Israël

You are currently browsing articles tagged Israël.

Hierbij het tweede deel van de artikelreeks geschreven door Ya’akov Siepman, eerdere artikelen van deze schrijver kun u hier vinden.

Joods historiografische Bronnen

De oudste bescheiden van het Joodse Volk, die tot in de schriftloze oudheid terug gaan, zijn hun geslachtsregisters. Ook in de latere geschiedenis van het Joodse Volk hebben de genealogische registers en oorkonden van een bijzondere waarde. Vooral van de Spaanse en Portugese Joden. Welke zij met bijzondere zorg de overlevering of aantekeningen van hun afstamming hebben bewaard.( men vindt hiervan in Joodse schriften o.a. in het bekende Boek der geslachtsregisters genaamd “Juchasin” van Abraham Zacuta 1452 – 1515 een Sefardische Joodse astronoom, astroloog, wiskundige en historicus. De geslachtsregisters beginnen bij de schepping en eindigden in 1500 “Antonii Bibliothca Hispanica Nova, 1684

Vaak waren ze een afstamming, die niet zelden van adellijke of ridderlijke afkomst waren. Met het genealogisch onderzoek wat o.a. Wagenaar en Koenen verrichte was het uiterst moeilijk in die tijd informatie te verkrijgen. De Joden in 1500 tot 1700 waren huiverig om de achtergrond gegevens van hun voorgeslacht aan niet Joden te verstrekken.
De geschiedenis van de Adel en van die Joden die de Wapenkunde beheersten hadden vaak een zeer duistere voorgeschiedenis. (Joden mochten geen wapens dragen of leren er mee om te gaan) Daarbij komt de onzekerheid van de voor en achternamen van voorouders. Vooral sinds de vervolgingen en de gedwongen bekeringen in Spanje en Portugal.

In navolging van Saulus die na zijn bekering zijn naam veranderde in Paulus, werd dit door de Geestelijkheid goedgevonden dat, gedoopte Joden een ‘andere’ nieuwe naam aannamen zodat ze niet onmiddellijk als van Joodse afkomst herkend zouden worden. Vaak was het ook omdat de bekeerde die met zijn nieuw Christelijk leven begon, ook een Christelijke naam verlangde. De voorbeelden hiervan zijn in de geschiedenis van de Joden van zuidelijke afkomst veelvuldig voorgekomen.
Dikwijls werd er voor een naam gekozen die in overeenstemming met hun oude naam was. Bv. Baruch werd Benedictus, Uriel, in Gabriel, Levi in Leo, David of Daniel in Deodatus. Ook vertaalden zij regelmatig bij het verlaten van hun geboorteland hun naam in de taal van het land waar ze heen gingen. Bv. Belmonte en Schoonenberg, Burno en Bonus is dezelfde geslachtsnaam. Verder waren geschiedschrijvers en auteurs, met Hebreeuwse, Spaanse of Portugese met vrij gewone Joodse geslachtsnamen onbekend. Het laatst genoemde, werden de namen vaak onherkenbaar verbasterd of er werden Spaanse met Duitse namen verwisseld. Van Mesia heeft men Mesias, van Suasso, Schwartzau gemaakt. Op al deze verwarringen moet de geschiedenis onderzoeker bedacht zijn, om de genealogische bescheiden met de berichten van de geschiedenisschrijvers gezamenlijk overeen te komen.

Priesterlijke manuscripten en boeken uit de oudheid waren mede belangrijk om meer over de geschiedenis van het Joodse Volk te weten te komen. Daarvoor zijn ook in latere tijd de Rabbinale en Synagogale optekeningen gekomen. Helaas is er veel door ongunstige tijden verloren gegaan. Helaas hebben de Hoog Duitse en Poolse Joden voor lange perioden geen aantekeningen van hun geschiedenis gemaakt. Bang voor kwalijk gezindheid bij de Christenen hebben ze veel manuscripten, boeken verborgen of ze zijn vernietigd. Ook door onverschilligheid is er veel verloren gegaan. Toen die reden in die tijd geheel of gedeeltelijk wegvielen, was het helaas te laat om onherstelbaar verlies te voorkomen of te redden. Verder is er natuurlijk tijdens, na de Russische Revolutie en daarvoor tijdens de pogroms, en tijdens de Holocaust vanaf 1937 tot 1945 heel veel vernietigt en of zoek geraakt. Mede daardoor is het voor de tegenwoordige geschiedschrijver onaandoenlijk, om al wat er van deze boeken nog mocht bestaan, deze op te sporen. Om toch zoveel mogelijk nauwkeurige aantekeningen van voorgaande schrijvers te honoreren zullen we deze zoveel mogelijk in ons werk gebruiken.

Veel van de vroegere verslagen zijn geschreven door vele Joodse geleerden, Vooral door leraren van Religieuze en landelijke Wetten in Spanje en in Portugal. Ook door de gevluchte Joden uit bovengenoemde landen, die toevlucht in Nederland gezocht hebben is veel te danken. O.a. Immanuel Aboab, geboren in 1555 Porto en gestorven in Venetië in 1628 hij was een Portugees-Joodse geleerde die in zijn “Nomologia” deze werd door zijn erfgenamen in Amsterdam in 1629 gedrukt en uitgegeven.

Veel uitgebreider was het manuscript dat de scherpzinnige geleerde Manasseh Ben Israel Geboren op Madeira 1604, gevlucht in 1610 voor de inquisitie naar Nederland. De veelzijdige Manasseh was een schrijver, een Portugees-Israëlitisch Rabbijn, een geleerde, diplomaat, drukker en uitgever. Hij richtte in 1626 in Amsterdam de eerste Europese Hebreeuwse drukkerij, ‘Emeth Meerets Titsma` ‘ op. Zijn ‘bedrijfslogo’ was een wapenschild met een afbeelding van een bepakte wandelende Jood. Hij is overleden in 1657 te Middelburg. Hij had zich o.a. voorgenomen om de Joodse geschiedenis vanaf de tijd na Flavius Josephus laatste boek een vervolg op te schrijven. Volgens sommige van zijn tijdgenoten zou hij dit werk wel hebben voltooid, maar nooit hebben uitgegeven. Dat hij voor deze werken veel en belangrijke gegevens had verzameld blijkt wel uit zijn ‘Verdediging der Joodse Natie‘ welke in Engeland openbaar werd gemaakt ten behoeve van zijn mede volksgenoten in dat land.
Vindiciae Judaeorum, or a letter in answer to certain questions on the Nation of de Jews, London 1656″. Gelijktijdig schreef hij een pamflet van een soortgelijke inhoud, een smeekschrift gericht aan de Lord Protector van Engeland Oliver Cromwell.1599-1658. (Cromwell and Menasseh) Over algemeen is het toch vreemd in die tijd dat door Joden in Nederland, zich uitlieten over het leed en wezen van volksgenoten in het buitenland.

Een derde Portugese Jood die in Nederland een soort geschiedenis van het Joodse Volk heeft geschreven en uitgegeven is de bekende dichter van die tijd Daniel Levi de Barrios, 1625 – 1701 een Spanjaard van Joodse afkomst, geboren te Montilla. Hij was krijgsoverste in het leger van de koning van Spanje. Vervolgens vluchtte hij naar Amsterdam waar hij de G’dsdienst van zijn Volk in vrijheid kon belijden. Voor het overige gedeelte van zijn leven bracht hij in armoede door. Hij leefde van schrijven en het zingen over de geslachten en hun voorouders van zijn vermogende geloofsgenoten. Enigszins vergelijkend is zijn werk “Historia Universal Judayca, Amsterdam 1683″ waarin eigenlijk niet meer dan enkele anekdoten over voorname Joden uit zijn vroegere tijd uit Spanje te vinden zijn en dus alleen biografisch van belang zijn. Voorts bevat zijn “Relacion de los Poetas y Escritores de la Nacion Judayca Amstelodama, Amsterdam 1683″ ettelijke bijzonderheden van letterkundige aard die toch een opmerking en aandacht verdienen. Ze zijn zeer uitbundig met zeer overdreven toegeschreven lof aan zijn Mecenaten (welgestelde / beschermheren) die hij in zeer hoogdravende taal toe juicht. Dit stuk voelt zo goed aan dat je eigenlijk je bezorgd moet maken over het waarheidsgehalte van zijn manuscripten. In zijn “Triompho del govierno popular y de la antiquedad Hollandesa, Amsterdam 1683″ beschrijft hij de eeuwen van de Joodse geschiedenis. En toont daarbij aan dat zijn Volk eerst onder de heerschappijen van Koningen stonden en daarna eeuwen onder het gezag van Oudsten onderworpen waren. Dat met de verspreiding van het Joodse Volk een soort van Volksregering was ontstaan. Welk in de tijd waarin hij leefde een zeer treffende overeenkomst had met de volksgezinde Republiek der Verenigde Nederlanden. Eigenlijk een bijzonderheid, op welke wijze hij de goede verstandhouding en wederzijdse belangen overeenstemde met de Verenigde Nederlanden in die tijd. Niettemin geven zijn manuscripten vreemde aanwijzingen aangaande het bestuur van de Joodse Gemeenschap in Amsterdam, gezien de omstandigheden waarin Joden algemeen leefden, gedurende de 17de eeuw in Europa. De Regering bemoeide zich niet met hun interne organisatie.

Izaak Cardozo schreef “Las excellentias de los Hebreos y las Colonias de los Hebreos, Amsterdam 1679″. Een belangrijk werk over Joden van zuidelijke afkomst. Hij beschreef hun levensgeschiedenis en lotgevallen die in verband stonden met Nederland. Hij moet ook nog een boek geschreven hebben over hoe de Joden belasterd werden in die tijd en over welke goede eigenschappen zijn Volk eigenlijk bezit. Dit werk is helaas verloren gegaan, maar het boek wordt besproken in het werk van Henri Baptiste Gregoire 1750 – 1831 een Frans geestelijke en politicus, een van de meest vooraanstaande figuren van de Franse Revolutie. Hij bezat een opvallende welsprekendheid en was tegenstander van Dialecten en minderheidstalen in Frankrijk. Intussen raakte hij gewonnen voor de verlichte ideeën van Voltaire hoewel hij tegelijkertijd een overtuigend Christenen bleef. Als overtuigt voorstander van religieuze verdraagzaamheid schreef hij een “Essai sur la regeneration morale et phsique de la nation Juivre” waarin hij pleitte voor gelijkberechtiging van de Joden. Het essay leverde hem in 1788 een prijs van de Société Royale de Metz op, en bezorgde hem een zekere bekendheid.
Voltaire 1694 – 1778, pseudoniem van François-Marie Arouet, was een Franse schrijver, essayist en filosoof. Hij kan worden beschouwd als de prominente voortrekker van de Franse Verlichting. Nooit heeft een schrijver zo het intellectuele leven van zijn tijd beheerst als Voltaire. Goethe stelde dat Voltaire de aanstichter was van “de Franse Revolutie“, omdat hij de oude banden van de mensheid zou hebben los gemaakt. Volstrekt in tegenspraak met de status die hij als zinnebeeld van het humanisme van de Verlichting en als goeroe van de verdraagzaamheid had verworven, werd Voltaire beschuldigd van racistische en antisemitisme uitlatingen.
Deze beschuldigingen berusten op een onmiskenbaar omvangrijk corpus aan citaten, dat niettemin nadere, contextuele toelichting verdient. Voltaire, die daarmee de vooroordelen van zijn tijd onderschrijft, heeft over de gelijkheid van alle mensen geschreven. Hij heeft echter ook in zijn “Traité de métaphysique” geschreven
Ik zie ten slotte mensen die ik hoger acht dan negers, zoals de negers boven de apen staan, en zoals de apen boven de oesters en andere dieren van deze soort staan“. (“Enfin je vois des hommes qui me paraissent supérieurs à ces nègres, comme ces nègres le sont aux singes, et comme les singes le sont aux huîtres et aux autres animaux de cette espèce“)
Wat het antisemitisme betreft, schrijft Voltaire bijvoorbeeld in het artikel “Tolérance” (verdraagzaamheid) van zijn “Dictionnaire philosophique” (filosofisch woordenboek):
Met spijt spreek ik over de Joden: dit volk is, in menig opzicht, het meest verwerpelijke dat ooit de aarde heeft bevuild” (“C’est à regret que je parle des Juifs: cette nation est, à bien des égards, la plus détestable qui ait jamais souillé la terre“).

De Franse historicus Leon Poliakov 1910 – 1997. Was een historicus en schreef hoofdzakelijk over het antisemitisme en de Holocaust, die in zijn “Histoire de l’Antisémitisme” het derde deel met de titel “De Voltaire à Wagner” gaf, noemt hem “de ergste Franse antisemiet van de 18de eeuw“. Volgens hem zouden deze gevoelens bij Voltaire in de loop van de laatste vijftien jaren van zijn leven zijn aangescherpt. Er schijnt een verband te zijn met de strijd van de filosoof tegen de Christelijke Kerk. Ook financiële problemen en moeilijke verhoudingen met Joodse bankiers worden genoemd als verklaringen dat onvoldoende gefundeerd lijkt.

Van een verdedigende aard zijn mede de beide werken van Isaac De Pinto midden 17e eeuw. Het is geschreven in het Portugees “Reflexoes Politticas tocante a Consttuicao, Amsterdam 1761″ en later schreef hij in het Frans “Apologie pour la Nation Juive, ou reflections critiques sur quelques passages de ecrits de M. Voltaire, Amsterdam 1761″
Het laatste was een protest tegen de antisemitische aantijgingen van Voltaire, welke hij op een briljante wijze weersprak.
De Pinto 1717 – 1787 was een schatrijke Joods Nederlandse filosoof tijdens De Verlichting, een politiek econoom en een liefhebber van kunst en muziek. Ook was hij bewindhebber bij de VOC.

Door de bemoeienissen van de Pruisische Staatsminister Christian Wilhelm von Dohm 1751 – 1820 Hij was historicus, econoom en diplomaat. Het was op instigatie van Mendelssohn dat Dohm in 1781 zijn bekende boek “Ueber die burgerliche Verbesserung der Juden” schreef. Mendelssohn had hem naar aanleiding van de slechte situatie van de Joden in de Elzas gevraagd een memorandum ter verdediging van de Joden te schrijven. Mozes Mendelssohn 1729 -1786 was een Duitse en Joodse filosoof tijdens de Verlichting. Hij was de voortrekker van de Joodse Verlichting, de “Haskalah“.
In het voorwoord van zijn boek schrijft Dohm dat hij aanvankelijk van plan was de geschiedenis van de Joden te schrijven. Door drukke werkzaamheden was dit er echter niet van gekomen. Wel had hij waarschijnlijk al materiaal verzameld, wat hem bij het schrijven van “Ueber die Burgerliche Verbesserung” goed van pas kwam. In zijn boek constateert Dohm dat de Joden van tal van activiteiten zijn uitgesloten. Ze mogen niet in de landbouw werken en ook de Gilden zijn voor hen gesloten. Alleen de handel blijft daarom voor ze open. Volgens Dohm staat de Joodse religie een goed burgerschap niet in de weg, en hij pleit dan ook voor gelijke rechten voor de Joden.

Hun onaangename eigenschappen zijn volgens Dohm het gevolg van eeuwenlange onderdrukking. Verder bepleit Dohm het aanleren van ambachten, te zorgen voor de zedelijke verbetering van de Joden en moeten ze volledige g’dsdiensvrijheid krijgen. Dhom vermoede dat als zijn voorstellen werden opgevolgd de Joden binnen enkele generaties gelijke burgers zouden zijn. In 1783 verscheen het tweede deel van zijn boek, waarin hij onder ander inging op de bezwaren die tegen het eerste boek waren ingebracht. De Joodse Verlichters waren Dhom dankbaar voor de wijze waarop de niet-Joodse Dhom de situatie van de Joden had beschreven. Dat leidde tot verbetering van de maatschappelijke verstandhouding van de Joden in Duitsland.

Bovengenoemd gegeven, gaf ook de aanleiding, tot het verschijnen van een belangrijk werkje over de geschiedenis van de Joden in Suriname, wat vanuit onafhankelijke schriftelijke berichtgevingen van diverse Joodse bewoners in Suriname, samengesteld is tot een boekje getiteld: “Essai sur la Colonie de Surinam avee I’ histoire de la Nation Juive Portugaise y etablie, leurs privileges, immunites, et Frachises; leur etat politique et moral, tant ancien que moderne; la part qu’ils ont eue dans la defense et dans le progres de la Colonie, Paramaribo 1788″. Het werkje is in een verwarde en in een onprettige leesbare stijl geschreven, toch bevat dit werkje belangrijke bijzonderheden over het leven en van de Joodse geschiedenis in Suriname gedurende de 17e en 18e eeuw. Het waarheidsgetrouw daarvan is bevestigd door originele geschriften en oorkonden. (Het eerste boek wat verscheen over de geschiedenis van de Joden in Suriname in het Nederlands, is geschreven door Frederik Oudschans Dentz in 1927 getiteld: De kolonisatie van de Portugeesch Joodsche Natie in Suriname en de Geschiedenis van de Joden Savanne)
Gedurende de onderhandelingen die werden gevoerd over de staatkundige gelijkstelling van de Joden met de overige bewoners van het Gemenebest, zijn er ook verscheidene kleinere of grotere manuscripten over deze aangelegenheden uitgekomen. Die tegenwoordig gezien op historisch vlak duidelijk invloed hebben gehad op de denkwijze van toen.

Doordat er een rustigere tijd aanbrak voor de Joden waren zij in staat om aan hun geschiedenis te werken. Het voorbeeld hiervan werd echter in Frankrijk gegeven toen in 1817 en 1818 een tijdschrift uitkwam met de naam “L’Israelite Francais” gericht op de geschiedenis van de Joden in Frankrijk. Helaas heeft het tijdschrift niet lang bestaan. In Duitsland was reeds enkele jaren daarvoor het tijdschrift “Sulamith” verschenen waarin o.a. ook veel aandacht werd geschonken, aan de Joden in Nederland.
In het jaar 1820 gaf de van Joodse afkomst Dr. Solomon Lowisohn in Wenen een zeer belangrijke lezing over de Joodse geschiedenis. Waarin hij met vol lof sprak, over de ingenomenheid en welke voorrechten het Joodse Volk in Nederland genoot
In het zelfde jaar gaf Isaak Marcus Jost 1793 – 1860 een Joodse schrijver. Hij studeerde aan de universiteiten van Gottingen en Berlijn. In Berlijn begon hij les te geven. Daarna te Frankfort-am-Main. Hier bleef hij tot aan zijn dood. Het werk waarmee hij vooral bekend is geworden, is “Geschichte der Israeliten den seit der Zeit Maccabaer, in 9 delen 1820/29 Berlin”.

Ondanks, de vele kritieken die men had over deze werken, historisch gezien, was het, het meest volledige boek(en), wat men over de lotgevallen en toestanden van het Joodse Volk vanaf de tijd van de Makkebeërs beschreven was.
Het heeft oneindig veel speurwerk gekost wat tot een schat aan informatie leidde. Ook de onpartijdigheid waarin het geschreven is, dat men wel eens twijfelde of het wel door een Joodse geschiedkundige was geschreven. Alleen wat betreft het geschiedkundige gebeurtenissen van de Joden in Nederland laat het te wensen over. Men zou er toch gegeven de geschiedenis van het Joodse volk in Nederland meer volledigheid van verlangd hebben. Jost bleef vol ijver de Joodse en Christelijke bronnen onderzoeken en hij bleef zijn werken aanvullen en bewerken.

Enkele jaren later verschenen er nog twee werken welke de geschiedenis van de Israëlieten gedurende het Bijbelse Tijdvak afspeelde onder de titel: “Allgemeine Geschichte der Israelitischen Volkes, sowolt seines zweimaligen Staatslebens als auch neueste zeit; in gedrangter uebersicht, zunachst fur staatsmanner, rechtsgelehrte, geistliche und wissenschaftlich gebildete leser, aus den Quellen bearbeitet surch Dr. J. M. Jost, Berlin 1832″ (welk door Moses Myers, directeur van de Israëlitische school in Kampen, in het Nederlands werd vertaald, en het voorwoord werd geschreven door M. J. H. De Lion. En in 1842 te Leeuwarden werd uitgebracht). Dit werk werd later aangevuld door Jost met een editie van de Misjnah een Duitse vertaling en toelichting in 6 delen 1832 /34.

Eindelijk kwamen er nu ook Joodse auteurs in Nederland die meer werk maakten over hun geschiedenis. De “Jaarboeken voor de Israëlieten in Nederland” vanaf 1835 tot 1838 leverden daarvan op verscheidene plaatsen bewijzen voor. Van dat tijdschrift is voor het boek “Geschiedenis der Joden” door Koenen herhaaldelijk gebruik gemaakt. Jammer was dat het periodieke tijdschrift niet vervolgd werd. Gezien het ook gelijktijdig de Historie van het Israëlitische kerkgenootschap een zeer bruikbare informatie opleverde. Gelukkig werd op 4 augustus 1865 het NIW Nieuw Israëlitisch Nieuwsblad opgericht, wat nog op heden ten dage bestaat. In 1836 kwam het eerste “Hebreeuwse en Nederduitsch Woordenboek” uit door S.J. Mulder die medewerker was van, het totstandkoming van het bovengenoemd woordenboek. Hij was ook lid was van het Rabbinaal College van Examinatoren der toekomstige Israëlitische G’dsgeleerden. Het volgend genoemde boekje wat hij schreef is getiteld getiteld: Chronologisch handboekje voor de geschiedenis der Israëlieten van der schepping der wereld tot onzen tijd, Amsterdam bij Belifante en De Vita. 1836.
Als toevoeging wil ik echter nog vermelden dat professor L. G. Visser in 1850 nog een Chronologische Tafel heeft geschreven over de Joden in Nederland getiteld: Chronologische tafel voor de geschiedenis van de Joden in Nederland.

En, Professor Sigmund Seeligmann heeft in 1913 een interessant boekje geschreven over de geschiedenis van de Emancipatie van de Joden in Nederland.
Het is wel een boek na 1850, maar om de vooroordelen, zowel voor als tegen die de Joden in Nederland hebben doorstaan, vanaf de 16e eeuw tot begin 1900, voordat ze enigszins geaccepteerd werden. Is dit boekje van belang, om hoe de emancipatie van de Joden tot stand is gekomen in Nederland te begrijpen.

Tot zover, aangehaalde Joodse bronnen tot 1850.

Nadien zijn diverse oude manuscripten, boeken etc. gevonden die als verloren werden beschouwd. Na 1850 zijn er diverse uitzonderlijke uitstekende onderzoekers/schrijvers opgestaan, die monnikenwerk verricht hebben om nieuw materiaal te verzamelen en het te registreren.
Ik zal wel diverse boeken en schrijvers van Joodse afkomst niet genoemd hebben, maar deze kunt u over algemeen terugvinden in “Pinkas, Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland“.

Wordt vervolgd

Tags: , ,

De komende tijd zullen op onze weblog regelmatig artikelen verschijnen van onze nieuwe gastschrijver Ya’akov Siepman, die onderzoek heeft gedaan naar “De geschiedenis van de Joden in Polen en Rusland “.

Inleiding
Na enig onderzoek heb ik besloten om de werken van Simon Dubnow als leidraad te gebruiken. Professor Israel Friedlander heeft Dubnow’s werken tussen 1916 en 1920 vanuit het Russisch naar Engels vertaald. Dubnow’s werken zal ik waar mogelijk aanvullen met gegevens die ik kan vinden in de diverse Joodse Bibliotheken, en elektronische archieven in Rusland, Polen, Israël en de Verenigde Staten.

Helaas zijn er heel veel werken die handelen over de geschiedenis van de Joden in voornoemde landen verdwenen of vernietigd tijdens de pogroms, en ook nog vernietigd door de nazi’s tijdens de tweede wereldoorlog. Gelukkig zijn ook veel boeken, pamfletten etc. uit beide perioden verborgen gebleven of door Joodse immigranten en vluchtelingen meegenomen, o.a. naar de USA en Israël, en zodoende bewaard gebleven. Ook persoonlijke verhalen en ervaringen wat men heeft meegemaakt, zijn nadien door emigranten en overlevenden op schrift gesteld.

De geschiedenis van de Joden in Polen en Rusland, die door Dubnow zijn beschreven, dateren van de vroege tijd tot 1911. Aan de vertalingen van de geschriften in het Engels kwam een abrupt einde toen Israel Friedlander in 1920 werd vermoord in Polen. Dit feit noodzaakt mij om ook werken van historische onderzoekers / schrijvers van deze tijde onderzoeken en naar te verwijzen voor wat betreft de gelijktijdige, en later gedateerde, geschiedenis van genoemde landen.

Ik noem in dit verband o.a de schrijvers:
Antony Polonsky, professor of “Holocaust Studies” at Brandeis University USA, en Robert Wistrich van de Hebrew Universityin Jerusalem.

Robert Wistrich is professor van “European and Jewish History” en is ook directeur van de Vidal Sassoon International Center for the Study of anti-Semitism.

Verder zal ik diverse onderzoekers wereldwijd op dit vakgebied/onderwerp moeten aanschrijven voor informatie en ter bevestiging/aanvullingen van, artikelen die voor het voetlicht komen.

De oplettende lezer zal zich afvragen, waarom niet de geschiedenis van de Joden in de lage landen? Dat is toch veel herkenbaarder, en dichter bij onze eigen Nederlandse cultuur en geschiedenis?

U hebt ergens gelijk, maar ook weer niet, en trouwens er is al veel geschreven over de Joden in de lage landen, vooral de situatie in Nederland vanaf ca 1650 is redelijk goed gedocumenteerd.

Enkele jaren geleden had ik het idee, toen ik buiten het arbeidsproces kwam te staan, om een soort Wikipedia, een website, te creëren met als centraal thema:
Religieuze Interactie, Christendom Jodendom, met als doelstelling de geschiedenis vanaf Herodus de Grote tot de Haskalah (eind 1700). Met achterliggende gedachte, dit houdt mij de eerste jaren wel steeds bezig.

Het is echter nooit van de grond gekomen ondanks het feit dat ik al een aantal artikelen ervoor geschreven. Ik raakte daarentegen echter steeds meer politiek betrokken in het Israël-Palestina conflict en de oprukkende islamisering van Europa. Aanleiding hiervoor was de zogenaamde en beginnende Arabische Lente, alsmede het opkomende antisemitisme in de wereld.

Een van de artikelen die ik voor de, niet tot stand gekomen, website had geschreven, is een opsomming van Joodse en christelijke literatuur bronnen vanaf Flavius Josephus dat betrekking heeft op de geschiedenis van de Joden in Nederland tot 1850.
Verscheidene namen die u tegen komt in deze bronnen, komt u ook tegen in de geschiedenis van het huidige onderwerp: “De geschiedenis van de Joden in Polen en Rusland“ (zie aanvang van dit artikel) Het zijn 2 vrij lange stukken maar ik wil u dit toch niet onthouden.

Vele schrijvers beperken zich tot de geschiedenis van de Joden in de lage landen.
Wilt u uitgebreid meer van de geschiedenis van de Joden in Nederland weten, raad ik u aan om “Pinkas , Geschiedenis van de Joodse gemeenschap in Nederland“ te lezen.

Joodse en Christelijke historiografische bronnen
Sinds halverwege de vierde eeuw hebben de historische wetenschap en de kunst niet alleen grote vorderingen gemaakt wat de wijze in beschrijving van de Vaderlandse geschiedenis Nederland betreft, maar ook de bevindingen van diverse onderzoekers is aanmerkelijk uitgebreid geworden. De Joodse geschiedenis van Nederland in het bijzonder, is tot heden door vele zowel Joodse als niet Joodse schrijvers onderzocht en beschreven. Vele van deze boeken komen aardig overeen, ze zijn alleen uit een verschillend perspectief geschreven. De één schreef alleen over de religieuze veranderingen tijdens de Joodse geschiedenis in Nederland en zijn voormalige koloniën, terwijl de ander over de daadwerkelijke geschiedenis van de Joden zonder de eventuele geschiedkundig, sociale of politieke veranderingen, of op antisemitische achtergronden die plaatsvonden te beschrijven. Meestal behandelde men afzonderlijk de geschiedenis van de letterkunde, wetenschap en de karakterbeschrijving, de levensloop van de voornaamste personen. De geschiedenis van de Diaspora tot de verlichting (in Nederland, beter bekend als de”Bataafse omwenteling” in 1795) is hoofdzakelijk over de gebeurtenissen op het Europees grondgebied beschreven. Buiten Europa, in de nieuwe wereld (Zuid en Noord Amerika) en de voormalige Koloniën werd in eerste instantie over de Joden in die tijd summier geschreven. De eerste Joden in Noord Amerika arriveerden in 1654 in Nieuw Amsterdam (New York) vanuit Brazilië.

Wat over de geschiedenis van de Joden betreft in en voor de middeleeuwen, komt de informatie hoofdzakelijk vanuit de kerken, vorsten, van plaatselijke,provinciale (plakkaten, traktaten) verordeningen door historische schrijvers. De historische schrijvers schreven meestal over het zeewezen, de oorlogen, de opstanden, gebeurtenissen waarin de Joden apart in vermeld werden. Deze werden meer dan uit een oogpunt beschouwd en welke op buitenlandse invloeden in die tijd, van welk Joden algemeen op Nederland betrekking had. Tot 1843 was er nog geen goede beschrijving over de geschiedenis van de Joden in Nederland. In 1843 kwam het eerste werk uit van “Geschiedenis der Joden in Nederland” door  Mr. H. J. Koenen uitgegeven door het ‘Provinciaal Utrechtse Genootschap van Kunsten en Wetenschappen’ dit standaard werk werd dan ook met de Gouden Ereprijs in 1842 bekroond. Henderik Jacob Koenen Letterkundige, werd geboren in Amsterdam op 1809 en overleed op 1874 te Haarlem. Hij was afkomstig uit een Duitse koopmansfamilie. Koenen was Christelijk. Ondanks de Gouden Ereprijs werd het boek niet met veel enthousiasme ontvangen door de Joden in Nederland. De Joodse geschiedenis is eigenlijk de oudste, bekendste vanwege de Thora,Tenach, Talmud en de Bijbel. De aloude geschiedenis is als eerst beschreven door Flavius Josephus 37 – 110. Ook bekend onder de naam Josef Ben Mathitjahoe ha-Kohen. Een Joods geschiedschrijver die naar eigen zeggen afkomstig was uit de Priesterfamilies die de Tempeldienst verzorgden te Jeruzalem. Flavius is bekend geworden door zijn boeken ”De Joodse Oorlog“  (De Bello Judaico Laatste vertaling in het Nederlands uitgevoerd door A. M. Meijer en M.A. Wes uitgegeven door Ambo 2010) en ”De oude Geschiedenis van de Joden” (Antiquitatus Judaicae). Bijna alle Joodse geschiedschrijvers, zoals o.a. Jost, Basagne etc. zijn de Joodse geschiedenis gaan schrijven aaneensluitend en als vervolg op “De Joodse Oorlog” van Josephus.

Wordt vervolgd

Tags: , ,

Een van de grote hot-items onder christenen is de vervangingstheologie. Theologe Janni Loman heeft zich hierin verdiept en het volgende artikel geschreven zodat de lezers inzicht krijgt over de problematiek van deze.
Inleiding

Over het algemeen bestaat er onder christenen en kerkmensen veel onduidelijkheid bij noties als het verbond, de kerk, Israël, de verhouding tussen kerk en Israël, het oude verbond en het nieuwe verbond. Wat houdt het in dat God een verbond sluit met een volk? Heeft God nu een verbond gesloten met Israël, of met de kerk? Is sinds het nieuwe verbond is ingeluid met de dood van Jezus, het verbond dat God heeft gesloten met Israël nog wel geldig? Hoe moet men de noties oude verbond en nieuwe verbond verstaan? Een andere vraag is of de termen ´oud´ en ´nieuw´ met betrekking tot het verbond wel worden gebruikt in de Bijbel.

Klassieke theologie

Ook zijn er uiteenlopende Israël visies onder theologen. In grote lijnen kan men de klassieke theologie in zijn extreme vorm als volgt schetsen. Sinds het nieuwe verbond is ingeleid met de dood van Jezus, heeft het oude verbond dat God met Israël heeft gesloten afgedaan. Israël heeft immers als volk Jezus, de Messias, afgewezen. De christelijke kerk is in de plaats gekomen van het volk Israël, en alle beloften die God heeft gegeven aan Israël zijn met de komst van Jezus overgegaan op het nieuwe volk, de christelijke kerk, ook wel het geestelijk Israël genoemd. Men moest de beloften gedaan aan Israël wel vergeestelijken om deze toe te passen op de kerk. In een dergelijke klassieke theologie wordt alleen rekening gehouden met het Bijbelse Israël, en niet met het huidige seculiere Israël, de joodse staat. Men erkent dat Israël een plaats heeft in het heilsplan dat God heeft met de wereld, maar deze plaats is niet meer dan een voorstadium van de kerk. Sinds de komst van Christus speelt de christelijke kerk een hoofdrol in het verlossingsplan van God. God wil via de kerk de wereld bereiken door de verkondiging van het evangelie. Zo wordt het Koninkrijk van God in de wereld verbreid. Reeds in de vroegchristelijke theologie zag men kerk en koninkrijk van God als een en hetzelfde. Met andere woorden, kerk en koninkrijk vallen samen. Ook nu nog komen we deze gedachtegang tegen. In deze theologie is er geen bijzondere plaats meer voor Israël in Gods verlossingsplan met de wereld. Israël staat op een lijn met al die andere volken aan wie de kerk het evangelie moet verkondigen.. De bijzondere verkiezing van Israël zoals we dat lezen in het Oude Testament speelt geen rol meer. De stichting van de staat Israël in 1948 is dan ook een puur politieke zaak, en heeft niets te maken met de beloften van God aan het joodse volk.

Misvattingen

De hierboven geschetste klassieke theologie is in veel opzichten veranderd. De Tweede Wereldoorlog, en de Holocaust, maar vooral de stichting van de staat Israël in 1948 hebben hier in grote mate aan bijgedragen. Sinds de joden na vele jaren van verstrooiing onder de volkeren weer een eigen staat hebben, zijn velen tot het inzicht gekomen dat het verbond van God met Israel niet is opgeheven, en dat de beloften opgenomen in dat verbond nog steeds geldig zijn. De zogenaamde vervangingsleer dat de kerk in de plaats is gekomen van Israël is voor een groot deel opgeheven, hoewel zij nog steeds door een achterdeur in verschillende varianten tevoorschijn komt. Het jaar 1948 is voor veel christenen en kerken een eyeopener geweest. Men ging beseffen dat de stichting van de joodse staat op een of andere wijze te maken heeft met de beloften die God heeft gegeven aan het volk Israël. Men ging ook inzien dat de christelijke kerken daar iets mee te maken hebben. De kerk is immers met Israël, met het joodse volk, verbonden. De stichting van de staat Israël is dan ook cruciaal geweest in de verandering in het theologisch denken over Israël en het verbond.

Abraham, Mozes, David

In het Oude Testament staan drie personen centraal met wie God een gesprek is aangegaan, en met wie Hij een verbond heeft gesloten. Deze drie personen zijn Abraham, Mozes en David. Men zou deze drie personen de hoofdpersonen kunnen noemen van het Oude Testament. Het verhaal van het Oude Testament gaat door met de komst van Jezus, de hoofdpersoon in het Nieuwe Testament. Men kan ook zeggen dat het verbond dat God heeft gesloten met Israël in het Oude Testament heeft niet afgedaan met de komst van Jezus. Wat verstaat men onder een verbond? De term verbond komt uit het Hebreeuwse beriet. In het woord beriet zitten woorden ´binding´ en ´binden´ in. Personen zijn met elkaar verbonden en er zijn afspraken gemaakt. In de verhalen van het Oude Testament lezen we wat een verbond precies inhoudt. Een verbond is niet zozeer een juridische verbinding die een persoon met iemand aangaat, maar meer een overeenkomst tussen twee partijen. Een persoonlijke relatie, een overeenkomst tussen partners. Mensen sluiten onderling overeenkomsten. Ook God en mens sluiten overeenkomsten, treden met elkaar in een verbondsrelatie. Eer is sprake van een persoonlijke relatie tussen God en een mens, en tussen God en een volk.

Abraham

God begint een relatie met Abraham, roept hem uit een heidens land, en brengt hem naar het land Kanaän, het latere Israël. Met de roeping van Abraham maakt God een begin met het volk Israël. God zal Abraham maken tot een groot volk (Genesis 12:2). Maar vanaf het begin van de roeping van Abraham belooft God dat Hij met Abraham alle geslachten van de aardbodem zal zegenen (Genesis 12:2-3). Vanaf het begin van de wording van Israël heeft God alle volkeren van de aarde in het vizier. Dit betekent dat de heidense volken uiteindelijk zullen worden ingelijfd in het ene verbond dat God sluit met Abraham. In Genesis 15:18 lezen we over de eigenlijke verbondsluiting van God met Abraham. Er worden ook een aantal rituelen uitgevoerd. Abraham krijgt een visioen en God spreekt met hem. Abraham vertrouwt God en dat wordt hem toegerekend als een rechtvaardige daad. We lezen dat in Genesis 15. Abraham krijgt een belofte van een land voor zijn nakomelingen. De enige verplichting van de kant van Abraham is de besnijdenis, het teken van het verbond, Het is een eeuwigdurend verbond met Abraham en zijn nakomelingen dat niet verbroken kan worden (Genesis 17:7-10). Wat opvalt is dat de roeping van Abraham een eenzijdig goddelijk initiatief is. Het is ongevraagd. Er worden geen voorwaarden aan gesteld. Door Abraham en zijn nakomelingen, het volk Israël, wil God de hele mensheid zegenen.

Mozes

Het verhaal van het verbond van God met Israël in het Oude Testament gaat door met de roeping van Mozes. Het verbond dat God door Mozes met het volk Israël sluit bij de Sinaï is een ander verbond, maar geen nieuw verbond. Het volk staat op het punt het beloofde land binnen te gaan, maar moet eerst leren leven als een geheiligd volk van God door middel van de geboden. In Exodus 19:4-6 lezen we dat het volk van God het verbond moet bewaren en nakomen. Er komt een ander aspect bij. Israël moet voldoen aan voorwaarden. Het volk moet een heilig volk zijn door de geboden van God na te leven. Een volk dat zich onder volken niet rekent. Ze mogen niet leven naar de gewoonten van de omringende heidense volken. Israël wordt apart gezet, afgezonderd van de volken. In tegenstelling tot het verbond met Abraham, zijn er bij het verbond met Mozes dus wel voorwaarden. In Exodus 19:5 lezen we…als je mijn woorden ter harte neemt en je aan het verbond met mij houdt… De voorwaarden gesteld aan dit verbond kunnen resulteren in zegen of vloek (Deuteronomium 28). Hoewel Israël als volk zich niet heeft gehouden aan de geboden gegeven door Mozes, wordt de verbondsrelatie van God met het volk niet opgeheven. De persoonlijke relatie van God met het volk blijft bestaan. We lezen over deze persoonlijke relatie tussen God en Zijn volk in het Oude Testament. God stuurt profeten om het volk tot inkeer te brengen. Keer op keer. Het volk krijgt berouw, en keert terug tot God. De verbondsrelatie tussen God en het volk wordt niet opgeheven. De draad wordt weer opgepakt bij koning David.

David

Onder koning David wordt Jeruzalem het centrum niet alleen van het politieke maar tevens van het godsdienstige leven van Israël. In 2 Samuel 23:5 lezen we over de dynastie die begint met koning David. Hier spreekt David over zijn koningshuis met Gods hulp, en dat God hem een eeuwig verbond heeft toegezegd. God sluit opnieuw een verbond, en wel met het huis van David. Evenals bij Abraham komt het initiatief van God zelf. God kiest David om koning te worden. David wordt door God gekozen als de stamvader van Israëls monarchie. Hij heeft een verplichting een goede koning te zijn, een herder voor het volk, en geen despoot zoals de koningen van de omringende heidense volken. Na een lange periode van koningschap moet David uiteindelijk aftreden als koning. Hij heeft gefaald als koning, maar er komt geen einde aan de monarchie. De lijn van het koningschap van David gaat door. Wel wordt het rijk verdeeld in de stammen Juda en Israël. Er komen opvolgers, gezalfde koningen, over zowel Juda als Israël. Er zijn goede en slechte koningen. Hoewel de monarchie niet wordt hersteld, blijft het verbond van kracht. De belofte van een nieuwe koning die zal regeren op de troon van David blijft geldig (Jesaja 9:6). Deze belofte is altijd levend gebleven onder de joden, ook in de verstrooiing onder de volken. Bij de aankondiging van de geboorte van Jezus door de engel Gabriel aan Maria horen we dat Jezus zal regeren op de troon van David, en tot in eeuwigheid koning zal zijn over het volk van Jakob (Lucas 1::32-33).

Waar ging het mis?

Uiteindelijk gaat het gaat mis met de monarchie. De koningen van zowel Israël als Juda hebben gefaald. De koningen worden ontrouw aan het verbond, en het volk volgt de koning hierin. Zo koning, zo volk. Er ontstaat een breuk tussen God en Zijn volk. Israël is de verplichting van het verbond, reeds gesloten met Mozes, niet nagekomen. Het volk is vervallen in afgoderij en geworden als de omringende volkeren. Er komt een einde aan de monarchie, en het volk wordt verdreven uit het land. De stam Israël gaat het eerst in ballingschap. In 587 wordt de stam Juda weggevoerd. Hiermee komt een einde aan de dynastie van David, en zijn opvolgers. Jeruzalem wordt verwoest en het volk gedeporteerd naar Babel. Er volgt een periode van ballingschap totdat een deel van het joodse volk terugkeert naar hun land. Maar land en volk worden niet voor goed hersteld. In 135 n.j. wordt het volk voor goed verdreven uit het land, en volgt er een eeuwenlange periode van verstrooiing onder de volken, totdat in 1948 de joodse staat wordt opgericht. Het volk mag terugkeren naar het land, zoals de profeten hebben voorzegd.

Nieuw verbond

In Jeremia 31:31vv lezen we dat de dag zal komen dat God met Israël en Juda een nieuw verbond zal sluiten. Het zal een ander verbond zijn dan het verbond dat God eerder met het volk heeft gesloten. De profeet zegt dat dit in de toekomst zal gebeuren, en dat de wetten in het binnenste van de mensen, in het hart zullen worden geschreven. Dit in tegenstelling tot een eerder verbond geschreven op tafelen van steen, een verwijzing naar het verbond van Mozes. De profeet Ezechiël zegt het in andere bewoordingen in Ezechiël 36:21-28. God zal Zijn Geest over het volk uitgieten zodra zij weer in het land zullen wonen. Het land zal worden herteld, het volk zal terugkeren, de Geest zal worden uitgestort. Ezechiël was een profeet die leefde toen het volk niet meer in hun eigen land woonde, maar in ballingschap verbleef. Wat opvalt bij zowel als Jeremia als Ezechiël is dat beide profeten niet spreken over een verbond beloofd aan een nieuw volk. Alleen de profeet Jeremia gebruikt de term nieuw verbond, maar spreekt niet over een nieuw volk. Ezechiël gebruikt noch de uitdrukking nieuw verbond, noch de uitdrukking nieuw volk. In Jeremia is de belofte van een nieuw verbond gegeven aan het gehele volk Israël, in de toekomst. Kunnen we deze belofte van een nieuw verbond toepassen op de kerk? Ik denk van niet. Het nieuwe aan dit verbond is de wijze waarop Israël in het verbond zal functioneren. De gehoorzaamheid moet komen van binnenuit.

Jezus

Het verhaal van het Oude Testament vindt zijn vervolg in het Nieuwe Testament met de komst van Jezus. Jezus is de mens, geboren uit het geslacht van David. De lijn van de monarchie wordt weer opgepakt. In Romeinen 1: 3 spreekt Paulus over Jezus als: `een mens voortgekomen uit het nageslacht van David.` In Matteüs 1:1 wordt Jezus genoemd `Jezus Christus, zoon van David, zoon van Abraham.` Bij Abraham begint de verkiezing van Israël, bij Mozes de verplichting de inhoud van het verbond na te komen, bij David begint de monarchie, de belofte van een toekomstige koning uit het huis van David. Maar hoe zit dat nu met het nieuwe verbond? Jezus heeft immers tijdens zijn laatste pesach maaltijd met zijn discipelen het avondmaal ingesteld dat gevierd wordt in bijna alle kerken. Tijdens deze maaltijd heeft Jezus zelf gesproken over het (nieuwe) verbond in Zijn bloed (Matteus 26:28, Marcus 14:24, Lucas 22:20). Alleen de evangelist Lucas gebruikt de term nieuw verbond. De twee andere evangelisten spreken over het bloed van het verbond.

Met de komst van Jezus is de belofte van een nieuw verbond in Jeremia 31:31aangebroken. Nu mogen de heidenen delen in de zegen van Israël. Ze mogen deel hebben in het verbond gesloten met Abraham. De belofte van een nieuw verbond in Jeremia 31 is mogelijk gemaakt door de dood van Jezus. Hij heeft het verbond vernieuwd door zijn bloed, door het kruis. Door Jezus Christus mogen de volken, de heidenen, naderen tot de God van Israël. Zij worden nu opgenomen in de verbondsgeschiedenis die God is aangegaan met Israël. De heidenen mogen ingeënt worden in dat ene verbond dat God heeft gesloten met Israël (Romeinen 11:24).

Conclusie

De verbondsrelatie die God is aangegaan met Israël in het Oude Testament kan nooit beëindigd worden. De verbondrelatie van God met Israël in het Oude Testament gaat door in het Nieuwe Testament met de komst van Jezus. Door de dood van Jezus is er een nieuwe fase aangebroken in het verbond van God met Israël. Nu mogen de heidenen deel hebben aan dat ene verbond dat God heeft gesloten met Israël. Zij mogen naderen tot de God van Israël. Zij mogen delen in de zegen die God heeft beloofd aan Abraham. Er zijn geen twee verbonden die God heeft gesloten met twee volken, een oud verbond gesloten met Israël, en een nieuw verbond gesloten met de kerk. Door het geloof in Jezus mogen de heidenen, mag de kerk, deel hebben aan dat ene verbond dat God heeft gesloten met Israël.

Tags: , ,

De ChristenUnie komt in opstand tegen het initiatief van minister Timmermans om producten uit de omstreden gebieden uit Joodse nederzettingen te voorzien van een speciaal label.

Tweede Kamerlid Joël Voordewind: “Wij delen de verontwaardiging die in Israël is ontstaan over deze maatregel. De mogelijke kritiek op Israël kan op tal van landen toegepast worden! Waarom ligt de focus zo eenzijdig op Israël? Krijgen producten uit Gaza, waar de terroristische organisatie Hamas regeert eenzelfde label?”

De selectieve verontwaardiging over Israël moet stoppen. Deze maatregel lijkt volgens de ChristenUnie een eerste aanzet tot een boycot te zijn, daar verzetten wij ons tegen. Daarom begint de ChristenUnie een handtekeningenactie. Zet u alstublieft uw handtekening en laten we deze minister massaal duidelijk maken dat het afgelopen moet zijn met deze vorm van Israël-discriminatie.

Lees hier meer over ChristenUnie en Israël.

Onderteken hier de actie

Tags: ,

2 O God, zwijg niet, houd U niet doof, wees niet stil, o God!
3 Want zie, Uw vijanden tieren, wie U haten, steken hun hoofd omhoog.
4 Zij beramen listig een heimelijke aanslag tegen Uw volk en beraadslagen tegen Uw beschermelingen.
5 Kom, zeiden zij, laten wij hen uitroeien, zodat zij geen volk meer zijn en aan de naam van Israël niet meer gedacht wordt.
6 Want samen hebben zij in hun hart beraadslaagd; dezen hebben een verbond tegen U gesloten:
7 de tenten van Edom en de Ismaëlieten, Moab en de Hagrieten,
8 Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de bewoners van Tyrus.
9 Ook Assyrië heeft zich bij hen aangesloten, zij zijn voor de zonen van Lot een sterke arm geweest.
Psalm 83:2-9 (HSV)

De laatste jaren valt het me op dat als de spanningen in Israël oplopen bijna altijd bovengenoemde Psalm wordt aangehaald. In het verleden heb ik al eens aandacht hieraan besteed in een kleine minireeks (deel 1, 23, 45, 6 en 7), maar toch wil ik nog eens aandacht hieraan besteden omdat vaak deze Psalm uit zijn verband wordt gerukt. Zo lees ik regelmatig dat deze Psalm nu in vervulling komt en dat de genoemde volken zich hebben samengespannen tegen Israël. De historische vervulling van deze Psalm heeft echter nog nooit plaatsgevonden: nooit hebben de tien volkeren die hier worden genoemd zich verenigd tegen Israël. Om deze tekst goed te kunnen interpreteren is het noodzakelijk om te weten waar deze volken zich ten tijde van de schrijver van deze Psalm bevonden en heb daarom ooit onderstaand kaartje gemaakt.

Los van de vraag of al die volken van toen nu nog bestaan, zien we dat ze woonden in de landen en gebieden die ook nu niet op vriendschappelijke voet staan met Israël. We kunnen dan ook op zijn hoogst zeggen dat de vijandige houding van de toenmalige volken dezelfde is als van de huidige volken in die gebieden.

Kunnen we dan stellen dat de profetie in deze Psalm (zo die er al is) dan nooit tot vervulling kan komen omdat die volken niet meer bestaan, of moeten we meegaan met veel christenen die stellen dat in principe de hedendaagse volken nog steeds dezelfde zijn als die van toen en dat deze profetie dus nog steeds zal uitkomen. Ik ben in beide opties voorzichtig, ten eerste als je mijn minireeks leest dan zul je opmerken dat er al veel problemen zijn met het determineren van de genoemde volken omdat sommige niet meer bestonden ten tijde dat de Psalm werd geschreven. Dit laatste zou betekenen dat de genoemde volken eerder symbolische volken zijn en dan zou de tweede genoemde mogelijkheid zeer goed kunnen.

Maar als die tweede mogelijkheid inderdaad correct is, dan moeten de aanhangers van deze ook zo eerlijk zijn om te erkennen dat de Filistijnen/Palestijnen in de Gaza-strook wonen en dat de “Assur-mensen” misschien de hedendaagse mensen zijn die in de Westbank wonen (zie mijn argumentatie). Helaas moet ik erkennen dat ik dit vaak niet in hun argumentatie terugvind.

Ik vind dan ook dat als we de Bijbel erbij willen halen bij de vele escalaties, we dan wel goed moeten lezen wat er staat en het van alle kanten bekijken en ook die teksten moeten accepteren die ons niet aanstaan. Dit maakt mij niet pro-Hamas of pro-Israël, maar maakt mij pro-God. Wat Zijn plannen zijn weten we gedeeltelijk uit de Bijbel, maar laten we die plannen niet voor onze eigen doelstellingen gaan gebruiken. Ondertussen kunnen we alleen maar bidden voor de vrede van Jeruzalem (Psalm 122:6).

Tags: , , ,

Kritiek op propaganda

Nu Israël Hamas aanpakt lees je plotseling in veel kranten dat het escaleert. De vraag die je objectief moet stellen waarom pakt Israël Hamas aan en dan blijkt plotseling dat het niet zomaar is, maar dat Hamas al jaren constant zware raketten afschoot op Israëlische burgerdoelen. Helaas lees en hoor je daar weinig van in de Nederlandse media en ik moet helaas constateren dat veel journalisten alleen maar de informatie van Hamas nemen en gebruiken in hun reportages. Nu is er niks mis mee als je informatie van Hamas gebruikt, maar het vergt journalistieke professionaliteit om tijdens oorlog ook de informatie van de andere partij (zelfs als het in je ogen de vijand is) te gebruiken en deze tegen elkaar af te wegen, zodat de lezer zelf zijn keuze kan maken.

Natuurlijk wordt er tijdens oorlog propaganda gemaakt en we moeten goed beseffen dat zowel Israël als Hamas zich hier mee bezighouden. Alles wat ze zeggen moeten we kritisch bekijken en met een paar zakken zout nemen en indien nodig is het van belang om kritiek te geven op de propaganda. Helaas wordt deze kritiek niet meer getolereerd als je iets over Hamas zegt en wordt het toegejuicht als je kritiek heb op Israël. Zo kwam ik gisteren een foto tegen van een bomaanslag in een café in Gaza, althans dat was de propaganda van Hamas. Ik herkende het café omdat het het bekende café Moment in Jeruzalem was welke op 9 maart 2002 was gebombardeerd met als gevolg dat 11 mensen werden vermoord en 54 gewond raakten. Het is walgelijk als een partij zoals Hamas dit soort foto’s misbruikt voor eigen doeleinden. Nog walgelijker is het dat journalisten die jaren in Jeruzalem hebben gezeten om het nieuws te verslaan dit soort beelden niet controleren maar klakkeloos overnemen (ze zullen stellig wel eens dit café hebben bezocht). Het ergste is dat als dit soort misleidende propaganda aan de kaak wordt gesteld, mensen dit als pro-Israël propaganda betitelen.

Het gaat hier niet of men pro-Israël of pro-Hamas is, maar of men de leugens in de propaganda (van beide partijen) wil ontmaskeren om zo de waarheid boven het oorlogsgeweld te krijgen. Ik zou dan ook iedere lezer willen adviseren om eens niet alleen de Nederlandse media te lezen, maar vooral nu ook de Israëlische en Hamas media te bekijken, verschillende zijn in het Engels en anders kun je met vertaalsites als GoogleTranslate toch grotendeels de inhoud volgen. Ik kan je garanderen dat je van beide kanten totaal andere beelden krijgt dan verwacht.

Tags: ,

Oude Israëlitische ringen van de 1ste eeuw v.Chr. tot de 9e eeuw n.Chr.

Tags: , , ,

David P. Gushee en Glen H. Stassen schreven een aantal weken geleden een open brief waarin ze betoogden dat de belofte die God deed aan Abraham helemaal niet alleen voor de Joden was. Nu hebben ze ook nog een aanvullende reactie gegeven waarin ze hun claims verder bekrachtigen.

Het aardige van hun is dat ze precies hebben laten zien hoe je de Bijbel volledig uit zijn verband rukt om toch je gelijk te krijgen. Toen ik het artikel las wist ik eigenlijk niet waar ik moest beginnen, nog nooit heb ik de Bijbel zo zien verkrachten om iemands politieke gelijk te krijgen. En eigenlijk weet ik ook nu nog niet of een weerwoord zinvol is omdat ze op een van de vragen “While I am not a Biblical scholar by any stretch of the imagination, and I am not well acquainted with Christian theology, I find this interpretation of God’s promises to Abraham problematic, in light of his many other promises.” niet eens de moeite namen om een open antwoord te geven.

Vandaar dat ik besloot om in het kort de teksten te behandelen die zij als argument gebruiken. In Genesis 15 lezen we dat God Zijn belofte geeft aan Abram (let op Abram nog niet Abraham), de reden is dat ondanks dat Abram God altijd heeft gediend en zelfs daarvoor zijn land heeft verlaten hij nog steeds geen nageslacht heeft. Als Abram dan zijn bezittingen wil overmaken aan Eliëzer, krijgt hij duidelijk te horen dat deze niet de erfgenaam zal zijn (15:4). Dan moet Abram naar buiten kijken naar de sterren en krijgt hij de belofte dat zijn nakomelingen zo talrijk zullen zijn. En om dit verbond formeel te bevestigen zien we daarna een contract zoals die vroeger werd gesloten. (15:7-21), dieren werden geofferd en werden tegenover elkaar gelegd en de contractant moet dan daar door hen lopen (cf. vs. 17). En natuurlijk worden de voorwaarden gesteld, nl. een lijst van gebieden die aan Abram’s nageslacht gegeven zal worden.

Nu komt er het grote probleem volgens Gushee en Stassen, wie zijn deze nakomelingen, waarbij zij aangeven dat het de moslims, Arabieren en Palestijnen zouden zijn. Het is kenmerkend dat ze dan het hoofdstuk van de geboorte van Ismaël overslaan, maar dat terzijde in hoofdtuk 17 lezen we de naamsverandering van Abram naar Abraham (=vader van velen). Als daarna Izak is geboren lezen we in 17:19 dat het verbond met Izak verder zal gaan en dat dit een eeuwig, altijd durend, verbond is. En om duidelijk te maken dat het niet Ismaël is wordt dit in de volgende verzen expliciet nog eens gezegd: “En wat Ismaël betreft, ik verhoor je: ik zal hem zegenen, hem vruchtbaar maken en hem veel, heel veel nakomelingen geven. Twaalf stamvorsten zal hij verwekken en er zal een groot volk uit hem voortkomen. Maar mijn verbond zal ik voortzetten met Izak, de zoon die Sara je volgend jaar omstreeks deze tijd zal baren.”

Er wordt hier dus duidelijk gezegd dat het verbond niet met de nakomelingen van Ismaël is en al helemaal niet met andere volken. Dit laatste is belangrijk omdat nergens in de Bijbel staat dat Ismaël de stamhouder is van de Arabieren, de enige verwijzing dat Ismaël dat zou zijn vinden we in de millennia later geschreven Hadith, een overlevering van gezegden van Mohammed.

Nu we hebben vastgesteld voor wie de erfenis is, nl. de nakomelingen van Izak, is het interessant wat zij dan kregen. Ik zei al dat in het verbond verschillende gebieden worden genoemd (Gen. 15:18-21) die aan hen werd gegeven: “Dit land geef Ik aan jouw nakomelingen, van de rivier van Egypte tot aan de grote rivier, de Eufraat: het gebied van de Kenieten, Kenizzieten en Kadmonieten, de Hethieten, Perizzieten en Refaïeten, de Amorieten, Kanaänieten, Girgasieten en Jebusieten.”

Het is dus zeer vreemd dat deze Gushee en Stassen nu beweren dat dit niet zo is en geven daarmee aan dat zij de moderne politiek belangrijker vinden dan wat God contractueel heeft beloofd. Ik kan me voorstellen dat ze het er niet mee eens zijn, maar dan moeten ze deze open brief niet naar zionisten sturen, maar naar God zelf en tegen Hem zeggen dat Hij zich heeft vergist en dat Hij in de Bijbel een aantal wijzigingen moet doorvoeren nl. dat de Joden eigenlijk Arabieren hadden moeten zijn. Maar om een een of andere reden durfden ze dit niet. Blijkbaar weten ze dat God belangrijker is dan de moderne politiek.

Tags: , ,

Beautiful Israel – Footage Compilation van creativemediagroup op Vimeo.

Tags: ,

Door de Israel Antiquities Authority is gemeld dat op het terrein van de Kibbutz Zor’a in de buurt van Beth Shemesh een ritueel bad is gevonden. Voor een uitvoering rapport zie de tijdelijke link waar ook hoge resolutie foto’s staan. De Jerusalem Post heeft op zijn website een video fragment gepost hierover.

Tags: , , ,

« Older entries