ûləša‘ar heḥāṣēr māsāḵə ‘eśərîm ’ammâ təḵēleṯ wə’arəgāmān wəṯwōla‘aṯ šānî wəšēš māšəzār ma‘ăśēh rōqēm ‘ammuḏêhem ’arəbā‘â wə’aḏənêhem ’arəbā‘â:
In de poort nu des voorhofs zal een deksel zijn van twintig ellen, hemelsblauw, en purper, en scharlaken, en fijn getweernd linnen, geborduurd werk; de pilaren vier, en hun voeten vier.
De kleuren van de ingang van de voorhof komen overeen met die van een zonsop- of ondergang.