan de vrouwen in Jeruzalem. De spelers deden hun spel en Christus werd opnieuw gekruisigd.

En toen. Toen brak dag 50 aan… Zij zagen wat aan ons. Onze monden werden plotseling geopend. We konden het eenvoudigweg niet langer voor ons houden. Na alle toneel en façade viel het doek.

En we spraken in wel 1000 talen zodat iedereen begreep en iedereen hoorde.

De bijtende spot kwam weer omhoog. We zouden dronken zijn. We waren het bijna ontwend na de maatschappelijke acceptatie van de afgelopen dagen. De woorden werden ons gegeven.

“.. Jullie … Jullie hebben hem gekruisigd.” Ze keken geschokt, persoonlijk aangesproken na al hun gespeelde medelijden en gekweekte emotie. Ontdaan door de beschuldigende toon.

“Dit… dit is nu wat er in Joel staat.” hoorde ik Petrus naast me jubelen. “God stort uit zijn Geest op alle vlees.” Er begon een andere wind te waaien door Jeruzalem. Ze vulde de pleinen en straten. Doorademde de huizen. De Geest maakte ruimte voor onze Jezus in harten van mensen.

“Wat moeten we doen?” Vroeg de Joods/Griekse toneelspeler wanhopig die nieuwsgierig was komen aanlopen. We keken hem aan en herinnerden ons met een schok onze Heiland weer. Zo totaal anders dan deze man “Keer je om, laat je dopen.” Zo spraken we. Die dag raakten we er 10 duizenden kwijt en wonnen er 3000. In de Hemel was er reden voor feest en wij… wij schaamden ons niet langer voor het Evangelie.

Dit artikel is geschreven door Kees de Leeuw

Tags: ,

Met toestemming van G. Hette Abma en Gerrit Jan Loor onderstaande openstaande brief aan de PKN:

Geachte leden van het moderamen,

Is er dan niets meer heilig? Deze vraag dringt zich aan ons op, wanneer wij vernemen hoe op initiatief van de Vrienden van Sabeel al een aantal jaren ”meditatieve wandeltochten” worden gehouden in het kader van de veertigdagentijd, waar we ons ook nu in bevinden. De aandacht wordt daarbij niet gericht op het lijden van Jezus Christus, maar op het lijden der Palestijnen. In het begeleidend boekje ”Kruisweg van de Palestijnse christenen. Een liturgische reis langs de Palestijnse Via Dolorosa” richten de schrijvers de aandacht niet op de veertien momenten van het lijden en sterven van Christus, maar de staties worden ingevuld met de ”nakba” (”de ramp”) in 1948 (zo wordt de oprichting van de staat Israël door de Palestijnen gezien), de vluchtelingen, de bezetting van 1967, de nederzettingen, checkpoints, de muur enzovoort.

Wie de beschrijving van de liturgische reis bestudeert, merkt hoe er nu een variant van de verwerpelijke vervangingstheologie (de kerk is in de plaats van Israël gekomen) lijkt te ontstaan: de Palestijnen zijn in de plaats van Christus gekomen. Zo worden we op Goede Vrijdag niet zozeer opgewekt om het sterven van Christus op Golgotha te gedenken, als wel stil te staan bij de ellende ten gevolge van de muur. „Jezus stierf aan het kruis, omringd door de overweldigende kracht van degenen die hem gevangen hadden genomen, ogenschijnlijk verlaten door God. Evenzo overweldigt de bouw van de muur de Palestijnen in de Westoever, en het creëert een gevoel van verstoten en verlaten te zijn door de internationale gemeenschap”, zo lezen we in handreiking voor de alternatieve Via Dolorosa.

Met de suggestie om deze tocht uit te laten lopen op een soort viering van „Schrift en tafel” wil men het gewicht nog verhogen. Bij terugkomst kunnen de deelnemers stokbrood in Palestijnse olijfolie dopen en ook is het mogelijk za’atar (hysop!) te laten rondgaan. Je zou het niet willen geloven, maar het staat zwart op wit beschreven.

Zoals vroeger de Joden werden beschuldigd van de kruisiging, horen we nu de beschuldiging dat zij de exclusieve oorzaak zijn van het leed van de Palestijnen. Is het niet ergerniswekkend –nog afgezien van de vraag of er zo niet tekort wordt gedaan aan de uniciteit van het lijden van Hem Die bereid was te sterven tot verzoening van de zonden– dat de schuld van de problematiek eenzijdig bij Israël wordt gelegd? Bovendien is deze monomane aandacht voor het Palestijnse leed een bewijs dat er na een lange traditie van anti-judaïsme thans sprake is van kerkelijk antizionisme. Al decennialang wordt vanuit de Palestijnse wereld een dodelijke terreur tegen Israël uitgeoefend. Stelselmatig verzwijgen de vrienden van Sabeel ook dat de Palestijnse broeders en zusters vooral te lijden hebben onder het falen van hun eigen leiders.

Verbondenheid

Het genoemde boekje is een uitgave van Sabeel, het oecumenisch centrum voor Palestijnse bevrijdingstheologie te Jeruzalem. De Vrienden van Sabeel Nederland droegen zorg voor de vertaling. De publicatie was mogelijk door het samenwerkingsverband van Kerk in Actie met Sabeel. Achter deze schijnbaar onopgeefbare verbondenheid van het centrum voor bevrijdingstheologie met de diaconale organisatie van onze Protestantse Kerk in Nederland zouden wij graag een definitieve punt gezet zien, omdat nu de grens van het toelaatbare is overschreden.

Is het moderamen zich bewust dat er op deze manier wind wordt gezaaid en straks storm geoogst? Wanneer er bij de verantwoordelijke personen van Kerk in Actie bezwaar wordt ingediend krijgen trouwe kerkleden nul op het rekest. Men dendert zonder rekening te houden met anderen door op het zelfgekozen spoor. Dan is het toch niet verwonderlijk dat moedeloos gemaakte kerkgangers besloten hebben de collecte voor de diaconie te boycotten? Al klinkt het een beetje cynisch: dit is een koekje van eigen deeg. Door de steun aan Sabeel bevordert de Protestantse Kerk in Nederland immers een organisatie die ertoe oproept een systeem van economische sancties en een boycot tegen Israël in te stellen. Omdat deze campagne bovendien ook de Palestijnen treft, worden wij bevestigd in de mening dat hier antizionisme de hoofdrol speelt.

Wij verzoeken u om als moderamen de synode van onze kerk te laten beslissen dat nu eindelijk Kerk in Actie de opdracht krijgt om de nauwe samenwerking met Sabeel te verbreken. Elke vorm van financiële steun moet stoppen, alsook de kerkelijke medewerking aan de indoctrinerende Sabeelreizen. Laat er gezocht worden naar politiek minder beladen projecten om het contact met Palestijnse christenen te onderhouden. Bovendien is het dringend noodzakelijk dat de synode op concrete wijze invulling geeft aan de verbondenheid met het volk Israël.

Graag zien wij uw reactie tegemoet.

De auteurs G. Hette Abma en Jan Loor zijn respectievelijk voorzitter en secretaris van werkgroep Vanuit Jeruzalem.

Tags:

Hierbij het tweede deel van de artikelreeks geschreven door Ya’akov Siepman, eerdere artikelen van deze schrijver kun u hier vinden.

Joods historiografische Bronnen

De oudste bescheiden van het Joodse Volk, die tot in de schriftloze oudheid terug gaan, zijn hun geslachtsregisters. Ook in de latere geschiedenis van het Joodse Volk hebben de genealogische registers en oorkonden van een bijzondere waarde. Vooral van de Spaanse en Portugese Joden. Welke zij met bijzondere zorg de overlevering of aantekeningen van hun afstamming hebben bewaard.( men vindt hiervan in Joodse schriften o.a. in het bekende Boek der geslachtsregisters genaamd “Juchasin” van Abraham Zacuta 1452 – 1515 een Sefardische Joodse astronoom, astroloog, wiskundige en historicus. De geslachtsregisters beginnen bij de schepping en eindigden in 1500 “Antonii Bibliothca Hispanica Nova, 1684

Vaak waren ze een afstamming, die niet zelden van adellijke of ridderlijke afkomst waren. Met het genealogisch onderzoek wat o.a. Wagenaar en Koenen verrichte was het uiterst moeilijk in die tijd informatie te verkrijgen. De Joden in 1500 tot 1700 waren huiverig om de achtergrond gegevens van hun voorgeslacht aan niet Joden te verstrekken.
De geschiedenis van de Adel en van die Joden die de Wapenkunde beheersten hadden vaak een zeer duistere voorgeschiedenis. (Joden mochten geen wapens dragen of leren er mee om te gaan) Daarbij komt de onzekerheid van de voor en achternamen van voorouders. Vooral sinds de vervolgingen en de gedwongen bekeringen in Spanje en Portugal.

In navolging van Saulus die na zijn bekering zijn naam veranderde in Paulus, werd dit door de Geestelijkheid goedgevonden dat, gedoopte Joden een ‘andere’ nieuwe naam aannamen zodat ze niet onmiddellijk als van Joodse afkomst herkend zouden worden. Vaak was het ook omdat de bekeerde die met zijn nieuw Christelijk leven begon, ook een Christelijke naam verlangde. De voorbeelden hiervan zijn in de geschiedenis van de Joden van zuidelijke afkomst veelvuldig voorgekomen.
Dikwijls werd er voor een naam gekozen die in overeenstemming met hun oude naam was. Bv. Baruch werd Benedictus, Uriel, in Gabriel, Levi in Leo, David of Daniel in Deodatus. Ook vertaalden zij regelmatig bij het verlaten van hun geboorteland hun naam in de taal van het land waar ze heen gingen. Bv. Belmonte en Schoonenberg, Burno en Bonus is dezelfde geslachtsnaam. Verder waren geschiedschrijvers en auteurs, met Hebreeuwse, Spaanse of Portugese met vrij gewone Joodse geslachtsnamen onbekend. Het laatst genoemde, werden de namen vaak onherkenbaar verbasterd of er werden Spaanse met Duitse namen verwisseld. Van Mesia heeft men Mesias, van Suasso, Schwartzau gemaakt. Op al deze verwarringen moet de geschiedenis onderzoeker bedacht zijn, om de genealogische bescheiden met de berichten van de geschiedenisschrijvers gezamenlijk overeen te komen.

Priesterlijke manuscripten en boeken uit de oudheid waren mede belangrijk om meer over de geschiedenis van het Joodse Volk te weten te komen. Daarvoor zijn ook in latere tijd de Rabbinale en Synagogale optekeningen gekomen. Helaas is er veel door ongunstige tijden verloren gegaan. Helaas hebben de Hoog Duitse en Poolse Joden voor lange perioden geen aantekeningen van hun geschiedenis gemaakt. Bang voor kwalijk gezindheid bij de Christenen hebben ze veel manuscripten, boeken verborgen of ze zijn vernietigd. Ook door onverschilligheid is er veel verloren gegaan. Toen die reden in die tijd geheel of gedeeltelijk wegvielen, was het helaas te laat om onherstelbaar verlies te voorkomen of te redden. Verder is er natuurlijk tijdens, na de Russische Revolutie en daarvoor tijdens de pogroms, en tijdens de Holocaust vanaf 1937 tot 1945 heel veel vernietigt en of zoek geraakt. Mede daardoor is het voor de tegenwoordige geschiedschrijver onaandoenlijk, om al wat er van deze boeken nog mocht bestaan, deze op te sporen. Om toch zoveel mogelijk nauwkeurige aantekeningen van voorgaande schrijvers te honoreren zullen we deze zoveel mogelijk in ons werk gebruiken.

Veel van de vroegere verslagen zijn geschreven door vele Joodse geleerden, Vooral door leraren van Religieuze en landelijke Wetten in Spanje en in Portugal. Ook door de gevluchte Joden uit bovengenoemde landen, die toevlucht in Nederland gezocht hebben is veel te danken. O.a. Immanuel Aboab, geboren in 1555 Porto en gestorven in Venetië in 1628 hij was een Portugees-Joodse geleerde die in zijn “Nomologia” deze werd door zijn erfgenamen in Amsterdam in 1629 gedrukt en uitgegeven.

Veel uitgebreider was het manuscript dat de scherpzinnige geleerde Manasseh Ben Israel Geboren op Madeira 1604, gevlucht in 1610 voor de inquisitie naar Nederland. De veelzijdige Manasseh was een schrijver, een Portugees-Israëlitisch Rabbijn, een geleerde, diplomaat, drukker en uitgever. Hij richtte in 1626 in Amsterdam de eerste Europese Hebreeuwse drukkerij, ‘Emeth Meerets Titsma` ‘ op. Zijn ‘bedrijfslogo’ was een wapenschild met een afbeelding van een bepakte wandelende Jood. Hij is overleden in 1657 te Middelburg. Hij had zich o.a. voorgenomen om de Joodse geschiedenis vanaf de tijd na Flavius Josephus laatste boek een vervolg op te schrijven. Volgens sommige van zijn tijdgenoten zou hij dit werk wel hebben voltooid, maar nooit hebben uitgegeven. Dat hij voor deze werken veel en belangrijke gegevens had verzameld blijkt wel uit zijn ‘Verdediging der Joodse Natie‘ welke in Engeland openbaar werd gemaakt ten behoeve van zijn mede volksgenoten in dat land.
Vindiciae Judaeorum, or a letter in answer to certain questions on the Nation of de Jews, London 1656″. Gelijktijdig schreef hij een pamflet van een soortgelijke inhoud, een smeekschrift gericht aan de Lord Protector van Engeland Oliver Cromwell.1599-1658. (Cromwell and Menasseh) Over algemeen is het toch vreemd in die tijd dat door Joden in Nederland, zich uitlieten over het leed en wezen van volksgenoten in het buitenland.

Een derde Portugese Jood die in Nederland een soort geschiedenis van het Joodse Volk heeft geschreven en uitgegeven is de bekende dichter van die tijd Daniel Levi de Barrios, 1625 – 1701 een Spanjaard van Joodse afkomst, geboren te Montilla. Hij was krijgsoverste in het leger van de koning van Spanje. Vervolgens vluchtte hij naar Amsterdam waar hij de G’dsdienst van zijn Volk in vrijheid kon belijden. Voor het overige gedeelte van zijn leven bracht hij in armoede door. Hij leefde van schrijven en het zingen over de geslachten en hun voorouders van zijn vermogende geloofsgenoten. Enigszins vergelijkend is zijn werk “Historia Universal Judayca, Amsterdam 1683″ waarin eigenlijk niet meer dan enkele anekdoten over voorname Joden uit zijn vroegere tijd uit Spanje te vinden zijn en dus alleen biografisch van belang zijn. Voorts bevat zijn “Relacion de los Poetas y Escritores de la Nacion Judayca Amstelodama, Amsterdam 1683″ ettelijke bijzonderheden van letterkundige aard die toch een opmerking en aandacht verdienen. Ze zijn zeer uitbundig met zeer overdreven toegeschreven lof aan zijn Mecenaten (welgestelde / beschermheren) die hij in zeer hoogdravende taal toe juicht. Dit stuk voelt zo goed aan dat je eigenlijk je bezorgd moet maken over het waarheidsgehalte van zijn manuscripten. In zijn “Triompho del govierno popular y de la antiquedad Hollandesa, Amsterdam 1683″ beschrijft hij de eeuwen van de Joodse geschiedenis. En toont daarbij aan dat zijn Volk eerst onder de heerschappijen van Koningen stonden en daarna eeuwen onder het gezag van Oudsten onderworpen waren. Dat met de verspreiding van het Joodse Volk een soort van Volksregering was ontstaan. Welk in de tijd waarin hij leefde een zeer treffende overeenkomst had met de volksgezinde Republiek der Verenigde Nederlanden. Eigenlijk een bijzonderheid, op welke wijze hij de goede verstandhouding en wederzijdse belangen overeenstemde met de Verenigde Nederlanden in die tijd. Niettemin geven zijn manuscripten vreemde aanwijzingen aangaande het bestuur van de Joodse Gemeenschap in Amsterdam, gezien de omstandigheden waarin Joden algemeen leefden, gedurende de 17de eeuw in Europa. De Regering bemoeide zich niet met hun interne organisatie.

Izaak Cardozo schreef “Las excellentias de los Hebreos y las Colonias de los Hebreos, Amsterdam 1679″. Een belangrijk werk over Joden van zuidelijke afkomst. Hij beschreef hun levensgeschiedenis en lotgevallen die in verband stonden met Nederland. Hij moet ook nog een boek geschreven hebben over hoe de Joden belasterd werden in die tijd en over welke goede eigenschappen zijn Volk eigenlijk bezit. Dit werk is helaas verloren gegaan, maar het boek wordt besproken in het werk van Henri Baptiste Gregoire 1750 – 1831 een Frans geestelijke en politicus, een van de meest vooraanstaande figuren van de Franse Revolutie. Hij bezat een opvallende welsprekendheid en was tegenstander van Dialecten en minderheidstalen in Frankrijk. Intussen raakte hij gewonnen voor de verlichte ideeën van Voltaire hoewel hij tegelijkertijd een overtuigend Christenen bleef. Als overtuigt voorstander van religieuze verdraagzaamheid schreef hij een “Essai sur la regeneration morale et phsique de la nation Juivre” waarin hij pleitte voor gelijkberechtiging van de Joden. Het essay leverde hem in 1788 een prijs van de Société Royale de Metz op, en bezorgde hem een zekere bekendheid.
Voltaire 1694 – 1778, pseudoniem van François-Marie Arouet, was een Franse schrijver, essayist en filosoof. Hij kan worden beschouwd als de prominente voortrekker van de Franse Verlichting. Nooit heeft een schrijver zo het intellectuele leven van zijn tijd beheerst als Voltaire. Goethe stelde dat Voltaire de aanstichter was van “de Franse Revolutie“, omdat hij de oude banden van de mensheid zou hebben los gemaakt. Volstrekt in tegenspraak met de status die hij als zinnebeeld van het humanisme van de Verlichting en als goeroe van de verdraagzaamheid had verworven, werd Voltaire beschuldigd van racistische en antisemitisme uitlatingen.
Deze beschuldigingen berusten op een onmiskenbaar omvangrijk corpus aan citaten, dat niettemin nadere, contextuele toelichting verdient. Voltaire, die daarmee de vooroordelen van zijn tijd onderschrijft, heeft over de gelijkheid van alle mensen geschreven. Hij heeft echter ook in zijn “Traité de métaphysique” geschreven
Ik zie ten slotte mensen die ik hoger acht dan negers, zoals de negers boven de apen staan, en zoals de apen boven de oesters en andere dieren van deze soort staan“. (“Enfin je vois des hommes qui me paraissent supérieurs à ces nègres, comme ces nègres le sont aux singes, et comme les singes le sont aux huîtres et aux autres animaux de cette espèce“)
Wat het antisemitisme betreft, schrijft Voltaire bijvoorbeeld in het artikel “Tolérance” (verdraagzaamheid) van zijn “Dictionnaire philosophique” (filosofisch woordenboek):
Met spijt spreek ik over de Joden: dit volk is, in menig opzicht, het meest verwerpelijke dat ooit de aarde heeft bevuild” (“C’est à regret que je parle des Juifs: cette nation est, à bien des égards, la plus détestable qui ait jamais souillé la terre“).

De Franse historicus Leon Poliakov 1910 – 1997. Was een historicus en schreef hoofdzakelijk over het antisemitisme en de Holocaust, die in zijn “Histoire de l’Antisémitisme” het derde deel met de titel “De Voltaire à Wagner” gaf, noemt hem “de ergste Franse antisemiet van de 18de eeuw“. Volgens hem zouden deze gevoelens bij Voltaire in de loop van de laatste vijftien jaren van zijn leven zijn aangescherpt. Er schijnt een verband te zijn met de strijd van de filosoof tegen de Christelijke Kerk. Ook financiële problemen en moeilijke verhoudingen met Joodse bankiers worden genoemd als verklaringen dat onvoldoende gefundeerd lijkt.

Van een verdedigende aard zijn mede de beide werken van Isaac De Pinto midden 17e eeuw. Het is geschreven in het Portugees “Reflexoes Politticas tocante a Consttuicao, Amsterdam 1761″ en later schreef hij in het Frans “Apologie pour la Nation Juive, ou reflections critiques sur quelques passages de ecrits de M. Voltaire, Amsterdam 1761″
Het laatste was een protest tegen de antisemitische aantijgingen van Voltaire, welke hij op een briljante wijze weersprak.
De Pinto 1717 – 1787 was een schatrijke Joods Nederlandse filosoof tijdens De Verlichting, een politiek econoom en een liefhebber van kunst en muziek. Ook was hij bewindhebber bij de VOC.

Door de bemoeienissen van de Pruisische Staatsminister Christian Wilhelm von Dohm 1751 – 1820 Hij was historicus, econoom en diplomaat. Het was op instigatie van Mendelssohn dat Dohm in 1781 zijn bekende boek “Ueber die burgerliche Verbesserung der Juden” schreef. Mendelssohn had hem naar aanleiding van de slechte situatie van de Joden in de Elzas gevraagd een memorandum ter verdediging van de Joden te schrijven. Mozes Mendelssohn 1729 -1786 was een Duitse en Joodse filosoof tijdens de Verlichting. Hij was de voortrekker van de Joodse Verlichting, de “Haskalah“.
In het voorwoord van zijn boek schrijft Dohm dat hij aanvankelijk van plan was de geschiedenis van de Joden te schrijven. Door drukke werkzaamheden was dit er echter niet van gekomen. Wel had hij waarschijnlijk al materiaal verzameld, wat hem bij het schrijven van “Ueber die Burgerliche Verbesserung” goed van pas kwam. In zijn boek constateert Dohm dat de Joden van tal van activiteiten zijn uitgesloten. Ze mogen niet in de landbouw werken en ook de Gilden zijn voor hen gesloten. Alleen de handel blijft daarom voor ze open. Volgens Dohm staat de Joodse religie een goed burgerschap niet in de weg, en hij pleit dan ook voor gelijke rechten voor de Joden.

Hun onaangename eigenschappen zijn volgens Dohm het gevolg van eeuwenlange onderdrukking. Verder bepleit Dohm het aanleren van ambachten, te zorgen voor de zedelijke verbetering van de Joden en moeten ze volledige g’dsdiensvrijheid krijgen. Dhom vermoede dat als zijn voorstellen werden opgevolgd de Joden binnen enkele generaties gelijke burgers zouden zijn. In 1783 verscheen het tweede deel van zijn boek, waarin hij onder ander inging op de bezwaren die tegen het eerste boek waren ingebracht. De Joodse Verlichters waren Dhom dankbaar voor de wijze waarop de niet-Joodse Dhom de situatie van de Joden had beschreven. Dat leidde tot verbetering van de maatschappelijke verstandhouding van de Joden in Duitsland.

Bovengenoemd gegeven, gaf ook de aanleiding, tot het verschijnen van een belangrijk werkje over de geschiedenis van de Joden in Suriname, wat vanuit onafhankelijke schriftelijke berichtgevingen van diverse Joodse bewoners in Suriname, samengesteld is tot een boekje getiteld: “Essai sur la Colonie de Surinam avee I’ histoire de la Nation Juive Portugaise y etablie, leurs privileges, immunites, et Frachises; leur etat politique et moral, tant ancien que moderne; la part qu’ils ont eue dans la defense et dans le progres de la Colonie, Paramaribo 1788″. Het werkje is in een verwarde en in een onprettige leesbare stijl geschreven, toch bevat dit werkje belangrijke bijzonderheden over het leven en van de Joodse geschiedenis in Suriname gedurende de 17e en 18e eeuw. Het waarheidsgetrouw daarvan is bevestigd door originele geschriften en oorkonden. (Het eerste boek wat verscheen over de geschiedenis van de Joden in Suriname in het Nederlands, is geschreven door Frederik Oudschans Dentz in 1927 getiteld: De kolonisatie van de Portugeesch Joodsche Natie in Suriname en de Geschiedenis van de Joden Savanne)
Gedurende de onderhandelingen die werden gevoerd over de staatkundige gelijkstelling van de Joden met de overige bewoners van het Gemenebest, zijn er ook verscheidene kleinere of grotere manuscripten over deze aangelegenheden uitgekomen. Die tegenwoordig gezien op historisch vlak duidelijk invloed hebben gehad op de denkwijze van toen.

Doordat er een rustigere tijd aanbrak voor de Joden waren zij in staat om aan hun geschiedenis te werken. Het voorbeeld hiervan werd echter in Frankrijk gegeven toen in 1817 en 1818 een tijdschrift uitkwam met de naam “L’Israelite Francais” gericht op de geschiedenis van de Joden in Frankrijk. Helaas heeft het tijdschrift niet lang bestaan. In Duitsland was reeds enkele jaren daarvoor het tijdschrift “Sulamith” verschenen waarin o.a. ook veel aandacht werd geschonken, aan de Joden in Nederland.
In het jaar 1820 gaf de van Joodse afkomst Dr. Solomon Lowisohn in Wenen een zeer belangrijke lezing over de Joodse geschiedenis. Waarin hij met vol lof sprak, over de ingenomenheid en welke voorrechten het Joodse Volk in Nederland genoot
In het zelfde jaar gaf Isaak Marcus Jost 1793 – 1860 een Joodse schrijver. Hij studeerde aan de universiteiten van Gottingen en Berlijn. In Berlijn begon hij les te geven. Daarna te Frankfort-am-Main. Hier bleef hij tot aan zijn dood. Het werk waarmee hij vooral bekend is geworden, is “Geschichte der Israeliten den seit der Zeit Maccabaer, in 9 delen 1820/29 Berlin”.

Ondanks, de vele kritieken die men had over deze werken, historisch gezien, was het, het meest volledige boek(en), wat men over de lotgevallen en toestanden van het Joodse Volk vanaf de tijd van de Makkebeërs beschreven was.
Het heeft oneindig veel speurwerk gekost wat tot een schat aan informatie leidde. Ook de onpartijdigheid waarin het geschreven is, dat men wel eens twijfelde of het wel door een Joodse geschiedkundige was geschreven. Alleen wat betreft het geschiedkundige gebeurtenissen van de Joden in Nederland laat het te wensen over. Men zou er toch gegeven de geschiedenis van het Joodse volk in Nederland meer volledigheid van verlangd hebben. Jost bleef vol ijver de Joodse en Christelijke bronnen onderzoeken en hij bleef zijn werken aanvullen en bewerken.

Enkele jaren later verschenen er nog twee werken welke de geschiedenis van de Israëlieten gedurende het Bijbelse Tijdvak afspeelde onder de titel: “Allgemeine Geschichte der Israelitischen Volkes, sowolt seines zweimaligen Staatslebens als auch neueste zeit; in gedrangter uebersicht, zunachst fur staatsmanner, rechtsgelehrte, geistliche und wissenschaftlich gebildete leser, aus den Quellen bearbeitet surch Dr. J. M. Jost, Berlin 1832″ (welk door Moses Myers, directeur van de Israëlitische school in Kampen, in het Nederlands werd vertaald, en het voorwoord werd geschreven door M. J. H. De Lion. En in 1842 te Leeuwarden werd uitgebracht). Dit werk werd later aangevuld door Jost met een editie van de Misjnah een Duitse vertaling en toelichting in 6 delen 1832 /34.

Eindelijk kwamen er nu ook Joodse auteurs in Nederland die meer werk maakten over hun geschiedenis. De “Jaarboeken voor de Israëlieten in Nederland” vanaf 1835 tot 1838 leverden daarvan op verscheidene plaatsen bewijzen voor. Van dat tijdschrift is voor het boek “Geschiedenis der Joden” door Koenen herhaaldelijk gebruik gemaakt. Jammer was dat het periodieke tijdschrift niet vervolgd werd. Gezien het ook gelijktijdig de Historie van het Israëlitische kerkgenootschap een zeer bruikbare informatie opleverde. Gelukkig werd op 4 augustus 1865 het NIW Nieuw Israëlitisch Nieuwsblad opgericht, wat nog op heden ten dage bestaat. In 1836 kwam het eerste “Hebreeuwse en Nederduitsch Woordenboek” uit door S.J. Mulder die medewerker was van, het totstandkoming van het bovengenoemd woordenboek. Hij was ook lid was van het Rabbinaal College van Examinatoren der toekomstige Israëlitische G’dsgeleerden. Het volgend genoemde boekje wat hij schreef is getiteld getiteld: Chronologisch handboekje voor de geschiedenis der Israëlieten van der schepping der wereld tot onzen tijd, Amsterdam bij Belifante en De Vita. 1836.
Als toevoeging wil ik echter nog vermelden dat professor L. G. Visser in 1850 nog een Chronologische Tafel heeft geschreven over de Joden in Nederland getiteld: Chronologische tafel voor de geschiedenis van de Joden in Nederland.

En, Professor Sigmund Seeligmann heeft in 1913 een interessant boekje geschreven over de geschiedenis van de Emancipatie van de Joden in Nederland.
Het is wel een boek na 1850, maar om de vooroordelen, zowel voor als tegen die de Joden in Nederland hebben doorstaan, vanaf de 16e eeuw tot begin 1900, voordat ze enigszins geaccepteerd werden. Is dit boekje van belang, om hoe de emancipatie van de Joden tot stand is gekomen in Nederland te begrijpen.

Tot zover, aangehaalde Joodse bronnen tot 1850.

Nadien zijn diverse oude manuscripten, boeken etc. gevonden die als verloren werden beschouwd. Na 1850 zijn er diverse uitzonderlijke uitstekende onderzoekers/schrijvers opgestaan, die monnikenwerk verricht hebben om nieuw materiaal te verzamelen en het te registreren.
Ik zal wel diverse boeken en schrijvers van Joodse afkomst niet genoemd hebben, maar deze kunt u over algemeen terugvinden in “Pinkas, Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland“.

Wordt vervolgd

Tags: , ,

De komende tijd zullen op onze weblog regelmatig artikelen verschijnen van onze nieuwe gastschrijver Ya’akov Siepman, die onderzoek heeft gedaan naar “De geschiedenis van de Joden in Polen en Rusland “.

Inleiding
Na enig onderzoek heb ik besloten om de werken van Simon Dubnow als leidraad te gebruiken. Professor Israel Friedlander heeft Dubnow’s werken tussen 1916 en 1920 vanuit het Russisch naar Engels vertaald. Dubnow’s werken zal ik waar mogelijk aanvullen met gegevens die ik kan vinden in de diverse Joodse Bibliotheken, en elektronische archieven in Rusland, Polen, Israël en de Verenigde Staten.

Helaas zijn er heel veel werken die handelen over de geschiedenis van de Joden in voornoemde landen verdwenen of vernietigd tijdens de pogroms, en ook nog vernietigd door de nazi’s tijdens de tweede wereldoorlog. Gelukkig zijn ook veel boeken, pamfletten etc. uit beide perioden verborgen gebleven of door Joodse immigranten en vluchtelingen meegenomen, o.a. naar de USA en Israël, en zodoende bewaard gebleven. Ook persoonlijke verhalen en ervaringen wat men heeft meegemaakt, zijn nadien door emigranten en overlevenden op schrift gesteld.

De geschiedenis van de Joden in Polen en Rusland, die door Dubnow zijn beschreven, dateren van de vroege tijd tot 1911. Aan de vertalingen van de geschriften in het Engels kwam een abrupt einde toen Israel Friedlander in 1920 werd vermoord in Polen. Dit feit noodzaakt mij om ook werken van historische onderzoekers / schrijvers van deze tijde onderzoeken en naar te verwijzen voor wat betreft de gelijktijdige, en later gedateerde, geschiedenis van genoemde landen.

Ik noem in dit verband o.a de schrijvers:
Antony Polonsky, professor of “Holocaust Studies” at Brandeis University USA, en Robert Wistrich van de Hebrew Universityin Jerusalem.

Robert Wistrich is professor van “European and Jewish History” en is ook directeur van de Vidal Sassoon International Center for the Study of anti-Semitism.

Verder zal ik diverse onderzoekers wereldwijd op dit vakgebied/onderwerp moeten aanschrijven voor informatie en ter bevestiging/aanvullingen van, artikelen die voor het voetlicht komen.

De oplettende lezer zal zich afvragen, waarom niet de geschiedenis van de Joden in de lage landen? Dat is toch veel herkenbaarder, en dichter bij onze eigen Nederlandse cultuur en geschiedenis?

U hebt ergens gelijk, maar ook weer niet, en trouwens er is al veel geschreven over de Joden in de lage landen, vooral de situatie in Nederland vanaf ca 1650 is redelijk goed gedocumenteerd.

Enkele jaren geleden had ik het idee, toen ik buiten het arbeidsproces kwam te staan, om een soort Wikipedia, een website, te creëren met als centraal thema:
Religieuze Interactie, Christendom Jodendom, met als doelstelling de geschiedenis vanaf Herodus de Grote tot de Haskalah (eind 1700). Met achterliggende gedachte, dit houdt mij de eerste jaren wel steeds bezig.

Het is echter nooit van de grond gekomen ondanks het feit dat ik al een aantal artikelen ervoor geschreven. Ik raakte daarentegen echter steeds meer politiek betrokken in het Israël-Palestina conflict en de oprukkende islamisering van Europa. Aanleiding hiervoor was de zogenaamde en beginnende Arabische Lente, alsmede het opkomende antisemitisme in de wereld.

Een van de artikelen die ik voor de, niet tot stand gekomen, website had geschreven, is een opsomming van Joodse en christelijke literatuur bronnen vanaf Flavius Josephus dat betrekking heeft op de geschiedenis van de Joden in Nederland tot 1850.
Verscheidene namen die u tegen komt in deze bronnen, komt u ook tegen in de geschiedenis van het huidige onderwerp: “De geschiedenis van de Joden in Polen en Rusland“ (zie aanvang van dit artikel) Het zijn 2 vrij lange stukken maar ik wil u dit toch niet onthouden.

Vele schrijvers beperken zich tot de geschiedenis van de Joden in de lage landen.
Wilt u uitgebreid meer van de geschiedenis van de Joden in Nederland weten, raad ik u aan om “Pinkas , Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland“ te lezen.

Joodse en Christelijke historiografische bronnen
Sinds halverwege de vierde eeuw hebben de historische wetenschap en de kunst niet alleen grote vorderingen gemaakt wat de wijze in beschrijving van de Vaderlandse geschiedenis Nederland betreft, maar ook de bevindingen van diverse onderzoekers is aanmerkelijk uitgebreid geworden. De Joodse geschiedenis van Nederland in het bijzonder, is tot heden door vele zowel Joodse als niet Joodse schrijvers onderzocht en beschreven. Vele van deze boeken komen aardig overeen, ze zijn alleen uit een verschillend perspectief geschreven. De één schreef alleen over de religieuze veranderingen tijdens de Joodse geschiedenis in Nederland en zijn voormalige koloniën, terwijl de ander over de daadwerkelijke geschiedenis van de Joden zonder de eventuele geschiedkundig, sociale of politieke veranderingen, of op antisemitische achtergronden die plaatsvonden te beschrijven. Meestal behandelde men afzonderlijk de geschiedenis van de letterkunde, wetenschap en de karakterbeschrijving, de levensloop van de voornaamste personen. De geschiedenis van de Diaspora tot de verlichting (in Nederland, beter bekend als de”Bataafse omwenteling” in 1795) is hoofdzakelijk over de gebeurtenissen op het Europees grondgebied beschreven. Buiten Europa, in de nieuwe wereld (Zuid en Noord Amerika) en de voormalige Koloniën werd in eerste instantie over de Joden in die tijd summier geschreven. De eerste Joden in Noord Amerika arriveerden in 1654 in Nieuw Amsterdam (New York) vanuit Brazilië.

Wat over de geschiedenis van de Joden betreft in en voor de middeleeuwen, komt de informatie hoofdzakelijk vanuit de kerken, vorsten, van plaatselijke,provinciale (plakkaten, traktaten) verordeningen door historische schrijvers. De historische schrijvers schreven meestal over het zeewezen, de oorlogen, de opstanden, gebeurtenissen waarin de Joden apart in vermeld werden. Deze werden meer dan uit een oogpunt beschouwd en welke op buitenlandse invloeden in die tijd, van welk Joden algemeen op Nederland betrekking had. Tot 1843 was er nog geen goede beschrijving over de geschiedenis van de Joden in Nederland. In 1843 kwam het eerste werk uit van “Geschiedenis der Joden in Nederland” door  Mr. H. J. Koenen uitgegeven door het ‘Provinciaal Utrechtse Genootschap van Kunsten en Wetenschappen’ dit standaard werk werd dan ook met de Gouden Ereprijs in 1842 bekroond. Henderik Jacob Koenen Letterkundige, werd geboren in Amsterdam op 1809 en overleed op 1874 te Haarlem. Hij was afkomstig uit een Duitse koopmansfamilie. Koenen was Christelijk. Ondanks de Gouden Ereprijs werd het boek niet met veel enthousiasme ontvangen door de Joden in Nederland. De Joodse geschiedenis is eigenlijk de oudste, bekendste vanwege de Thora,Tenach, Talmud en de Bijbel. De aloude geschiedenis is als eerst beschreven door Flavius Josephus 37 – 110. Ook bekend onder de naam Josef Ben Mathitjahoe ha-Kohen. Een Joods geschiedschrijver die naar eigen zeggen afkomstig was uit de Priesterfamilies die de Tempeldienst verzorgden te Jeruzalem. Flavius is bekend geworden door zijn boeken ”De Joodse Oorlog“  (De Bello Judaico Laatste vertaling in het Nederlands uitgevoerd door A. M. Meijer en M.A. Wes uitgegeven door Ambo 2010) en ”De oude Geschiedenis van de Joden” (Antiquitatus Judaicae). Bijna alle Joodse geschiedschrijvers, zoals o.a. Jost, Basagne etc. zijn de Joodse geschiedenis gaan schrijven aaneensluitend en als vervolg op “De Joodse Oorlog” van Josephus.

Wordt vervolgd

Tags: , ,

Op internet zijn heel wat blogs te vinden van mensen die schrijven over hun geloof en sinds een paar maanden hebben verschillenden zich verenigd een een groep. Sommigen van hen schrijven over alledaagse dingen, anderen schrijven stukjes over foto’s die ze hebben gemaakt, maar kenmerkend is dat ze het allemaal doen met hun geloof als uitgangspunt. Bij mij kwam de vraag op waarom zij dit doen, wat hun beweegredenen zijn. Verschillende hebben hierop gereageerd en zullen deze maand op deze weblog hierover schrijven. Vandaag is het Nelly Klop van de weblog “Rich life, Rijk leven“.

Hoe kwam ik aan het schrijven van een eigen blog? Schrijven deed ik al jaren door middel van mijn boeken. Maar een eigen blog, ik had er eigenlijk nog nooit van gehoord. Totdat ik het zag en de mogelijkheden ervan inzag.

Dit was het, hier kon ik mensen mee bereiken. En ik wist waar ik over wou schrijven, namelijk over het geloof in Jezus Christus. Dit was zo duidelijk dat God dit gaf en geeft, om over Hem, en het geloof in Hem, te schrijven.

De vreugde die Hij mij in het hart geeft door Zijn genade is zo groot, dat wil ik met een ander delen. En de vergeving van zonden door Zijn verzoenend bloed brengt leven. Echt leven, eeuwig leven. Mijn hart brandt in mij, omdat God Zijn liefde in mijn hart uitstort. En dat wil Hij ook bij een ieder doen, die tot Hem komt.

En dat mag ik op mijn blog weergeven. Tegelijkertijd wil ik ook mensen onderwijzen, waarschuwen vanuit de Bijbel, maar ook bemoedigen! Maar ik zal er bij zeggen, als ik met mijn voorbereidingen bezig ben, word ik zelf ook onderwezen, of gewaarschuwd of bemoedigd. Dat is zo heerlijk van Gods Woord, het is zo rijk. En Hij werkt Zelf door Woord en Geest.

Voordat ik begin, begin ik altijd met gebed of Hij me maar de juiste woorden wil geven om te schrijven. En dat ik het niet ben, die dat schrijft, maar dat het Zijn Woorden mogen zijn. Dat een ander daardoor geraakt mag worden. Dan als na een paar uur het blog er op staat, kun je alleen maar vragen of de Heere Zijn eigen werk wil zegen en het tekort van mijn kant wil wegnemen. Dan geef ik het uit handen en leg het in Zijn Handen.

Tags:

Op internet zijn heel wat blogs te vinden van mensen die schrijven over hun geloof en sinds een paar maanden hebben verschillenden zich verenigd een een groep. Sommigen van hen schrijven over alledaagse dingen, anderen schrijven stukjes over foto’s die ze hebben gemaakt, maar kenmerkend is dat ze het allemaal doen met hun geloof als uitgangspunt. Bij mij kwam de vraag op waarom zij dit doen, wat hun beweegredenen zijn. Verschillende hebben hierop gereageerd en zullen deze maand op deze weblog hierover schrijven. Vandaag is het Marja Verschoor-Meijers van de weblog “Frisse Kijk Op Oude Waarheden“.

‘Een blogger van het eerste uur’, zo noem ik mezelf wel eens. Ik ben namelijk al in 2006 begonnen met bloggen. Eerst schreef ik alleen in het Engels en later ben ik, op verzoek, ook een Nederlandstalige blog begonnen: Frisse Kijk op Oude Waarheden. De aanleiding was de uitgifte van mijn eerste Engelstalige boekje over de Tien Geboden in de USA.

In het begin was de blog een manier om wat meer te vertellen over de boekenserie waar ik mee bezig was (en nog ben). Weldra begon ik ook korte, eenvoudige overdenkingen te schrijven en in de afgelopen jaren heb ik daarnaast ook vele blogseries geschreven over Bijbelse onderwerpen, zoals de doop, de Heilige Geest, het Koninkrijk van God etc. In het begin had ik geen lezers en zeker geen reacties, maar dat is langzaam maar zeker veranderd. Inmiddels zijn mijn blogs bijna 70.000 keer bekeken en is er een vaste kring lezers. Mijn posts zijn kort maar krachtig. In tegenstelling tot veel vrouwelijke blogger collega’s schrijf ik zelden of nooit over persoonlijke belevenissen en gevoelens. Het is mijn verlangen om een frisse kijk op Bijbelse waarheden, principes en beloftes te geven, die uit te leggen en bovenal praktisch te maken.

Ik ben in 2001 tot levend geloof gekomen en heb mij vanaf dat moment enorm verdiept in de Bijbel. Ik ben geen theoloog of dominee, maar ik probeer op zo eenvoudig mogelijke wijze mijn liefde voor het Woord van God te delen met mijn lezers. Uiteraard in de hoop dat zij met vernieuwde belangstelling zullen gaan lezen en ontdekken welk een rijke erfenis God ons in Zijn Woord gegeven heeft.

Blogging is een van de eenvoudigste manieren om meditaties, overdenkingen, Bijbelstudies en bemoedigende woorden via het internet te verspreiden. De lezer kan thuis rustig nadenken, Bijbelgedeelten opzoeken en posts door mailen aan vrienden en bekenden of delen via sociale media zoals Facebook en Twitter.Het (geestelijke) doel van mijn blogs is onder andere:

  • het bemoedigen van de gelovigen
  • het eenvoudig toepasbaar maken van Bijbelse waarheden
  • het prikkelen van gedachten
  • het inspireren van mensen die interesse hebben in het christelijke geloof
  • het uitdragen van een positief christelijke levensvisie
  • het verspreiden van het goede nieuws dat Jezus Christus de Messias is

Tags:

« Older entries