wayya‘aś yərî‘ōṯ ‘izzîm lə’ōhel ‘al-hammišəkān ‘ašətê-‘eśərēh yərî‘ōṯ ‘āśâ ’ōṯām:
Verder maakte hij gordijnen van geiten[haar], tot een tent over den tabernakel; van elf gordijnen maakte hij ze.