touto oun legō kai martyromai en kyriō mēketi ymas peripatein kathōs kai ta loipa ethnē peripatei en mataiotēti tou noos autōn
Ik zeg dan dit, en betuig het in den Heere, dat gij niet meer wandelt, gelijk als de andere heidenen wandelen in de ijdelheid huns gemoeds.
- ματαιότης mataioti̱s̱, "vergankelijkheid, zwakte"; Komt alleen voor in Rom. 8:20, Ef. 4:17 en 2 Petr. 2:18;