wə‘āśîṯā qarənōṯāyw ‘al ’arəba‘ pinnōṯāyw mimmennû tihəyeynā qarənōṯāyw wəṣipîṯā ’ōṯwō nəḥōšeṯ:
En gij zult zijn hoornen maken op zijn vier hoeken; uit hetzelve zullen zijn hoornen zijn, en gij zult het met koper overtrekken.