Markus

You are currently browsing articles tagged Markus.

24×7 werken

Afgelopen zondag werd er gepreekt uit Markus 5 en wat me opviel was hoe druk de bediening van Jezus was. Want lezen we eerst hoofdstuk 4 dan zien we dat hij een aantal gelijkenissen spreekt en vervolgens naar de andere kant van het meer van Galilea vaart en in een storm terechtkomt, welke Hij tot bedaren brengt. Eenmaal aan de overkant zou je denken dat het eindelijk tijd was om te rusten. Maar nee, direct vind er een ontmoeting plaats met een bezetene. Jezus drijft de demonen uit die massaal in een kudde varkens trekken en zich in het water storten. De bewoners van deze streek niet blij met het gebeurde, verzoeken Jezus om weg te gaan en Hij gaat vervolgens weer terug naar de andere kant van het meer.

Omdat het vorige zich ’s avonds afspeelde mogen we er vanuit gaan dat dit de volgende dag is en we hebben nergens nog gelezen dat Hij of de discipelen hadden gerust. In ieder geval tijd om dat nu te doen hebben ze niet, want direct komen de mensen weer bij Jezus waaronder Jaïrus die een belangrijke functie had bij de plaatselijke synagoge. Zijn dochtertje is ernstig ziek en vraagt Jezus of die met hem mee wil komen. Makkelijker gezegd dan gedaan en terwijl ze zich tussen de mensenmenigte door wringen, stopt Jezus plotseling omdat iemand aan zijn kleren heeft gezeten. Jaïrus moet de wanhoop nabij zijn geweest, in zo’n mensenmenigte is dat toch logisch, maar en passant geneest Jezus de bloed vloeiende vrouw. Het lijkt te laat, mensen vertellen Jaïrus dat zijn dochtertje is gestorven, toch gaat Jezus met hem mee, stelt hem gerust en dat hij alleen maar hoeft te geloven. Eenmaal bij het huis aangekomen, wordt Jezus nog eens bespot, maar Hij trekt zich er niets van aan, stuurt bijna iedereen weg en wekt het dochtertje weer tot leven.

Als we zo deze twee hoofdstukken lezen zien we dat Jezus constant in de weer is, het lijkt wel of hij continue 24×7 uur per dag werkt. Tegenwoordig zouden we zeggen dat Jezus een workaholic is met grote kans op een burn-out. Maar er is één groot verschil, waar mensen zich vaak laten verleiden door te leven naar de omstandigheden, zien we bij Jezus dat hij continue de regie heeft. Hij neemt de tijd bij de bezeten man, bij de bloed vloeiende vrouw en ook neemt hij de tijd voor Jaïrus en we zien dat alles goed komt.

Tags:

“Leven in het Koninkrijk” is een boekje, uitgegeven door het Evangelisch Werkverband, welke gebruikt kan worden om in groepen Bijbelstudie te doen. Omdat deze zowel in mijn kerk als in kerken van enkele vrienden zal worden gebruikt zal ik de komende weken dit boek behandelen en aanvullende achtergrondinformatie geven over de behandelde Bijbelteksten. Hier zijn de eerdere delen 1, 2 en 3 terug te lezen.

Markus 1:9-15
9 En het gebeurde in die dagen dat Jezus kwam van Nazareth, in Galilea, en door Johannes werd gedoopt in de Jordaan.
10 En meteen toen Hij uit het water opkwam, zag Hij de hemelen scheuren en de Geest als een duif op Zich neerdalen.
11 En er kwam een stem uit de hemelen: U bent Mijn geliefde Zoon, in Wie Ik Mijn welbehagen heb!
12 En meteen dreef de Geest Hem uit, de woestijn in.
13 En Hij was daar in de woestijn veertig dagen en werd verzocht door de satan; en Hij was bij de wilde dieren, en de engelen dienden Hem.
De roeping van de eerste discipelen
14 En nadat Johannes overgeleverd was, ging Jezus naar Galilea en predikte het Evangelie van het Koninkrijk van God,
15 en Hij zei: De tijd is vervuld en het Koninkrijk van God is nabijgekomen; bekeer u en geloof het Evangelie.

(HSV-vertaling)

Vers 9

  • het geschiedde in diezelfde dagen; namelijk dat ook Johannes de Doper nog optrad (zie vorige verzen).
  • Nazareth; de plaats waar Jezus was opgevoed (Luk. 2:51 en Luk.4:16).
  • werd van Johannes gedoopt in de Jordaan; Dit gebeurde in Bethabara, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte (Joh. 1:28).
  • Doop van Johannes; De reinigingsrite waardoor de mensen, na belijdenis van hun zonden verplicht waren tot een morele hervorming, vergeving van hun zonden verkregen en konden delen in de voordelen van het koninkrijk van de Messias dat weldra een aanvang zou nemen. (zie verder “Doop van Johannes“)

Vers 10

  • Nb. Hoe vaak Markus in dit hoofdstuk het woord “terstond, onmiddelijk” gebruikt (Mark. 1:10, 12, 18, 20, 21, 28, 30 en 31).
  • hemelen opengaan; Dit kan zowel slaan op de hemel als op de lucht (zie vertaalnotitie), het is dus goed mogelijk dat het wolkendek uiteen ging.
  • gelijk een duif; Is een beschrijvende vergelijking, de Geest is niet letterlijk een duif, maar daalde af als iemand in een soort van lichamelijke (fysieke) vertegenwoordiging.

Vers 11

  • een stem uit de hemelen; Volgens het evangelie van Johannes was dit een persoonlijke ervaring die alleen Jezus en Johannes zagen en hoorden (cf. Joh. 1:32-33).
  • Gij zijt Mijn geliefde Zoon; Markus identificeert Jezus als de “Zoon van God”. Deze titel geeft Jezus unieke relatie met God aan en identificeert een belangrijk thema in dit evangelie (zie 1:11; 3:11, 5: 7; 9: 7; 12: 6, 13:32, 14:36, 61; 15:39). De titel is messiaans, maar het impliceert een ondergeschikte relatie met God. Markus presenteert Jezus als de dienaar van God. In plaats van het opnemen van het verhaal van de kerststal waaruit bleek dat Jezus de Zoon van God was, verklaard Markus eenvoudig dat feit met deze titel.
  • in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; De toespelingen in deze tekst verwijzen naar Ps. 2:7a; Jes. 42:1 en Jes. 41:8 of, minder vaak naar Gen. 22:12, 16. God typeert hier Jezus als Zijn uitverkorene (de betekenis van “[in u neem ik] grote vreugde”).

Vers 12

  • Jezus ging dus vanuit het groene noorden naar het zuiden waar de Judea woestijn is. Een van de meest troosteloze gebieden, waar op sommige plekken helemaal geen begroeiing is.

Vers 13

  • in de woestijn veertig dagen; kan verwijzen naar de soortgelijke ervaring van Mozes (Exod. 34:28), Elia (1 Kon. 19:8, 15) of David en Goliath (1 Sam. 17:16).
  • verzocht van den satan; De traditionele plek, welke teruggaat tot de 12de eeuw, is de Mons Quarantania, de berg van de 40 dagen, welke ten westen van Jericho is. Echter de exacte locatie is onbekend.
  • wilde gedierten; Niet zozeer een verwijzing naar het paradijs waar Adam de opdracht kreeg om over de dieren te heersen, maar meer om extra te benadrukken dat Jezus totaal in een niet door mensen bewoond of gecultiveerd gebied was, ie. de wildernis, de woestenij.
  • de engelen dienden Hem; waaruit deze bediening bestond weten we niet, op zijn hoogst dat ze Jezus begeleiden (zie verder op de website).

Vers 14

  • Johannes overgeleverd was; nl. dat hij gearresteerd, in voorarrest was, maar nog niet was berecht of veroordeeld.
  • Markus vermeld niet Jezus’ eerste jaar van optreden in Judea (Joh. 1:15—4:42), maar begint direct met het optreden in Galilea.
  • Evangelie; de “goede (of blijde) boodschap” of zoals de Naardense Vertaling “aankondiging”, meer specifiek wordt hiermee de “de heilbrengende boodschap” bedoeld.

Vers 15

  • De tijd is vervuld; Met het Griekse woord καιρὸς kairos wordt niet de horlogetijd bedoeld, maar het beslissende moment, het nu. Naardense Vertaling “het momentum is vervuld
  • Koninkrijk Gods; De plek waar God het voor het zeggen heeft.
  • bekeert u; het veranderen van je leven en je levensinstelling. Om in het Koninkrijk van God te komen, moet er een verandering in je leven komen, je afkeren van alles wat tussen jou en het Koninkrijk van God zit. Hoe? Door het Evangelie te geloven en te praktiseren. Niet praktiseren door politieke overtuiging of geweld, maar door het Evangelie.

Voel je vrij om aanvullingen te geven, zover van toepassing zullen deze bij het Bijbelgedeelte op de website verder worden verwerkt.

Tags: ,

En toen zij de lofzang gezongen hadden, vertrokken zij naar de Olijfberg.

Markus 14:26 (HSV)

In dit Bijbelgedeelte lezen we dat Jezus en de discipelen na de viering van het Heilig Avondmaal “de lofzang” zongen. Het is interessant om te kijken of daar meer van bekend is. Nu weten we dat dit een zogeheten Pesach-maaltijd was en dan wordt door de Joden altijd de hallel-psalmen gezongen (Psalm 113-118), waarbij de Psalm 113 en 114 voor de maaltijd en de overige aan het einde nadat de vierde beker is gedronken.

Nu viel het mij op dat bij ons in de kerk nooit na het avondmaal een van deze Psalmen wordt gezongen en ik vroeg me af of in andere kerken dit wel het geval is. Bij een kleine zoektocht op internet bleek dat op enkele verzen van Psalm 116 na geen van deze hallel-psalmen wordt gezongen of zelfs gelezen. Ik heb geen reden kunnen vinden waarom niet, maar het verbaasde me wel, want wat is er nou mooier om die Psalmen te zingen die ook Jezus zong tijdens deze maaltijd.

Tags: ,

Het is korban…

Maar u beweert: als iemand tegen zijn vader of moeder zegt: Alles waarmee ik u kan helpen is ‘korban’ – dat is: ik heb het bestemd voor God –

Mark. 7:11 (HSV)

We komen alleen hier en in Mattheüs 27:6 het Griekse woord ‘korban’ tegen, of beter het Hebreeuwse woord wat de betekenis heeft van “een offergave aan God” en om die reden niet voor een ander doeleinde gebruikt kon worden.

In Mattheüs wordt het vaak vertaald met de offerkist, tempelschat waar het geld t.b.v. de tempel in gedaan werd. Verwijzingen hiernaar lezen we in de Mishna Nedarim i. 4. “Als iemand zeg: “een brandoffer, [of] een meeloffer. [of] een zondoffer, [of] een dankoffer, [of] een vredeoffer zij wat ik van het uwe zal eten“. In Mark. 7:11 (Mat. 15:5) wordt meer algemeen op de eed/belofte om iets als offergave te bestemmen gesproken. In de Mishna Nedarim ix.1 wordt gesproken over een belofte die ten nadele van de ouders was uitgesproken. “Rabbi Eli’ézer zegt: men mag iemand een uitweg [tot berouw] openen door [hem te wijzen op] de eer van zijn vader en moeder;” Waarbij de conclusie is dat deze opgeheven mocht worden.

Tags: , , ,

Je laatste cent

Het is al weer heel wat jaartjes geleden dat ik de tekenfilm “Robin Hood” van Walt Disney heb gezien, maar één ding kan ik me nog goed herinneren. Nadat door de lokale criminele overheid de kerk weer eens is geplunderd, komt er een oud vrouwtje die een cent in de collectepot stopt, waarop de priester zegt “Uw laatste cent!! Dat had u niet hoeven te doen”.

Zo’n zelfde situatie zien we ook terug in de Bijbel in Markus 12 (vs. 41ev)waar Jezus en de discipelen bij de tempel kijken hoe de velen rijken geld in de geldkist stoppen. Iedereen geeft iets uit zijn overvloed, totdat er een weduwe komt die twee penningen in de kist stopt (vs. 42). In het Grieks lezen we dat het om een quadrans gaat, de kleinste munt uit het Romeinse Rijk. In ieder geval dan komt de zin die zo in bovengenoemde film geplaatst had kunnen worden: “Want allen hebben erin geworpen van hun overvloed, maar zij heeft van haar armoede erin geworpen, al wat zij had, haar ganse levensonderhoud” (vs. 44).

Ik heb heel wat preken hierover gehoord en de meesten van deze preken vond ik misplaatst omdat het tegen een publiek was die absoluut tot de eerste categorie behoorden. Ook nu uit de officiële cijfers blijkt dat de inkomsten van de verschillende kerken teruglopen, zullen vele predikanten stellig dit thema weer gebruiken in een preek en zo een poging wagen om de inkomsten omhoog te krikken. Maar daar gaat het in dit gedeelte helemaal niet om. Het gaat niet om geld te geven van je overvloed, maar om dat te geven uit je armoede. Zo sprak ik een tijdje geleden een zeer druk bezet zakenman, die zeer goed bij kas zat en beslist ook veel geld gaf aan goede doelen, maar zijn weinige vrije tijd reserveerde om christelijke organisaties te helpen. Ondanks dat hij alles bezat wat iemand maar kon bedenken, had hij zeer weinig tijd en deze spendeerde hij zo efficiënt mogelijk om anderen te helpen. Misschien dat wij ook eens iets waar we arm in zijn op zo’n manier mogen gebruiken.

Tags: ,

En Hij begon tot hen te spreken in gelijkenissen: Iemand plantte een wijngaard, zette er een omheining omheen, groef een wijnpersbak en bouwde een toren, en hij verhuurde hem aan landbouwers en ging naar het buitenland.

Markus 12:1 (HSV)

Vanochtend bespraken we op de Bijbelstudie dit hoofdstuk van Markus en het viel me op hoe gedetailleerd het aanleggen van een wijngaard werd besproken. Want het is wel iets meer dan het planten van een paar wijnstokken die geleid moeten worden aan palen.

In onze serie over Hooglied had ik al aangegeven dat deze heggen, gemaakt van Hennastruiken, om de wijngaarden werden geplant om ze te beschermen tegen winderosie, daarnaast had het ook als voordeel dat de kwetsbare en waardevolle oogst werd beschermd tegen hongerige dieren (zoals de vossen). Daarnaast hadden deze struiken ook als voordeel dat ze als bijproduct voor de parfumerie kon dienen.

Nu was zo’n heg niet voldoende, vandaar dat er ook een wachttoren werd neergezet, waarop men toezicht kon houden of er geen ongedierte was en om eventuele dieven tegen te houden. Dit kon een eenvoudige houten stellage zijn, maar vaak werd deze ook gebouwd van de stenen die ze van het land af hadden gehaald en zo een echte stenen toren was met daarop een gebouwtje met een dak tegen de felle zon. Vaak bleef men hier ook in het hoogseizoen slapen.

Omdat tijdens het vervoer van druiven naar een andere locatie deze beurs konden worden en een hoop vocht verloren kon gaan, was het logisch om de wijnpers zo dicht mogelijk in de buurt van een wijngaard aan te leggen. Zo lagen deze wijnpersen in Avdat op slechts een halve kilometer afstand van de wijngaarden. Zie hier voor een beschrijving van hoe zo’n wijnpers functioneerde en de wijn werd geproduceerd.

Tags: , , , , ,

In de Bijbel staan veel gelijkenissen (een soort parabels) van Jezus. In mijn zoektocht naar een goed overzicht bleek dat de meesten allemaal niet compleet waren en dat was een reden om ze toch eens allemaal op een rijtje te zetten, want hoe vaak komt het niet voor dat je je afvraagt in welk evangelie een bepaalde gelijkenis wordt genoemd.

Gelijkenis Mattheüs Markus Lukas Johannes
1. Zout der aarde 5:13
2. De lamp 5:14 4:21-22 8:16; 11:33
3. Splinter en de balk 7:1
4. Boom en zijn vruchten 7:15
5. Verstandige en onverstandige bouwers 7:24-27 6:47-49
6. Oude en nieuwe mantel 9:16 2:21 5:36
7. Jonge wijn 9:17 2:22 5:36-37
8. De zaaier 13:3-8; 18-23 4:3-8; 14-20 8:5-8; 11-15
9. Het onkruid tussen het graan 13:24-30; 36-43
10. Het Mosterdzaad 13:31-32 4:30-32 13:18-19
11. Zuurdesem 13:33
12. De verborgen schat 13:44
13. De kostbare parel 13:45-46
14. Het visnet 13:47-50
15. De huismeester 13:52
16. Het verloren schaap 18:12-14 15:4-7
17. Onbarmhartige dienaar 18:23-34
18. De dagloners 20:1-16
19. Twee zonen 21:28-32
20. De wijnbouwers 21:33-44 12:1-11 20:9-18
21. Het bruiloftsfeest 22:2-14
22. De vijgenboom 24:32-35 13:28-29 21:29-31
23. Betrouwbare dienaar 24:45-51 12:42-48
24. Tien maagden 25:1-13
25. De talenten 25:14-30 19:12-27
26. Schapen en de bokken 25:31-46
27. Het groeiende zaad 4:26-29
28. De waakzame dienaar 13:35-37 12:35-40
29. De geldschieter 7:41-43
30. De barmhartige Samaritaan 10:30-37
31. Vriend in nood 11:5-8
32. De rijke dwaas 12:16-21
33. Onvruchtbare vijgenboom 13:6-9
34. De genodigden tot een bruiloft 14:7-14
35. Het feestmaal 14:16-24
36. De kosten van het discipelschap 14:28-33
37. De verloren munt 15:8-10
38. Verloren zoon 15:11-32
39. Slimme rentmeester 16:1-8
40. Rijke man en Lazarus 16:19-31
41. De heer en zijn dienstknecht 17:7-10
42. De weduwe en de rechter 18:2-8
43. Farizeeër en de tollenaar 18:10-14

Mocht ik er één (of meerdere) gemist hebben, laat het me weten.

Nb. voor aanvullingen en verbeteringen zie de pagina Gelijkenissen deze wordt bijgehouden

Tags: , , ,

Hij zei tegen haar: ‘Eerst moeten de kinderen genoeg te eten krijgen; het is niet goed om de kinderen hun brood af te pakken en het aan de honden te voeren.’ De vrouw antwoordde: ‘Heer, de honden onder de tafel eten toch de kruimels op die de kinderen laten vallen.’

Markus 7:27-28 (NBV)

Dat kinderen tijdens het eten knoeien is niet van de laatste jaren, ook in de Bijbel wordt zoals we zien al hierover gesproken. En ook de honden zijn in de loop der eeuwen niet veranderd, want onze hond controleert nog altijd direct na de maaltijd of er soms wat eten op de grond is gevallen in de eetkamer.

Maar los van deze perikelen met kinderen is de opmerking van Jezus wel interessant nl. dat het eten aan de honden werd gevoerd. Want vroeger hadden ze nog niet zoals tegenwoordig speciaal hondenvoer, maar werden de dieren gewoon gevoerd met de restanten die overbleven van de maaltijd. Dit brengt ons op de eetgewoonten uit die tijd, zo had Hillel de Oudere – een van de belangrijkste Joodse leraren uit farizeïsche kring en tijdgenoot van koning Herodes – introduceerde het eerste sandwichachtige gerecht: de Korech. Dat bestond uit twee matsa (ongegist brood) met daartussen maror (de bittere kruiden) en charoseth (gehakte noten, appel, kaneel, suiker, rozijnen en wijn). Deze manier om voedsel op een “broodplank” te leggen was in die tijd heel normaal. Vlees en ander eten werd op het brood gestapeld en eraf gegeten. Het brood nam het vocht, vet en saus op uit het eten. Aan het einde van de maaltijd werd de broodplank aan de armen (Lukas 16:21) of aan de honden (Mattheus 15:26, 27, Markus 7:27, 28) gegeven.

Onze moderne pizza is een moderne variant van deze oude broodplanken met bijbehorende gerechten.

Tags: ,

Herbert-collectie: de Haan

In deze serie over schilderijen uit de Herbert-collectie vandaag de haan. In een collectie schilderijen van dieren door een Barneveldse schilder kan natuurlijk niet dit dier ontbreken.

In de Bijbel vooral bekend geworden in het Nieuwe Testament, waar hij tweemaal kraaide (Mark. 14:30) nadat Petrus zijn Meester driemaal had verloochend. In het Oude Testament in Spreuken 30:31 is ook een verwijzing naar dit dier. Was het in oudere vertalingen nog een windhond, tegenwoordig is iedereen het erover eens dat het zeer waarschijnlijk om een haan gaat. Een notitie bij de HSV geeft “Letterlijk: een ‘zarzir’ van heupen. De betekenis van ‘zarzir’ is onduidelijk; waarschijnlijk wordt met dit dier een haan bedoeld.”

Tags: , , , ,

De Joden, vooral de Farizeeërs, zullen niets eten als ze niet eerst hun handen hebben gewassen. Dat hoort zo volgens hun oude traditie.

Markus 7:3 (Het Boek)

Hoe vaak wordt niet tegen kinderen gezegd dat ze hun handen moeten wassen voor ze aan tafel mogen gaan zitten om te eten. En ik kan me herinneren dat mijn moeder me dan haarfijn bovenstaande tekst noemde (zonder daar dan de Farizeeërs of Joden te noemen). Wat opvalt is dat er staat dat dit “volgens de overlevering van de ouden” is. Wat wordt hier mee bedoeld? In de wetten van Mozes heb ik dit niet kunnen terugvinden, dus het moet gaan om een andere overlevering.

Nu wil het geval dat in die periode er een mondelinge overlevering was van allerlei uitspraken van wetsgeleerden betreffende de tradities van het Joodse volk, deze werden in 200 n.C. samengesteld in wat we nu de Mishnah noemen. En inderdaad komen hier voorschriften in voor die gaan over het handen wassen voor het eten (Berakhot 8ev.). Het is dan ook zeer aannemelijk dat in de discussie tussen Jezus en de Farizeeërs en Schriftgeleerden het hierover ging. In de Mishnah staan veel gedeelten die zeer nuttig zijn en niemand zal ontkennen dat het “handen wassen” niet onzinnig was, want hygiëne is toch altijd een gezonde zaak.

Waar Jezus over valt is dat zijn tegenstanders zich bezig houden met allerlei regeltjes maar niet met de geboden van God zelf, waarbij Hij een tekst uit Jesaja citeert “Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich ver bij Mij vandaan. Maar tevergeefs eren zij Mij door leringen te onderwijzen die geboden van mensen zijn.” (Jes. 29:13). Ze houden zich bezig met regeltjes die door mensen zijn verzonnen. Helaas zien we ook tegenwoordig soortgelijke uitwassen, in veel kerken vinden ze de traditie belangrijker dan de Bijbel en om dit in stand te houden zijn er catechismussen samengesteld en leerregels opgesteld. Ondanks dat er inhoudelijk niets mis is hiermee hebben deze vaak een belangrijkere rol dan de Bijbel zelf gekregen.

De gevolgen zijn dan soms ook verschrikkelijk, als Jezus Zijn discussie later uitlegt aan zijn discipelen komt Hij tot de volgende conclusie: “Wat de mens uitkomt, dat verontreinigt de mens. Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen voort kwade overwegingen, alle overspel, ontucht, moord, diefstal, hebzucht, allerlei kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, lastering, hoogmoed, dwaasheid; al deze slechte dingen komen van binnenuit en verontreinigen de mens.” (Mark. 7:20-23). Moeten wij niet concluderen dat het juist deze dingen zijn waarop de wereld de kerk tegenwoordig afrekent? Is het daarom dat er zoveel misbruik in de kerk aan het licht komt? Dat er zoveel echtscheidingen in de kerk zijn vanwege overspel?

Het gaat daarom niet om de handen “fysiek” te wassen, maar om je zelf “geestelijk” te wassen, door naar het Woord van God te leven.

Tags:

« Older entries