wə‘āśîṯā ’eṯ-hammizəbēḥa ‘ăṣê šiṭṭîm ḥāmēš ’ammwōṯ ’ōreḵə wəḥāmēš ’ammwōṯ rōḥaḇ rāḇû‘a yihəyeh hammizəbēḥa wəšālōš ’ammwōṯ qōmāṯwō:
Gij zult ook een altaar maken van sittimhout; vijf ellen zal de lengte zijn, en vijf ellen de breedte (vierkant zal dit altaar zijn), en drie ellen zijn hoogte.
שטה sittim-hout = acacia. Dit hout was in grote hoeveelheden aanwezig in de woestijn. Echter de boom groeit zeer langzaam. Het is dan ook zeer waarschijnlijk dat ze of 1) acacia-hout hebben meegenomen uit Egypte, waar soorten voorkomen die vele malen groter zijn dan die in de Sinaï, of 2) de acacia-soorten die nu nog in Afrika groeien waren toen ook in de Sinai aanwezig.
altaar