Astronomie

You are currently browsing the archive for the Astronomie category.

Toen ik laatst het luisterboek ‘the Reason for God’van Tim Keller luisterde, hoorde ik dat er geen bewijs voor God is, maar er zijn wel “clues” (aanwijzingen) voor God.

Hoewel dit idee zeker niet nieuw is leek het me leuk voor een artikelenserie.
In deze tiendelige serie wil ik dit jaar zoeken naar aanwijzingen of sporen van God. Ik zal proberen elke maand een nieuw artikel te publiceren.Ik wil deze sporen ook kritisch van beide kanten bekijken en ik nodig lezers ook uit om kritisch te kijken.

Ik zal bij elk artikel minimaal één bron noemen voor verdere verdieping.

Het eerste spoor: Het begin van het heelal

Ik wil hier stil staan bij het begin van het heelal. Als christen geloof ik namelijk dat God de schepper is van Hemel en aard. Embrechts noemt het heelal terecht de sterrenhemel (in: De Hemel) en benoemt het dan ook de tweede Hemel.

Op het vraagstuk of het heelal nu de Hemel is of niet wil ik niet op ingaan. Ik wil kijken of we sporen van God kunnen vinden in dit immens grote heelal. Ik moet direct eerlijk zeggen dat ik een leek op het gebied van het heelal ben. Ik probeer alleen kritisch te kijken naar de visies die bestaan in de kosmologie.

Richard Dawkins zegt in zijn ‘Age of Reason. The God delusion’ (niet te verwarren met zijn boek ‘The God Delusion’) dat het heelal niet per toeval is ontstaan.
De oerknal – waar niemand een antwoord op weet – heeft een bepaald aantal wetmatigheden voortgebracht. Volgens die wetmatigheden breidt het heelal zich nu nog steeds uit.

Creationisten zeggen vaak. Het heelal is het bewijs voor God, want atheïsten kunnen de oerknal niet verklaren. Dit is zeker een punt. Je hebt een mooie uitspraak, die volgens mij tot de organisatie Visje behoort, die zegt: ‘Dus eerst was er niets en dat explodeerde ook nog eens?’.
Hier kan ik weinig tegenin brengen. Het is natuurlijk natuurkundig onmogelijk om uit niets iets te maken zonder iets.

Dit levert voor atheïsten een enorm groot probleem op… Voor christenen ook, want hoe is God dan ontstaan?
Hoe God is ontstaan weten we niet, en kunnen we niet weten, want Hij heeft altijd bestaan.

In tegenstelling tot het heelal heeft God geen begin.

Bij het heelal kunnen we de volgende regels toepassen:

  1. Wat begint met bestaan heeft een oorzaak
  2. Het universum begon te bestaan
  3. Daarom heeft het universum een oorzaak

Als christen geloof ik dat:
4. De oorzaak van het heelal God is.

    Dit is het zogenaamde Kalam Kosmologisch argument. Om de eerste drie punten kun je filosofisch niet heen, tenzij je gelooft dat het heelal oneindig is.

    Dit is echter onmogelijk want:

    1. Als het universum oneindig was en zijn krachtbronnen niet (denk aan de zon!), zou elke energiebron al dood zijn (want die zouden anders al eeuwig branden!)
    2. De energiebronnen van het universum zijn echter niet dood (dat zien we omdat de zon nog brandt)
    3. Daarom is het heelal niet eeuwig
    4. Daarom had het heelal een begin
    5. Daarom heeft het heelal een eerste oorzaak gehad.

    Enkele kosmologische wetenschappers gaan hier tegenin. Zo heeft Penrose onlangs bewezen dat er iets was voor de oerknal! Namelijk een eerder universum en over enkele miljarden jaren breidt dit heelal zich niet meer uit en komt er wederom een oerknal.

    Dan blijft echter het vorige argument tot stand! Er moet een eerste begin geweest zijn!

    Wat kan dit begin dan geweest zijn?

    Sommige wetenschappers beschrijven dat er alleen veel hete stoffen waren die uiteindelijk een explosie (of implosie volgens sommigen) veroorzaakte, waardoor het heelal zich uitbreidt.

    We zien dat dit ook gebeurd en het schijnt dat het heelal zich in een perfecte cirkel uitbreidt. Dawkins noemt dit de wetmatigheden die de oerknal teweegbracht. Einstein zegt net zo iets als hij spreekt dat alles op elkaar reageert. Alles heeft in het eerste begin met elkaar contact gehad en alles is een reactie op elkaar. Dus het heelal heeft door die wetmatigheden een verklaring nodig.

    Nu komt het argument weer hoe oneindig dat heelal dan was voor de oerknal. Als dit oneindig was, had de oerknal eerder moeten gebeuren dan 13,7 miljard jaar geleden. Het had in de eeuwigheid moeten gebeuren. Dus zou de energie nu al op moeten zijn.

    We blijven er dus bij dat er een begin geweest moet zijn.

    1. Als God niet de verklaring is voor het universum, dan heeft het heelal geen verklaring of moet het in zichzelf verklaard zijn.
    2. Het heelal is niet zonder verklaring.
    3. Het heelal verklaart zich zelf niet
    4. Dus moet een God wel de verklaring van het universum zijn.

    Hoewel dit allemaal theoretisch te beredeneren valt is het natuurlijk geen onoverkoombaar bewijs voor het bestaan van God.

    Het is echter, naar mijn mening, wel een hele goede aanwijzing voor het bestaan van God.

    We zullen volgende keer kijken naar een volgende aanwijzing.

    Verder lezen:

    Atheïstische visie:

    -          S. Hawking – The theory of everything (waarvan soms wordt beweerd dat Hawking niet erkent dat hij het geschreven heeft)
    -          S. Hawking – The grand Design (persoonlijk niet gelezen, maar wordt soms aangehaald)

    Christelijke visie:

    -          Craig – All the Works of (m.n. Creation out of  Nothing, Reasonable Faith)

    Voor de rijtjes heb ik gebruik gemaakt van het overzichtswerk: Christian Apologetics – D. Groothuis

    Deze reeks over Job is een samenstelling van een lezing die 5 februari is gehouden.

    Wanneer we nu de zuidelijke hemel bekijken, dan blijkt dat driekwart daarvan geen heldere sterren bevat; het overige deel bevat echter juist zeer heldere sterren. Op een gebied ter grootte van slechts 1/30 deel van de gehele hemel vindt men hier vijf sterren van magnitude 1, terwijl er totaal slechts een twintigtal sterren van deze magnitude zijn. Verder bevinden zich hier nog eens ongeveer vijf van de 60 sterren die helderder zijn dan magnitude 2. Tot slot bevindt zich hier het helderste deel van de Melkweg en zijn er vele sterren te zien in allerlei helderheidsgradaties. Dit is, kortom, één van de meest heldere plekken aan de sterrenhemel.

    Sommigen stellen dat het bij de ‘Kamers van het Zuiden’ gaat om een gedeelte van de zuidelijke hemel dat nu niet meer te zien is in Israël. Dit komt, verklaren zij, door de precessie van de aarde. Als dit inderdaad zo is, kan men na de identificatie van het sterrenbeeld Chadre Theman berekenen wanneer dit nog wel in Israël te zien was. Op grond hiervan kan dan worden bepaald wanneer Job leefde en aan de hand daarvan kan men afleiden wat de laatst mogelijke datum is waarop het boek Job geschreven kan zijn.

    Tags: , ,

    Deze reeks over Job is een samenstelling van een lezing die 5 februari is gehouden.

    We zijn nu beland op het punt waar ons onderzoek begint. Alle eerder genoemde sterrenbeelden waren redelijk gemakkelijk te bepalen en waren allemaal in het noordelijk gedeelte van de sterrenhemel te zien of maakten deel uit van de dierenriem. En zijn ook voor ons bekende beelden.

    In Job 9:9 vinden we tot slot ook een verwijzing naar een sterrenbeeld met de intrigerende naam ‘de binnenkameren van het Zuiden‘ en de meeste vertalingen komen niet verder dan een ’sterrengroep in het Zuiden’ of een ’symbolische verwijzing’ naar de zuidelijke sterren die niet (meer) te zien zijn. En daar zit het probleem deze sterren zijn niet te zien vanuit Nederland of tegenwoordig uit het gebied waar men denkt dat Job woonde.

    Voordat we een proberen te achterhalen wat de ‘de binnenkameren van het Zuiden‘ zijn, zal eerst onderzocht moeten worden wat de betekenis is van de grondtekst en hoe de verschillende vertalingen dit interpreteren.

    In het Hebreeuws staat er Chadre Theman. Het woord Chadre is afgeleid van de stam Cheder en betekent een kamer en dan speciaal de binnenste kamer van een huis of een tent (cf. Gen. 43:30; Richt.16:9,12). Metaforisch wordt het woord ook gebruikt voor het binnenste van de buik (cf. Spr.18:8; 26:22).

    Het woord Theman betekent letterlijk ‘datgene wat gesitueerd is aan de rechterkant‘. De oude Joden oriënteerden zich op het Oosten, en wat aan de rechterkant ligt is in dat geval het Zuiden (cf. Ex. 26:18,35; 27:9). Men kan daarom dit woord het beste vertalen met ‘het zuiden‘. Zo wordt de zuidenwind aangeduid als Ruach theman (cf. Ps.78:26; Hoogl.4:16). Als we nu de verschillende vertalingen bekijken, zien we dat de LXX dit vertaalt met tameia Notou en de Vulgata met interriora Austri. Beide vertalingen geven een zo letterlijk mogelijke vertaling van het woord. De King James geeft evenals de Statenvertaling ‘chambers of the south’, terwijl de Good New Bible vertaalt met ’stars of the south’. Bij bestudering van andere vertalingen blijkt dat allen een soortgelijke omschrijving geven.

    Als we lezen wat in Job 9 aan vers 9 voorafgaat, zien we een beschrijving van Gods grootheid: verschuivingen van bergen, aardbevingen, het opkomen en ondergaan van de zon en de sterren, de scheidingen tussen de aarde en de zee. Daarna volgt een opsomming van de meest schitterende sterrenbeelden die er aan de hemel te zien zijn. Wat opvalt is dat er alleen gesproken wordt over fysieke zaken en niet over geestelijke of symbolische zaken. We moeten dus op grond van de context wel concluderen dat ook de ‘Chadre Theman‘ een fysiek verschijnsel is. Met andere woorden, de ‘Chadre Theman‘ is waarschijnlijk een sterrenbeeld dat aan de hemel te zien is, net als de Grote Beer, Orion en de Pleiaden.

    Nu we weten dat er daadwerkelijk gesproken wordt over een sterrenbeeld of een groep sterren, moeten we dus onderzoeken waar de locatie van dit sterrenbeeld is en wat de hedendaagse benaming is voor dit object. Gezien de benaming moeten we in het Zuiden zoeken en wel naar een object dat net zo schitterend is als de andere genoemde sterrenbeelden.

    Sommige geleerden stellen dat het gaat om ’sterrenbeelden van de zuidelijke Dierenriem’ en vermelden Scorpio, de schorpioen, als mogelijke kandidaat. Dat is echter niet waarschijnlijk. De bekende joodse astronoom Aben Ezra identificeert Scorpio of Antares, de helderste ster, met de in Jesaja 13:10 genoemde K’esil. De Joden kennen in het algemeen dit sterrenbeeld als ‘Akrabh (Schorpioen, cf. de Dode Zeerol 4Q318) en claimen dat het op de banier van de stam Dan staat, wiens stamvader als ‘een slang is aan de weg’ (Gen.49:16,17). De rabbijn Rashi ziet in deze slang een basilisk, een schorpioenachtig wezen waarvan het gif zo dodelijk is dat zowel man als paard aan de beet sterft (cf. Plinius, Natuurlijke Historie, VIII.33). Sir William Drummond stelt dat Scorpio in de dierenriem zoals de ‘patriarch Abraham’ die kende een adelaar was. Hierbij moet men dan bedenken dat schorpioenen vroeger werden voorgesteld als slangen en als adelaars. Enige verbinding met de ‘Kamers van het Zuiden’ ziet hij niet.
    Andere geleerden, zoals Patten, denken dat het gaat om het zuidelijk deel van de Melkweg. Weer anderen achten de uitdrukking te vaag om te verwijzen naar een speciale ster of groep van sterren, en stellen dat het een algemene uitdrukking is voor sterren aan de zuidelijke hemel. Weer anderen identificeren de ‘Kamers’ met de kamer waaruit de wervelwind Ruach theman komt (Job 37:9).

    Hoewel er verschillende meningen zijn, is iedereen het er over eens dat het gaat om een groep sterren die zeer helder moet zijn en die gemakkelijk te herkennen moet zijn geweest voor tijdgenoten van Job. Dit baseert men onder andere op het feit dat de andere genoemde sterrenbeelden ook zeer helder zijn. Sommigen verwijzen naar de Babylonische astronomie. Daarin is namelijk geen Zuidpool die correspondeert met de Noordpool, maar daarentegen is er wel een gebied dat Ea wordt genoemd en dat ver aan de zuidelijke hemel wordt gesitueerd. Men denkt dat Job met de term Chadre Theman dezelfde sterrenbeelden bedoeld. Interessant is echter dat allen stellen dat het om een of meerdere sterrenbeelden of sterren gaat die ver aan de zuiderhemel te zien zijn.

    Tags: , ,

    Deze reeks over Job is een samenstelling van een lezing die 5 februari is gehouden.

    Ook van het tweede sterrenbeeld, Orion, zijn meer gegevens bekend. In het Hebreeuws werd Orion Khasil “de dwaas” genoemd omdat hij het hele jaar achter zijn prooi de Stier aanging zonder deze ooit te vangen. In Job 38 lezen we over de ketens/strengen van dit sterrenbeeld. De schrijver van het boek doelt met de strengen van Orion op de sterren van de gordel, Alnitak, Alnilam en Mintaka. In tegenstelling tot de Pleïaden staan de sterren van Orion alleen optisch bij elkaar. Sommigen (Hobrink) gaan uit van de idee, dat met het ontbinden van deze gordel wordt bedoeld dat de sterren zich steeds verder uit elkaar bewegen. Nu is het zo dat niet alleen deze sterren, maar ook verschillende andere sterren zich bewegen vanuit een centrum, waar de Orion-nevel zich bevind. Deze sterren worden ‘runaway stars’ genoemd en de bekendsten zijn AE Aurigae, 53 Arietis en μ (mu) Columbae. Om deze beweging en dus de verandering van de posities van de sterren in het sterrenbeeld Orion op te merken, zou men als waarnemer miljoenen jaren moeten leven. Tegenwoordig kan men dit doen door middel van computersimulaties.

    De vraag is dan ook of in deze passage deze eigen beweging van de sterren wordt bedoeld, wat de hoofdpersoon uit ons verhaal onmogelijk kon weten. Computers waren er toen nog niet en er zijn geen eerdere vermeldingen van wijzigingen van sterposities dan sinds de Almagest van Ptolemaeus ( ~150 n.C.) door de Joden, Grieken en later ook anderen werd herzien. Zelfs als Job nu, 4000 jaar later, nog steeds zou leven, dan zou hij met het blote oog geen verschil zien in de positie van de genoemde sterren

    Logischer is dan ook dat we in deze tekst een poëtisch taalgebruik moeten zien en omdat de sterren Alnitak, Alnilam en Mintaka schijnbaar op één lijn staan en daarmee de suggestie wekt dat ze door een ‘koord’ bijeen worden gehouden.

    Tags: , ,

    Astronomie in Job

    Deze reeks over Job is een samenstelling van een lezing die 5 februari is gehouden.

    Als het boek Job oud is, zijn er mogelijkheden om dit te bewijzen. Temeer daar verschillende critici beweerden dat het boek vrij jong was. Om dit alles tot in detail te bespreken daar is de tijd te kort voor daarom wil ik me slechts richten op de astronomie van Job en hoe ik in mijn zoektocht naar de ouderdom van Job een paar interessante zaken tegenkwam. Als eerste zal een kort overzicht worden geven van de genoemde sterrenbeelden om daarna dieper in te gaan waarom het boek Job volgens deze sterrenbeelden oud is. In geen enkel Bijbelboek komen we zoveel verwijzingen tegen van sterrenbeelden als in Job. Zo lezen we in Job 9:9 De Grote Beer heeft hij gemaakt, en Orion, de Pleïaden en de sterren van het zuiden. En in Job 38:31-32 Kunt u de banden van het Zevengesternte vastbinden, of de ketenen van de Orion losmaken? Kunt u de Mazzarot tevoorschijn laten komen op zijn tijd, en kunt u de Wagen met zijn kinderen leiden? De eerste tekst is al interessant omdat daarin een paar bekende sterrenbeelden (een groep sterren die door de mensen bijeen gevoegd zijn om ze makkelijk te herkennen) worden beschreven die over de hele sterrenhemel staan verspreid. Zo staat de Grote Beer (het steelpannetje) in het hoge noorden, Orion en de Pleïaden in het midden (de Dierenriem) en “de sterren van het zuiden” in, zoals we later zullen zien en zoals de naam al zegt in het verre zuiden. Job geeft hier richting zijn vrienden aan dat de hele sterrenhemel door God is geschapen. Dat er maar 4 worden genoemd wil niet zeggen dat er niet meer sterrenbeelden bekend waren. Want in Job 26:13 lezen we over een ander sterrenbeeld: Met Zijn adem blaast Hij de hemel schoon, Zijn hand doorboort de kronkelende slang.

    Het verhaal van Job speelt zich af in het Midden-Oosten en als men met een karavaan door de woestijnachtige gebieden ging was het noodzakelijk om de juiste richting op te gaan. Het herkennen van de sterren was daarbij van levensbelang, net zoals in de zeevaart men vroeger navigeerde op de sterren. Zo wist men aan de hand van de positie van de Grote Beer waar het noorden was en op die basis konden de karavanen door de woestijn heen navigeren. In de grondtekst staan natuurlijk andere exotische namen en uit de vertalingen blijkt al dat men niet altijd wist welk fenomeen aan de hemel werd bedoeld. De Grote Beer (ons steelpannetje) is nog een makkelijk sterrenbeeld om te bepalen en werd de ‘Ash “dochters” genoemd. In Job 38 wordt een meer specifieke beschrijving gegeven van dit sterrenbeeld en daaruit kunnen we opmaken dat het een heldere ster die omringd was door andere minder heldere sterren die dan “zijn kinderen” worden genoemd. Deze heldere ster is Arcturus. Uit andere oude bronnen weten we dat de volledige naam van dit sterrenbeeld de Banat Na’ash al Kubra “de dochters van de lijkbaar” werd genoemd. Een inderdaad lijkt het sterrenbeeld op een wagen waarop de doden werden vervoerd en de dochters zijn dan de klaagvrouwen die er achteraan liepen.

    Tags: , , ,

    Schoon zijt gij, mijn liefste, als Tirsa,
    liefelijk als Jeruzalem,
    geducht als krijgsscharen met banieren.

    Hooglied 6:4 (NBG)

    Wie rijst daar als de dageraad, mooi als de maan,
    stralend als de zon en ontzagwekkend als een leger in slagorde?

    Hooglied 6:10 (WV95)

    Je zult je vrouw maar vergelijken met een gevaarlijk en vooral oorlogszuchtig leger opgetuigd met banieren. Dat kan maar twee dingen betekenen, of die persoon is helemaal gek van legers, of hij bedoelde er totaal iets anders mee.

    In deze twee passages van Hooglied zitten we dus met het probleem wat wordt hiermee bedoeld. Opvallend is dan ook dat de Groot Nieuws Bijbel het niet heeft over een leger met vaandels of banieren, maar haar vergelijkt met “indrukwekkend als de sterrenhemel“. De vraag is dan ook, hoe komen ze aan zo’n afwijkende vertaling en het ligt natuurlijk voor de hand dat we naar de Hebreeuwse tekst moeten kijken.

    Het Hebreeuwse werkwoord dāgal is afgeleid van het zelfstandig naamwoord degel “banier, vaandel”, wat vaak verwijst naar een militaire standaard die, wanneer opgeheven, voor iedereen te zien was (Num. 2:3-4; 10:14-15). Het werkwoord zelf komt alleen voor in drie passages (Ps. 20:6; Hoogl. 6:4, 10). Het is om deze reden dat in veel vertalingen dit woord letterlijk is vertaald met “banier” of “vaandel”, maar de vraag blijft natuurlijk wat hiermee wordt bedoeld. De NBV kozen voor de vaandelachtige betekenis, omdat er een verwant woord in hoofdstuk 2:4 staat, en wat ze hebben vertaald met ‘het vaandel van zijn liefde‘. Ze hebben gezocht naar een beeld dat beter bij een meisje past dan het beeld van een heel leger, en kwamen zo op ‘vaandelvrouw’. Waarbij je dan moet denken aan een sterke vrouw die in de oorlog in de voorste gelederen rijdt, hoog op een dromedaris.

    Maar er zijn geleerden die hier anders over denken, omdat ze vinden dat vooral de tweede passage (vs. 10) dan helemaal niet logisch is. Zij betogen dat hier allerlei voorbeelden worden aangehaald uit de sterrenhemel, zoals “dageraad”, “maan” en “zon” en dat het dus logischer wijze om iets aan de hemel moet gaan omdat anders de parallellie in dit vers niet klopt (en Hooglied is toch poëzie!). Om die reden willen ze een letter in het woord veranderen zodat de meervoudsvorm van dāgal, “nadgalot” wordt veranderd in “nergalot“. De letter ד “d” wordt dus een ר “r” en deze lijken in het Hebreeuws heel erg op elkaar, zoals je kunt zien. Dit woord heeft inderdaad een sterrenkundige betekenis, want hier wordt het sterrenbeeld “Tweelingen” mee bedoeld, en enkele geleerden wijzen erop dat met de twee helderste sterren dan de borsten van de geliefde wordt bedoeld. Als dit zo is dan krijg je inderdaad, de schitterende parallellie:

    Wie is zij die verschijnt als de dageraad,
    mooi als de volle maan,
    zuiver als de gloeiende zon,
    indrukwekkend als de sterrenhemel?

    Natuurlijk valt er nog veel meer over te zeggen en er zijn nog veel meer interpretaties over dit ene woord. Maar, met mijn romantiek en voorliefde voor de sterrenkunde, lijkt deze laatste verklaring de meest logische.

    Tags: , , ,

    In mijn verzameling foto’s kwam ik ook nog een aantal tegen van de Russische ruimtevaarttentoonstelling ‘Interkosmos’ die in 1986 in de Efteling te zien was. Daar ik bijna geen foto’s van deze tentoonstelling kon vinden op internet dacht ik dat deze reeks een aardige aanvulling zou zijn. Weliswaar niet echt foto’s uit de Oude Doos, maar toch maar onder deze categorie gegroepeerd:

    Voor nog meer foto’s zie hier.

    Tags: , ,

    Vanavond is het weer zover dat we een maansverduistering kunnen zien. In de kranten werd gezegd dat het een speciale zal zijn en deels hebben ze gelijk. Want deze maand zijn er 2 zonsverduisteringen en 1 maansverduistering en dat is toch wel bijzonder. Daarnaast zal deze maansverduistering langer duren dan de gemiddelde verduistering.

    Maar de grote vraag of het een donkerrode maansverduistering zal worden hangt niet af van de duur van het evenement of dat er meerdere verduisteringen in een maand zijn. We moeten daarvoor het wat dichterbij zoeken, nl. naar de atmosfeer. Tijdens een verduistering wordt door de Aarde het witte licht geblokkeerd door allerlei gassen en stof in de atmosfeer. Dus als er pas een vulkaanuitbarsting is geweest (denk aan IJsland), dan is de kans groot dat de maan roder wordt dan normaal. Verder is het ook de stand van de maan van belang, staat hij hoog aan de hemel dan zal hij lichter zijn dan als hij pas opkomt omdat het licht dan een langere weg af moet leggen door de atmosfeer.

    Voor vanavond is er dus goede hoop dat het een mooie rode maansverduistering zal zijn. Een paar minuten voor 10 uur zal de maan al gedeeltelijk verduisterd in het zuid-oosten opkomen en om 10:14 uur zal het hoogtepunt zijn. Het is leuk om te weten dat om ongeveer dezelfde tijd de zon ondergaat. We kunnen dan ook zeggen dat vanavond de Aarde precies tussen de zon en de maan zal wezen. Voor hen die het evenement willen zien, ga naar een plek waar weinig begroeiing is en waar je weinig last hebt van de straatverlichting.

    Tags: ,

    Na de ietwat tegenvallende van afgelopen dinsdag is het interessant om te kijken of in de Bijbel ook wordt gesproken over zonsverduisteringen. Dit blijkt inderdaad het geval, zij het bijna altijd in profetische betekenis.

    De enige vermelding waarvan zeker is dat het om een verduistering gaat staat in Amos 8:9 “Op die dag – spreekt God, de HEER – zal ik op het middaguur de zon doen ondergaan, en het land verduisteren op klaarlichte dag.”

    Deze dag hebben de astronomen kunnen terugrekenen en was 15 juni 763 v.C. waar bij het maximum van de verduistering om 10:11 uur (lokale tijd Jeruzalem) was.

    Hierboven is een kaartje met daarop het pad waar men toen de zonsverduistering kon zien. Als men zich toen binnen de blauwe lijnen bevond was de verduistering totaal, en de beste resultaten had men als de antieke waarnemer in de buurt van de rode lijn was. In Israël werd de zon dus niet geheel verduisterd, omdat deze te ver zuidelijk lag.

    Nu is het leuk dat we met onze huidige kennis van de wiskunde en moderne computer technieken dit na kunnen rekenen. Maar echt leuk wordt het dat naast de genoemde vermelding in de Bijbel, deze datum ook nog eens wordt bevestigt door een Assyrisch geschrift (zie afbeelding hiernaast) welke bekend staat als het Eponym Canon. Hier wordt vermeld: “opstand in de stad Assur, in de maand Sivan. De Zon werd verduisterd.”

    Tags: ,

    Hierbij een foto van de zonsverduistering van vanochtend. Excuses dat de kwaliteit wat te wensen overlaat.

    Tags: ,

    « Older entries