Archeologie

You are currently browsing the archive for the Archeologie category.

Op veel vakantieplekken aan zee kun je in de vele snuisterijenwinkeltjes wel kaarten kopen van wrakken, of nog beter “echte” schatkaarten. Ik weet nog toen ik als kind op Terschelling een echte schatkaart kocht met daarop de locatie van het gezonken schip de Lutine. Het schip zelf was in 1799 gezonken en met een grote lading goud, zilver, Spaanse matten en dubloenen ter waarde van wel een miljoen pond. Hoeveel ijsjes kon je daarvan wel niet kopen, logisch dat mijn kleine hartje een stuk sneller begon te kloppen. Een paar dagen geleden schreef ik over de goudkoorts in Israël waar een rabbi allerlei aanwijzingen had dat hij grote hoeveelheden goud had gevonden. Mensen worden allemaal gek zodra ze maar denken dat er ergens een grote schat is.

3Q15
Nu wil het geval dat ik toevallig een kopie bezit van een echte schatkaart in mijn boekenkast, niet zomaar een schat, maar eentje waar zelfs de rijkdom van Dagobert Duck met zijn 16 fantastiljoen enzovoort enzovoort en 16 cent (volgens het gezaghebbende Forbes een schamele 28,8 miljard dollar) in het niets valt. Helaas was deze schatkaart, in wetenschappelijke kringen 3Q15  en meer populair de “Koperen Rol” genoemd, in het Hebreeuws geschreven en weliswaar had ik een aantal vertalingen, maar die moet je natuurlijk nooit vertrouwen want stel je voor dat die vertalers zelf achter hun stoffige boeken vandaan zouden kruipen en zelf op jacht naar de schat gaan. Dus heb ik die (op aandringen van een vriend, die waarschijnlijk zelf ook wel een goudkorreltje wilde meepikken) maar zelf vertaald.

Deze Dode Zee-rol is afwijkend van alle andere rollen, niet alleen is hij van koper gemaakt, maar ook de inhoud is totaal anders. Het is dan ook een echte schatkaart met talloze verwijzingen naar plaatsen waar grote hoeveelheden goud en zilver en dure tempelgerei zouden zijn begraven. Ga je al deze hoeveelheden goud en zilver bij elkaar optellen dan spreek je al gauw over een miljardenschat en dan spreken we nog niet eens over de archeologische en historische waarde.

Omdat de het geschrift was opgerold, duurde het sinds zijn ontdekking op 15 maart 1952 enige jaren voor hij geopend kon worden. de rol was behoorlijk geoxideerd en uiteindelijk hebben ze de rol voorzichtig in stukken gesneden en kon men met de vertaling beginnen. Direct viel het bijzondere karakter op, zoals gezegd werden vele plaatsen genoemd waar grote schatten zich zouden bevinden en helaas waren er vele plaatsen die niet bekend waren, maar (sneller klopt ons hart) ook een aantal plaatsen die wel bekend waren.

Schatzoeken
Toen dan ook bekend werd dat het een echte schatkaart was, begon meteen iedereen te zoeken. Een van de eersten die dit deed was (natuurlijk) de vertaler J.M. Allegro. Deze begon met een reeks van clandestiene opgravingen in Israël om de vermeende schat te vinden en natuurlijk zonder succes. Anderen, vooral pseudo-archeologen en illustere gelukszoekers die snel rijk wilden worden volgden en begonnen met hun schoppen en houwelen overal te zoeken. De Israel Antiquities Authority, de waakhond die de Israëlische opgravingen moet coördineren en beschermen, had dan ook hun handen vol eraan. Bij de tombe van Absalom haalden ze iemand weg die bezig was om met een houweel in de grond te hakken, terwijl anderen al op het vliegveld werden tegengehouden omdat ze toch wel heel erg raar gereedschap bij zich hadden. De laatste jaren is “The Copper Scroll Project” bezig en als je hun website bekijkt dan lijkt het of “ze het geheim van de schatkaart hebben ontdekt” en de schat alleen nog maar hoeven binnen te halen en het maar vreemd vinden dat de Israel Antiquities Authority zo tegenwerkt.

Enkele overwegingen
We moeten ons dan ook afvragen of het überhaupt wel zin heeft om naar deze schatten te zoeken. Want er zijn allerlei logische mogelijkheden. Als eerste kan het gewoon een folkloristische beschrijving zijn geweest, die een lijst van denkbeeldige schatten opnoemt. Maar als het daadwerkelijk om een echte schatkaart gaat, zoals J.M. Allegro dacht, dan zou het kunnen gaan om de schatten uit de Tempel of om de schatten uit de tijd van Bar Kochba (132-135 n.C.), maar in beide gevallen is de fabuleuze kwantiteit ervan moeilijk uit te leggen. De kans is zeer groot dat de Romeinen veel schatten hebben meegenomen toen ze Jeruzalem en later Bar Kochba versloegen. In dat geval is de kans klein dat er nog maar weinig van over is. Aan de andere kant, als ik mijn vertaling vergelijk met die van anderen dan zijn er aanzienlijke verschillen. Interpretatie van de tekst is lastig vanwege de zeer slechte conditie van de rol en we kunnen alleen maar hopen dat verder onderzoek ons meer inzicht geeft.

Los van dit alles, als je op vakantie gaat in Israël dan is deze kaart een schitterende manier om veel van het schitterende land te zien en dat is mijns inziens de belangrijkste schat die je in een vakantie maar kan vinden.

Tags: ,

De versterkte steden nu zijn: Siddim, Ser, Chammat, Rakkat en Kinneret,

Jozua 19:35 (ABvertaling)

Met de versterkte stad Kinneret wordt Tel Kinrot (Arabisch Tell el-’Oreimeh) bedoelt, gelegen enkele kilometers ten noorden van Tiberias aan de noordwestelijke oever van het Meer van Galilea. Hoewel het toponiem Kinneret (of Kinrot / Kinnerot) meerdere malen voorkomt in de Bijbel, is dit vers de enige verwijzing naar een stad. In de andere passages verwijst Kinneret naar het meer van Galilea (yam Kinneret in Num. 34:11; Deut. 3:17; Joz. 11:2; 12:3; 13:27), of een regio (kol Kinnerot in 1 Kon. 15:20). Het is één van de mooiste archeologische locaties in Israël met een geschiedenis vanaf de Chalcolithische tot en met de Ottomaanse periode.

De ruïnes van verschillende oude steden liggen boven elkaar op de Kinrot heuvel, een natuurlijke heuvelrug met aan alle kanten steile hellingen naar beneden, met als uitzondering de noordelijke kant dat geleidelijk uitvloeit in de glooiende heuvels van Galilea. Door haar strategische ligging op een kleine pas, controleerde Tel Kinrot de Via Maris – de belangrijkste handelsroute die Egypte en Syrië sinds de Vroege Bronstijd met elkaar verbond. Naast de belangrijke positie, gunstige natuurlijke hulpbronnen, zoals waterbronnen en de vruchtbare vlakte van Ginnosar in de directe omgeving, maakte van Tel Kinrot een zeer aantrekkelijke plek voor haar inwoners. De heuvel zelf beslaat ongeveer 10 hectare, tegenwoordig is ongeveer de helft van het gebied (5,55 hectare) toegankelijk voor wetenschappelijk onderzoek. Een pompstation van de Israëlische watermaatschappij Mekorot beslaat het andere zuidwestelijke deel van de locatie.

Tel Kinrot / Tell el-’Oreimeh werd in 1921 geïdentificeerd met de Bijbelse stad Kinneret door Gustaf Dalman en in 1923 door William Foxwell Albright. De identificatie was gebaseerd op het feit dat Tel Kinrot / Tell el-’Oreimeh de enige grote en versterkte archeologische locatie op de westelijke oever van het meer Kinneret uit de Brons- en IJzertijd is.

Afgezien van de Bijbel, wordt Kinneret ook vermeld in veel oudere Egyptische bronnen, zoals de lijst van steden veroverd door Thutmoses III (1490-1436 v.C.) in Karnak en in de Papyrus Petersburg 1116a uit de 18de dynastie.

Wie meer wil weten over deze schitterende archeologische locatie, er wordt Nederlands onderzoek gedaan door Prof. Jürgen Zangenberg van de Leiden Institute for the Arts in Society en Instituut voor Geschiedenis in samenwerking met Universiteit Bern, Universiteit Helsinki en Wofford College en veel hierover is te lezen op de website Kinneret Regional Project. Daarnaast zijn er mogelijkheden om mee te doen aan echt veldwerk ter plekke in 2015 en men kan zich binnenkort hiervoor aanmelden op hun website.

Tags: ,

Ruim 2 jaar terug heb ik al eens geschreven over de idee dat middeleeuwers dachten dat de wereld plat was. Dit is natuurlijk onzin en er zouden misschien mensen geweest zijn die dit geloofden, maar dat zal niet een wijdverspreid idee geweest zijn.

Ook vanuit de kerkgeschiedenis is er geen enkele aanwijzing dat mensen geloofden dat de wereld plat was. Vaak hoor ik het commentaar dat de kerk de wetenschap teruggehouden zou hebben door de mens dom te houden. De platte aarde zou volgens die mensen ook een strategie geweest zijn van de kerk om mensen onwetend te houden. Hoewel hier geen enkel bewijs voor te vinden is, hoor je toch nog vaak zo’n borreltafel-argument.

Grappig om te vermelden is dat er al in de vroege kerk een duidelijk beeld was van een ronde aarde. Zo heb je bijvoorbeeld een vijfde-eeuwse Traditio Clavium in een graf van ene Nemesius, waar Christus zittend op de wereldbol wordt uitgebeeld. Traditio Clavium betekend “overdracht van de sleutels” en werd vaak afgebeeld in een graftombe. Dit verhaal van de overdracht van de sleutels staat opgeschreven in Mattheüs 16 en is een van de bekendste verhalen in de katholieke kerk aangezien mensen vaak het pausschap hierop terug laten vallen.

Opvallend is dat de Traditio Clavium in het graf van Nemesius niet de enige is met Christus op een wereldbol. Op een mozaïek in Costanza staat ook een Traditio Clavium afgebeeld, waar Christus ook op een wereldbol zit. Deze afbeelding is gemaakt in het einde van de 4e eeuw, dus het was blijkbaar een normale manier van denken in de 4e en 5e eeuw dat de aarde rond was en voor christenen was het zeker normaal dat Christus daar boven stond. Hij heerste over de aarde, dus zat Hij op de aarde.

Christus heerst over de ronde aarde en dat geloofden ze in de middeleeuwen ook al.


De Traditio Clavium uit 370 in Costanza. Afbeelding afkomstig van wikipedia.

De afgelopen dagen konden we het in de diverse media lezen, het paleis van koning David is gevonden. En wat belangrijker is het bericht werd gepubliceerd door de Israel Antiquities Authority zelf.

De vraag is of dit zo is, want in de gehele publicatie werd geen enkel bewijs aangevoerd dat dit paleis daadwerkelijk van koning David was. Jona Lendering gaf dan ook tijdens een interview bij de EO aan dat de claim niet zo sterk is en ik ben het met hem eens. Natuurlijk zou het mooi zijn als het zo was, maar dan moet men wel met bewijzen komen. Hoe lastig het is om aan goede bewijzen te komen blijkt uit de vondst van een inscriptie uit deze stad waar sommige geleerden totaal van mening verschillen. Een van de geleerden komt met de opmerking dat daar de Filistijnse YSD de koning van Gath wordt genoemd. Als dit zo is, dan zou dat kunnen wijzen dat deze stad een Filistijnse stad was en dat dit paleis dus een Filistijns paleis was.

Ik laat in het midden wat de daadwerkelijke betekenis van de inscriptie is en dat doe ik ook met de herkomst van dit paleis. Zolang er geen duidelijke bewijzen zijn, riekt dit persbericht van de IAA meer naar propaganda, wat jammer is omdat daarmee de archeologie niet serieus wordt genomen en de Israëlische wetenschap een onderwerp tot spot wordt gemaakt.

Tags: , ,

Een paar jaar geleden had ik al eens geschreven over de berg Har Karkom in het zuiden van de Makhtesh Ramon waar veel archeologische vondsten zijn gedaan. Bij de bouw van de replica van de tabernakel zal ook aandacht worden besteed aan de omgeving waar de Israëlieten doorheen trokken. Er zal dan ook in deze virtuele wereld een pad worden aangelegd door de woestijn zodat de bezoeker zelf een tocht door de woestijn zal ervaren. Tijdens deze tocht zal ook aandacht worden besteed aan de berg Har Karkom omdat daar veel archeologische vondsten zijn gedaan, waarvan soortgelijke ook in de Sinaï zijn. Het is dus goed mogelijk dat de Israëlieten deze ook zijn tegengekomen of misschien zelf een paar hebben achtergelaten.

Tags: , ,

Een van de leukste hobby’s is het opgraven van schatten, de meer serieuze mensen gaan daarna al snel over naar de eerste beginselen van de archeologie. Want het is toch wel leuk als je iets vind dat je ook weet wat het is. In landen zoals Israël is in ieder dorp dan ook wel een actieve vereniging van mensen die zich bezig houden met opgravingen van hun culturele geschiedenis en gelukkig zijn er ook in Nederland verschillende groepen die zich hier mee bezig houden. Het is dan ook ontzettend leuk dat op het afgelopen Romeinenfestival er een speciaal hoekje was ingericht voor de kinderen en waar ze mochten gaan zoeken naar “oude” Romeinse munten die in de grond verstopt zijn. Reken maar dat verschillende van deze kinderen later ervaren archeologen worden, want jong geleerd oud gedaan.

Tags:

Oude Israëlitische ringen van de 1ste eeuw v.Chr. tot de 9e eeuw n.Chr.

Tags: , , ,

Wie een eerder werk van Lendering gelezen heeft, weet dat er al één ding zeker is voordat hij begint met lezen. Het is altijd een leuk werk om te lezen.
Met de insteek om weer eens een leuk boek van Lendering te lezen begon ik, zoals het hoort, op de eerste bladzijde van dit nieuwe, uitdagende boek.

Dit bleek een misstap, of het was een misstap om met een ten geleide van Holman te beginnen. Naast het feit dat dit gedeelte redelijk nutteloos was, lijkt het een desperate poging om een groter publiek te trekken door een populair persoon erbij te betrekken, die populaire vloekwoorden gebruikt wat men ook ziet bij de lagere literatuur.
Deze misstap wordt echter in het voorwoord al weer goed gemaakt. Door makkelijk en aantrekkelijk taalgebruik neemt Lendering de lezer mee naar een wereld van oudheidkunde zoals die in het hoger onderwijs gegeven moet worden.

Hoewel Lendering een grote voorkennis van de lezer verwacht is het altijd goed te volgen en geeft hij uitleg waar dat nodig is. Zo breidt Lendering ook de kennis van de lezer uit.

Hij neemt de lezer eerst mee met een zoektocht door de tijd naar oudheidkunde. Hoewel dit soms ietwat te uitgebreid is, is het toch enorm interessant om te lezen hoe het vak oudheidkunde ontstaan is.

Deze geschiedenis is nodig om drie vragen te beantwoorden, aldus Lendering.
Hij begint met de vraag of wetenschap een rol speelt bij de inrichting van de samenleving. Hoewel dit een redelijk makkelijke vraag lijkt, wordt er toch nog heel erg verschillend over gedacht.Bij de tweede vraag merk je al waar Lendering naar toe wil gaan. Hij zegt namelijk dat ‘de tweede vraag is hoe we de wetenschap zo inrichten dat ze het gezag herwint waarop ze, indien ze naar behoren zou functioneren, recht heeft.’Lendering bekent hierin al kleur dat hij iets tegen de huidige vorm van wetenschap heeft. Hoewel deze mening al doorschemert in de titel blijkt Lenderings mening nog veel extremer te zijn en geeft hij veel aandacht aan het feit dat de (oudheidkundige) wetenschap in een neergang is beland.

Hij hoopt met zijn derde vraag ervoor te zorgen dat wetenschap door mensen de wetenschap serieus nemen en ervoor zorgen dat anderen dit ook weer serieus nemen.

Lendering laat duidelijk zijn prioriteiten zien. Hij laat heel duidelijk zien waar de wetenschap, volgens hem, fout zit, maar biedt uiteindelijk weinig reële oplossingen.
De manier waarop Lendering de fouten aan de orde brengt is helder en systematisch. Deze manier van schrijven onderbouwt hij met veel argumenten, wat zeker getuigt van een grote kennis.

Lendering beschrijft heel mooi hoe een rijk van oudheidkunde van goud uiteindelijk geworden is tot een rijk van leem en ijzer.
Hij laat ook heel mooi zien waar het fout ging (en nog steeds gaat) en waarschuwt uiteindelijk ook voor een popularisering, waar men de wetenschappelijke kant vergeet.

Aan het einde van het boek wordt Lendering mij iets te nostalgisch en wil hij dat bijna alles teruggaat naar de vroege tijden van weleer. Hij noemt dit zelf gelukkig ook utopisch, want zijn beeld is wel heel erg rooskleurig over die gouden tijden.

Ik deel met Lendering dat het niveau van hoger onderwijs omhoog mag, en dat hier tegelijkertijd dus ook meer in geïnvesteerd moet worden, maar het kan ook doorslaan. Langer onderwijs is mogelijk, maar een geheel nieuwe vorm van opleiding opzetten, omdat een vorige generatie oudheidkundigen het op sommige punten fout hebben gedaan, is te vergezocht. Hervormingen zouden moeten plaatsvinden bij de generatie die nu boeken schrijft, niet bij de generatie die nu wordt opgeleid.

Juist voor die generatie is dit een prachtig boek om nog eens na te denken over hun eigen onderzoek. Daarnaast is dit een geweldig boek dat weer een discussie start. Hopelijk komen er uit die discussie mogelijkheden om beter oudheidkunde (en andere vormen van geschiedkunde) te kunnen bedrijven, want ondanks dat ik heel veel heb geleerd van dit boek blijft er toch nog een vraag hangen. Ik voel me net als Pichegru die de grote rivieren bereikte en deze zag als onoverwinbare barrière – want zo lijkt Lendering het soms wel te brengen! – Wat nu?

We weten echter allemaal dat Pichegru uiteindelijk wel de rivieren kon oversteken en zo zal deze barrière van oudheidkunde, zoals Lendering al zegt, ook overkombaar zijn.

Lendering heeft dit boek geschreven met de hoop dat er weer een discussie over komt, dat is zeker gelukt. Maar hij bekijkt het probleem, mijns inziens, te eenzijdig en ook soms een beetje onrealistisch.

De eenzijdigheid blijkt bijvoorbeeld uit Lenderings eigen interesse voor het Nabije Oosten. Hij geeft heel mooi aan dat zij een grote rol hebben gespeeld en dat daar meer informatie over bekend moet worden. Ook moeten de mensen meer talen van het Nabije Oosten leren.

Maar hoe zit het dan met andere plaatsen? Het lijkt er namelijk op dat we China mogen laten voor wat het is, evenals India en geheel Amerika. Dat is jammer. Natuurlijk snap ik dat Amerika niet zozeer van belang is voor onze oudheidkunde, maar moeten we het dan helemaal negeren? China is echter wel van invloed geweest op onze oudheidkunde, maar dat wordt helaas achterwege gelaten.

Hoewel er kleine kritiekpuntjes zijn, denk ik zeker dat Lendering zijn doel bereikt heeft. Er komt weer een discussie op gang. Ik raad ook alle hoogleraren, die iets van geschiedenis geven, aan dit boek te lezen, om het er wel of niet mee eens te zijn, maar om er inderdaad weer over na te denken.

Want hoewel het boek niet altijd even goed is, is het geheel een enorm sterk, maar vooral ook leuk, betoog om te lezen.

Ik geloof zeker dat dit boek weer een discussie op gang brengt, en ik weet ook gelijkertijd zeker dat Lendering niet zijn utopie krijgt, maar ik hoop dat we met alle historici (en bovenal oudheidkundigen) een les leren uit dit boek.

De klad in de klassieken ligt vanaf 19 januari in de winkels en is verschenen bij Athenaeum – Polak & Van Gennep.

Tags:

Deze maand stonden in allerlei kranten het bericht dat er een afdruk is gevonden van een een zegel in klei uit de tweede tempelperiode. Het officiële bericht is te vinden bij de IAA, met hun interpretatie ervan. Nu is het altijd leuk om dit soort zegels te bestuderen, vooral als er een inscriptie op staat. En tientallen personen hebben samen met mij geprobeerd om te ontcijferen wat er staat.

Nu is de afdruk behoorlijk goed en de letters zijn niet moeilijk te ontcijferen. Iedereen is het er over eens dat er דכא ליה dkʾ lyh staat en volgens de wetenschappers  is dit Aramees voor “puur voor God”. Tot zover zijn er geen problemen. De vraag is waar dit kleine kleisteentje voor diende en waarom is de inscriptie in het Aramees, want als het werd gebruikt in de tempeldienst waarom was het dan niet in het Hebreeuws.

De antiekhandelaar Deutsch geeft als alternatief dat dit werd gebruikt als een voucher dat er geld was overgemaakt voor de tempel. George Athas geeft hier een kleine variatie op: in die tijd kwam men uit allerlei landen en hadden allemaal verschillende munten, waarvan de een zuiverder was dan de ander. Bij het wisselen werd dit omgerekend naar een “zuivere eenheid” zodat duidelijk was hoeveel werd gegeven. Het kleisteentje diende dan als voucher die een bepaalde waarde vertegenwoordigde. Bovendien werd hiermee voorkomen dat niet-kosher geld aan de tempel werd gegeven.

Nou blijft bij mij toch het probleem dat zowel in het Aramees als in het Hebreeuws het woord דכא dkʾ in eerste instantie “gebroken, verpulverd” betekend, bovendien als het een correcte Aramese inscriptie zou zijn dan had ik verwacht dat er ook de letter he achter zou staan. De vraag die naar boven kwam is dan ook of er misschien niet iets anders staat of wordt bedoeld.

Mijn theorie (en die kan natuurlijk heel goed fout zijn), is dat er zoiets staat als “het kleinste voor God”, want het bewuste woord wordt ook in de Bijbel gebruikt als “stof” of “het kleinst verpulverde” wat er bestaat. Bv. In Psalm 90:3 lezen we “U doet de sterveling terugkeren tot stof” (NBV) of zoals de SV zegt “Gij doet den mens wederkeren tot verbrijzeling”. Zou het kunnen zijn dat deze gift aan de tempel, welke na te zijn verwisseld door de geldhandelaren door een voucher, de betekenis heeft van dat dit het “kleinste” is, het minste, wat men aan God gaf en dat het om die reden “puur” voor God was?

Tags: , ,

Tenminste dat zegt McGivern.
Want er is `geen andere mogelijkheid dat je zo´n groot object op de berg hebt´.

Gelukkig wordt er nu al in het nieuwsbericht gezegd dat het een `hoax´ is. Hoewel McGivern er toch zeker anders over denkt.

Meer informatie:
http://www.cip.nl/nieuwsbericht_detail.asp?id=26158
http://www.assistnews.net/Stories/2011/s11120038.htm

Tags: ,

« Older entries