(21:2 = 21:3)
En David zeide tot den priester Achimelech:
De koning heeft mij een zaak bevolen, en zeide tot mij:
Laat niemand iets van de zaak weten, om dewelke ik ugezonden heb, en die ik u geboden heb;
den jongelingen nu heb ik de plaats van zulk een te kennen te kennen gegeven.
- פְּלֹנִי Ploni = "een zekere" van פּלה "scheiden, apart zetten" en אַלְמֹנִי Almoni = "naamloos" van אלמן "weduwschap"; פְּלֹנִי אַלְמֹנִי 'de een of ander', 'N.N.'