Johannes

You are currently browsing articles tagged Johannes.

Hysop- of rietstengel?

Er stond dan een kruik vol zure wijn en ze vulden een spons met zure wijn, staken die op een hysopstengel en brachten die aan Zijn mond.

Johannes 19:29 (HSV)

Toen ik dit stuk las vroeg ik me meteen af of hier daadwerkelijk sprake is van een stengel, in de paralleltekst in Mattheüs 27:48 lezen we “stak hem op een rietstok“, nu zegt dit laatste niet zoveel omdat het Griekse woord ‘kalamos” zowel “riet” als “stok” kan betekenen en niets zegt waarvan het is gemaakt. In Johannes lezen we in het Grieks het woord peritithi̱mi, wat zoveel betekent als “(een kledingstuk) aandoen, omzwachtelen”. Het verbaast me dan ook dat in de meeste moderne vertalingen dit als “stok, stengel” wordt vertaald. De reden hiervan is dat de hysop maar een lage plant is die hooguit 80 cm. hoog wordt en waarvan de stengels ook nog eens zacht zijn en absoluut niet geschikt als een stok of stengel (zie de foto). De stengels van Hysop zijn wel geschikt om daarmee iets vast te binden en in de Staten Vertaling lezen we dan ook dat de spons “omlegden ze met hysop“.

Hoe komt men dan op die stok of stengel? Als we in Mattheüs lezen dan zien we in de verzen ervoor dat er sprake is van een stok die als een staf aan Jezus was gegeven (27:29) en niet veel later dat ze hem met die stok/staf sloegen (vs. 30). Het is zeer goed mogelijk dat toen ze Jezus naar de plek brachten waar hij gekruisigd zou worden ze deze stok hebben meegenomen, al was het alleen al om er mee te slaan als Hij stilstond. Als dit zo is, dan kan het diezelfde stok zijn geweest die de Romeinen gebruikten om de spons aan te bevestigen met de hysop.

Tags: , ,

Gevelstenen

Van de week kreeg ik van de webmaster van Livius een foto van een gevelsteen in Amsterdam, want deze persoon is niet alleen geïnteresseerd in de geschiedenis van de Romeinen en het oude Oosten, maar ook in de geschiedenis van de gevelstenen in Amsterdam.

Duidelijk is te herkennen dat het om Johannes 17: 21 en vers 17 gaat, wat ook wordt bevestigd door de websites  Amsterdamse grachtenhuizen en gevelstenen.nl. Nu ben ik geen gevelsteen specialist maar mijn aandacht werd getrokken door het cirkeltje om de één van vers 21, is dat een tierlantijntje of betekende het meer. Dus toch eerst de Bijbel er maar op nageslagen en daar zag ik dat vers 21 in de Griekse grondtekst slechts een deel van een zin was en dat vers 20 bij de gehele zin hoorde.

Zou het mogelijk kunnen zijn dat dit cirkeltje een artistieke weergave is dat ook vers 20 erbij hoort: “(20) En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, (21) opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt. (HSV)” met als bede vers 17 erachteraan “Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” (HSV)

Veel protestantse dominees haalden vaak in hun preken een vers aan, met daarna de waarom stelling om dan een eerder vers aan te halen. Het lijkt mij zeer logisch dat deze methodiek ook hier is toegepast. De bede voor dit huis was niet alleen dat de bewoners één zouden zijn, geen ruzie zouden maken, maar dat deze eendrachtigheid zou voortkomen vanuit het woord van God.

Tags: ,

En op de derde dag was er een bruiloft te Kana in Galilea;

Johannes 2:1 (HSV)

In Hebreeuws hebben de dagen geen namen (met uitzondering van de Sabbat), man gaf ze gewoon nummers. Met de “derde dag” wordt dan ook de dinsdag genoemd. In de meeste commentaren lezen we dat bruiloften bij voorkeur op dinsdag werden gehouden omdat in het scheppingsverhaal op de derde dag tweemaal ki tov (het is goed) wordt gebruikt (Gen 1:9-13).

Bruiloft te Caesarea

De vraag die ik me stelde is of dit inderdaad een correcte uitleg is, want vroeger hadden de Joden de gewoonte om op de vierde dag te trouwen, daar de gerechtshoven op donderdag zitting houden en als de man een klacht heeft betreffende de maagdelijkheid zodoende direct ’s ochtends naar het gerechtshof kan gaan (Mishna Ketubot 1.1). In de Talmud lezen we dat de voorkeursdag de woensdag is, maar dat in tijden van gevaar de rabbi’s geen bezwaren hadden om op de dinsdag de huwelijksvoltrekking te sluiten (Bavli Ketubot 3b). Het gevaar verwijst naar de gewoonte van Romeinse officieren om Joodse bruiden te verkrachten (het “ius primae noctis”) en door een dag eerder te trouwen zou dit dan worden voorkomen. Als dit inderdaad zo is, dan is het logisch dat in de bovengenoemde passage wordt gesproken over de “derde dag” omdat dit afwijkend is van de gewoonte.

Volgens sommigen is het “ius primae noctis”, het recht om als “heer, meester” een bruid te nemen voor ze trouwt een hoax, echter in de meeste betogen verwijst men dan naar de Middeleeuwen. Kijken we naar oude bronnen zoals Herodotus (Historiën iv.168) en de Gilgamesh (i.73) dan zien we dat deze gewoonte ook daar wordt genoemd.

Tags: , ,

Kapernaum (2)

En zij kwamen binnen Kapernaum; en terstond op den sabbatdag in de synagoge gegaan zijnde, leerde Hij.

Markus 1:21

Zoals in de meeste plaatsen van enige grootte was er in Kapernaum een synagoge aanwezig. In de verschillende evangeliën lezen we dat Jezus hier onderwees (Mark. 1:21, Luk. 4:31; Joh. 6:59).

De afgebeelde synagoge werd op de site van de Franciscanen opgegraven, het is echter niet de hierboven genoemde synagoge, de bouw wordt nl. op de 3de of 4de n.C. gedateerd, maar is vermoedelijk gebouwd op de plaats van een eerdere synagoge. Zoals veel andere bouwwerken werd aan het begin van de 7de eeuw vernield.

Synagoge, Kapernaum

Tags: , , , , ,

De godsdienstleraars en Farizeeërs brachten een vrouw bij Hem, die op overspel was betrapt. Zij duwden haar midden in de kring en zeiden: “Meester, deze vrouw is op heterdaad betrapt terwijl zij overspel pleegde. In de wet van Mozes staat dat wij zo’n vrouw moeten stenigen. Wat is Uw mening?” Zij waren erop uit Hem in de val te laten lopen. Dan zouden zij een reden hebben om Hem aan te klagen. Jezus ging op Zijn hurken zitten en schreef met Zijn vinger in het stof. Toen zij bleven aandringen, stond Hij op en zei: “Laat hij die zelf nooit zondigt, de eerste steen maar gooien!” Hij hurkte opnieuw en begon weer te schrijven. Na deze woorden dropen de mannen één voor één af, de leiders het eerst. Jezus bleef alleen met de vrouw achter. Hij stond op en vroeg: “Waar is iedereen? Heeft niemand u veroordeeld?” “Nee, Here“, antwoordde zij. “Wel“, zei Jezus, “Ik veroordeel u ook niet. Ga maar en doe vanaf nu geen slechte dingen meer.

Johannes 8:3-11 (Het Boek)

Het beeld van de ongelukkige vrouw die wordt gedood, de rondvliegende stenen, het speeksel dat van de baarden afdruipt en de waanzin in de ogen van de mensen om haar heen, kunnen niet worden afgedaan als een of andere natuurlijke afwijking.  De moordzucht is in hun ogen te lezen, iedereen dodend die tegen hun is.

Deze vrouw had Sakineh Ashtiani kunnen heten, veroordeelt door, cynisch genoeg,  een staat die een paar weken geleden officieel lid is geworden van de VN-commissie voor de rechten van de vrouw.

Horen we de westelijke staten die de VN sponsoren roepen? Horen we de meest pro-mensenrechtenpresident in de geschiedenis zijn veto uitspreken? Of wassen zij hun handen liever in onschuld? Of roepen ze als Pontius Pilatus “Ik ben onschuldig aan de dood van deze man vrouw. Zie het zelf maar op te lossen.” (Mat. 27: 24), wij hebben het te druk met kruisen uit openbare gebouwen weg te halen, met de Iraanse vloot die naar Israël gaat, met de economische crisis…

Tags: ,

Op de binnenplaats van het huis van Kajafas was een discipel (Joh 18:15) die Petrus binnenliet. Deze persoon, aangeduid door Johannes, als “een andere discipel” was een kennis van de hogepriester.

Veel commentaren gaan er van uit dat het zou gaan om Johannes zelf, met als argumentatie dat deze nooit zijn naam noemt in zijn evangelie, maar altijd de discipel die Jezus liefheeft. Dat hij dit laatste in dit gedeelte niet noemt, zou zijn omdat hij zich schaamde en daarom dit niet in zijn evangelie heeft opgenomen.

Na dit gedeelte nog eens gelezen te hebben, komt mij dit onwaarschijnlijk over. Hoe kon een eenvoudige visser uit Gallilea, zoals Johannes de hogepriester Kajafas kunnen kennen. Nu wordt in sommige commentaren gesteld dat hij als visser de leverancier was, maar dit klinkt niet bevredigend, uiteindelijk een machtig persoon als Kajafas zal toch niet zelf de vissen hebben gekocht, daar had hij zijn bedienden voor. Bovendien hoe kon het dat hij met zijn Gallilesche dialect niet opviel in een bolwerk van allemaal Judeërs? Het lijkt mij dan ook logischer dat deze discipel een andere persoon moet zijn geweest.

Een discipel die bij het verraad al een belangrijke rol had gespeeld, was Judas. Zou deze die andere discipel zijn geweest. Uiteindelijk hij was met de groep erop uitgetrokken om Jezus gevangen te nemen, waarom zou hij niet mee terug zijn gegaan. Door de deal met Kajafas (Mat 26:14) kende hij de hogepriester. En Judas Iskariot kwam uit Judea.

In de Peshitta staat dat het om één van de andere discipelen gaat, die niet tot de groep van de twaalven behoorde. Als dit waar is, dan zou het kunnen gaan om een discipel die bij de priesters niet bekend stond als een volgeling. Het zou dan zelfs om een lid van het Sanhedrin zelf kunnen gaan, zoals Nicodemus of Jozef van Arimathea.

Tags: ,

De vorige keer zagen we dat Annas zijn terechtwijzing van Christus heeft ontvangen. Niets kan hij er tegen inbrengen. Wat Jezus heeft gezegd, is waar. Het recht is aan Zijn zijde. Maar behalve recht is er ook nog macht. En de macht onderwerpt zich zelden aan het recht. Wanneer iemand, die de macht heeft, geen gelijk kan krijgen, dan begint hij met zijn vuisten. Dat gebeurd bij kleine jongens, dan doen ook de volken, zo ook hier. Één van dienaren van Annas, die daarbij staat geeft Christus een klap in het gezicht (de kinnebakslag in de SV) en schreeuwt tegen Hem: ‘Is dat een manier om de hogepriester te antwoorden?’ (Joh 18:22).

De waarheid, die onaangenaam is om aan te horen, wordt uitgemaakt voor brutaliteit. Misschien was de reden van deze handelswijze van de dienaar om een wit voetje te halen bij de hogepriester, maar wat hij deed was onrecht. Echter ook wat Annas doet is onrecht, hij doet namelijk niets. Iedere beklaagde staat, ook voor zijn rechter, onder bescherming van de wet. Daarom is het onrecht dat Annas niet ingrijpt, hij doet niets om Christus te beschermen. Hij bestraft zijn dienaar niet, hij laat hem rustig doorgaan met de mishandeling.

Daar Annas zijn dienaar niet tot de orde roept, doet Christus het: ‘Als Ik iets verkeerds gezegd heb, zeg dan wat er verkeerd was, maar als het juist is wat Ik heb gezegd, waarom slaat u Me dan?’ (Joh 18:23).
Het is mogelijk dat deze dienaar er al eerder op uitgezonden was om Christus te grijpen (Joh 7:32, 45, 46), als hij dan iets verkeerds had gehoord, zeg dan wat er verkeerd was, hij had kunnen getuigen richting Annas, dat was beter dan slaan. Maar als het juist is wat Ik heb gezegd wat is dan de reden om Christus te slaan, maar ook op deze redenering van Christus zwijgt Annas.

Het resultaat is dat hiermee het voorverhoor ten einde is. Het heeft geen resultaten opgeleverd. Een punt van aanklacht heeft het niet aan het licht gebracht. Zonder een enkele beschuldinging staat Christus voor Annas. Zonder een enkele aanklacht wordt hij gestuurd naar het Sanhedrin.

Tags: ,

Iedereen uit het oude Israel denkt bij “levend water” aan natuurlijke bronnen, aan beken en rivieren. Dit in tegenstelling met water wat men uit putten, waterbakken of cisternen haalde, waar in de regenperioden het water in werd verzameld om in droge tijden niet verlegen te zitten. Dat water uit putten of regenwater was dikwijls vervuild en verre van gezond. Dat water was een bron voor allerlei ziektekiemen. Achterin mijn tuin heb ik een kleine vijver, gemaakt van een oud wijnvat en in de loop der tijd kon je zien dat insecten, als muggen hun broedsel in dit water deponeerden en dat binnen de kortste keren het water krioelde wat allerlei ongedierte. Het was dan ook niet verwonderlijk dat onze huisdieren, dit water niet dronken en liever de voorkeur gaven aan het iedere dag ververste water uit de kraan in hun bak.

En zo was het ook in Israel, iedereen prefereerde dan ook het levende water, als men het voor het zeggen had. In de geschiedenis van Jezus en de Samaritaanse vrouw in Joh. 4 lezen we dan ook dat de put bij Sichar, gegraven door Jakob, goed water had. De vrouw wist dat uit ervaring. Ondergrondse wateraderen voeren het water van hoger gelegen plaatsen hier naar toe. Het is niet vuil en verontreinigd, maar heerlijk koel, zelfs op de heetste zomerdag, want de put is diep; bijna dertig meter, zoals men nu nog kan constateren. Het is met levend water uit een natuurlijke bron op een lijn te stellen.

Het is dan ook niet vreemd dat Jezus dit voorbeeld gebruikte en zei: “u zou M!j om water hebben gevraagd en Ik zou u levend water hebben gegeven.” (vs 10) en iets verder: “Wie van het water uit deze put drinkt, krijgt weer dorst. Maar wie van het water drinkt dat Ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Dat water zal in hem als een fontein worden, waaruit eeuwig leven voortkomt.” (vs 13,14) Als Jezus later in Jeruzalem is haalt Hij dit beeld weer aan: “Als u dorst hebt, kom dan bij Mij om te drinken. Er staat geschreven dat stromen van levend water uit uw binnenste zullen komen als u in Mij gelooft.” (Joh. 7:38,39), hierbij verwijzend naar de vele uitnodigingen die in het Oude Testament staan beschreven (Jes 12:3; 55:1).

Christus spreekt hier niet over het gewone water, H2O, maar “over de Geest Die gegeven zou worden aan de mensen die in Hem geloofden.” (Joh 7:39) Als we dan denken aan de belofte in Jesaja 58:11:: “En de HERE zal u onophoudelijk leiden, in uw behoeften voorzien met goede dingen en u gezond houden; dan zult u lijken op een tuin met voldoende water, een altijd opborrelende bron” en de uitnodiging in Openbaring 22:17 “De Geest en de bruid zeggen: “Kom.” En wie dat hoort, moet ook zeggen: “Kom.” Wie dorst heeft, mag voor niets het levenswater komen drinken, als hij dat wil.” dan zie we dat God onze dorst wil lessen en dan niet een klein beetje maar “Ik zal u meer dan voldoende water geven voor uw dorstige land en uitgedroogde grond. En Ik zal mijn Geest en mijn zegeningen over uw kinderen uitgieten.” (Jes 44:3).

We krijgen zoveel, dat we dit Levend Water mogen, ja zelfs moeten, doorgeven pas dan worden we gezegend. “Kom, gezegende kinderen van mijn Vader. U mag het Koninkrijk binnengaan, dat van het begin van de wereld af voor u bestemd is. Want Ik had honger en u hebt Mij te eten gegeven. Ik had dorst en u hebt Mij te drinken gegeven…” (Mat 25:34, 35)

Als we dit Levend Water oppotten, opslaan in putten, waterbakken of cisternen dan wordt het stilstaand water, wordt het vervuild, vol met (geestelijke) ziektekiemen. Vandaar dat in Jeremia 2:13 staat: “Want mijn volk heeft zich schuldig gemaakt aan twee zonden: het heeft Mij, de bron van levend water, verlaten en maakte voor zichzelf gebroken bakken, die geen druppel water kunnen vasthouden!”

Tags: