diḇərê ‘āmwōs ’ăšer-hāyâ ḇannōqəḏîm mitəqwō‘a ’ăšer ḥāzâ ‘al-yiśərā’ēl bîmê ‘uzzîyâ meleḵə-yəhûḏâ ûḇîmê yārāḇə‘ām ben-ywō’āš meleḵə yiśərā’ēl šənāṯayim lifənê hārā‘aš:
De woorden van Amos, die onder de veeherderen was van Thekoa,
- הָיָה "zijn, worden, gebeuren"; een aanduiding naar zijn beroep, ie. "hij is/was schapenfokker"; Vertalen met "voormalig" zoals G. de Weert doet is niet correct omdat dit het idee geeft dat Amos nu wat anders doet, het kan ook zijn dat bij het schrijven van dit boek de profeet al dood was.
- ניקדים "schaapherder, schapenfokker"; dit woord hangt etymologisch samen met het Arab. naqad, een soort kleine schapen, met korte poten en veel wol. In 2 Kon 3:4 wordt de Moabitische koning Mesa een נקֵ֑ד genoemd, men kan dus niet hieruit afleiden dat Amos iemand was van geringe stand.
תקוע plaatsnaam "Thekoa, Tekoa"; tussen Bethlehem en Hebron, aan de westrand van de Judaësche woestijn.
dewelke hij gezien heeft over Israel, in de dagen van Uzzia, koning van Juda, en in de dagen van Jerobeam, zoon van Joas, koning van Israel;
- עזיה Uzziah (Azariah); Koning van Juda (790-740 v.C.)
- ירבעם Jerobeom II; Koning van Israel (793-753 v.C.)
twee jaren voor de aardbeving.
- רעש "aardbeving"; הָרָֽעַשׁ "de aardbeving", verwijst naar een specifieke of grote aardbeving.
- Volgens Fl. Josephus (Oudheden IX, 10, 4) had deze aardbeving plaats toen Uzzia de tempel ontheiligde (2 Kron 26:16-20), als dat zo is kan dat in het jaar 749 v.C. zijn geweest.